Ik wist het……….
Tuurlijk zouden we terugkeren naar Kos……….
Willem kan immers niet anders.
Oké dan…voor één keer nog…
Zo belanden we de zomer van 2009 op Kos en wat een enorme vreugde op het plein Diagoras als we het op komen lopen. Met wijd open armen, gezoen, geknuffel….
Apostolli en Wampie are back. De kok komt uit de keuken. Maria en Ioanna komen van het balkon afrennen. En ik zie een nieuw gezicht. Een olijk gezicht vol humor. Hij blijkt Dimitris te heten en zal later een hele lieve, hele goede, altijd bij ons horende vriend worden!
Ik kan niet zeggen wie blijer is elkaar weer te zien, Zarados de kok, Stefanos, Maria, Ioanna, Alex of wij?
Maar het weerzien bezorgd me heel wat gelukstranen. 
Met Dimitris kunnen we het al snel heel goed vinden. Hij komt uit Thessaloníki waar hij woont met zijn moeder en zijn hij en zijn zus hebben een zeer goede band. Alleen de zomers werkt hij elders. Eigenlijk is hij tandtechnicus maar daar is geen baan in te vinden.
We genieten van alle goede zorgen van de La Prima crew. We gaan weer mee uit. We delen het wel en wee van het runnen van een restaurant. Ik help mee tafel dekken en afhalen of bestek sorteren. Ze willen het eigenlijk niet hebben maar we vinden het zo leuk.
We halen de Hollandse gasten binnen met onze opmerkingen. En we genieten als Stefanos weer eens geergerd ‘domani, domani’ fluistert als de Italianen weer eens doorlopen en zeggen dat ze morgen wel komen. 
Geen restaurant op Kos heeft verser eten dan La Prima. Er komt echt niks uit de vriezer daar. En de service en het contact is ongekend. Maar de Italianen lijken dat niet te zien. Zelfs niet als ze in de keuken mogen kijken naar de pescari fresco (verse vis)
We genieten weer volop maar mijn pioniershart wil meer zien. En ook worden we meegenomen met nachtvissen op de mooiste stranden of nemen ze ons mee zwemmen tijdens hun siësta’s, ik wil meer zien!
We boeken dus een excursie. Het wordt Pathmos, Symi en Panormitis. Over Pathmos en Symi heb ik aparte berichten maar Panormitis beschrijf ik hier. 
De boot vaart in alle vroegte af vanaf de kleine haven die we helemaal omlopen om er te komen. De ladderzatte jongeren omzeilend.
Een tijdje later zien we in de verte een prachtige ronde baai met iets wits dat steeds groter wordt. Een hoge toren van de kerk die het mini eilandjes rijk is torend in het midden omhoog. De kerk is omringd met kleine witte huisjes. De enige die het eiland rijk is. Eenmaal aangekomen gaan we met het gezelschap de kerk in. Ik krijg een mooie doek om de schouders want je mag niet onbedekt de kerk betreden.
Iconen vol bladgoud schitteren je tegemoet. Het altaar is vol goud en overal hangen kroonluchters. Achter de twee deurtjes bevindt zich de rol met teksten maar die mogen wij niet zien.
We drinken een kopje koffie op het pittoreske eiland alvorens we weer afvaren naar de volgende twee eilanden. -> lees dit bij bericht Pathmos en bericht Symi. 
Natuurlijk nemen onze Griekse vrienden ons mee naar Paradise beach. Het heeft het mooiste zandstrand van heel Kos. Ook Dimitris is mee. Kristalhelder water zie je overal maar dit lijkt wel een extra dimensie kristal te hebben. Er is een gezellig restaurant bij die je via een klim bereikt. 
We komen ook terecht op een typisch Grieks feest in een discotheek/nachtclub waar alleen de Grieken komen. Er is een enorm feest want er treed een bekende zanger op. Ons zegt hij niets maar de Grieken maakt het wild. En wat gaat het er daar anders toe dan bij ons. Je entree is de fles die je besteld. Bij de ingang zeg je dus – fles ouzo, fles gin, wijn etc en die en die hapjes. Dan ga je naar lange tafels waar iedereen aan zit. De glazen en flessen en hapjes komen op tafel en het feest kan beginnen. Je kunt altijd flessen bij bestellen. Nee geen glas drinken maar een fles! Het borden gooien mag niet meer. Het is tegen de veiligheidsregels als dit wel gebeurd. Je kunt wel schaaltjes bloemblaadjes kopen om te gooien.
Als de zanger komt gaat iedereen uit zijn dak. Er worden jongedames naar voren gehaald die mee mogen dansen en later vult het podium zich met meer dames en meisjes maar ook mannen die naast de zanger gaan dansen. Niks geen beveiliging maar ook niks geen gedonder. Een half later staan alle tafels in de grote discotheek vol met dansende en heupwiegende jonge en oude vrouwen. We kijken onze ogen uit en vergeten het strooien van de blaadjes bijna. 
Wat een avond/nacht!!!!
En de volgende ochtend staat de crew van La Prima fris en fruitig weer op het terras om de mensen vriendelijke te begroeten en te bedienen.
We gaan eén dagje naar Rhodos met de blue star boot om onze vrienden aldaar te groeten. Een leuk weerzien met Freddy en Oltjan, die balen dat we maar één dagje blijven. Het is op Rhodos nog een paar graden warmer dan op Kos en dat is te merken. Het zweet loopt je langs de rug. Willem zoekt zijn terrasje bij Freddy weer op en ik slenter door de middeleeuwse straatjes. 

Heel leuk dat we mijn zus niet alleen regelmatig in Parijs ontmoeten maar ook nu op Rhodos. Ook zij genieten van hun vakantie. Anders zit je altijd ver van je familie vandaan op vakantie en nu zo heerlijk dichtbij! We laten ze onze favoriete plekjes op het eiland zien! En zij zwaaien ons uit als we gaan op de grote boot! 
Ook gaan we een dagje naar Bodrum. Turkije kan je bijna aanraken als je op Kos zit. Je kunt het overzwemmen! Maar wij gaan met de boot want je hebt wel een visum nodig om binnen te komen. Ooit was ik een keer in Bodrum met mijn ex en mijn kinderen. Ik heb er geen goede herinneringen aan. Ik was daar erg ziek en heb me voor de kinderen er echt doorheen geworsteld en gevochten om nog een leuke vakantie te hebben. De herinneringen komen allemaal terug als ik het zo bekende haventje binnen vaar. Het haventje waar ik na een zieke moeizame tocht elke keer kwam. Zo vaak als ik kon. Maar de niet behandelde voedselvergiftiging sabelde me elke keer neer.
Nu ben ik er weer. De sfeer vind ik nog steeds super. Het tentje met de lekkerste kebab weet ik nog te vinden. We lopen rond, genieten van de kebab en kopen souvenirs. Voor La Prima laten we zelfs een bord beschilderen. Het resultaat is prachtig!
Kos….ik ben niet kapot van het eiland WÉL van haar mensen!!!
We zullen er heus terugkomen om al onze lieve vrienden daar maar mag ik volgend jaar weer een keer wat anders?!
Hieronder het volledige verslag:
Donderdag 13 augustus 2009
Geen wekker maar een lieve aai over je bol ‘Goeiemorgen schat, we gaan op …….’.
Ik sta al op mijn beide blote voeten voor hij het woord vakantie kan uitspreken.
Badkamer in, kleren aan, een laatste ontbijtje thuis. Bezorgd kijkt willem mij aan als hij zijn koffer optilt. Hij tilt de mijne met zijn andere arm op en concludeert: ‘de mijne is te zwaar en komt vast over die 20 kg’.
Na een eigen poging, waarbij ik moet uitkijken dat ik mijn slijmbeursontsteking in de schouder in acht houd, kan ik niet anders dan ook concluderen dat maar beter niet zijn hele kledingkast had kunnen meenemen. Dat wordt of bijbetalen of spullen lozen!
Als ik even later de inhoud inspecteer en inderdaad een complete kledingkastinhoud waarneem met ook nog boeken en 4 paar schoenen vraag ik me stiekem af waar ze het toch vandaan halen dat vrouwen zo ijdel zijn en begin in ieder geval de boeken uit te pakken.
Ik heb nog wel ergens een rugzak zodat hij de boeken daarin kan meenemen, dat moet toch een paar kilo zeker schelen. En de rest…die gokken we er maar op! Want die rest die móét mee vindt hij.
Na een laatste check verlaten we thuis, hijsen de koffers in de auto en vertrekken we naar station Zuid. Op een niet toegestane plek parkeren we de auto in de hoop dat de parkeerwacht ook op vakantie is en mijn vriendin Annet de auto snel zal ophalen na haar werk.
Een gloedje nieuw station in een wijk in aanbouw. We settelen ons op een bankje om drie treinen voorbij te laten gaan want we zijn, natuurlijk, veel te vroeg!
Eindelijk komt het tijdstip van onze ‘reis geplande’ trein en stappen we in. Nauwelijks zijn we een paar meter verder als we het fluitsignaal horen, de deuren zich sluiten en Willem tot de ontdekking komt dat hij de rugzak inclusief een bibliotheek aan boeken heeft laten staan.
Zit niet in zijn systeem zo’n rugzak en zit dus nu ook niet in die trein die rugzak. De planning die overigens ruim was is nu wat strakker en dus besluiten we de rugzak daar te laten waar hij nu is in de hoop dat een eerlijke vinder hem na de vakantie zal terugbezorgen.
Na een ontmoeting op het Centraal Station Arnhem, met een oud collega van Willem, stappen we in de trein naar Ede Wageningen. Gelukkig hoeven daar niet de afloop af te wachten van een moeder met een jengelend kind die moet plassen maar telkens tegen wc deuren met hangsloten aanloopt, want even later stappen we in de trein naar Schiphol.
Het is rustig in de trein. Zo rustig dat de dames voor en achter ons vinden dat het tijd wordt om hun mobiele contacten aan te scherpen. Zo zijn we even later getuigen van, aan de ene kant de voorbereidingen betreffende een feest waarbij zij, op de aankoop van een aantal kratten bier na, toch overal aan gedacht heeft, en aan de andere zijde informeert ongeinteresseerd onze medepassagier naar het wel en wee op haar werk waarnaar zij onderweg is, en spreekt nog voor haar werk aanvangt af waar ze met, vermoedelijk collega dus, zal afspreken om de pauze door te brengen.
Op Utrecht Centraal wordt het wat drukker. Een, op het oog, in zichzelf met hoog ‘aardappel in de strot gehalte’ pratende man, loopt ons voorbij. In het voorbij gaan zien we dat hij niet in zichzelf praat maar door een oortelefoontje die verbonden zit met een dure telefoon die aan zijn broeksriem bungelt. Dat die eraan is blijven op dit station met hoge criminaliteitscijfers, verbaasd me.
We suizen voorbij de Arena, voorbij Amsterdam Zuid en zoeven Schiphol binnen. Wat een luxe dat je alleen maar een roltrapje hoeft te nemen om direct in je vertrekhal aan te komen.
Natuurlijk moeten er eerst nieuwe boeken gehaald worden. Een vakantie zonder lezen dat zou al een stuk minder vakantie zijn. Een uurtje later en vier boeken rijker, staan we bij de incheckbalie. En ja hoor, de grote groene koffer vol ijdelheid geeft op de weegschaal maar liefst 24,5 kg aan. Nu maar hopen dat de andere koffer wat lichter is…en ja hoor….ondergewicht zelfs! Er komt wel een oranje sticker op de groene koffer (leuke kleurencombinatie) maar omdat we nauwlijks of geen handbagage hebben, hoeven we niet bij te betalen.
Een half uur later dan de vertrektijd aangaf nemen we plaats op stoel 9E en 9F in de Boeing 737 die ons via Rhodos naar Kos zal vliegen.
Alles verloopt, behalve een mega turbulentie boven Noord Holland en een hoge bloeddruk dipje na, verder voorspoedig.
Het, niet al te volle vliegveld met dus lekker veel ruimte, land en stijgt op Rhodos en land op Kos.
De koffers zijn er lekker snel, de transfer van vliegveld naar hotel verloopt soepen en voor we het weten staan we voor het, ons zo bekende, hotelletje aan de haven.
Zelfde gangetje, zelfde indeling, zelfde schilderijtjes aan de muur, zelfde mannetje die nachtwaker is. Alles vertrouwd en bij het oude. En ik die altijd zo van nieuw houd ben nu blij met dat vertrouwde. Alleen het vissersbootje met ons vissertje zie ik niet. Misschien is hij uitgevaren? We planeten de koffers zonder ze uit te pakken in de kamer, doen de deur weer achter ons dicht en ijlen ons naar onze vrienden op het Diagoraspleintje.
Langs het prachtig nachtelijk verlichtte haventje, langs de volle barretjes en restaurantjes waar je nog laat te eten en te drinken krijgt, langs de winkeltjes waarvan er sommigen al aan het sluiten zijn en dan eindelijk zien we ons tweede thuis La Prima!!
We lopen voorzichtig het pleintje op. Ze hebben ons nog niet in de gaten. De tijd om klanten binnen te halen voor een goed maal is ook al een beetje voorbij natuurlijk. We komen dichter en dichterbij en dan pas valt het onze vrienden op dat er twee mensen linea recta op hun restaurant afkomen….en dan pas zien ze wie dat zijn…..en Stefanos springt, met beide handen in de lucht, overeind en rent onze kant op! Alexis en Johanna sprinten het restaurant uit en Maria hangt, met beide armen zwaaiend, enthousiast en oh zo blij over het balkon van de bovenverdieping. We zijn er weer. Wat een verrassing! We hielden woord en niet alleen zij maar ook wij voelen de waarde van deze vriendschap inniger worden!
Meteen worden drank, mosselen en salades aangerukt en worden we voorgesteld aan de nieuwe medewerkers die meteen alle verhalen van het vorig jaar voorgeschoteld en opgediend krijgen. Wampie en hun Apostolis/Willem zijn weer terug en dus beloven het, voor allemaal, twee heerlijke weken te worden!
Ze blijven ons maar knuffelen en verwennen. Pinochio en de apostollisaap hangen nog steeds in het restaurant alsof wijzelf ook niet weggeweest zijn.
Als de vier vrienden eindelijk na een dag hard werken zelf ook aan de maaltijd zitten, krijgen we een hapje mee van de vers gevangen en bereidde sardines mee. Dat is het moment dat we Matta kat, de nieuwe aanwinst van Stefanos leren kennen. Ze kwam als zwervertje aanlopen, ging voor zijn voeten voor het restaurant liggen en is niet meer weggegaan. Stefanos verwend het dier tot op het bot met sardientjeskoppen en andere lekkernij. Het zwart witte drie maanden oude beestje is versierd met een rood bandje om de nek met een groen blingbling belletje eraan. Het is aandoenlijk om te zien hoe zo’n grote stoere Griekse restaurant houder zich laat inpalmen en vertederen door zo’n troetelkat!
Maria en Stefanos staan erop ons naar het hotel terug te rijden en wij nemen als zij weg zijn nog een afzakkertje bij de Blues Brothers. Maar dan gaan al snel, rond drie uur ’s nachts, bij ons de ogen op half zeven hangen en zoeken we onze bedden op in kamer 216 en leggen de moede hoofden te rusten.
Vrijdag 14 augustus 2009
Verhip! Hebben we wel de wekker gezet maar vergeten dat hier de klok uur vooruit gezet moest worden. Dat is lekker handig! We schieten in onze kleren, een borstel door het haar, sleutel niet vergeten, deur dicht, gangetje door, vier trappen af en dan eens kijken of het ontbijtbuffet nog geopend is. En ja hoor, de bakken vol verrukelijkheden blinken ons tegemoet. De koffie is net als het voorgaande jaar niet te drinken maar je doet het ermee. We bemachtigen ons een plekje op het terrasje buiten en daar begint Willem aan zijn twee borden roerei en champignons, broodjes met komkommer, tomaat en kaas en bak Griekse yoghurt met vruchtjes toe.
Het vissertje van vorig jaar zien we nu weer niet. Gek toch dat zoveel dingen hetzelfde blijven maar één verandering je van je stuk kan brengen. ZSelfs als ik hem even later aan een ander stukje van de haven wel terugvind. Dat vissertje hoorde daar voor het terrasje en niet elders!
En natuurlijk weet je in je achterhoofd ook heus wel dat thuis alles veranderd en ontwikkeld en dan zo’n vakantieadres niet stil blijft staan tot jij terug komt. Even stil als de foto’s in het vakantie fotoalbum van het vorig jaar. En dat je dan een jaar later je oude fotoalbum uitstapt en instapt in het nieuwe daar waar het oude stopte. De realiteit is anders. Zo hoorden we immers dat een van onze goede Rhodos vrienden vorig jaar zomaar overleden was en zo hoorden we gisteren dat de vader van johanna dit jaar overleden is. De achtergrondplaatjes zijn dan in dit geval wel stil blijven staan maar daar waar de mensen stonden zijn lege plekken ontstaan. De foto van vorig jaar laat een plaatje zien van een lief restaurantje waar tien mensen met elkaar om tafel zitten. Negen zitten er nog maar die tiende plek is leeg.
Al mijmerend over die dingen, onder het disgenot van een vies bakje koffie maar het volop genieten van de zon en de bedrijvigheid in het haventje, proberen we te onthaasten. Dat dit niet meevalt en dat plannen nog een groot deel van ons bestaan uitmaakt, merken we al gauw. Wanneer gaan we dit doen….en wanneer dat…..en als we nou zus…dan kunnen we straks zo….
Bewust proberen we het los te laten. Bewust slenterend begeven we ons even later naar de Kanariestraat waar we bewust blijven slenteren.
De Kanariestraat is een enorm toeristisch winkelstraatje waar het volhangt met T-shirts. T-shirts, en nog meer T-shirts afgewisseld met souvenirs, souvenirs en nog meer souvenirs.
Souvenirs van allerlei allooi en T-shirts die je naar eigen believen kan laten bedrukken!
We scoren twee paar slippers van Croc zodat Willem niet elke keer zijn schoenen uit zal doen op welk terrasje aan welk tafeltje hij dan ook zit. Dan slenteren we, alweer bewust, voort naar La Prima nadat Maria al belde waar we nou toch bleven!
Na twee dikke zoenen van Maria en een glimlach voor zichzelf ter bevestiging dat ze niet gedroomd had maar we echt naar haar eiland teruggekeerd zijn en ze dus heerlijk afleiding heeft tijdens het harde werken, worden we verwend met twee enorme glazen café frappé vergezeld door een zeel kleurrijk verlaat gebakje ter ere van haar verjaardag van een paar dagen geleden. Gelukkig maar dat ook wij dat niet vergeten waren want ze is maar wat blij met haar cadeautje, een ketting van bewerkt glas.
Met een teder gebaar aait ze over de ketting als ware het meer dan alleen een simpel cadeautje voor haar verjaardag. En ik snap het wel. Het is ook meer. Het is niet alleen die verjaardag maar ook de mensen die het haar geven, mensen die speciaal voor haar (voor hen) terugkeerden, voor haar een kroon op, en het mooiste bewijs van, goed en hard en vooral lang en veel werken!
Onder het genot van de koude koffie met vanille-ijs worden we op de hoogte gebracht van alle nieuwtjes van het Diagora pleintje. Over de concurrentie tussen de restaurant eigenaren en over de bewoners. Over de hen aangeboden mogelijkheid een gedeelte van het naastgelegen restaurantje (Kapilio) over te nemen omdat zij daar zoveel slechter draaien dan het voorgaande jaar en de zure bediening dan nu toch eindelijk zijn vruchteloosheid begint af te werpen.
Over de niet te winnen concurrentiestrijd met het ander naastgelegen familie restaurant (Zorbas) waarvan de eigenaar touroperators geld geeft als ze hun klanten maar naar hen stuurt. Over het tegenoverliggende restaurantje (Ambrozius) waar een niet terechte woordenwisseling heeft plaatsgevonden met een van de mensen van de bediening (iemand die wij juist zo aardig vinden), die niet bijgelegd zal worden tot de tegenpartij zijn excuses zal aanbieden. Dat de vader van de zoon dat al gedaan heeft blijkt voor hen niet voldoende.
Dan zijn we weer bijgepraat betreffende de squareSOAP en gaan we over tot de orde van de dag. Of wij voor hen ook de door ons aangeschafte slippers kunnen meenemen. Maria’s slippers hebben eht zojuist begeven en voor ik het wet zit ik blootsvoets aan mijn tafeltje zodat zij, op haar scootertje, thuis even andere slippers kan halen maar ze wil ook dezelfde die ik heb. Voor Stefanos dezelfde als die van Willem. We krijgen geld in de handen gedrukt en als Maria terug is verdwijnen met het boodschappenlijstje terug naar de Kanariestraat.
Als we voor Stefanos wel maar voor Maria niet, want ze hadden niet de goede kleur, slippers hebben, en ook nog een T-shirt voor Willem, halen we onze zwemspullen op en lopen op ons gemakje naar ons strandje om te kijken of daar veranderingen hebben plaatsgevonden. Bij Caravella, een visrestaurantje aan zee met gratis strandstoelen is alles hetzelfde. Behalve dan dat de kussens op de strandstoelen getekend zijn door de verstreken tijd. Het helder groen en geel is vaal en vertoond scheuren. Maar gratis zijn ze nog en ze staan gelukkig nog net in het laatste beetje zon van die dag! De lieflijk blauwe stoeltjes staan nog op het terrasje in dezelfde opstelling. Het bladerdak van wijnranken is weer groen en hangt vol. De katjes lopen er allemaal nog rond al zal het beslist de zesde generatie al wel zijn die we hier zien ronddartelen. Het vreemdsoortig houtvezel dat een deel van het strand vormt ligt er nog naast het zand waar de meeste toeristen zich bevinden.
De toeristen, bakken, lezen, zwemmen en beachvolleyballen weer of dobberen lui op hun luchtbed over de golven in de baai. De vissers staan op de betonnen steiger hun hengels uit te gooien of zitten lui met de benen over de rand bungelend te wachten tot ze beet hebben. Een van de vissers slaat op de treden van de trap die de zee inloopt, de inkt uit zijn gevangen inktvissen. Boten varen af en aan en Turkije ligt nog steeds zichtbaar dichtbij aan de overkant.
Maar de zon draait snel en voor wij goed en wel, na alles in ons opgenomen te hebben, op onze strandstoelen liggen is de zon al achter Caravella verdwenen en is het de tweede keer dat wij de zon mislopen want ook bij La Prima zaten wij al verscholen van de zon onder de nieuw aangeschafte zonneschermen waar Stefanos zo trots op is.
We moeten het dus ten tweede male deze eerste dag zonder direct zonlicht stellen. We nestelen ons echter op de stoelen en koesteren ons in de zachte temperaturen, die net als het een beetje heet wordt, afgewisseld wordt door een licht zeebriesje.
Willen we echter nog een beetje zon op de huid krijgen om bruin huiswaarts te keren, zullen wede zoektocht naar de zon elders voort moeten zetten. En zodoende vertrekken we een uurtje later en een bladzijden of tien in het boek verder, richting hotelzwembad.
Als we nog twee laatste ligstoelen kunnen bemachtigen waarvan er een al behoorlijk stuk is nog voor ik erop kan gaan liggen, is hier ook de zon achter de aircovaten verdwenen. Hunkerend kijk ik naar het balkonnetje van onze kamer waar we dit jaar dus uitkijk hebben over het zwembad in plaats van over de haven, want daar zie ik wel de zon vol op schijnen.
Eén ding weet ik zeker….dáár zal ik de zon vinden…al is het, het laatste uur zon voor zonsondergang en dus het laatste straaltje zon van die dag.
We pakken de spullen weer op en bestijgen de vier trappen, de gang door, de deur door, het balkon op….en ja hoor, De zon heeft ons gevonden en wij haar!
Na nog een uurtje zon meegepikt te hebben, maken we ons op voor de avond. Eten bij La Prima en dan met de hele crew stappen en doorzakken op een door hen bepaalde locatie die voor ons een verrassing moet blijven. Ze willen onze terugkomst uitgebreid vieren!
Uitgedost en met de slippers in de hand verschijnen we een uurtje later op het pleintje. Dit keer geen mosselen maar een mixed grill…heerlijker dan ooit… En als Stefanos ons vertelt dat hij met een andere slager in zee is gegaan, adviseren wij hem daar maar nooit meer bij weg te gaan!
Dimitirs, de nieuwe aanwinst van La Prima, is niet alleen een aardige en redelijk uitziende Griek maar blijkt ook nog een vloeiend Duits sprekende vrolijke Frans te zijn die constant grapjes makend en ons uitdagend, om onze tafel drentelt. Als hij er gezellig bij komt zitten en Willem verblijdt met een glas van zijn favoriete etaxa 7 sterren, kan Dimitris niet meer stuk!
Dimitris blijkt er eentje van 12 ambachten, 13 ongelukken en ook deze baan bij La Prima vindt hij maar niks. Hard werken voor weinig geld. Toch merk je het niet aan hem. Hij kan zijn ongemotiveerdheid goed verhullen achter de gulle lach. En waarschijnlijk is het dan ook alleen de tijd en het werk dat hem tegenstaat want met mensen kan hij het maar al te goed vinden en dat zal wel maken dat hij het volhoudt.
Als de laatste gasten, laat die nacht, vertrokken zijn en de crew zelf een hapje gaat eten, schuiven we gezellig bij hen aan. Samen emt Dimitris helpen we de tafels afruimen, kleedjes opvouwen en peper en zoutvaatjes en stoelkussentjes verzamelen. Dan is het de hoogste tijd om te vertrekken naar de geheime locatie. Het blijkt een superluxe dure tent aan zee en jachthaven te zijn, Nostos geheten. De relaxte loungestoelen staan ons uitnodigend op te wachten. De zee ruist, de jachthaven ligt te rusten en wij genieten, weggedoken in de loungestoelen, van een drankje en hapje. Tot in de vroege uurtjes praten we honderduit met elkaar over van alles en nog wat. De serieuze zaken worden afgewisseld door de huis tuin en keuken verhalen die voor veel hilariteit zorgen vooral als de dames van het gezelschap; Maria, Johanna, en ik onze ervaringen uitwisselen onze gedachten uitlaten over de toiletgewoontes van onze partners. De mannen hebben erge schik om de aangedikte poep en pies verhalen betreffende hun eigen stoelganggewoontes en afwisselend bevestigen zij bulderend en ontkennen zij nog luider, de verhalen.
Rond half 5 worden we weer voor de deur van het Astron hotel afgezet alwaar de nachtportier ons vriendelijk onthaald. Hij heeft zijn stem, die hij gisteren nog kwijt was, weer terug maar lang luisteren we daar niet meer naar al wil hij alle verhalen van zijn bezeerde arm nog vertellen, want we vallen bijna om van de slaap. Het laatste wat ik nog denk voor ik in een diepe slaap val is dat mijn zus en haar vriend nu in het vliegtuig naar Rhodos zitten.
Zaterdag 15 augustus 2009
Na vier uur slaap en een goed ontbijt, moet het vandaag toch lukken te onthaasten door de zon te vinden die volop schijnt en ons tegemoet lacht met haar tintelende stralen. Maar………. Als we de laatste slok koffiebocht naar binnen hebben geslurpt, besluiten we de onthaastingspoging tocht maar eerst voor te zetten zonder de zon en ons eigen kort beslpen bed weer op te zoeken waar de lakens nog zo liggen als we die een half uurtje geleden, achter gelaten hebben.
De deurhanger ‘don’t disturb’ aan de deurknop, de airco aan, we betalen tenslotte 8 euro per gehele dag en niet alleen voor de korte nachten, en snurken maar.
Als we rond 12 uur weer wakker worden bekruipt ons onbedoeld toch dat gevoel van ‘eigenlijk zonde van de dag’ en dus ijlen we ons in zwemuitrusting richting Egeïsche Zee.
We bemachtigen de twee strandstoelen op onze vertrouwde plekken pal in de zon. Een flinke Griek die ons hier weg krijgt.
De gehele verdere dag besteden we aan relaxen, zonnen, lezen, zwemmen, (alweer) slapen oftewel ontmensen en onthaasten!
De vermoeidheid stroomt UIT het lijf en alleen de herinnering eraan blijft voelbaar achter IN het lijf.
Het lezen bestaat uit je ogen over wat regels laten gaan om ze dan weer te sluiten, de rust iets daadwerkelijk op te nemen van dat wat je leest, ontbreekt nog.
Het kijken naar mensen zorgt dat je de ogen weer sluit zodat alleen het geroezemoes van vele talen ronddwaalt in je hoofd zonder er iets van te willen horen.
Als we rozig zijn van de opgevangen zonnestralen, doen we ons tegoed aan een biertje en glas heerlijke Lemonada op ons balkon waar we de laatste zon ook nog even meepikken. Vandaag hebben we de zon gevonden!
Een douche en schone kleren geven weer een heerlijk gevoel en zo begeven we ons naar La Prima. Alles op ons dooie akkertje. De mixed grill is ons zo goed bevallen dat we niet lang hoeven na te denken over wat we willen bestellen.
Het zal ook wel weer even de laatste keer zijn besef ik me, als ik de kok zijn hoofd om de keuken zie steken en luid ‘Apostoli mussels Saganaki’ hoor roepen waarbij hij ontredderd zijn armen in de lucht gooit.
Dat wordt dus morgen weer mosselen Saganaki weet ik, Willem kennende, nu al.
En ja hoor, Willem kijkt schuldbewust eerst naar Sarados en dan naar mij. Ik knipoog alleen maar en Willem weet voldoende.
Ook al dringen ze er allemaal op aan dat we moeten blijven, toch gaan we onze eigen weg vannacht. De weg naar de Bloody Mary aan de haven. We zien de La Prima’s immers toch weer. Ze redden het daar ook wel even zonder ons. Veel klanten hebben ze dit jaar. Dat scheelt ons weer een boel aan gedeelde zorgen en lasten die we vorig jaar zo met ze meevoelden.
Eenmaal aan de haven, aan de lekkerste Bloody Mary ooit, genieten we van alles wat het oog en oor ons biedt. Het leven is goed! Hier zijn wij met ons! Elkaar voelt als elke aar van ons zijn!
Helaas smaakt de tweede cocktail, die we op het terras van ons hotel nemen omdat we geen afscheid van de nacht en van elkaar kunnen nemen, ons een stuk minder. En dat is maar goed ook want anders zou het zo weer tot diep in de ochtend geduurd hebben voor we ons bed zagen.
Zondag 16 augustus 2009
Wij zijn bijtijds wakker, goed en meer geslapen dan gisteren. Op naar het ontbijt dus; een wederkerend genotmomentje van Willem. Het vervangend vissertje was er eerder dan wij. Hij staat zijn netten alweer op te vouwen terwijl de vis op straat door zijn compagnon verkocht wordt. Voor hem geen kerkdienst deze zondag. Hij deelt de vis vandaag zelf zonder brood!
We besluiten wat te gaan slenteren. De slentertocht gaat langs de haven, langs de portrettekenaars die ons inziens meer kwaliteit in huis hebben dan menig prof uit Parijs en langs de kraampjes schelpen en sponzen. We lopen onder de loopbrug van het kasteel door, zwaaien rechtsaf en belanden op het gezellig en oh zo rustige pleintje waarop de plataan al duizenden jaren staat waaronder ooit Hippocrates zijn eed schreef. De plataan….van zo ver voor…….zo groot….zo oud…en nu zo ondersteund door stellages uit de ontwikkelingen des tijds….van zo ver na…….
We nemen wat foto’s van de boom die wel 100 van ons had kunnen herbergen onder haar bladerdak, en van het doopfont en de zuilen waarbij Willem bij die laatste foto het werkwoord ‘zuileren’ bedenkt. Eigenlijk is het ook meer een nietwerk woord dan een werkwoord omdat de betekenis ervan toch vooral met relaxen te maken heeft!
Langs de opgravingen en de overdag onherkenbare Barstreet, komen we bij de kerk alwaar een doopdienst zojuist heeft plaatsgevonden. De dopeling wordt omringd door omarmende en kreetjes slakende oma’s, tantes en ander goedbedoeld aanwezig volk terwijl de fotograaf probeert de vriendelijk knikkende en neigende priester en doopgasten zo voordelig mogelijk op de foto te krijgen. Zuilen (alweer zuilen) gevormd van blauw met witte ballonnen geven aan dat de dopeling Thomas genoemd gaat worden.
En omdat Maria gisteren had naamdag had weten dat dit een belangrijke dag in het leven van deze Thomas gaat worden. In Griekenland vier je eigenlijk twee maal feest om jezelf. Eerst je geboortedag en dan je doopdag. Waarbij de een niet voor de ander onderdoet.
Het zojuist aanschouwde spektakel krijgt voor ons zelfs een extra dimensie als we bij La Prima aangekomen naast de heerlijke ijskoffie (café frappé) de heerlijkste Griekse patisserie hoogstandjes gepresenteerd krijgen die zij nog over heeft van de naamdagviering van gisteren.
Chocolade bonbongebakjes lijken het wel, allemaal verpakt in de blingerste papiertjes.
Als we na de koffie opstaan zouden ze ons het liefst hebben willen vastbinden om ons te houden maar als ik uitleg dat we naast ons La Prima vakantie bestaan ook nog een samen vakantie bestaan hebben en dat dit juist in ons geval van thuis zo vaak geleefd worden, oh zo belangrijk is, en we beloven vannacht met hen te gaan nachtvissen, mogen we zonder verdere tegensputterringen gaan.
We maken er samen maar weer een gezellige Caravella strand middag van. Relaxen, niks doen, boek uitlezen, gedichten schrijven en zonnen.
De uitdrijvende moeheid blijft voelbaar. Dus we gaan weer verder met balkonhangen, uurtje slapen, douchen, omkleden. En dat alles in een zeer traag tempo.
Vannacht gaan we met La Prima nachtvissen in Tigakis dus handdoeken niet vergeten (oeps een ‘moetmomentje’)
Als we het centrum van Kos Stad instappen, op weg naar het diner, is Kos langzaam weer beginnen te leven na de overdagse zondagsrust. ’s Avonds moet er weer geld verdiend worden en zijn de winkels weer open zodat nieuw aangekomen toeristen, vandaag met vliegtuigen tegelijk aangekomen, hun eerste aankopen kunnen doen. Een rustdag kan immers niet op een eiland dat zijn inkomsten slechts uit één seizoen haalt. Nog een paar weken en de zondagse rust zal een allesoverheersend en alledaags rustgevoel weer zijn op dit eilandje. Zeven dagen per week. 31 Oktober vliegt immers het laatste vliegtuig inkomsten uit! Dan is het eiland weer uitgestorven. En moet het uitzingen met de nu, zich uit de naad gewerkte, centen en fooien.
Na het eten voelen Willem en ik ons moe en Willem zich zelfs niet lekker. We duiken nog een uurtje ons, zeer tegen de zin van Maria en Stefanos, bed in alvorens we middernacht wederom richting La Prima lopen. Alexis blijkt tijdens onze afwezigheid naar het ziekenhuis te zijn met maagklachten. Johanna is net als wij bezorgd. We bieden Stefanos en Maria aan een andere keer de nachtzee te ontmoeten omdat ze nu wellicht morgen zelf de zaak moeten openen. Maar ze willen er niks van weten en gaan zich thuis even omkleden. Zo blijven Willem en ik op een stikdonker uitgestorven plein achter. Nog geen uurtje geleden bruiste dit plein van de energie. Vrolijke vakantiegeluiden van uitgelaten mensen en rammelend bestek, Sirtaki klanken, rinkelend servies dat in allerijl naar de keukens gebracht wordt om afgewassen te worden, klaar voor de nieuwe gasten of juist door die allerijl, in kleine scherven uiteengespat neerklettert op de keukenvloer, en joelende kinderen om het fonteintje. Nu is het stil….doodstil! Maar al snel is de stilte gebroken als Maria wild het pleintje op komt scheuren. Maria rijdt onbesuisd. Maria rijdt zoals zijzelf is; gehaast en onbezonnen, enthousiast en tegendraads. De maan schijnt haar sikkel helder over het water. De grote en kleine beer staan vertrouwd op dezelfde plek als thuis aan de hemel. Alsof we niet elders maar in eigen achtertuin zitten. e muskieten en zandvlooien zijn blij met hun nachtelijke en hongerstillende prooi. Dit zijn ze niet gewend op dit uur. De tijd van massatoerisme is voor hen al voorbij en ze steken er nu dus, blij met dit onverwachte dessert, lustig op los op onze huiden. Zwerfhonden komen ons bezoeken. Ook zijn worden er vrolijk van nu eens niet weggestuurd of onder de voet gelopen te worden door de honderden badgasten van overdag. We lachen en kletsen en we vissen. De zee voelt lauw aan de voeten. Met nachtlampjes aan een haarband om het hoofd en met wormen die zo groot zijn dat een klein visje erin zou stikken, vissen we een uurtje of wat. Het gaat niet om de vangst. Alles draait hier om ontspanning na een dag hard werken. Het harde werken is voor ons nu even ver weg ook al helpen we soms een ahndje mee, maar aan die ontspanning doen we graag mee! Het leven is goed constateren we voor de zoveelste keer als we rond 4 uur eindelijk op bed liggen.
Maandag 17 augustus 2009
We zijn te lui en te moe om tot wat zinnigs te komen vanmorgen. We laten ons uit bed vallen, ontbijten beneden en laten ons weer net zo in bed vallen als dat we eruit vielen en slapen zo een uur de dag verder in. Te loom om wat te ondernemen en zelfs na te denken voer excursies, laat zelfs eraan denken om ze dan ook nog te boeken in een tourist office, lijkt al op moeten en staat ons tegen.
Eenmaal uit bed en weer op straat kopen we een krantje voor de voetbal uitslagen. Hoe vervelend ook maar eerlijk is eerlijk, de Telegraaf timmert aan de weg. Daar waar Parool. Trouw, Ad met kranten van gisteren of zelfs eergisteren ligt, heeft de Telegraaf het nieuws (nou ja nieuws?) van vandaag! We jubelen om de winst van Feyenoord en snappen eindelijk het smsje van Hans dat enkel de mededeling 9.58 bleek te bevatten. Het blijkt de gouden tijd op de 100 meter te zijn.
Even later liggen we op een strandbed met beelden achter gesloten ogen, geuren in de neus en geluiden in de oren die met strand te maken hebben. Vele talen, messen en vorken, vis, klepperende slippers, zonnebrandcrème, de zoemende motor van een bananenboot gevolgd door gejoel van in de zee geworpen bananenbootvaarders, geronk van de motorboot die de parachute trekt, de klokkende geluiden van uit flessen en karaffen geschonken wijn in glazen, de zeurende en leurende chinese (of zijn het japanse, Koreaanse vietnamese?) masseurs, paintbrush schilderijen verkopende en zonnebril of horloge verkopende venters.
De zon brand. We slapen, we mijmeren, we dutten en zijn alleen met onze gedeelde gedachten. Gedachten die soms nergens over gaan. Gedachten die soms losgelaten silhouetten zijn van na-ijver. Soms delen we hardop een zojuist gelezen passage uit het boek dat we lezen. Dan weer zinken we in een zonnesluimer. En ook al beweegt de zon haar rondjes, WIJ BLIJVEN LIGGEN! Lui bestellen we wat te drinken wat ons even later op het strand gebracht wordt. De enige activiteit die we ondernemen is bij tijd en wijle onze voeten in de zee te zetten, al dan niet tot ons middel of odnergedompeld. Zelfs van de strandstoel uit de zon te zetten of juist met de zon mee te draaien, worden we al moe.
De inktvissen hangen te drogen in hun boxen. En zoals zij erbij hangen voelen wij ons. Nou niet helmaal dan. Want de gedachte die me bekruipt betreft de vergankelijkheid, de oneerlijkheid en de discrepantie van dit inktvis-hang-gebeuren. De inktvis werd gevangen. Te vroeg uit het leven gerukt dus zou je kunnen zeggen. Want ook inktvissen en octopussen zouden, net als iedereen,een natuurlijke dood en dus van ouderdom moeten kunnen sterven. en dan zijn ze dus nu al te vroeg uit de zee gehaald om het leven dus al vervroegd een halt toe te roep, en ben je dus uit je heerlijke vloeibaar zoutsmakende leefomgeving dan moeten ze ineens ( hoe krom kan het zijn!) in omgekeerde tijd ook nog eens langzaam dood gaan, door in een gazen box opgesloten te worden, (alsof ze sowieso al weg zouden kunnen op het droge!) en in de zon te kijk gehangen te worden om vooral langzaam uit te drogen ten einde het vlees mals te houden. Met een beetje pech wordt je ook nog hard tegen de tegels of traptreden aangeslagen om je inkt eruit te slaan want toeristen willen vooral geen blauwe of zwarte inkt op hun bord na het snijden van de tentakels of ringen. Vreemde vakantiegedachte maar ja ze bevangen me wel. En ik begin na het besef van dit alles, ernstig te twijfelen ik die kalamaris vanavond wel zal bestellen.
Met de zon overal maar vooral in en op onze huid, is het tijd voor een verfrissend bad en een drankje op eigen balkon. Dit alles gevolgd door een slentertocht langs de haven, ronselaars van boottochtjes ontwijkend, door het drukke centrum, naar ons eigen restaurantje. Vrolijk worden we opgewacht door onze Griekse vrienden. Alexis is er gelukkig ook weer. Na een kort onderzoek en een lijstje medicijnen mocht hij een paar uur alter het ziekenhuis alweer verlaten. Hij moppert nog even na over de middeleeuwse toestanden in het ziekenhuis. Vooral, zo zegt hij, omdat dit notabene het eiland van Hippocrates is! wijzelf voelen ons ondanks het lieve welkom, brak en gammel van de zon en steeds meer vrijkomende vermoeidheid. De mixed grill smaakt weer overheerlijk. Dan worden we verwend met Metaxa zeven sterren en verse jus d’orange in een groot glas gevolgd door een zalige mochito. Als we Alexis adviseren tegen de maagpijn ook eens een Metaxa te nemen en hij ons advies opvolgt, voelt hij zich een half uurtje nog lekkerder dan daarvoor en is het met ons eens dat soms een Metaxa helender kan werken dan de zantac medicatie. Onze avond is weer goed, de goede daad is verricht. En zo wordt het dan toch weer later dan we van plan waren het te maken. Maar de goede gesprekken over wederzijdse culturen en tradities, alsmede de drank, doen ons de tijd vergeten en zo liggen we ver na één uur ’s nachts op bed.
Dinsdag 18 augustus 2009
Met een beter gevoel dan de dag van gisteren, worden we wakker na toch maar slechts 7 uurtjes slaap. Vandaag maar eens rustig aan doen lachen we. Alsof we de afgelopen dagen anders gedaan hebben. Juist de structuur van niks doen en dan het zelfde weggetje richting strand en dan het zelfde weggetje richting La Prima, bevalt ons prima na ons hectisch bestaan van afgelopen jaar. Vooral het samenzijn is een zegen. We slenteren na het ontbijt en na het afscheid van onze twee goede boeken, die we op ons nachtkastje laten liggen om het uitlezen zo lang mogelijk uit te stellen, naar La Prima voor het haast rituele ochtend bakkie koude koffie waar Maria elke keer weer meer haar best op doet. Het is weer eens raak op het pleintje. De concurrentiestrijd en daarmee gepaard gaande over en weer bijna ‘het elkaar het licht in de ogen niet gunnende’ gevoelens zijn merkbaar, voelbaar en bijna tastbaar. En ja hoor, na enige tijd begint het temperamentvolle heen en weer gekibbel, al gauw overgaand in een ruzie. eerst van Zorbas naar Karpilio en dan, nog heftiger van La Prima naar Kapilio en tenslotte ook nog van Ambrosia van naar wie het maar horen wil. Ik voel me er, ondanks dat Willem het daar kan laten waar het hoort, erg ongemakkelijk bij. Wij horen ook bij La Prima maar oké wij zijn toeristen en worden er buiten gelaten. Ik weet dat dit soort dingen bij het pleintje horen (en vast niet alleen bij dit pleintje). Het seizoen loopt langzaam ten einde. De mensen zijn moe en raken geïrriteerd door het minste geringste. Op Rhodos hebben we dit immers ook eerder meegemaakt en toen gingen het personeel elkaar nog wel fysiek te lijf. Ach….Rhodos. We moeten nodig de excursie boeken vandaag. Gelukkig kan ik mijn gedachten tijdens het gedoe, dat maar door gaat en steeds opnieuw oplaait, even loslaten en betekent een excursie boeken geen écht ‘moeten’ meer. Als de verhitte gemoederen wat aan bedaard hun plek op het pleintje weer innemen en we Maria van onze plannen vertellen, belt zij direct een touristoperator om informatie te vragen. We moeten helemaal niet met de hydrofiel boot gaan maar met de grote cruiseferry. Dat scheelt veel geld zegt ze. We moeten dan wel vroeg op. Blij met de info brengen we de rest van de ochtend al gedichten schrijvend, lolmakend, stiekem felle gebarende makende restauranthouders aanschouwend en koffiedrinkend door. We discussiëren nog een beetje na over de problemen van het Diagoras plein waarbij ik zo af en toe een onterecht oud zeer voel opkomen. We wisselen naar aanleiding daarvan onze levensverhalen wat dieper uit. Leeftijden vallen weg. Dan verlaten we het pleintje weer en lopen richting touroperator. Daar boeken we dan eindelijk onze eerste trip. Donderdag zullen we naar Rhodos gaan en wel om 5.30 uur. Dat wordt op de deining van de golven dus gewoon verder slapen vermoed ik. Maar dan zullen we toch onze vrienden het pleintje aldaar en mijn zus met vriend weer zien.
Aan de haven nemen we een snack en constateren dat deze dag al om is alvorens we dachten hem te beginnen, Een dag die vloog dus. Een dag die ons tussen de vingers glipte. Zo moeten ze vooral niet allemaal gaan want dan is dit heerlijke zomervakantiegevoel zo weer over.
Dan maar op naar de avond. We tutten ons gezellig op en lopen (alweer) richting pleintje. Het is zo heerlijk niet te hoeven nadenken wat je nu weer zal gaan doen. Je gaat gewoon hetzelfde weggetje steeds…gedachteloos…. Blind zou je het kunnen vinden……!! Nee er staat je niets verrassends te wachten waar je weer alert op moet reageren. Nee het ziet er niet steeds anders uit. Vond ik het vorig jaar nog vervelend steeds datzelfde restaurantje met diezelfde mensen en datzelfde weggetje omhoog, dit jaar voelt het als een verademing. En eigenlijk is het immers nooit hetzelfde want als we aankomen wandelen en als altijd hartelijk begroet zijn, krijgen we te horen dat onze kleine, bij de inboedel behorende La Prima kat ‘Matta’ verdwenen lijkt. Misschien zelfs wel vergiftigd is. Net zoals de bougainville die langs het pand groeit en door de Karpilio mensen met chloor omgebracht is. (allemaal vermoedens natuurlijk!) Maar mooi….en vreemd tegelijk dat wij ons in 1 weekje al zo aan de Primakat hebben gehacht want we hebben er pijn in de buik van en maken ons net als de anderen behoorlijk zorgen. Ook de leuke jongelui die al een paar avonden ook steeds La Prima terugvinden en naast ons een tafeltje hebben zijn er al, vanaf dat ze het hoorden, mee bezig. Als na het eten, na het vertrek van de laatste gasten en na het diner van de vier vrienden, Matta nog niet terug is, gaan Stefanos en Willem zoeken. Maar ze keren onverrichter zaken terug. Matta is weg en blijft weg en we zullen tot morgen moeten wachten om te kijken of ze terugkeert en zo ja in welke toestand. Terwijl we napraten met Alexis en Dimitris en babbelen over legerkwesties in Griekenland, kijk ik steeds met een schuin ook naar het personeel van Karpilio dat nu aan het opruimen is en grote blauwe vuilniszakken in de container dumt. Het zal toch niet dat…………….. Nee, niet aan denken! Maar die nacht droom ik wel van poezen in grote blauwe vuilniszakken die in grote groene bakken verdwijnen.
Woensdag 19 augustus 2009
Om half twaalf, na een ontbijtje op het terras en hyves en Email gecheckt te hebben, en we heerlijk in het zonnetje op een bankje aan de haven tegenover ons hotel zitten te genieten, zien we de auto van Maria en Sefanos aan komen scheuren. Ze stoppen keurig voor ons hotel. Vanmiddag gaan we met ze naar Tigakis strand maar dan bij dag! Ze hebben hun vrije ochtend vanmorgen. Dat hebben ze toch mooi geregeld daar. De ene ochtend is het ene stel vrij, de volgende ochtend de ander. Op zondag is wisseldag. Dan heb je tot vijf uur vrij en is het ene stel de volgende dag vrij en het andere stel weer de dag erna. Zo heb je altijd diverse dagen vrij en kan je markten bezoeken als je wil of andere dingen doen die op speciale dagen zijn. En zo kom je het lange, hardwerkende seizoen wel door!
Na een, zoals we al gewend zijn, wilde rit over Kos’ wegen met Maria achter het stuur, komen we aan bij de gezellige maar oh zo drukke badplaats Tigakis waar Stefanos eerst op zoek gaat naar een kop koffie voor ons allen. Terwijl hij dat doet zoeken wij vier strandstoelen op een nog best rustig strand. Het is warm. Warmer dan gisteren. Snel duiken we dus de zee in. Willem en Stefanos eerst en Maria en ik volgen wat later. We brengen samen ruim een uur in het water samen door in het lauwwarme water, tussen de rustige golven die ons zachtjes heen en weer slingeren waar we alle denkbaren, voor Maria belangrijke, vrouwendingetjes bespreken. Het zijn mooie gespreken over liefde, over uiterlijk, over dood, over onzekerheden en zekerheden, over frustratie en trots. Stefanos laat zijn voeten masseren. En ineens krijgen de leurende en zeurende masseurtjes voor ons een andere invulling als we zien hoe Sefanos zichbaar ontspand en na afloop met een zucht verklaard er die dag weer tegen te kunnen als hij heen en weer moet rennen in het restaurant. Maria koopt enkelbandjes en neuspiercings bij een vrolijke strandverkoper die op blote voeten over een stikheet zandstrand loopt waarop ik mijn tenen al verbrand als ik er maar eentje opzet. Ook deze mensen moeten de zomer door zegt ze. We luieren en luieren en genieten van de blauwe zee en de blauwe lucht en de blauw witte strandstoelen.
Rond drie uur verruilen we het Tigakis strand voor het zwembad. Voor Maria en Stefanos is er wer werk aan de winkel. Het zwembad water is koud net als de whirlpool. Maar de zon heeft nog niets van haar warmte verloren en zo belanden Willem en ik met licht tot matig verbrande ledematen een paar uurtjes later op de hotelkamer.
Als we die avond, na een onverwacht leuk buitenconcert beluisterd te hebben, het Diagorasplein oplopen is Matta tot onze grote blijdschap terug. Ze is wel niet helemaal de oude en er is dus wel wat aan de hand geweest, maar ze is er in ieder geval en wordt door iedereen heftig vertroeteld en verwend met lekkere hapjes die ze nog niet lust en naast zich laat liggen. Goed bedoeld lijkt ze te denken, maar nu even niet! Na de specialiteit giouvetsi van gisteren, wagen we ons vandaag aan de lekkernij pasticcio maar niet nadat Willem natuurlijk een schaal mosselen saganaki naar binnen heeft gewerkt op het zelfde moment dat ik me aan de Griekse uiensoep waag. Het wordt vanavond niet laat. Morgen om 4.15 gaat de wekker en zullen wede trip naar Rhodos ondernemen. Heerlijk Rhodos! Naar Freddy, naar het graf van Petros als we het redden qua tijd, naar mijn zus en Hans en naar al die heerlijke bekende plekjes met voor ons allang bekende mensen.
Donderdag 20 augustus 2009
M.n ogen zitten nog half dicht als we rond half 5 ’s morgens het hotel uitlopen, door de verwonderde en verbaasde nachtportier, die ons wel bijna iedere nacht tegen de ochtend ziet binnenkomen maar nooit rond die ochtend naar buiten ziet komen, nagekeken. We moeten er wel om lachen! Tot het laatste ogenblik is Willem onzeker of we wel op de juiste plek staan en kakkebilt heen en weer. Komt hier werkelijk wel de boot naar Rhodos? Ja Willem! Maar er is nog niks. De boot komt Willem! En ik sus hem met een kopje echte Douwe Egberts die de havenmeester rijk is. Al vraag ik me sterk af (sterker dan het bakje koffie) of dit wel naar waarheid van Douwe Egberts bonen is gemaakt.
Het is maar goed dat Alexis ons al waarschuwde voor het feit dat Griekse boten zelden op tijd zijn want we wachten al meer dan een half uur langer dan verwacht. Dan wordt de onzekerheid weggenomen als een grote joekel van een cruiseferry van Bluestar opdoemt uit het duister en onze kant op stoomt. Een prachtig gezicht. Als de reizigers voor Kos uit de boot zijn mogen wij door het hek van de haven en lopen richting boot tussen de vrachtwagens, die ook allemaal mee willen door. Dat is goed geregeld zo…..niet dus! Naast het enorme autodek is een smal gangetje met een roltrap waar we welkom worden geheten door niet onvriendelijke maar nou ook niet enthousiast te noemen persers. We gaan een lange roltrap omhoog op en nog een en belanden dan op een dek waar overal passagiers liggen, hangen en zitten te slapen. Ze slapen rustig door terwijl de boot betreden. We banen ons een weg tussen en over de slapende mensen heen, verkennen heel even de boot maar zoeken dan zelf ook snel een slaapplaatsje want de ogen vallen al bijna weer dicht. Als we een vliegtuigstoelachtige stoel ontdekken en Willem ook nog met twee keukenstoeltjes aankomt waar de benen op kunnen, duurt het niet lang meer of ik ben vertrokken en merk van de hele mooi boottocht en vooral van de zonsopgang, helemaal niets meer! Ik word pas weer wakker van de stem door de luidspreker dat we Rhodos naderen en van het luid getoeter.
We komen aan op de achterste haven van Rhodos Stad. Dat wordt dus een behoorlijk eindje tippelen. Zo ver zijn we nog niet van het Centrum geweest toen we hier vakantie hielden. Maar de wegnaar het centrum kan immers niet missen als je langs de muur blijft lopen en het kasteel in het oog houdt. Gelukkig maar dat de boot wat later was want nu komen we ook op een nog beetje christelijk tijdstip aan ook en hebben we de kans dat Freddy al aan het werk is! Rhodos begint hier en daar al een beetje te leven. Hier heerst een heel andere cultuur dan op ons jongeren uitgaanspubliek rijke eiland Kos. Jongeren die nog aan het dansen en feesten waren toen wij naar de boot liepen vanmorgen. Dan beginnen we de tocht langs de haven, langs de muur, langs de dolfijnen, door een van de poorten die de stadsmuur rijk is, door het mij zo bekende straatje, over de ongemakkelijke keitjes en lopen een half uurtje alter het pleintje met het fonteintje op. Freddy is niet buiten maar als Willem Argos binnenloopt, lopt hij direct Freddy tegemoet en ze verdwijnen in elkaars armen. De innige omhelzingen doen ons altijd weer welkom voelen. We nemen plaats op de ons zo bekende plekjes vooraan op eht terras. Toen we hier, tot drie maal toe, vakantie vierde, hield Freddy die plaatsjes altijd bezet of maakte ze, indien er mensen zaten, zo spoedig mogelijk vrij. Het spel van de obers is niets veranderd merkte ik al toen we aan kwamen lopen. Daar waar Manolis hoorde te staan, staat nu een veel vriendelijkere man die ons binnen wil hebben. En als we even alter na de begroeting met Freddy naar buiten komen lopen roept hij als eerste: ‘Oké jullie hebben hem begroet, dan kunnen jullie hier wel koffie komen drinken. Op de terrasjes op het pleintje staan de stoeltjes zij aan zij. Alleen de kleur van de kussens doet je vertellen bij welk barretje je hoort. Ik ga naast een van zijn stoeltjes zitten maar neem wel de goede kleur….die van Argos. Hij kan er wel om lachen. En als ik hem vraag waar Manolis is en hij vertelt dat Manolis avonddienst heeft en pas om 5 uur komt, waarop ik ‘that’s better’ zucht, gaat de opmerking als een lopend vuurtje over alle andere terrasjes en moet iedereen nog harder lachen en kan ik niet meer stuk, op welk terrasje ik ook was gaan zitten! We hebben heel wat bij te kletsen met Freddy. Over zijn ouders, zijn pas geboren zoon, zijn vrouw en het werk. We wisselen over en weer foto’s uit. Dan is het al bijna elf uur en ik sta op om mijn zus en Hans te halen terwijl Willem heerlijk blijft zitten en wordt verwend met nog meer cappuccino’s met hartjes chocoladepoeder erop. Ik loop door de heerlijke winkelstraatjes, langs de Ridderstraat, langs het kasteel en de ruïne, het ijskarretje dat er als vanouds staat en waar Willem twee jaar geleden nog zo’n mooi gedicht over schreef en loop zo door naar beneden richting haven en Rimini Square richting Sound and Light waar we afgesproken hadden. Mooi om ver van huis elkaar zo dichtbij te ontmoeten. Het wachten duurt even en ik loop na een smsje dat Hans nog even tijd nodig heeft met tutten (wat hebben die mannen tegenwoordig toch, Willem heeft daar ook al zo’n last van!) maar dat ze eraan komen. Nog wel leuker ook om naar boven te lopen want dan kunnen we zo de andere poort naar binnen nemen. Heerlijk die ontmoeting als ze over het zebrapad zo mijn armen in duiken. Ik neem ze mee naar Freddy en we proosten op de kennismaking van hem en mijn familie. Dan wandelen we door de straatjes richting zeepaardjesfontein en Jodenmonument. Nu we daar toch zijn wil ik ze graag de synagoge laten zien die Rhodos rijk is en vooral ook rijk is aan geschiedenis. De mannen krijgen een keppeltje op en ik een sjaal om omdat de schouders bedekt moeten zijn als je naar binnen wilt. Er staan allerlei Joodse attributen i de synagoge. Er hangt specifieke kleding. Er hangen foto’s die veel indruk op ons maken. Er is een soort van bad. En dan is er natuurlijk de synagoge zelf met de prachtige kroonluchters, de kaarsen en Thora. Een mooie ervaring dit synagoge bezoek met z’n viertjes. Dan lopen op mijn verzoek door alle smalle steegjes en ik fotografeer me suf. Zo authentiek als op Rhodos kom je het zelden tegen. In dit deel van de stad komen niet veel toeristen en zie je het leven van de eilandbewoners zelf. Er wordt druk gewassen, was opgehangen, gekookt en gesleuteld aan brommers. Sommigen liggen lui op bankjes in huizen vol kleden. Talloze tradities kom je tegen. Zo hangt er een stuk witte sluier boven de deur van een stel dat zojuist getrouwd is en elders zitten bloemen aan een deurknop vast van iemand die onlangs voerleden is. Ik voel de rust in me vloeien als ik hier rondloop. Aan het eind van de tocht komen we precies uit waar we zijn willen namelijk bij Romeo. Hier willen we een hapje eten. En ja hoor, als we aan komen lopen herkennen ze ons direct. Alweer een omhelzing volgt en Joyce en Hans staan het allemaal vol verbazing gade te slaan. Zelfs de baas komt ons de hand schudden en voor we het weten zijn we alle vier bedolven onder de welkomst geschenken. Strandmatjes dit keer, voorzien van logo! Daarnaast krijgen we welkomstdrankjes bij het heerlijke eten dat we bestellen. Het is alweer laat als we op de klok kijken. We moeten ons haasten willen we nog even kunnen shoppen en Freddy bezoeken. Het graf van Petros moeten we bewaren voor een volgende keer. Onze overleden vriend zit toch diep in onze harten. Terwijl Hans en Willem rustig in gesprek op het terrasje bij Freddy zitten en door hem verwend worden met grote glazen bier, scoren Joyce en ik ieder een jurkje waar we later natuurlijk weer spijt van hebben want we hebben elkaar gewoon op lopen jutten. Het afscheid valt lastig. WE beloven Freddy de volgende keer langer op zijn eiland te blijven. Dan moeten we toch echt gaan. Joyce en Hans lopen nog een eindje mee richting haven maar bij de bocht gaat onze weg met z’n tweetjes verder. De boot ligt al klaar zien we in de verte. Nu maar hopen dat ze niet alleen altijd te laat zijn maar niet ook soms te vroeg vertrekken. Het is heet. Het is snikheet op Rhodos. Veel warmer dan op Kos en ik red de tocht naar de bootniet zonder eerst veel drinken te halen. Op de boot vinden we twee stoeltjes aan het raam tegenover elkaar. In het glas van de vitrinekast achter Willem zie ik hem in meerdere malen door de weerspiegeling. Een mooi gezicht…mooie foto’s…mooi gedicht ook wat Willem erbij maakt. De tocht lijkt veel sneller te gaan dan de heenreis. Maar dat is makkelijk gezegd als je de heenreis hebt geslapen en uitgerust aankomt. En de thuiskomst op Kos voelt toch ook weer goed. We frissen ons snel op want het is al na negenen en Stefanos belt al waar we toch blijven. Hij is zeker bang dat we toch een paar dagen op Rhodos erbij hebben geboekt. De twee jongelui (Mario en Cindy uit Helmond) hebben al gegeten als we aankomen. We nemen gezellig met elkaar de dag door, eten een hapje maar maken het niet laat dit keer. Geen nachtzwemmen en vissen voor ons, ook al dringen ze nog zo aan! We hebben een lange dag achter de rug en willen nu ook wel een lange nacht maken. Maar niet nadat we op een terrasje aan de haven nog een heerlijke bloddy mary met vers geperste tomatensap verorberen.
Vrijdag 21 augustus 2009
Uitgeruster dan gister en ook later wakker, genieten we voor de zoveelste keer van alle lekkernij van het ontbijtbuffet. Als dit Willem geen zuur, in Nederland,afgevallen kilootjes kost weet ik het ook niet meer. Ik hoor nog de kreten van de La Prima vrienden ‘Apostolli you lost weight’!! en….. ‘we’re gonna do something about it’ ….nou niet alleen zij dus, ook dit hotel kan er wat van. Vandaag wil ik naar het pleintje met de eeuwenoude plataan waaronder Hippocrates zijn eed ooit schreef. We wandelen er op ons gemakje heen. Langs de haven met de vissers die alweer met hun vis en netten aan de kant zitten. Voldaan van de goede vangst en de veilige thuiskomst. De boten vol toeristen, door mij blikken vol sardientjes genaamd, zijn vanmorgen al vertrokken en vormen nu een langgerekte lege plek. Alleen het oorlogsschip staat er nog. Hij is niet angstaanjagend maar ligt erbij alsof hij hier hoort, nooit weggat en nooit weg is geweest en geeft dus een gemoedelijk gevoel. We lopen verder langs de steiger van de luxere jachten en de ferry’s, langs de hoge palmen en de bolfontein en steken over om een klein stukje te stijgen over wiebelige keitjes. Onder de bougainville en ion de schaduwen van de plataan, op een relaxed bankje van een cafeetje voel ik de rust weer in mij stromen. Ik word me ineens heel bewust van het feit dat ik aan het loslaten ben. Vraag me niet wat, ook niet hoe, maar langzaam stroom ik leeg. Wat overblijft is een gelukzalig gevoel hier bij Willem te zijn, niets te hoeven en niets te moeten. Alleen het samenzijn blijft over! we genieten van de jazzklanken en de voorbijgangers die allemaal bij de eeuwig blijvende plataan vereeuwigd willen worden alsof zij zo ook zouden kunnen blijven bestaan. De gedichten vloeien vooral uit Willems maar nu ook uit mijn pen. Met een relaxed gevoel wandelen we naar we naar ons pleintje en bekijken het bedrijvig gedoetje aldaar. We drinken wat maar de rust van net vinden we hier niet zo terug als daar. Dan wandelen we weer rustig naar ons zwembad, verliezen ons in de zon en de letteren in de boeken. We slapen een uurtje op de hotelkamer, tutten ons op en wandelen weer richting La Prima. We eten een hapje, kletsen en lachen, spreken af voor morgenavond en doen verder niets…..helemaal niets…. Wat is het leven goed!
Zaterdag 22 augustus 2009
Vandaag belooft een lange dag te worden. We gaan immers vannacht uit. We gaan naar een nachtclub voor Grieken met Griekse muziek en Griekse tradities. Reden genoeg om het vandaag weer eens rustig aan te doen. Als Willem na het ontbijt en na de café frappé op het pleintje, op zijn strandstoel bij Caravella ligt besluit ik te gaan slenteren langs de winkeltjes. Misschien hebben ze wel weer verse perziken! Willem zwaait me na en vraagt me te kijken of ze ook pruimen hebben. Vanmorgen tijdens het tochtje naar het pleintje heb ik een mooie jurk van Willem gekregen. Ach wat was het gaaf dat de eigenares van de winkel mij herkende aan de jurk die ik droeg. ‘komt die uit mijn winkel’ vraagt ze hoopvol en als ik bevestig doet ze alsof een oude klant van haar ben. Ik wil wat sieraden bij die jurk scoren voor vanavond. En misschien vind ik nog wel wat voor Willem ook. Het is heerlijk om tijdens de siësta langs de huizen te lopen en de mensen op hun sofa’s te zien liggen luieren. Er heerst een soort ingetogen serene zomer stemming. Ik geniet van de flora die ik tegenkom en vooral van de vriendelijke Kossenaren die buiten op de veranda’s of voor hun winkeltjes zittend, allemaal een praatje met je maken. Ik weet nog dat de man van de supermarkt vorig jaar zijn hele levensverhaal aan me vertelde. Dit jaar staat zijn zoon in de winkel maar de foto’s zitten nog net zo als vorig jaar geplakt op de toonbank. De zoon lijkt op zijn vader. Even vriendelijk en innemend. Ook hij is behulpzaam en maar al te bereid om een praatje te maken. Hij pakt de perziken en pruimen voor me in en bedankt wel tien keer voor ik de drie treden van het trapje afgelopen ben. Onderweg zie ik voor Willem ook ban allerlei leuks hangen en kan het niet nalaten het in te laten pakken zodat hij er vanavond op de Griekse avond helemaal gelikt uitziet. als ik voldaan terugkom ligt Willem heerlijk in de zon te braden. Als hij de kleren ziet wordt hij instant ernstig hebberig en wil zelf ook wel eens een kijkje in het winkeltje nemen. zo gezegd zo gedaan en nu koopt hij een T-shirt met de tekst ‘don’t worry, be happy’ met een smiley erop, Nou we don’t worry en zijn very happy! Na een verfrissend bad tuig ik me in mijn nieuwe jurk en willem hijst zich in zijn ‘don;t worry’ met nieuwe capri broek. Als wij geen happy stel zijn dan weet ik het niet meer. We lopen niet, maar flaneren dit keer langs de haven, nagekeken door bewonderende blikken maar dat kunnen we ons natuurlijk ook verbeeld hebben.
Het is de laatste avond van het jonge stel uit Helmond die de laatste dagen onze tafelbuurtjes in la Prima waren. Ze zitten er al als wij komen en zijn helemaal klaar voor de terugreis. De souvenirs zijn gekocht, de koffers gepakt en de scooters weer ingeleverd. Achter ons zitten de olijke vrienden uit Utrecht. Aan de andere kant van ons tafeltje zitten 4 Russen. Twee manlijke en twee vrouwelijke. Als ik mijn gok, dat ze uit de reiswereld komen, kenbaar maak wordt dit bevestigd door Alexis en Stefanos. Een van de heren aan mijn kant heeft regelmatig oogcontact met Willem. Willem lacht vriendelijk en knikt een keertje. Nog geen 5 minuten alter staan er twee glaasjes op onze tafel met mysterieuze inhoud. Bij de eerste slok blijkt het masticha en zipuro te zijn en dat lusten we wel. Als ik de masticha maar krijg en Willem de zipuro, het drankje dat zorgt dat je zonder kater en hoofdpijn de volgende dag wakker wordt na een avondje flink doorhalen. Na de twee campari soda’s, bier, metaxa en de mochito komen deze borrels goed binnen merk ik al snel. Maar voor we dank je wel hebben kunnen zeggen staan de volgende glaasjes al voor ons klaar. En hup nog meer glaasjes, nu ook voor onze buurtjes. Als wij ze ook trakteren op een karafje zipuro krijgen wij de glassjes uit de karaf ook weer gevuld. We zullen weten dat we naast Russen zitten. Dit keer geen jamaz maar zdorovje!! De zipuro die ik krijg sluis ik door naar mijn buurjongen die hem subtiel en uit het oog bij de boom wegkiepert. We krijgen er een beetje giechelige aangeschoten slappe lach van allemaal. Als we afscheid hebben genomen van de Helmonders en de Russen en de crwe van la Prima hun maaltijd genuttigd heeft worden we meegenomen door Maria en Stefanos. We zijn benieuwd!! WE gaan tegen verwachting niet naar Nostos dit keer. Integendeel zelfs. WE komen bij een zeer dure neonverlichte luxe discotheek Apopoulus. Als we erlangs reden dacht ik altijd dat dit een gebouw was voor de rijksten en beroemdsten der aarden en nu lopen we zomaar onder de palmen richting de klanken binnen. We komen in een hal terecht die verre van luxe oogt. Tot onze verbazing zien we de dame van het zwembad van ons hotel er staan om tickets uit te geven of ons naar de tafel te leiden als we tafelgasten zijn. De constructie is me niet direct geheel duidelijk. We worden naar een tweede overvolle zaal gebracht waar allemaal lange tafels staan en een groot podium. Achterin de zaal zijn staanplaatsen. We kijken onze ogen uit. Dansend en zingend publiek en een heus orkest met zanger op het podium. De bloemen vliegen ons om de oren. We krijgen een plaats aan een van de lange tafels en direct staan er schalen met ijsblokjes, komkommer en wortel, saganaki kaas, worst en nootjes, meloen en andere vruchten op tafel. Even later worden vier glazen en een fles gin op tafel gezet. De zangers en zangeressen, vertellen Stefanos en Maria zijn bekende zangers in Griekenland. Naar ik begrijp de Marco Borsato’s en Trijntje Oosterhuizen van Nederland. Je koop of tickets en dan sta je of je neemt een tafelplaats en dan betaal je de fles drank waar de entree bij inbegrepen zit. Dat is dus 170 euro. Ik schrik als ik de prijzen hoor. Vroeger gooiden de Grieken met borden. Dat heb ik zelf ook nog meegemaakt. Gooien van bo9rde gepaard met de kreet ‘HOPPA’! Die traditie komt niet meer voor. Tegenwoordig gooit men bloemen. Een tree met bloemen kost vijf euro en je kan niet achterblijven zo’n tree te nemen. Maria geniet en gaat helemaal uit haar dak. Ze kan niet stil blijven zitten op haar stoel en danst en hupst en gooit bloemen naar de artiesten en naar ons. Dan komt er een bekende geur in mijn neus…. Ik kan hem eerst niet thuis brengen. Het ruikt zo vertrouwd…zo naar vroeger…zo naar heel dichtbij en naar liefde…zo naar…………… mama….. dat is het! Ik zie de rode, roze en witte bloemen verspreid over de tafel en mijn jurk liggen….het zijn anjers…. De bloemen die mama omdat ze Anje heette, altijd kreeg bij speciale gelegenheden. Waar papa ze ook vandaan haalde, in welk jaargetijde dan ook, mama kreeg altijd anjers. Ik krijg het even te kwaad……. Dan ga ik verder met foto’s schieten, om me heen kijken naar op het podium sirtaki dansende en zingende mensen die de zangers (essen) gewoon omhelzen zodner dat ze van het podium afgejaagd worden. Dit was in Nederland ondenkbaar geweest. Hier mag het allemaal. De mensen hebben plezier. Het is een echt Grieks feest. Toeristen zie ik niet. Ik denk dat wij de enigen zijn. Tot in de vroege uurjes feesten we door. Ik ben behoorlijk aangeschoten als we rond 5 uur ’s morgens de Apopoulus verlaten en voor de deur van het hote weer afgezet worden. Wat een gave avond!!!!!
Zondag 23 augustus 2009 We merken wel dat we en veel gedronken hebben en te laat naar bed gegaan zijn. Ik kom toch maar naar Willem in de ontbijtzaal waar hij eerst alleen is gaan zitten om me uit te laten slapen. Maar als Willem zijn laatste ronde achter de kiezen heeft duiken we toch emteen ons bed maar weer in. Net als we willen opstaan komt de vrouw van het zwembad aanlopen. Ze loopt regelrecht op ons tafeltje af. Ze is trots dat wij als háár hotelgasten ook in háár discotheek waren. Ik geef aan dat ze wel enorme tijden draait. Eerst het zwembad, dan laat de discotheek en dan een paar uurtjes later weer het zwembad. Ze vertelt ons dat ze maar ongeveer 60 euro per twee en een halve dag verdiend in het zwembad. Dat is dus, als we het snel uitrekenen een kleine 650 euro per maand. In de discotheek die van haar oom is verdiend ze hetzelfde bedrag in één avond. De kinderen moeten naar school en willen leuke dingen vertelt ze, dus dat is hard werken in Griekenland. Ze vertelt trots dat het de duurste en best bezochte discotheek van het eiland is en dat de artiesten een behoorlijk bedrag kosten. Dat er ook mensen van andere eilanden speciaal naar deze discotheek komen. Wij luisteren nog maar met een half oor zo moe zijn we nog. We beloven haar straks nog te komen bezoeken en verdwijnen dan naar boven. Maar helemaal happy voel ik me daar niet bij als ik er bij stil sta dat zij dezelfde uren heeft gemaakt als wij gisteren maar dat zij nog een hele dag voor de boeg heeft…en nog een….en nog een….tot het einde van het seizoen. We slapen slechts een uurtje want om twaalf uur gaat Willems telefoon alweer en kondigt Stefanos zijn komst en die van Maria aan. We gaan vandaag naar SunBeach in Kefalos.Door de straten. Door een stuk gebergte en langs dorre kale vlakten crost het autootje van Maria en voor we het weten zijn we waar we zijn moeten. Kos is niet zo groot en soms is dat heerlijk als je moe bent en snel ergens zijn wilt waar het weer anders is dan aan de kant van het eiland waar je zelf zit. Voor we het weten staan we aan een kristalheldere zee met zilverwit strand. Het water is er beduidend kouder dan bij ons eigen Kos strandje voor Caravella.Maar het is ook verfrissender. En als je er eenmaal door bent dan kom je het eerste uur het water niet meer uit ontdek ik al snel. Dimitris en zijn vrienden die eergisteren zijn aangekomen, zijn ook op het strand. Ze begroeten ons loom maar vrolijk. Stefanos vist wat, wij zwemmen wat. Dan komt Stefanos ineens met een harpoen aan. Hij gaat op jacht naar de grote vissen. Maria zoekt met haar snorkel en duikbril de grote vissen alvast op. Helaas, er is niet veel grote vis te vinden vandaag. Stefanos kan de harpoen onverrichter zaken weer mee terug nemen. Ik vind het maar een eng ding. Vooral als hij gespannen staat. We snacken bij een echte Griekse snackbar broodjes kebab en giros van kip en lamsvlees met zalige tzaziki en knoflooksaus. Van lekkerte nemen we pardoes nog een broodje. Zo hebben we ze nog niet gehad. Eenmaal weer in het hotel drinken we wat op het terras, op het balkon slapen we een uurtje en lopen weer naar boven richting la Prima. Dit keer staat er een heerlijke tagliatelle marinara op het menu, rijk gevuld met coquilles en mosselen. Na een glas vol met vitamines in de vorm van jus d’orange, vallen we in ons hotel als een blok in slaap! Niemand die ons wakker krijgt vanavond. De airco zoeft en wij slapen!
Maandag 24 augustus 2009 Na een heerlijke nacht slaap onder de verkoelende lucht van de airco (het lijkt per dag wel warmer te worden in Kos), rekken we ons uit en maken ons op voor de dag. We genieten op het terras van het hotel aan de haven. De boten varen af en aan, de vissers verkopen hun vis en boeten de netten. Op zo’n terras maak je zo contact als je wilt en voor we het weten zijn we al in gesprek verwikkeld met twee Nederlanders uit Zeist die nog twee heerlijke weken voor de boeg hebben. Ook de dame van het zwembad komt weer even aan. Sinds we in de disco waren lijkt het als we geaccepteerd worden als Grieken in plaats van Nederlandse toeristen. De Zeistenaren vinden het allemaal wel leuk. Ik vraag of ze uitgerust is en ze knikt vrolijk. Toch ziet ze er meer moe uit dan ze zegt dat ze is. Ik denk weer aan haar verhaal en wat Stefanos gisteren vertelde over de salarissen van hun medewerkers. Behalve dat zij eten krijgen van la Prima zijn de salarissen ook niet in verhouding emt wat een kok of ober hier zou verdienen. En de vaste lasten liggen toch niet veel lager dan hier in Nederland. Het leven op het eiland valt dus niet altijd mee. En dan te bedenken dat ze ook vooral afhankelijk zijn van die zomer waarin de toeristen met trossen komen. De lente en de herfst rekenen ze al niet mee daar. Als we het terrasje voor de haven verruilen, wandelen we eerst maar eens naar de vertrouwde touroperator. We willen immers ook nog een dagje naar Bodrum (Turkije) Ooit was ik daar al, alweer 9 of 10 jaar gelden. Toen was het allemaal een erge tegenvaller omdat ik behoorlijk ziek was twee weken lang. Maar ik kan me herinneren dat ik het er erg mooi vond. Daarbij, heb ik ook wat af te sluiten geloof ik. Dezelfde vrolijk dame als de vorige keer staat in het kantoortje. Ze herkent ons direct en er verschijnt een grote herkenningsglimlach om haar mond. We hebben dus woord gehouden en zijn terug gekomen. De andere dame herken ik van vorig jaar. Toen zeiden we nog tegen elkaar dat ze wel erg aan een eigen vakantie toe was, zo moe zag ze eruit. Nu denken we dat het bij haar hoort want ze ziet er nog steeds zo vermoeid uit. Zij herkent ons overigens niet maar daar kan ik me ook van alles bij voorstellen als je zoveel mensen per jaar te woord staat. We boeken onze excursie, dit keer nemen we toch maar de draagvleugelboot, en wandelen maar weer eens naar ons Diagoras pleintje waar we als Apostolli en frau Willem verwelkomt worden door Dimitris. IJskoffie, cappuccino en verse jus d’orange, de boeken, het gehakketak met en over de concurrenten, geruzie over de boom bij La Prima die net als de bouquainville aan het doodgaan. Dat zijn die lui van Kapilio volgens La Prima. Matta die niet kan kiezen uit mijn rugzak of Willems schoenen om zijn slaap in voort te zetten, het geklik van de dobbelstenen achter ons van een Duits echtpaar die aan het yahtzeeën zijn. En een zacht zomerbriesje doen ons deze ochtend wel doorkomen. We blijven lekker lang zitten. Geen zin om andere dingen te ondernemen. Als Maria en Stefanos hun siësta thuis gaan houden, babbelen wij nog wat verder met Dimitris, Johanna en Alexis. In de namiddag verdwijnen we naar het hotelzwembad. Geen zin in de houtvezels en zandkorrels tussen de tenen vandaag. En trouwens, bevangen door het verhaal van de vrouw van het zwembad, willen we haar eens een dikke fooi geven. Ze kijkt blij verrast als ze deze in ontvangst neemt. Eerst al mijn nagellak, de paarse die ze zo mooi vond, en nu dit weer. Je voelt en ziet haar denken. Van die gekke Hollanders die ook nog hun eigen rotzooi elke keer opruimen (asbak, glazen en flesjes drinken) terwijl zij daar eigenlijk voor ingehuurd is en dan ook nog betalen voor iets dat ze eigenlijk niet doet. Ach ja, dan maar malle Hollanders! We dutten een uurtje of wat in de zon en dutten een uurtje op de hotelkamer. Lekker in bad en aanklungelen. Wat een vakantiegevoel! Ik geniet van het nietsdoen en niets moeten en hoeven. Gewoon de terugkerende dingen van haventje en pleintje, van strandje en zwembadje. En dus wandelen we voor de tweede keer vandaag even alter richting Diagorasplein. Vanavond nemen de Utrechtenaren afscheid. Jammer want we gingen ons behoorlijk aan die gasten hechten. Hun vrolijkheid en levensvreugde werkte flink aanstekelijk. Geen domme jongens, zagen er goed uit lagen goed in de meidenmarkt en hadden dus elke avond weer dolenthousiaste verhalen over hun avonturen van de dag. Tussen het eten door maken we groepsfoto’s van hen en het La Prima team en Willem. Morgenvroeg als wij naar Bodrum gaan zitten zij al in de lucht. We kletsen en drinken tot de laatste lichten gedoofd zijn en zijn nog niet moe als we de drie vrienden Alexander, Robbert en Sebastiaan uitzwaaien. Als we besluiten nog een drankje onder aan de haven te nemen en het glas net voor ons hebben staan barst er een fikse ruzie vol Grieks temperament uit achter ons. Waar het over gaat is ons niet duidelijk. Maar de parasols vliegen ons om de oren evenals de splinters hout van de koelkasten die in elkaar getrapt worden. Het zal wel weer een concurrentiegevecht zijn. Dan gaat het er op ons Diagorasplein toch iets minder gewelddadig aan toe. De gemoederen blijven onrustig. Steeds weer laait de vlam op. We besluiten dan ook maar snel naar het hotel te gaan. Maar de zich verontschuldigende ober laat ons maar niet zo gaan en begint een gesprek. Hij legt uit dat het een oude vete is tussen de beide eigenaren van de zaken. En waar wij logeren… dan moeten we vooral de groeten doen aan de nachtportier Michael want dat is een van zijn vrienden. Dat beloven we maar willen dan toch écht gaan! Nog nasidderend zit ik even later op het balkon nadat inderdaad Willem de groeten heeft overgebracht en Michael daar blij verrast om was. Nee, dit zijn geen fijne dingen…..en onrustig slaap ik in!
Dinsdag 25 augustus 2009 We hoeven dit keer niet supervroeg uit de veren. We kunnen rustig ontbijten want de boot vertrekt pas rond 1 uur. De meeste reisjes naar Turkije duren maar zo’n zes uur en er vertrekken meerdere boten per dag. Op zondag kan je zelfs ook ’s avonds nog gaan. Wij kiezen echter voor een boot die rond 1 uur vertrekt en rond 7 uur weer terug is. We kletsen wat met de Zeistenaartjes en nemen met hen de dag door. Zij zijn echte strandmensen en bakken en lezen het liefst de hele dag op het strand. Zij moeten erg lachen als ik op hun vraag of ik niet ontbijt antwoord, dat ik pas begin te eten als Willem bij zijn tweede ronde ontbijt aangekomen is. We moeten erg lachen als ze voor de tweede keer deze week haar schoudertas aan de stoel laat hangen en wij er weer achteraan moeten. Dan gaan we nog even naar de hotelkamer om wat spullen bij elkaar te grissen, drinken nog een heerlijke ijskoffie op het terras en slenteren naar de haven waar de grote boten liggen. Het is hetzelfde plekje als waar we naar Rhodos vertrokken maar dan wel op een andere aanlegsteiger. Het is een drukte van belang bij het havenbureau. Dat is wel even anders dan ’s morgens vertrekken! We lopen het bureau annex café annex douane binnen en begeven ons in een mensenmassa waar we al gauw tabak van krijgen. We moeten allerlei papieren invullen alvorens onze instapkaarten te verkrijgen. We worden van het kastje naar d muur gestuurd en staan dan weer hier in de rij en dan weer daar. De paspoorten worden bekeken, de formulieren nagekeken en dan wringen we ons eindelijk uit de massa. Wat nu de bedoeling is snap ik niet helemaal maar als ik goed om me heen kijk en eens navraag doe, begrijp ik dat we door de douane moeten en dan pas de boot in kunnen. De douane is aan de zijkant van het gebouw. Zucht…alweer een lange mensenmassa rij. We sluiten maar aan. Eindelijk zijn ook wij aan de beurt om langs de controle te gaan. Dan lopen we over de betonnen steiger en stappen de draagvleugelboot in. Heerlijke luie vliegtuigstoelen en een plekje vooran. Dat is dus lekker veel beenruimte. De reis duurt niet lang, zo’n twintig minuten ongeveer, maar comfortabel zitten is altijd lekker natuurlijk. Even later zoeft de boot over het water. Ik herken al gauw de Turkse baaien waar ik geweest ben tien jaar gelden. Toch is er veel veranderd. Er si veel en veel meer bijgebouwd en het hotel waar we toen verbleven is volgens mij verdwenen tussen de witte andere hogere hotels. En dat terwijl er toen een afspraak was dat er niet hoger dan één verdieping gebouwd mocht worden. We vliegvaren de haven van Bodrum binnen en als ik uitstap moet ik me toch weer even orienteren waar we uitstappen. Al snel herken ik veel plekjes. De imman roept op tot gebed. Het schalt uit de luidsprekers van de moskee. En als de ene moskee klaar is met roepen an begint de volgende. Zo gaat dat vier keer achtereen. We gaan zitten op een terrasje tussen het centrum en de haven in. En zonder dat ik erop voorbereid ben krijg ik het te kwaad. Het enige dat er in mijn hoofd spookt is ‘ik ben beter, ik ben beter, en alle narigheid is voorbij’. Dan lopen de tranen voer mijn wangen. Tranen van vroegere en onverwerkte pijn. Maar nu zit ik hier met een man die van me houdt en me respecteert. Nu mag ik genieten! Ik droog dus snel mijn tranen. Ik leef een ander leven en al het oude mag ik achter me laten. We vragen de rekening en gaan aan het wandelen. De eerste keer werd je bijna aan je haren de winkeltjes ingetrokken. Dat is nu veranderd zie ik al. Ze laten je gewoon voorbij gaan. Maar oh wee als je doet alsof je geïnteresseerd bent…dan laten ze je niet snel gaan. De juwelierswinkeltjes, die er toen met honderdtallen waren, lijken verdwenen of hebben plaats gemaakt voor horlogewinkels die nu talrijk aanwezig zijn. Als Willem honger krijgt raad ik hem aan de echte kebab eens te proberen. Als hij een restaurantje in wil gaan hou ik hem gauw tegen. Nee Willem, kebab moet je in zo’n piepklein straattentje eten. We slenteren wat verder en zien inderdaad een klein terrasje met een grote kebabstandaard vol vlees, groente en aardappels hangen. Boven aan een bladerachtig dak hangen buizen waar stoom uitkomt. Dat noemen ze hier airco! WE gaan zitten op ongemakkelijke stoeltjes en vragen om doner kebab. We zie hoe het vlees, kip en lam, van het grote stuk worden afgesneden en in een soort pannenkoek (dorum) gestopt wordt. Op tafel staan heerlijke Spaanse pepers en we ten onze vingers bij het proeven van deze heerlijkheid bijna op. Wat een genot. Daar lusten we wel veel meer van. We bestellen er nog twee en genieten de tweede keer nog meer dan de eerste. Als Willem een derde wil bestellen stel ik voor toch nog eerst wat te gaan wandelen. We komen nog wel meer tentjes tegen en we hoeven ook nog niet terug naar Kos. Het is een en al winkeltjes wat de klok slaat. De nep T-shirtjes goede merken bestaan nog steeds. Maar ik zie toch ook veel authentiek Turkse dingen. Leren schoenen, waterpijpen, originele kleding etc. In een babywinkel koop ik de eerste souvenirs voor mijn kleinkind in wording. Een allerliefst badjasje met een beertje erop. Dan slenteren we langs de haven richting de discotheek die ik me van toen herinner en waar alleen de crème de la crème komt. Vooral Amerikaanse filmsterren en baseballspelers vertoeven hier. Als wij langslopen is er echter geen celeberty te bekennen. Als we nou doorlopen komen we op de plek waar ik toen met mijn gezin vakantie hield, waar Joske sjans had met de obers en Robbert en Tamara zich verloofd hebben. Toch hoef ik niet perse naar die plek. Ik heb het gevoel dat het wel goed is zo. Ik heb een groot deel afgesloten. Wat goed is bestaat nog en wat slecht en fout is, is voorbij! Dat vind ik een mooie gedachte om mee te nemen. Dus draaien we bij de luxe en zwaar bewaakte have met luxe jachten van beroemdheden om en lopen langs de boulevard terug vol backgammon spelende mannen op lage krukjes, rare voor ons bekende vruchten verkopende mannetjes, en ja hoor een baseballspeler lang en atletisch maar voor ons onbekend. Willem heeft toch weer honger en dus zoeken we het kebab tentje maar weer eens op. Willem verliest zich zo in de heerlijke hap dat hij niet in de gaten heeft dat zijn hele witte overhemd onder de gelekte olie uit de dorum zit. Dat wordt dus nieuwe shirts kopen. Willem baalt als eens tekker maar ik kan de humor er wel van inzien. Zeker als we even later bij een stapel poloshirts staan waarvan de verkoper ons vertelt dat ze 10 euro de vier kosten. Ik als zuinige Nederlander kan me dat niet voorstellen maar de man van de winkel vertelt het me wel twee keer en ik moet het dus wel geloven. We zoeken de gewenste kleur en maat uit en even later is Willem de bezitter van vier fleurige nep la Coste polo’s. Midden op straat verruild hij snel het besmeurde overhemd in voor een rode polo met krokodilletje. We pikken een terrasje, we eten een ijsje, ik koop nopg een sexy jurk omdat Willem hem zo mooi vindt, we slenteren en proberen het museum in te komen waar alleen maar met Turkse lira’s betaald kan worden, en we druipen dus weer af. We neuzen door deuren van openstaande moskeeën, we zien uit de verte het mausoleum weke een van de zeven wereldwonderen uit de oudheid is en we genieten van de drukte van het Trukse leven. Als het zo’n beetje tijd is om Koswaarts te gaan zien we een mannetje zitten die zelfbeschilderde borden verkoopt waar je in Ottomaans handschrift een naam op kan alten zetten. Dat lijkt ons een mooi afscheidscadeau voor de La Prima’s! We alten er nog snel eentje maken, kopen nog twee prachtige siervissen en gaan dan bepakt en bezakt terug naar de boot. Ietsje te vroeg komen we aan en nemen dus nog een flesje water. Dan besluiten we als eerste de douane door te gaan voordat we weer in een mensenmassa terecht komen. Als iedereen zit vertrekt de boot en varen we eerst langs de luxe boten die meer kosten dan een luxe villa of misschien wel paleisje. Dan zoeven we over het water langs de Turkse en alter weer Griekse kust. Ik heb een plekje gevonden bij een uitgang en hang over een hekje foto’s van de ondergaande zon te maken. Druppels water en zout striemen langs mijn gezicht door de snelheid van de boot. Maar ik geniet! En als er even alter een vrouw naast komt staan sta ik mijn plekje mooi niet af. Wat slecht was heb ik achter me gelaten giecehl ik zachtjes in mezelf. Ook dus dat ik niet voor mezelf kies! Nog geen half uurtje later staan we weer op Griekse bodem. Heerlijk!! We wandelen langs de jachthaven waar booteigenaren hun maaltje aan het bereiden zijn of gezellig met elkaar een drankje op het dek drinken alvorens aan de maaltijd te beginnen. We kleden ons snel om. De mooie Turkse jurk staat prachtig! En Willem ziet er in zijn Turkse outfit ook picobello uit! Ik voel me een diva in de zwarte jurk met laag uitgesneden decolleté en regenboogbandjes. Wat kan een mens zich dan ook ineens anders gedragen merk ik als ik even later langs de haven schrijd. Bij la Prima vertellen we enthousiast over Bodrum. Alexis vond het jammer dat hij niet wist at we daarheen gingen want we hadden dan wel shag voor hem kunnen meenemen. We eten ons maaltje, genieten van het drankje en voelen dan toch wel de benen na een dag lopen. Moe en voldaan duiken we ons bed in en slapen bijna voor ons hoofd het kussen heeft geraakt. Woensdag 26 augustus 2009 Vandaag zal dan toch een dag worden van souvenirs aanschaffen bedenkt ik me als ik mijn ogen opensla. Eerst nog maar eens van het uitgebreide ontbijt genieten. Willem schept wer rijkelijk op uit de bakken champignons en roerei. Ook de broodjes de tomaat en komkommer laat hij niet onberoerd en hij is behoorlijk chagrijnig als blijkt dat de yoghurt op is en ook niet aangevuld wordt. De Zeistenaren vragen belangstellend naar onze Turkse bevindingen en wij vertellen. Als ze richting strand vertrokken zijn en wij nog heerlijk nazitten op het terrasje nemen we de plannen van de dag door. Al snel voelen we dat we beïnvloed worden door de gedachte dat we bijna huiswaarts moeten keren. Een beetje sikkeneurig lopen we naar de hotelkamer en grissen onze spullen bij elkaar die we die dag denken nodig te hebben. Dan lopen we eerst maar eens naar het pleintje van de Plataan. De Plataan kan ons meestal wel weer rustig krijgen. We zitten heerlijk op de bank met een café frappé als we een bruid en bruidegom zien die een bruidsfotoreportage aan het maken zijn onder de plataan. Als de koffien op is en we zelf ook wat foto’s van het gelukkige stel hebben gemaakt is het toch écht tijd om eens te kijken wat we mee naar Nederland willen nemen om de achterblijvers mee te verrassen. Winkeltjes genoeg in Kos! Shop till you drop zal ik maar zeggen. Wat nemen we mee? Het ene is niet goed genoeg en het ander nog leuker dan het een. Eerst maar eens een tas aanschaffen waar we het in mee kunnen nemen. Dat wordt dus de eerste aankoop. Gelukkig zie ik in hetzelfde winkeltje als waar ze tassen verkopen ook leuke andere dingen die de moeite van het meenemen waard zijn. En zo zijn we dus al op de helft van de aankopen als ik het winkeltje met de blije winkelmevrouw verlaat. Na twee uurtjes shoppen hebben we op één na alle cadeaus binnen. Er is nog een ding wat ze alleen op de Kanariestraat verkopen en daar gaan we na een verfrissing dan wel weer heen. In het straatje waar we altijd door lopen voor we naar La Prima gaan is een prachtig bladerdak met hele leuke cafeetjes en restaurantjes waar we eigenlijk nooit eens gaan zitten. Daar brengen we vandaag verandering in en we genieten even later enorm achter een glas bier en lemonada onder de koele bladeren die over het straatje buigen. Als Willem een beetje begint in te dutten besluit ik om nog even heerlijk alleen te gaan slenteren door de siësta houdende straatjes. Op het heetst van de dag door de straatjes lopen vind ik nog steeds het fijnste moment van de dag. De rust die er dan heerst valt niet te beschrijven. Als ik weer terugkom is Willem al wat meer wakker en lopen we nog even verder door naar boven waar Maria en Stefanos alweer hard aan het werk zijn. We laten ons betrekken in het werkzame leven van de twee en voor ik het weet sta ik met een bezem in de hand het terras te vegen en loop ik binnen het bestek te vouwen in de servetten. Om toch nog en vakantiegevoel te krijgen vandaag gaan we naar het zwembad. Vorig jaar was het alleen maar strand maar dit jaar hebben we toch ook het comfortabele van het zwembad ontdekt. We willen nog even zorgen dat het bruin een lange poos blijft hangen als we terug in Nederland zijn en dus gaan we heerlijk in de volle zon liggen bakken. Zonbakken, boekje lezen, lemonada drinken, doelloos voor je uit staren naar de in het zwembad rondspetterende hotelgasten, weer een paar regels lezen, nog een slokje nemen, omdraaien, met de oen dicht van de zon genieten, weer omdraaien, naar de beachbal spelende jongeren kijken, balletje teruggooien in het water als hij bij je stoel terecht komt, andere badgasten eens bekijken, weer een paar regels lezen, omdraaien, soezen in de zon, een kusje naast je werpen, een slokje nemen, een paar regels lezen, omdraaien , de stoel bijdraaien voor dat laatste restje zon van de dag, je spullen bijeen pakken en de trappen op naar de hotelkamer lopen. Wat een leven! Een drankje drinken op je balkonnetje waar het zonnetje naschijnt, douchen, aanklungelen, omkleden, optutten en weer naar beneden lopen om de ondergaande zon te zien schitteren op het water van de baai. Door de zwoele zomeravondbries lopen op weg naar je restaurantje waar je eten klaar staan een verkoelend drankje je opwacht. Onze laatste avond op Kos. Stefanos, Maria, Johanna en Alexis gaan ons vanavond weer meenemen naar een van hun plekjes. Een plek die wij nog niet kennen. Bij alles wat we doen en wat we eten denken we elke keer ‘de laatste keer’. Maria is bedrukt. Na morgen is het minder leuk vindt ze. Stefanos zegt ons elke keer dat de tijd zo snel is gegaan. Johanna wil er niet over nadenken nog en Alexis is stoer en blijft stoer. (zijn maag vertelt hem wel dat het anders is) We bestellen de mixed fish. Omdat dit zo duur was hebben we die voor de laatste avond bewaard. Maar de mixed fish is teleurstellend. Er was niet veel vis meer verkrijgbaar. WE zitten dan ook lang niet vol als we de schotel op hebben. Zelfs het ijs met van alles erop en eraan is niet toereikend om de laatste trek te stillen. Als de vier van la Prima aan hun eigen maalt beginnen en Willem wat mee eet van de chocolade soufflé begint hij aardig vol te zitten. Als Dimitris de vuilnisbakken naar de voorkant van het plein rijdt, vangen wij hem op en geven hem ons afscheidcadeau. Hij begrijpt direct het symbool achter het cadeau en is zichtbaar ont- en geroerd. Innige omhelzingen volgen. Afscheid nemen is en blijft moeilijk. Ook hij bedankt ons voor de heerlijke afgelopen twee weken en we moeten beloven contact te houden. Email adressen en telefoonnummers zijn al uitgewisseld! Dan gaan voor de laatste keer voor ons de lichten van het restaurant uit en stappen we voor de laatste keer in het scheurijzer van Maria. Ze rijden ons naar de andere kant dan we gewend zijn naar Lambi strand. Dar staat een hele oude windmolen op een strand en er omheen is een waanzinnig mooie bar, discotheek weet ik veel gebouwd. Luxe, luxe luxe en oh zo mooi! Fakkels staan er en rieten strandtenten met honderden flessen drank, kunstwerken en oudheden. Alles staat door elkaar. Het heet Eddy’s maar ik denk dat dit de inlandse eilandse naam is. We nemen plaats op heerlijke lounge banken of heet dat tegenwoordig chil banken? De gin-tonic, het bier, de whisky en alle Andee dranken vloeien rijkelijk maar de stemming is bedrukt. Het is immers de laatste avond dat we met z’n allen bijeen zijn. We lopen de afgelopen twee weken nog eens door. Wat hebben we veel beleefd. Wat washet heerlijk om elkaar weer te zien. Wat zal het volgend jaar worden? Of komen ze dit jaar écht naar Nederland. Tegen drie uur verlaten we de prachtige locatie waar de grote cruiseschepen als bewegende licht flats langs voeren. Waar de muziek van internationaal gehalte was. War we de laatste avond samen doorbrachten. Op de hotelkamer pak ik de laatste spullen in de koffer en dan vallen we in slaap. Morgen de laatste dag!
Donderdag 27 augustus 2009 De laatste dag weet ik meteen als i wakker word. Zo’n laatste dag van niks. Je kunt eigenlijk nog van alles tot het avond is en de bus ons komt halen maar je doet eigenlijk niks meer. We verkondigen dan ook een nee aan ? Stefanos die ons belt en vraagt of we nog mee gaan naar Tigakis strand. We nemend e laatste keer ontbijt en nemen afscheid van de Zeistenaren. Zij hebben nog lekker anderhalve week te gaan. We checken de hotelkamer en checken de koffers. Dan ga ik alleen de lift in met de koffers en vangt Willem de koffers en mij beneden op de begane grond weer op. De koffers mogen in de hal blijven staan en zo te zien vertrekken er vandaag nog meer mensen. Zeven vliegtuigen vertrekken er vandaag zie ik op de memobroden van de eisorganisaties. Onze bus zal er rond half zeven zijn. We lopen Kanariestraat in voor dat ene laatste souvenir en lopen naar het pleintje van Hippocrates. Mijn fototoestel draait overuren want ik wil natuurlijk van alles nog een laatste foto. We hangen wat op het terrasje van het pleintje en doen de laatste indrukken op. We voeren de laatste ‘Kosse’ gesprekken samen. En steeds weer verzuchten we ‘wat was het heerlijk allemaal’. We krijgen een zalig drankje in een piepklein van alles en nog wat winkeltje en genieten van de geuren en kleuren in de overdekte markt van Kos. We lopen langs de ruines en maken leuke foto’s tussen de wrakstukken van wat eens een binnenstad en haven was. Dan lopen we met lood in de schoenen naar La Prima. We proberen de moed erin te houden. Toch valt deze keer het afscheid meer mee dan vorig jaar. De vriendschapen zijn verdiept. We drinken wat, we ten ons galgenmaal lijkt het wel. Ik koop nog een paar leuke slippers. Ik krijg prachtige oorbellen van Maria die onzeker is over de goede keus. Maar als ik ze direct in doe en ze ziet het resultaat is ze zichtbaar opgelucht. En de tijd van het afscheid komt nader en nader. Straks als wij weg zijn zal de drukte hier weer losbarsten. Nu heerst er een serene rust. De laatste mosselen saganaki, de laatste verse jus d’orange. En dan………. We kijken op de klok en zien dat het tijd is om te gaan. Johanna laat Willem niet meer los en knijpt mij vast. De tranen laat ze vloeien. Alexis blijft stoer. Stefanos is dankbaar en trots en vindt het moeilijk ons te laten gaan. Maria probeert vrolijk te blijven maar haar ogen lachen niet meer mee. Dan lopen we het pleintje af. Halverwege zwaaien we nog een keer maar als we ons aan het eind van het pleintje omdraaien zien we Stefanos en Maria gearmd naar binnen lopen! Voor hun gaat het hier gewoon verder. Straks lopen ze zich de benen weer uit het lijf. Straks zullen wij in een vliegtuig zitten en denken aan het pleintje. Morgen als we thuis zitten zal dat precies hetzelfde zijn. De betrokkenheid laten we pas dagen na thuiskomst pas weer los. We lopen de weg af naar beneden. Langs de touroperator, langs de Ier, langs de plek waar de ruzie zo hevig was, langs de haven, langs de mensen die de boten voor morgen weer vol trachten te krijgen, langs de terrasjes, langs de dolfijnen, langs de Kanaraiestraat, langs de lege bakken die morgenochtend weer vol vis zullen liggen, langs de lege rieten stoeltjes waar de vissers hu netten mrogen weer zullen boeten, onder de boompjes door, de trap op naar het terras van het hotel. We bestellen een laatste drankje bij de vriendelijke barkeepster. Ook zij krijgt een grote fooi die ze dankbaar in ontvangst neemt. Geloof maar dat wij over de tong zijn gegaan na ons Griekse disco bezoek. We pakken de koffers en gaan, wachtend op de bus die ons naar het vliegveld zal brengen, aan de kant van de weg zitten. De eerste bus is meteen voor ons. De andere gasten zullen moeten wachten op de voor hen bestemde bussen. We rijden langs Tigakis strand waar we zulke mooie herinneringen aan hebben van het nachtvissen en zonnebaden. We rijden door de velden onder de ondergaande zon. We rijden door de bergen. We rijden langs de meloenverkopers. We rijden en rijden en aldens teeds meer gasten in tot we bij het vliegveld aankomen. De herinneringen aan de vorige terugvlucht zijn niet zo positief maar als we uitstappen en ons in de vertrekhal begeven zien we al snel dat dit, dit jaar anders zal gaan. Voor we het weten hebben we ingecheckt en……….. komen we erachter dat we dat ene laatste souvenir vergeten zijn in de koffer te stoppen want vloeibare spullen mogen niet mee in de handbagage…. Zo zien we de heerlijk fles metaxa in de prullenbak verdwijnen. Snel dus nog maar in de taxfree winkel wat anders kopen. Gelukkig horen we dagen na thuiskomst pas dat het fles ouzo dat we kochten met die twee leuke glaasjes erbij een leeg flesje was, daar hebben we dat niet gezien! Heel snel al komt de bus die ons naar het vliegtuig brengt en voor we het weten zitten we ook al in de lucht. Dit keer ging alles snel, zonder vertraging en zonder tijd te hebben maar ergens bij stil te kunnen staan. Mijn wiebelbenen zitten me aardig in de weg. Vervelend toch als je daar last van hebt. Ik kan mijn draai niet vinden. En het vliegtuig zit veel en veel voller dan op de heenvlucht zodat er geen plek is de benen even te strekken. Ik probeer me af te leiden door medelijden te krijgen met de hele lange man naast mij die helemaal opgevouwen zit. Ik let op het op het laatst irritant wordende jongetje voor Willem die steeds achterom komt kletsen met de mensen naast Willem. Een voordeel hebben we… we zitten wel naast elkaar maar niet in dezelfde rij stoelen zodat we allebei een gangpadplek hebben. Gelukkig val ik uiteindelijk in slaap en wordt kort voor we landen wakker. Dit keer ben ik noch met stijgen nog met landen vervelend in mijn hoofd. Toch een teken dat ik goed uitgerust ben de afgelo0pen twee weken. Maar ja, hoe kan het ook anders als je zulke relaxte dingen doet of eindelijk juist niks doet! De landing gaat weer prima, we boemelen van de Polderbaan naar de gate en we lopen eht lange traject naar de lopende band waarde koffers verschijnen. Nou ja….veel later verschijnen dan! Eindelijk staan we aan de andere kant van de aankomsthal en begroeten Hans die ons op komt halen. We rijden door de nacht naar huis. Wij vertellen onze Griekse verhalen Hans zijn Nederlandse. We berichten de kinderen dat we aangekomen zijn en dan rijden we Arnhem binnen. We zijn thuis! De vakantie is voorbij! Wat was het vakantieleven goed!!!!!!!!!!!!!!!!!!!


