Tuinstoel op standje ‘zover mogelijk naar achteren’.
De benen op de extra stoel tegenover me.
De tuinkussens nog eens opgeschud.
Bij elke uitademing een zorg, wens, gedachte, herinnering uitblazend, probeer ik te komen tot een hoofd dat leeg raakt.
Maar na elke uitademing, adem ik ook weer in en lijkt er weer een gedachte, wens, herinnering, zorg binnen te komen.
Het houdt niet op.
Tijd voor vakantie denk ik dan.
Vakantie?
Je tuinstoel inwisselen voor een strandbed in een iets warmer klimaat, iets verder van je buren, spreken in een andere taal en liggen in een andere cultuur.
Je ligt nog wel onder dezelfde zon trouwens al is dat mischien één of een paar uurtjes eerder of later dan thuis.
In je koffer je halve kledingkast gepropt (oeps, niet meer dan 20 kg) en in je hoofd toch écht al die gedachten, wensen, zorgen, herinneringen meegenomen. (meer dan 20 kg)
Hum….verplaatsen van het probleem dus.
Nou probeer ik altijd twee soorten vakanties tijdens één vakantie.
Eerst kamperen en, op mijn leeftijd, ongemakkelijk met acrobatische toeren van je luchtbed af zien te komen. Je benen tegen elkaar klemmen want je moet zeker vier minuten naar de dichtstbijzijnde wc lopen waar je net aangekomen met je nog niet uitgeslapen hoofd, met een beetje pech de wc-rol vergeten bent, dus weer terug kan.
Nog eens tien minuten lopend van je bloedhete tent, je ontbijt moet scoren. Misschien weer terug moet omdat je, met je nog steeds niet uitgeslapen hoofd, je portemonnee blijkt te zijn vergeten.
Dan ongemakkelijk ontbijten met je bord opschoot op een wiebelende tuinstoel want die staat natuurlijk net op die hobbel in het gras.
Om daarna vijf minuten lopen, met een zware teil vol afwas naar de dichtstbijzijnde afwasplek te komen. De afwas laten staan is geen optie want dan komen de wespen op dat ene plekje jam op je bord af.
Daarna het hotel. Genieten van de luxe van een opgemaakt bed als je van een strand of doe-dag terug komt. Heerlijk die wc-rol die naast je wc hangt! Genietend van het eten dat voor je klaar staat en de afwas die je niet hoeft te doen.
Maar wel weer op dat strandbed steeds tobbend van oh die was als ik straks terug ben en oh straks als ik terugkom dan moet ik het allemaal weer zelf doen; koken, afwassen, bedden opmaken! 
En ook hier blaas ik oude zorgen, wensen, gedachten etc. uit maar adem weer nieuwe in; hoe zal de tuin er straks wel niet bij liggen, ach die arme ouders die hun kinderen zes weken thuis hebben, ik had misschien toch beter die keukenkastjes kunnen uitmesten in mijn spaarzame vrije tijd, zouden de kleinkinderen oma nu missen, die arme hond in een pension is toch eigenlijk ook niks, ik hoop dat de buren de vuilnisbakken aan de straat zetten, straks niet vergeten die roosters voor de klas te maken en de klassenindeling op papier zetten etc.
Het niet kunnen los laten zit dus in de mens zelf.
Je ontloopt de sleur van alledag op welke manier dan ook om een paar weken later dubbel zo hard met je neus weer op de feiten gedrukt te worden.
Nu lees ik in Elsevier een artikel n.a.v. een Amerikaans onderzoek, dat me enigszins geruststelt….of toch niet?
De baas is blij met werknemers die hun vakantiedagen opnemen.
Het spekt de economie en een werkgever is niet blij met het ‘martelaarssyndroom’ omdat werknemers bang zijn hun werkgever teleur te stellen. (Wat ben ik nu blij met de vastgestelde vakanties in het onderwijs-aan mij gaat een martelaar voorbij)
Het blijkt gezond te zijn je werk zo nu en dan los te laten omdat er anders een misplaatst gevoel van onmisbaarheid zou kunnen ontstaan.
(Tjonge en onze bazen maar zorgen dat het ziekteverzuim zo nihil mogelijk blijft)
Ondernemers zijn blij met het doorbreken van de alledaagse routine omdat er weer nieuwe inspiratie kan worden opgedaan. (Impliceert dit dat ik tijdens mijn vakantie naar onderwijs inspiratie moet zoeken?)
Gelukkig is het een Amerikaans onderzoek en gelukkig heb ik een flexibel brein maar ik heb vast weer wat te piekeren straks op mijn strand- cq luchtbedje.
Enfin, om mij heen zie ik al veel mensen op vakantie gaan en mijn vakantie is nog niet eens begonnen. Nog twee weken te gaan!
Nu pieker ik over straks als het vakantie is en als het dan vakantie is pieker ik weer over het leven na de vakantie.
Mijn hoofd leeg maken…het blijft een kunst….!
Eckhard Tolle heeft makkelijk praten met zijn ‘met je hoofd even stilstaan in het nu’ als je ‘nu’ vol zit met gedachten en zorgen van nu maar ook herinneringen van toen, wensen voor ‘dan’.
1.Ga rustig zitten. Sluit je ogen.
2.Let op de gedachten die door je hoofd stromen. Volg ze even, 10 tot 15 seconden.
3.Stel jezelf de (dé) vraag:
“Wat zal mijn volgende gedachte zijn?”
En? Wat gebeurt er in je hoofd? Ervaar je de pauze, de korte stop in je non-stop gedachtestroom?
Misschien is het antwoord niet; de (dé) vraag maar de (dé) korte stop in je non-stop gedachtestroom.
Ik zal het eens proberen…..over twee weken….. Vraag me alleen af of ik dan aan zes weken vakantie wel genoeg heb 🙂


Jij waarschijnlijk niet…… maar gaat nou toch maar proberen en als je hulp nodig hebt kom je gewoon ff mediteren.