Ook Willem moet eens in zijn leven Rome gezien hebben vind ik. Oké we zijn samen dol op Parijs en de sfeer in Rome zal anders zijn maar ik vind dat Rome wel op de lijst ‘must see’ moet staan.
Een hotelletje bij Termini lijkt me wederom een goed idee maar dit keer besluit ik wél een metrokaart te nemen, al is het alleen voor een terugtocht, dan loop ik wel heen!
We gaan niet zonder missie. We hebben het boek van Dan Brown, het Berninimysterie gelezen en willen de plekken uit het boek bezoeken. De plekken van de moorden dan wel te verstaan. Niet zomaar dus weer doelloos rondslenteren als de vorige keer dat ik er was maar met een doel en dan toch álles zien!
We vliegen weer met Ryanair en landen op Ciampino. Bus naar Termini en lopend naar het hotel dat lekker dichtbij is! Hotel Altavilla een eenvoudig maar goed hotel.
Aangezien we laat aankomen zoeken we maar meteen een plek om te eten en hangen een beetje rond het hotel.
Lekker vroeg wakker, de dag kan beginnen! Eerst naar het de basilica Santa Maria Degli Angeli waar ik toch altijd weer onder de indruk raak van de astrologie in de kerk! 
Natuurlijk dan naar het Colosseum en het forum romana. Dat móét Willem gezien hebben. De gladiatoren uit Willems heldenfilms doen verwoede pogingen ons met hen op de foto te krijgen maar wij zijn slechts geïnteresseerd in het Colosseum, waar we ook heus ingaan! en in een Italiaans ijsje Jammie!
In het Forum Romana waan ik me altijd tussen Astrix en Obelix terwijl ze er toch niks mee te maken hebben. Als ik over de kasseien loop lopen rillingen over mijn lijf bij het idee hoeveel triomftochten hier na veldslagen bereden en gelopen zijn!
En we lopen, ja heus!, in één ruk door naar het Vaticaan waar we nog een dienst meemaken ook!
Willem is onder de indruk ja jaaaaaa…… toch wel dus!! De piéta is ook niet zomaar een beeld, maar wel even van mijn favoriete beeldhouwen Michelangelo! En de kerk is inderdaad niet misselijk!
De avond valt bij het Vaticaan en het wordt tijd wat te gaan eten! Dan zoeken we het hotel, met de metro weer op, genieten van de straatartiesten en nemen nog een afzakkertje op een gezellig terrasje achter Termini.
De volgende dag; Santa Maria del Popolo, Spaanse trappen, Trevifontein, Piazza Navarona en het Pantheon. Op de Piazza blijven we lang genieten van de artiesten evenals we trouwens deden op het plein bij de del Popolo en het Panthéon. Rome is er vol van. Ze zijn niet allemaal even goed maar het blijft de moeite waard even te blijven kijken.
Op de Piazza zouden we, onder het genot van een drankje….en nog eentje, bij het kijken naar de fontein, bijna denken dat het verhaal uit het Bernini mysterie echt gebeurd is. In ons hoofd bekijken we hoe ver het rennen is vanaf onze plek om de man nog te redden. Brrrr gruwelijke gedachte. 
De Trevifontein is onze laatste stek van de dag. Wat een aanblik. Wat een prachtige avondverlichting. We raken onder de indruk van een jonge vrouw op een plankje op wieltjes die bedelt. Ze is trots en fier. Ze wil studeren vertelt ze maar wordt met haar handicap niet aangenomen op de universiteiten en is gedoemd te bedelen. Nooit, nee nog nooit gaven Willem en ik zoveel geld. We geloven haar! Ik zou haar willen meenemen naar ons. Waar scholen zijn en aanpassingen! Waarom is er toch zoveel verschil in de wereld??? Waarom????
De volgende dag gaan we nog één keer naar het Vaticaan, de engelenburcht en het Vaticaans Museum. Alleen al bij de gedachte dat ik weer stiekem verboden foto’s zal maken van de Sixtijnse kapel kan ik me verkneukelen.
buiten op het St Pietsplein is een soort dienst gaande. De Paus komt met zijn pausmobiel al zwaaiend aangereden. Waar de dienst over gaat mag Joost weten maar in alle talen hoor je de Paus iets zeggen dan vervolgens roepen en joelen honderden mensen en zwaaien de vlaggen van die landen in hun handen! Toch grappig om mee te maken. Ooit maakte ik het Urbi et Orbi live mee met mijn ouders maar dit is weer eens wat anders!
Het Vaticaan museum is wederom idrukwekkend aan aan het eind ben je misselijk van al het goud dat er schitterde en het kristal dat er blonk. Maar ik heb mijn foto’s gniffel gniffel.
Het is tijd om te gaan. Laat, heel laat landen we op Eindhoven met een hoofd vol gevisualiseerde Berniniplekken. Voor Willem hoeft het niet meer………maar ik keer zeker weer een keer terug!
Hieronder het volledig verslag:
Verslag Rome 25 oktober 2009
Dag1
Het is zondagochtend en we kunnen rustig een beetje uitslapen. We hebben een lange en gezellige nacht gehad op mijn zus’ verjaardag. Filmpjes gekeken van toen wij nog heel jong waren.
Ik word wakker van het gezellige geluid van de meiden van Willem beneden die een nachtje hier geslapen hebben.
Jim is al druk doende in de badkamer.
Nog even lui omdraaien, uitrekken en dan ook maar zelf het bed uit. Vandaag is immers de dag van vertrek maar we hebben zeeën van tijd!
Na een stevig ontbijt met zelf gebakken brood en natuurlijk een eitje en nadat de meiden getut en gepoetst zijn, zwaaien we ze rond half elf uit.
Wijzelf genieten daarna van de laatste voorbereidingen.
Ryanair is een vliegtuigmaatschappij die weliswaar goedkoop is maar het een en ander aan banden heeft gelegd. Zo mogen we wel handbagage meenemen maar deze mag slechts tien kilo wegen. Gewone bagage mag ook mee maar daar betaal je dan twintig euro voor en je mag beslist niet over de twintig kilo heen!
We nemen dus een reistas op wieltjes mee en zo min mogelijk kleren. Dat gaat ons lukken. Zeker na de blunder van Willem deze zomervakantie waarbij hij ongeveer zijn gehele kleding en schoenenkast in de koffer had geladen.
Ik zie dus streng toe op Willems aandeel in de reistas. Een broek en twee overhemden, twee t-shirts en drie onderbroeken. Oké en een paar sokken en zijn onontbeerlijke rijk gevulde toilettas. Wederom doe ik het met iets minder. Eén rokje, twee blouses, drie onderbroeken en een armoedig gevulde toilettas want volgens mij heb ik alleen een tandenborstel en wat pasta nodig. Oké Willem en een busje deo! Klaar!! Tas is gepakt. En er zou zelfs nog eens zoveel bij kunnen maar dat doen we dus niet!
Paspoorten, ja hebben we!
Boardingpassen, ja hebben we. Heb ik al twee weken in bezit want die kan je zelf uitprinten via Ryanair.com. Heel handig!!
Hotelvoucher van booking.com……………euh……..ja maar………..wel van het verkeerde hotel!
We hadden immers eerst een hotel ver buiten het centrum, foutje van mij, en hebben toen een herboeking gedaan. Maar euh……die papieren heb ik dus nog op school liggen. En…de school is dicht! En…… de inkt van mijn printer is behoorlijk op! Dus…… JA HOOR!!…what are friends for….ik bel de Tempeltjes…..niet thuis…..ik bel de Oolgaardjes…en jazeker wel…. De heerlijke stem van ons eigen Bobje klinkt frivool door de hoorn en vertelt ons dat zijn Mieke wel degelijk inkt in de printer heeft. Zeker genoeg voor het uitprinten van onze hotel papieren. Op naar Bob en Mieke dus!
Reistas in de auto, even checken of alles wel uit is, oeps vogeltjes moeten nog eten…..
Vogelkooi valt om, vogeltje vliegt door de kamer terwijl de ander heerlijk in haar nestkastje blijft zitten, zand over de vloer, rotzooi….! Stofzuiger pakken, boel weer netjes. Vogeltjes eten geven en….. oh ja….de medicijnen…. Kijk dat is nou de ellende, sinds kort zit ik weer aan de medicijnen. Ik baal daarvan als een stekker maar wat moet dat moet! Afgelopen vrijdag nog naar de neuroloog voor de restless legs (fijn hoor die mega overgangskwalen!). En wat geeft die oelewapper me….valium…want zo zegt de aardig man…dat helpt het beste….! Maar die valium zorgt er dan ondertussen wel voor dat je zo’n beetje alles vergeet wat je juist onthouden moet. Nee hoor Willem…jou vergeet ik niet….JIJ BENT DE LIEFSTE!!
Goed….medicijnen dus nog even inpakken en het papiertje van de apotheek erbij want oh wee als ze bij de douane eens moeilijk gaan doen.
Nu klaar? Ja hoor…we kunnen!
Benzine tanken en op naar Bob en Mieke. De koffie staat al klaar als we aankomen. En Mieke zit natuurlijk al achter de pc. Samen bekijken we nog even de foto’s van haar zoon en schoondochter die net als mijn zoon en schoondochter, onlangs getrouwd zijn.
Dan print ik, DE GOEDE, hotelvoucher uit en klaar is Wampie. Willem krijg ik maar moeizaam mee. Onze Bob heeft sinds kort abonnee sport tv of zoiets en Willem en hij zitten al weer ver onderuitgezakt voor de buis naar voetballen te kijken. Dan pik ik maar een pepermuntje met muntdrop uit het glazen schaaltje op tafel die Mieke daar standaard heeft staan voor liefhebbers. En een liefhebber ben ik!
Hup Willem in de benen….we moeten gaan!
We knuffelen onze vrienden ten afscheid en gaan met een goed gemoed op naar Rome. Naja, eerst even naar Eindhoven dan. Eindhoven ja, want we vliegen dit keer niet vanaf Schiphol maar vanaf Eindhoven Airport. En dat zal ons benieuwen
Het is zondag en het is rustig op de weg. Vitesse speelt uit dus we kunnen met een gerust hart langs het Gelredome en NEC zit ver genoeg weg om er geen last van te hebben. PSV speelt uit dus ook geen problemen bij Eindhoven. Ja hoor, ik denk sinds kort in voetbaldruktes met zo’n man als Willem.
De reis verloopt voorspoedig. Bij Eindhoven is het even opletten geblazen hoe de verkeerslijnen lopen maar uiteindelijk zitten we op de goede weg en Eindhoven Airport is al in zicht.
Tijdens de voorbereidingen had ik al gezien dat we lang parkeren P4 of P5 moeten hebben. Je zit dan wel ietsje verder van de vertrekhal maar dichtbij genoeg om het op je gemakje te lopen en je betaald gewoon de helft minder!
We belanden dus op P5, pakken de reistas eruit en de handbagage, sluiten de auto af, bergen de parkeerkaart goed op, kijken op welke plek we staan (bij D dus) de D van DRome, ach een ezelsbruggetje kan nooit kwaad en lopen het stukje naar de vertrekhal.
Wat een ontzettend leuk en overzichtelijk vliegveld is Eindhoven Airport! We vinden meteen de incheckbalie maar mogen nog even wachten tot we kunnen inchecken. Eerst maar eens een hapje eten dus. Heerlijk die salade en dat Italiaanse wokgerecht.
Dan is het tijd om werkelijk in te checken. Dat gaat behoorlijk snel bij Ryanair als je eigenlijk al via de computer ingecheckt hebt. Je hoeft alleen je bagage te laten labelen en klaar ben je.
Bagage die dus maar 9,5 kilo weegt. Kijk Willem…het kan wel!
Het toestel, de boeiing 737 staat al klaar. De priority mensen gaan voor! Dan geven wij de boardingpassen af waar gewoon een stuk vanaf gescheurd wordt en lopen richting vliegtuig. We zien mensen rennen naar de twee trappen; achter en voor. Als we in het vliegtuig aankomen snappen we ook waarom dat is. Je hebt geen vaste plaatsen bij Ryanair. Budgetair verantwoord! En bijna alle mensen hebben alleen handbagage in de vorm van kleine koffertjes. We belanden uiteindelijk bij rij 13 en de drie stoelen op een rijtje blijken heerlijk niet verder gevuld te worden zodat we alle ruimte hebben.
Precies op tijd gaan we de lucht in en laten Nederland ver onder ons. We vliegen de gehele reis laag en kunnen alle landen en plaatsen die over gaan goed zien. Het is een heerlijk schouwspel dat er voor zorgt dat je niet eens door hebt dat je binnen twee uur al in Italie bent. Twee uur die gevuld zijn met verkoop van spullen. Van eten en drinken tot parfums en sigaretten en zelfs krasloten! Bugetair maar ook bijzonder commercieel dus ook. Kan ik me wel wat bij voorstellen als je beseft dat we voor 2,49 heen en 9,99 euro terug vliegen.
Nog geen twee uur later landen we op Ciampino Airport, een klein stukje van Rome vandaan.
We stappen het vliegtuig uit en daar staat een bus klaar. Een bus? De aankomsthal staat 10 meter verder! Ja een bus……en die brengt je tien meter verder dus. De halve bus heeft er de slappe lach van!
Een kleine overzichtelijke aankomsthal met een aantal lopende banden voor de koffers waarvan zij nummer 1 moeten hebben. Willem en ik zijn het er over eens dat wij wel wat met kleine vliegveldjes hebben.
De bagage is er snel en dan snorren we een infobalie op waar we kaartjes voor de bus kunnen kopen. We moeten die van Teraavision hebben heeft de voorbereiding ons geleerd. En ja hoor, voor 8 euro hebben we een retourtje Ciampino Rome en Rome Ciampino! De bus staat al klaar.
Even alter hobbelen we over s’Rome/Lazzio wegen. De eerste prachtig verlichtte bouwwerken rijzen al snel op. Wat een prachtige stad is Rome toch. Bij station Termini aan de Massala zijde worden we uit de bus gezet. We wandelen door de immense hal van het altijd drukke station en komen aan de voorzijde bij Plaza della Repubblica uit. Nu moet het toch een kippeneindje naar het hotel zijn. En jaar hoor, straatje links in, even stukje door lopen, drukke weg oversteken, en ….och moeten we nu links of rechts…het kan allebei. Natuurlijk gokken we de verkeerde kant maar even later staan we dan toch voor hotel Altavilla. Eigenlijk zijn het twee hotels in één gebouw. Elk hotel heeft zijn eigen verdiepingen. Grappig geregeld. Als we zijn ingecheckt en de reistas op kamer 119 op de eerste verdieping hebben gedumpt, verlaten we direct weer de kamer om Rome in te duiken. Het is weliswaar laat en we kunnen niet de hele stad door maar in de buurt van Termini is vast nog wel een leuk tentje waar we wat kunnen drinken.
We lopen dus weer de 24 uur zeven dagen lang drukke stationshal in en kijken onze ogen uit. Sommige winkeltjes zijn zelfs nog open op dit uur. En de gelati (ijs) is er veelvuldig en veelkleurig en veelsmakig te verkrijgen!
We belanden bij een gezellig terrasje op de Via Marsala en bestellen een bier en gin tonic. Een gezellige donkere ober begint een praatje en verwend ons met chips en Italiaanse hapjes van quiche tot sandwiches en pizza die hij niet eens op de rekening zet. Dat wordt dus een dikke fooi!
Op bijna elke hoek van de straat staan gezellige karretjes waar ze tot diep in de nacht fruit, chips, nootje en drank verkopen.
Willem en ik besluiten het op de hotelkamer nog even gezellig te maken en kopen bier, wijn en pistachenootjes.
De hotelkamer is gezellig. We hebben luiken voor de ramen en als die open zet dan kijk je uit op een piepklein terrasje waar vijf stoelen op een rijtje staan en waar de muren geverfd zijn in de terrakleuren die Italie zo rijk is. Potten met planten hangen over de vensterbanken heen. Een knusse kamer dus. En Willem, gezeten op bed, en ik, opgevouwen op de vensterbank, genieten van de zwoele Italiaanse nacht met Italiaanse nootjes en drank. We babbelen over het boek het Berninimysterie en de ongelijknamige verfilming van het boek Angels and Demons. We gaan tenslotte ook zoveel mogelijk de plekken uit het boek bezoeken. Maar willen we er morgen vroeg uit dan zullen we toch echt de luiken letterlijk en figuurlijk moeten gaan sluiten. En dat doen we dus.
Dag2
De volgende dag zijn we al vroeg wakker. Wie Rome wil zien moet vroeg uit de veren want je loopt je te pletter als je alles wilt bekijken. En veel dagen hebben we niet!
Het ontbijt is in de kelder en in tegenstelling tot wat de recensies bij booking.com vermelden zien we een rijkelijk gevuld ontbijtbuffet staan. Oké het beleg is misschien karig maar daartegenover staat dat er koeken liggen en crackers en cornflakes. Er is koffie, thee, jus d’orange en melk. Er liggen bolletjes en croissantjes en oliebolachtige krakelingen. Willem doet zich dus weer uitermate tegoed aan het ontbijt!
Met volle maag kunnen we de tocht door Rome aanvaarden.
Wat doen we eerst?
Willem wil het Colloseum zien. We lopen dus richting Plaza della Repubblica en daar zie ik de Basilica di Santa Maria degli Angeli. Tja en als we daar dan toch zijn dan moet Willem die maar eerst zien vind ik. Van buiten lijkt het net een ruïne maar let maar op als je er naar binnen gaat.
De Basilica di Santa Maria degli Angeli (Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van de engelen) is een monumentale kerk uit de late Renaissance die zich aan de voet van de heuvel van Assisi bevindt, in de frazione (buurtschap) Santa Maria degli Angeli. De basiliek werd gebouwd tussen 1569 en 1679 door de bouwmeesters Galeazzo Alessi en Giacomo Barozzi da Vignola. De basiliek werd over een kleine kapel heen gebouwd, de zgn. Portiuncula – dit is de heiligste plaats voor de Franciscanen. Daar ontving de jonge Franciscus van Assisi een helder besef van zijn roeping en nam hij afstand van de wereld om, te midden van de armen, in armoede te leven. In de Portiuncula begon de bedelorde van de Franciscanen of minderbroeders. De Basilica maakt sinds 2000 deel uit van het Werelderfgoed van de UNESCO “Assisi, Sint-Franciscusbasiliek en andere Franciscaanse locaties”. Deze kerk is gebouwd in de centrale zaal van het frigidarium van de thermen van Diocletianus. Het frigidarium was het koudwaterbad in de thermen. Hieromheen waren de andere baden en zalen gebouwd. Met de bouw van het oorspronkelijke thermengebouw werd begonnen in 298 na Christus. onder het bewind van keizer Maximianus. Onder keizer Diocletianus werden de thermen afgebouwd. De thermen werden ingewijd omstreeks het jaar 305. Het waren de grootste thermen uit de oudheid en ze boden plaats aan ongeveer 3000 man tegelijkertijd. Het frigidarium alleen al was al 100 bij 30 meter groot. In de loop der eeuwen was alleen deze zaal van het enorme gebouw blijven staan en gaf Paus Pius IV aan Michelangelo in 1561 de opdracht om het gebouw te verbouwen tot kerk. Michelangelo was toen al 86 jaar oud. De gevel van het gebouw ziet er rommelig uit en voorspelt niet veel goeds. De binnenkant ziet er mooier uit. Bijzonder zijn de zuilen waarvan er acht de originele architraaf dragen. Een architraaf is de afwerking van een zuil aan de bovenkant. De architraaf is dikwijls mooi versierd. De zuilen waren in de oudheid zeventien meter hoog, nu is het nog maar vijftien meter want Michelangelo heeft de vloer twee meter verhoogd. In de rechter vleugel ligt in de vloer de Linea Clementina, een meridiaan met de tekens van de dierenriem, die paus Clemens XI heeft laten aanleggen door Francesco Bianchini in 1702.
Ik verbaas me altijd weer over de combinatie van astrologie en religie. Ik volg de sterrenlijn met zijn sterrenbeelden en ik geniet van Michelangelo’s prachtige werk. Als we de kerk bewonderd hebben, lopen we de via Nazionale af. Een ellenlange winkelstraat waar je de Italiaanse mode op de voet kan volgen maar ook allerlei andere leuke typische Italiaanse winkeltjes tegenkomt. Als je eindelijk eenmaal beneden bent kom je uit Plaza Venezia en heb je een wonderlijke blik op het Capitolino. ’s Avonds is die zo prachtig mooi verlicht. We blijven hier alleen niet te lang want we willen naar het Colosseum. Ach ja, Willem ….mijn Gladiator! We lopen en lopen en zien allang de restanten van een lang geleden verleden van het Forum Romana voor we het Colosseum bereiken. Maar daar doemt hij dan voor ons op! Het enorme bouwwerk!! Het Colosseum werd gebouwd door de zogenaamde Flavische keizers. De bouw werd begonnen onder de heerschappij van Vespasianus in 72 en gefinancierd uit de krijgsbuit van de plundering van Jeruzalem in 70. Na de voltooiing in 80 werd het ingewijd door Titus. De spelen bij de opening duurden 100 dagen. De dichter Martialis wijdde er een bundeltje van 33 epigrammen aan. Titus’ opvolger Domitianus voegde nog een verdieping toe, benevens een aantal gangen en vertrekken onder de arena, die nu zichtbaar zijn. Het werd gebouwd op de plaats waar het stagnum, een kunstmatig meer, lag van Nero’s Domus Aurea. De Flavische keizers probeerden de herinnering aan de gehate Nero uit te wissen en de gunst van het volk terug te winnen. De bouw van het Colosseum juist op de plek van het meertje, dat men had weten droog te leggen, paste in dat streven. Bovendien spaarde de keuze voor deze locatie veel grondverzet, aangezien het immense bouwwerk enorme fundamenten vereiste. Het meer besloeg maar liefst vijf voetbalvelden en werd drooggelegd aan de hand van kanalen die naar de rivier de Tiber liepen (net onder Rome). Vespasianus’ amfitheater was het beroemdste in de Romeinse wereld. Het werd bekend als Amphitheatrum Flavium – afgeleid van Flavius, de familienaam van Vespasianus, Titus en Domitianus. Tegenwoordig is het theater beter bekend als Colosseum. Waarschijnlijk ontleende het zijn huidige naam aan het ruim 35 meter hoge beeld, de Colossus van Nero, dat naast het amfitheater stond, en niet op de afmetingen van het gebouw, wat men ook vaak beweert. (bron Wikipedia)
Er staat een enorme rij voor de kassa en we staan dan ook zeker een uur in die rij voor we eindelijk een kaartje kunnen kopen. Een gids is natuurlijk handiger want dan kan je doorlopen maar we zijn niet zo van de gidserige dus hebben we de keuze voor lang wachten gemaakt. Eindelijk stappen we in de ruimte waar het allemaal plaatsvond. Enorme muren met gaten omringen ons. Voor en onder ons zien we de gangenstelsels waar de gladiatoren en leeuwen doorheen liepen.
Het Colosseum was geheel bedoeld voor de spelen die werden georganiseerd en gefinancierd door de heersende keizer. Bij de opening organiseerde Titus spelen die 100 dagen duurden. Volgens de overlevering waren er naast vele gladiatorengevechten de meest verbazingwekkende schouwspelen te zien. Zo was er een gevecht tussen kraanvogels en een gevecht tussen vier olifanten. Negenduizend tamme en wilde dieren werden afgeslacht. Ook vrouwen traden op als wilde-dierenvechters. Bij normale spelen in het Colosseum werden ’s morgens wilde-dierengevechten gehouden waarbij bestiarii (wilde-dierenvechters) vochten met allerlei wilde dieren in venationes (jachtpartijen). De arena werd op passende wijze ingericht met rotspartijen, struiken, e.d. Tussen de middag was er voor geïnteresseerden een pauzeprogramma waarin veroordeelde gevangenen voor de wilde dieren werden gegooid. In de latere Oudheid werden vooral veel christenen tot de wilde dieren veroordeeld (damnatio ad bestias). Het middagprogramma met de gladiatorenshows (munera) vormde het hoogtepunt. Kort na de opening werden volgens de overlevering ook naumachiae (zeeslagen) gehouden. Nadat men de arena met miljoenen liters water had laten vollopen, werden beroemde zeeslagen uit de geschiedenis geënsceneerd. Hoe dit precies in zijn werk ging is niet duidelijk, omdat de arena van het Colosseum eigenlijk te klein is voor oorlogsschepen. Men stopte hier in ieder geval mee na de verbouwing door Domitianus, toen twee verdiepingen onder de arena werden aangelegd. Met de opkomst van het Christendom ontstond er steeds meer verzet tegen de spelen. Een enkele keizer, zoals Marcus Aurelius, was al tegen de gladiatorengevechten, maar hij kon ze door de grote populariteit onder het gewone volk niet zonder meer afschaffen. De gladiatorengevechten werden afgeschaft nadat het Christendom tot staatsgodsdienst werd verheven. De christelijke keizer Honorius verbood de spelen in 404 nadat een monnik, die bij een strijd tussen gladiatoren tussenbeide wilde komen, door het publiek was verscheurd. Het Colosseum bleef hierna nog wel in gebruik voor andere voorstellingen, voornamelijk venationes, waarbij gejaagd werd op wilde dieren. De laatst bekende voorstelling werd gehouden in 523. Historici schatten dat in de loop der eeuwen tussen de 300.000 en 500.000 mensen in het Colosseum zijn gestorven. (bron Wikipedia)
Willem ziet het allemaal voor zich terwijl hij er rondloopt. Ik weet nog goed dat ik tegen mijn vriendin Annet, de woensdag voor we gingen, zei; “Pfff Willem wil naar het Colosseum, moeten we daar uren in de rij staan om naar een bouwval te kijken’. Behoorlijk oneerbiedig van mij natuurlijk want ik vind het op zich best een prachtig bouwwerk. Maar mijn vriendin Annet zei enkel; ‘Ik snap Willem wel want Willem wil daar ‘voelen’. En ze heeft gelijk gehad. Ze heeft hartstikke gelijk gehad want Willem voelt van alles! En het is heerlijk om daar naar te kijken. Ik ga er zelf ook anders van kijken.
Het ovale grondvlak meet (over de assen gemeten) 188 bij 156 meter, heeft een omtrek van 527 m. en de hoogte van de gevel is 48,50 meter. De buitenmuur heeft drie rijen van 80 bogen, die telkens gescheiden worden door halfzuilen, beneden met Dorische, in het midden met Ionische en boven met Corinthische kapitelen. Ook de bovenverdieping (die merendeels gesloten is) heeft Corinthische pilasters. Er waren 76 ingangen die genummerd waren met Romeinse cijfers (boven de ingangen XXIII-LIV zijn de nummers nog zichtbaar).Het Colosseum is gebouwd uit beton, tuf- en baksteen, maar voor de façade en zuilen is gebruik gemaakt van grote hoeveelheden travertijn, dat via een speciaal aangelegde weg werd aangevoerd uit de heuvels bij Tivoli. IJzer werd gebruikt om de stenen aan elkaar te bevestigen. Een groot aantal zitplaatsen, muurbekledingen en ornamenten was van marmer. De 1e rij bogen is voornamelijk opgebouwd uit kalksteen. Voor de 2e en 3e rij bogen zijn rode bakstenen (ook wel terracotta) en beton (ook wel opus signinum) gebruikt. Dit was lichter en hierdoor was de kans op instorten kleiner. Het voordeel van het gebruik van bogen is dat de kracht naar de pilaren wordt gedrukt. En doordat de boog open is, hoeft er minder steen te worden gebruikt, wat weer scheelt in gewicht. Een ander voordeel van de bogen is dat ze allemaal hetzelfde zijn. Hierdoor kon gebruik gemaakt worden van ongeschoolde arbeiders. De zitruimte (cavea) bood plaats aan meer dan 50.000 toeschouwers. Deze was ingedeeld in vier galerijen. Voor de keizer was er een aparte loge aan een van de lange kanten van de arena met een eigen ingang. Aan de overzijde was de loge voor de keizerin, de Vestaalse maagden en de magistraten. De senatoren hadden marmeren zitplaatsen direct aan de arena. Andere mannen zaten naargelang hun sociale positie dicht bij de arena of er verder vandaan. Op de vierde galerij zaten de vrouwen van senatoren en ridders. De arena, die door een muur van 4 meter hoog van het toeschouwersgedeelte gescheiden was, meet 76 bij 44 meter, en was gevuld met geel zand. Aan de uiteinden van de lengteas waren twee artiesteningangen. Het Colosseum kon worden afgedekt met een canvas zonnescherm: het velarium. Dit scherm werd opgetrokken met kabels die aangetrokken werden van buiten het Colosseum over 240 masten. Deze masten staken via gaten in de kroonlijst in een uitstekende stenen bak. Voor het optrekken van het velarium was een regiment matrozen in Rome aanwezig. Naar schatting waren er wel 1.000 man nodig om het scherm op te trekken. Op het plein buiten het Colosseum staan nog enkele stenen met gaten waaraan de kabels bevestigd werden, hoewel ook gedacht wordt dat deze stenen dienden voor dranghekken. Naderhand is her nog een hypogeum bijgebouwd: het ondergrondse labyrint. Hier waren 60 valluiken en 30 liften, zodat de Spelen nog spannender en verrassender werden! Door de luiken en liften konden bijvoorbeeld tijgers naar de arena geleid worden. In de nabijheid van het Colosseum waren vier gladiatorenscholen. Voor de bestiarii was er de Ludus Matutinus, zo genoemd omdat de wilde-dierengevechten in de ochtend plaatsvonden, en voor de ‘echte’ gladiatoren waren er de Ludus Gallicus, de Ludus Dacicus en de Ludus Magnus. De laatste lag het dichtst bij het Colosseum en was er door een ondergrondse gang mee verbonden. Een deel ervan is door opgravingen ten oosten van het Colosseum blootgelegd. (bron Wikipedia)
De trappen klimmen we niet op. Van waar wij staan heb je een prachtige blik op alles wat het Colosseum te bieden heeft. En na een uurtje heeft Willem het wel gezien. We wandelen het Colosseum weer uit en stuiten direct tegen de verklede Gladiatoren aan die voor wel 5 euro met je op de foto willen. Wat ben ik blij met mijn spiegelreflex met zoomlens waarmee ik van verre afstand toch een fotootje van hen kan maken zonder dat ze het in de gaten hebben en dus boos worden. Want oh wee als ze merken dat je een foto van ze maakt zonder dat je ervoor betaald…dan worden de Gladiatoren Balloren (ballorig)! Na de ontmoeting met de verkleedpartij zien we een karretje met ijs en daar gaan we dan met onze eerste GELATI!! Willem gaat voor de chocolade en ik voor de fragiola ofwel aardbei. En ach wat smaken ze!!!! Tevreden lopen we richting Forum Romana wat op steenworp afstand ligt van het Colosseum. We konden bij de entree van het Colosseum direct ook een ticket voor daar kopen dus hoeven we daar in ieder geval niet meer in de rij te staan. Achteraf hadden we het beter andersom kunnen doen want de rij bij het forum is beduidend minder lang. We mogen in de andere en veel kortere rij plaats nemen en voor we het weten staan we midden in de oudheid! Hieroner volgt wat informatie over het Forum Romana. Je kunt het ook overslaan als je wilt maar het is best de moeite waard het te lezen.
Het Forum Romanum (Latijn voor Marktplein van Rome) was in de oudheid het centrum van Rome. Het forum was in de gloriedagen van het Romeinse Rijk zowel het politieke en juridische als het religieuze en commerciële centrum van de stad. Van oorsprong was het Forum Romanum een open vlakte tussen de heuvels Capitool, Palatijn, Velia en Esquilijn. Er ontsprong een natuurlijke bron en er liep een beek doorheen, de Velabrum, die uitmondde in een moerasachtig gebied bij de Tiber. De beek stroomde uit de dalen van de verderop gelegen heuvels Quirinaal, Viminaal, Oppius en Cispius, en kruiste het forum van het noorden naar het zuiden. De Velabrum werd op bij het forum verder gevoed door diverse bronnen en stroompjes, waarvan de belangrijkste op de Velia lag. De lager gelegen delen van het dal waren drassig en overstroomden regelmatig. rchaïsche tijd (10e eeuw – 8e eeuw v.Chr.)
In de 10e eeuw v.Chr. vormden zich de eerste nederzettingen op de Palatijn en andere heuvels. Een weg, de Vicus Iugarius, werd aangelegd door het dal van het forum en de inwoners van de dorpjes hielden waarschijnlijk een eenvoudige markt op de hoger gelegen delen van de vlakte. Ze verkochten er zout en andere waren die via de nabijgelegen Tiber konden worden aangevoerd, aan boeren uit de omgeving. Daarnaast werd het forum gebruikt als begraafplaats. Er zijn diverse graven uit deze tijd teruggevonden.
Koningstijd (8e eeuw – 6e eeuw v.Chr.)
Vanaf de 8e eeuw v.Chr. verenigden de nederzettingen van de omliggende heuvels zich en ontstond de stad Rome, die in deze tijd geregeerd werd door koningen. Volgens de overlevering liet de tweede koning Numa Pompilius op het forum de Regia bouwen, dat hij als woning of hoofdkwartier gebruikte. Hij bouwde ook een van de eerste heiligdommen op het forum, de Tempel van Vesta. Bij de tempel hoorde het Huis van de Vestaalse Maagden en de Domus Publica, waar de Pontifex Maximus woonde. De vijfde koning Tarquinius Priscus zou de Velabrum hebben gekanaliseerd, zodat de waterstroom gecontroleerd door de vallei richting Tiber kon lopen en overstromingen niet meer voor kwamen. Op de drooggevallen delen van het dal kon daarna gebouwd worden. Het nieuwe kanaal werd ook gebruikt als riool en kreeg de naam Cloaca Maxima, Latijn voor Grootste riool. Volgens de Romeinse historicus Livius verdeelde Tarquinius Priscus daarna het nieuw verkregen land onder de burgers en bouwde er zelf een aantal overdekte winkelstraten. Vanaf de 6e eeuw v.Chr. werd ook de Via Sacra, de belangrijkste weg op het forum, in oost-westelijke richting aangelegd. Het forum werd het politieke centrum van de stad toen op het nieuw verkregen land het comitium en de curia werden gebouwd. Het comitium was de plaats waar volksvergaderingen werden gehouden en in de curia zetelde de senaat. Bij het commitium hoorde de rostra, een podium vanwaar de magistraten het volk konden toespreken. In de buurt van het comitium werden altaars voor Saturnus en Vulcanus opgericht. Republikeinse tijd (509 – 54 v.Chr.)
In de vroege jaren van de Romeinse Republiek verschenen een aantal monumentale bouwwerken op het forum. In 497 v.Chr. werd de Tempel van Saturnus gebouwd, in 484 v.Chr. gevolgd door de Tempel van Castor en Pollux, die bij de Bron van Juturna werd gebouwd waar de mythologische tweeling zou zijn verschenen. Tussen en tegenover de tempels van Castor en Pollux en van Saturnus verschenen de tabernae, rijen winkels waar in het begin vooral ambachtelijke bedrijfjes als slagers waren gevestigd. Vanaf de 4e eeuw v.Chr. verplaatsten deze bedrijfjes zich echter naar andere markten buiten het Forum Romanum. Hun plaats werd voornamelijk ingenomen door bankiers. De legendarische generaal en politicus Marcus Furius Camillus zou in 367 v.Chr. de eerste Tempel van Concordia hebben gebouwd, maar hiervoor is geen archeologisch bewijs gevonden.
Het forum werd zo het politieke, religieuze en commerciële centrum van Rome. Het werd gebruikt voor spelen en ceremonies. Een van de spectaculairste hiervan was de triomftocht, waarbij de zegevierende republikeinse generaals in een imponerende stoet over de Via Sacra naar de Tempel van Jupiter Optimus Maximus op de Capitolijn trokken. Op het forum konden de burgers hun generaal bejubelen en de langsrijdende wagens met geroofde rijkdommen bekijken. De open ruimte leende zich ook prima voor gladiatorengevechten en toneelvoorstellingen, waarvoor tijdelijke houten theaters werden gebouwd.
Rond 200 v.Chr. werden de eerste monumentale basilica’s op het forum gebouwd. Binnen enkele decennia verschenen de Basilica Porcia (184 v.Chr.), Basilica Aemilia (179 v.Chr.) en de Basilica Sempronia (170 v.Chr.) In deze jaren veroverden de Romeinen grote delen van de mediterrane wereld en de steeds rijker wordende Romeinen lieten kostbare bouwwerken oprichten om hun status aan te tonen. De tabernae verdwenen langzaam van het forum en de handel verplaatste naar de basilica’s, waar ook recht werd gesproken. In 121 v.Chr. sloeg consul Lucius Opimius een grote volksopstand neer en herbouwde de Tempel van Concordia op het terrein aan de voet van de Capitolijn, met daarnaast de kleine Basilica Opimia. Quintus Fabius Maximus was zijn medeconsul van dat jaar en liet na een overwinning op de Gallische stam der Allobrogen de eerste triomfboog op het forum bouwen, de Boog van Fabius. In de eerste helft van de laatste eeuw v.Chr. veranderde er niet veel op het forum. Het grote plein werd opnieuw geplaveid en de dictator Sulla liet op de helling van de Capitolijn het Tabularium bouwen. De Cloaca Maxima stroomde nog steeds als een open kanaal door het forum en verdeelde het in tweeën. Tijdens de onrustige laatste jaren van de republiek ontstonden regelmatig grote rellen op het forum. Politici hitsten het volk op en brachten knokploegen mee om door intimidatie een zaak in hun voordeel te kunnen beslissen. Caesar en Augustus (54 v.Chr. – 14 n. Chr.) Tussen 58 en 50 v.Chr. was Julius Caesar proconsul van Gallië. Door de buit van zijn vele overwinningen daar werd hij een van de rijkste mannen van de stad en wilde dit in navolging van Pompeius, die een enorm groot theater had gebouwd, ook laten zien. In 54 v.Chr. was hij nog buiten de stad maar gaf opdracht om de Basilica Julia te bouwen op de plaats van de door brand verwoestte Basilica Sempronia. Caesar had grote plannen voor een herinrichting van het forum. Door de enorme groei van de stad was het Forum Romanum te klein geworden en hij bouwde daarom een nieuw forum, direct aan de noordelijke zijde. Onderdeel van deze plannen was de Curia Julia, een nieuw senaatsgebouw ter vervanging van de oude curia, die bij rellen in 52 v.Chr. was afgebrand. De nieuwe curia kreeg een andere oriëntatie om in een lijn te komen met het nieuwe forum dat er direct achter werd gebouwd. Caesar werd vermoord voordat al zijn bouwwerken klaar waren, maar zijn erfgenaam Octavianus nam deze taak op zich en voltooide de basilica, de curia en het nieuwe forum. Na de moord werd Caesar op het forum gecremeerd. Octavianus liet zijn adoptief vader vergoddelijken en bouwde in 29 v.Chr. op de crematieplaats de Tempel van Caesar. In 33 v.Chr. liet Marcus Agrippa de Cloaca Maxima overdekken, waardoor het forum in een grote openbare ruimte veranderde. In 14 en 9 v.Chr. gingen bij branden op het forum de net gebouwde Basilica Julia, de Basilica Aemilia en de Tempel van Castor verloren. Octavianus, die in 27 v.Chr. als Augustus de eerste Romeinse keizer was geworden, liet ze echter weer herbouwen. Aan de Basilica Aemilia liet hij de Porticus van Gaius en Lucius bouwen, een twee verdiepingen hoog winkelcomplex dat de basilica aan het oog onttrok. De Boog van Augustus gaf toegang tot het vernieuwde forum en verbond de Tempel van Caesar met de Tempel van Castor en Pollux. Aan de andere zijde van het plein, in een rechte lijn met de Tempel van Caesar, herbouwde Tiberius in 12 n.Chr. de Tempel van Concordia op grootse wijze en plaatste er veel belangrijke kunstwerken in.
Keizertijd (14 – 476 n.Chr.) Na Augustus behield het forum zijn toenmalige vorm. Er werden nog wel enkele tempels bijgebouwd, maar verder werden er voornamelijk kleinere monumenten ter ere van de keizers opgericht. Augustus, Domitianus, Vespasianus en Trajanus bouwden elk nog een nieuwe forum dicht tegen het Forum Romanum aan. Samen met het Forum van Caesar waren dit de keizerlijke fora.
In 16 liet Tiberius een triomfboog oprichten tussen de Tempel van Saturnus en de Basilica Julia. De boog was gebouwd ter ere van een overwinning van Germanicus, maar omdat die onder auspiciën van Tiberius was behaald, kreeg de boog de naam van de keizer. Tiberius bouwde ook een tempel voor de vergoddelijkte Augustus, die op een nog onbekende plaats achter de Basilica Julia moet hebben gestaan. Tussen de Tempel van Concordia en de Tempel van Saturnus bouwde Titus in 80 de Tempel van Vespasianus voor zijn overleden vader, maar hij stierf zelf voordat dit heiligdom klaar was. Zijn broer Domitianus voltooide de tempel en wijdde het daarna ook aan Titus. Achter de Tempel van Castor bouwde Domitianus een enorm groot atrium voor zijn paleis op de Palatijn. Men kon hier vanaf het forum via een groot trappenhuis de top van de heuvel bereiken, al is niet duidelijk of het gebouw ooit is voltooid. De imponerende restanten zijn nog duidelijk zichtbaar. Ter ere van een overwinning van de keizer op de Germaanse stam der Chatten werd het grote Ruiterstandbeeld van Domitianus op het forum opgericht. Nadat Domitianus werd vermoord sprak de senaat echter de damnatio memoriae uit over zijn nagedachtenis en werd het beeld weer afgebroken. De Porticus van de twaalf goden, waarvan de weer opgerichte zuilen direct naast de Tempel van Vespasianus staan, wordt toegeschreven aan Hadrianus, die tussen 117 en 138 regeerde. Dit bouwwerk diende onder meer om deze hoek van het forum op fraaie wijze af te sluiten. Antoninus Pius bouwde in 150 de laatste tempel aan het forum, ter ere van zijn overleden vrouw Faustina. Na zijn eigen dood werd de tempel ook aan Antoninus zelf gewijd. De Boog van Septimius Severus was in 204 het laatste grote bouwwerk dat aan het forum werd toegevoegd. Ter ere van deze keizer werd er ook een groot ruiterstandbeeld opgericht.
Na de regering van de Severische keizers brak de Romeinse crisis van de 3e eeuw uit, die grote invloed had op de verdere geschiedenis van het rijk en de stad. Gedurende 50 jaar werd er vrijwel niets meer gebouwd. Pas nadat Diocletianus vanaf 284 de orde weer had hersteld, kwamen er weer nieuwe bouwactiviteiten. Dit was ook nodig want in 283 woedde er een grote brand op het Forum die veel gebouwen beschadigde en de Basilica Julia en Curia Julia verwoestte. Diocletianus liet beide gebouwen in hun oude luister herbouwen. Hij bouwde een nieuwe rostra tegenover de Tempel van Caesar en liet op de oude rostra bij de curia vijf erezuilen oprichten. Langs de zuidelijke rand van het plein werden vervolgens nog zeven zuilen gebouwd. In de late oudheid werd op het forum nog regelmatig een eremonument toegevoegd, maar niet meer grote schaal. De antieke bouwwerken werden als symbool van de grootsheid van het rijk met respect behandeld en regelmatig onderhouden en gerepareerd. In de jaren 360 was er nog een opmerkelijke restauratie op het forum. De stadsprefect Vettius Agorius Praetextatus ging in tegen de tijdgeest van het opkomende christendom en was nog een vereerder van de oude Romeinse godsdienst. Na een grote brand liet hij daarom de Porticus van de twaalf goden nog eenmaal herbouwen. Aan het begin van de vijfde eeuw woedde er weer een grote brand op het forum, mogelijk tijdens de inval van de Gothen onder Alarik in 410. De Basilica Aemilia werd hierbij verwoest, maar werd in de jaren daarna toch nog gedeeltelijk herbouwd.
Middeleeuwen en Renaissance Na de val van het West-Romeinse Rijk veranderde er de eerste eeuwen niet veel op het forum, dat nog steeds door de inwoners van Rome werd gebruikt. In de tweede helft van de 6e eeuw werd de kerk van S. Maria Antiqua op het terrein naast de Tempel van Castor gebouwd. In 608 werd ook op het plein van het forum nog een nieuw monument ingewijd, de Zuil van Phocas, hoewel deze zuil waarschijnlijk al enkele eeuwen eerder door Diocletianus was opgericht. Gedurende de Middeleeuwen had de uitgedunde bevolking van Rome niet meer de middelen om de antieke gebouwen op het forum te onderhouden en de meeste vervielen. De Tempel van Antoninus Pius en de Curia Julia werden omgebouwd tot een kerk en bleven zo van dit lot bespaard. De Boog van Septimius Severus diende als voorportaal van een andere kerk en bleef daarom ook behouden. Een aantal aardbevingen, met name die van 847, brachten grote schade toe aan de verlaten gebouwen en het kostbare marmer en ijzer werd uit de ruïnes verwijderd om in nieuwe gebouwen te kunnen worden hergebruikt. Vooral in de Renaissance was dit een normale zaak en in dit tijdperk verdwenen de meeste antieke gebouwen, op hun fundering of een paar losstaande zuilen na. Een grote laag puin en aarde vormde zich over de restanten, die daarna geheel onder de grond verdwenen. Het forum veranderde langzaam in een weiland waarop boeren hun koeien tussen de laatste antieke resten lieten grazen. Het kreeg zelfs de bijnaam Campo Vaccino, het koeienveld.
Moderne tijd, opgravingen Al tijdens de renaissance kreeg men weer interesse in het antieke Rome en de gebouwen en mogelijke schatten op het Forum Romanum, maar dit uitte zich voornamelijk in ongeregeld schatgraven op diverse plaatsen verspreid over het terrein. Vanaf 1800 ging men structureler te werk. De Boog van Septimius Severus was voor bijna de helft begraven en werd in 1803 weer helemaal blootgelegd. De Fransen waren destijds aan de macht en hadden bijzondere interesse in de oudheden. Franse onderzoekers brachten in de eerste helft van de 19e eeuw de restanten van de tempels van Castor, Concordia, Saturnus en Vespasianus weer bovengronds. Na 1870 volgde een algehele opgraving van het forum tot aan het grondniveau van de 4e en 5e eeuw. Vanaf 1898 ging de Italiaanse archeoloog Giacomo Boni nog een stap verder en groef de bodem af tot het grondniveau uit de tijd van Augustus. Hierbij werden veel belangrijke vondsten gedaan en het forum in zijn huidige staat dankt zijn uiterlijk aan deze opgravingen. Op specifieke plaatsen deed men later opgravingen die nog dieper gingen. Hierbij werden onder andere de restanten van het oude comitium aangetroffen en naast de Tempel van Antoninus een begraafplaats uit de archaïsche tijd. (bron Wikipedia)
We slenteren tussen alle zuilen en restanten van bouwselen en wanen ons in een andere tijd. Tegenwoordig vind je er ook moderne kunstwerken tussendoor en soms vind ik dat best een beetje storend ook al vind ik de kunstwerken op zich wel mooi. Er zijn weer vele archeologische opgravingen gaande want de weg die ik een paar jaar geleden liep kan ik nu niet meer bewandelen omdat er allerlei hekwerken omheen staan. We lopen dus langs een zijingang het forum weer uit. Tijd voor een verfrissing en een toilet! Op Plaza Venezia vinden we een klein cafeetje in een smal steegje. De toiletten zijn schoon en dat is al heel wat voor Rome maar de espresso die Willem heeft besteld bestaat uit niet meer dan een bodempje. Willem kijkt wel drie keer in zijn kopje om zeker te zijn dat er wel wat inzit en kan niet geloven dat je hier vier euro voor betaald. Volgende keer maar cappuccino bestellen Willem! Al zittende en genietend van de drukte van Rome (verkeer en mensen) maken we ons volgende plan op! Als we nou het Piazza Venezia achter ons laten en de Via Plebiscilo inlopen die overgaat in de Vittorio Emanuelle, dan komen we vast via zijstraatjes bij het Pantheon en de Plaza Navona. De kop espresso, naja het bodempje dan, is snel op en dus sjokken we verder langs winkels en kerken. Ik heb Willem niets teveel verteld toen ik hem zei dat op elke hoek van de straat en ook vaak daartussen een kerk of basiliek staat. Hij verbaasd zich er net zo over als ik destijds. Ineens herken ik la Torre Argentina. De kuil die je op dat pleintje ziet is de kattenopvang van Rome. Als kinderen waren mijn zus en ik daar niet weg te slaan. In Rome lopen duizenden straatkatten rond, die zich graag verschuilen tussen de oude Romeinse monumenten. In het Largo di Torre Argentina is een speciaal opvangcentrum voor deze katten opgericht. Vrijwilligers van over de hele wereld komen hier meehelpen met de verzorging. Momenteel lopen er zo’n 300 thuisloze poezen rond. Ze zijn overal op en tussen de ruïnes te zien. Willem, die allergisch is voor katten heeft het er al gauw gezien en dus lopen we een steegje in welke ons naar het Pantheon zal leiden. En ja hoor….een paar leuke winkeltjes vol pauselijke kledij en wat antiekwaar verder komen we langszij het Pantheon en zien het vrolijke plein Piazza della Rotonda.
Het Pantheon (Grieks: πας “pas” = elke / θεος “theos” = god) is een gebouw in Rome dat als tempel werd gebouwd tussen 118 en 125 na Christus. Het is nu in gebruik als Rooms Katholieke kerk. Pantheon betekent ‘gewijd aan alle goden’. Een andere mogelijke vertaling is: ‘geheel goddelijk’. Het is het bekendste pantheon ter wereld. Het oorspronkelijke gebouw dateert uit 27 v.Chr. en werd gebouwd onder het consulschap van Marcus Agrippa. In 80 n. Chr. werd deze tempel tijdens de grote brand die Rome teisterde, verwoest. In 125 liet keizer Hadrianus het Pantheon geheel herbouwen. Na de val van het West-Romeinse Rijk bleef het Pantheon in bezit van de Byzantijnse keizers, hoewel zij geen werkelijke macht meer hadden in Rome. Keizer Phocas schonk de tempel in 609 aan Paus Bonifatius IV. Deze Paus maakte van het Pantheon een kerk, de Santa Maria ad Martyres. Om deze reden is het Pantheon nooit afgebroken, wat bij de andere heidense tempels in Rome wel gedaan is. Vanaf de Renaissance werd het Pantheon gebruikt als begraafplaats voor vooraanstaande Italianen, van wie Rafaël Santi en Victor Emmanuel II de bekendste zijn. Op de gevel aan de voorzijde staat een opvallend grote tekst in bronzen letters: M.AGRIPPA.L.F.COS.TERTIUM.FECIT Dit betekent: ‘Marcus Agrippa, zoon van Lucius, voor de derde maal consul, heeft dit gebouwd’. Het huidige bouwwerk stamt echter in zijn geheel uit de tijd van Hadrianus. Keizer Hadrianus liet niet zijn eigen naam op de gevel vereeuwigen, omdat hij daarmee de senaat voor het hoofd zou stoten. Keizer Domitianus had enkele gerestaureerde gebouwen met z’n eigen naam beschreven, wat hem niet in dank was afgenomen. Het kwam Hadrianus bovendien niet slecht uit dat er op deze plek al eerder gebouwd was door Agrippa. Door de verbinding aan te houden met Agrippa, rechterhand van keizer Augustus, kon Hadrianus zich als legitiem opvolger van Augustus presenteren. De inscriptie komt voor in de biografie van Suetonius over keizer Augustus, waarin een adelaar boven de eerste letter “M” ging zitten. Aangezien het Latijnse woord “Mors” (de dood) ook met een M begint, zag Augustus hier een voorteken in dat zijn einde naderde. Het Pantheon is nog in zeer goede staat, maar mist de bronzen omlijsting van de cassettes in het gewelf en de bronzen ornamenten van de zuilengang. Deze werden door Paus Urbanus VIII Barberini verwijderd en omgesmolten om er het baldakijn boven het hoofdaltaar van de Sint-Pietersbasiliek van te laten gieten. Dit werd als een grof schandaal beschouwd en leidde tot een beroemd geworden uitspraak: quod non fecerunt barbari, fecerunt Barberini, vrij vertaald: wat de Barbaren niet hebben gesloopt, hebben de Barberini wel afgebroken. Het ronde gebouw, met een zuilengang bestaande uit drie rijen Corinthische zuilen (8 in de eerste rij, 16 in totaal), bestaat uit een betonnen koepel, met een centrale opening (de oculus). Deze opening is ook echt open en het regent dus soms naar binnen. De vloer is licht gebogen om het regenwater af te voeren. De diameter van de koepel is gelijk aan de hoogte van de vloer tot aan de oculus: 43,30 meter. Hierdoor zou het inwendige van het gebouw perfect in een kubus met een ribben van 43,30 meter passen, of anders gesteld: men kan perfect een bol met een diameter van 43,30 meter in het gebouw plaatsen. De grote koepel bleef tot 1434 de grootste betonnen koepel ter wereld, toen in Florence een grotere koepel werd gezet op de Santa Maria del Fiore, die een diameter van 45 meter heeft. Om die enorme koepel te maken hebben de Romeinen enkele trucs toegepast:
- zo brachten ze bovenaan een oculus aan. Dit is een ronde opening die ervoor zorgt dat de koepel soepel bleef en zo gewapend was tegen aardbevingen;
- de Romeinen beperkten het gewicht van de koepel, door cassettes (uitsparingen) in de koepel aan te brengen, door naar boven toe de koepel dunner te maken en lichter materiaal te gebruiken en daardoor lichter werd. Zo is in de basis van de koepel basalt gebruikt en bovenin rond het oculus puimsteen, dat zo licht is dat het in water drijft. (bron Wikipedia)
Piazza della Rotonda is een van de meest bezochte pleinen in Rome. Dit plein ligt tegenover het pantheon. Door de bekendheid van het Pantheon kennen maar weinig mensen de naam van het plein zelf. Het plein is vernoemd naar het Pantheon, maar toch staat het bekend als ‘het plein van het pantheon.’ In het midden van het plein staat een obelisk met een fontein. Piazza della Rotonda wordt gekarakteriseerd door de façades van omliggende 18e eeuwse paleizen.
Nu begint voor ons het Bernini mysterie echt te leven. We hebben allebei het boek verslonden en samen de film dankzij Robbert (angels and demons) bekeken. Hier vond Robert Langdon de verkeerde aanwijzing en zodra we binnen zijn herkennen we meteen de plek en de verkeerde aanwijzing. Het Pantheon is indrukwekkend. We genieten van de oculus (de grote opening) waar zoveel licht doorheen valt. En we genieten van de prachtige beschilderingen. Het plein is gezellig. Er staan allerlei verklede figuren die je naar hun voorstelling van ‘La Traviata’ willen loodsen. Maar wij willen verder. Wij willen naar Plaza Navona. Daar waar de laatste aanwijzing van het Bernini mysterie was. Ach, we volgen ze niet in de goede volgorde maar wat zou dat! Daarnaast is het gewoon een mooi en oergezellig plein met vele kunstenaars.
Het Plaza Navona stamt uit de Oud-Romeinse periode in 1c, Dit Navona plaza was de wedstrijd arena voor de wagen race natuurlijk Romeinse Circus. De tijden flow en flow, In 1651, de architect Lorenzo Bernini had ontworpen en sculptured “Fontein van de Vier Rivieren” in het kader van de Obelisk. Dit beeldje is het symbool van de vier continenten en vier beroemde rivier die de rivier de Ganges in India, de rivier de Nijl in Egypte, de rivier de Donau in Europa, en de rivier Silver (De Rio de la Plata in het Spaans) in Zuid-Amerika. De voltooiing van deze beelden: de geboorte van de plaza. De vereiste van de het leven van de mensen is zeer belangrijk voor de wijzigingen van de stad verschijnen. De oorsprong keer, dit plaza was voor de recreatie van het publiek, En dan, in 15c, De markt had overgedragen van Campidoglio plaza te Navona. Rond de 16 quater, A veel woningen waren gebouwd rond Navona plaza. Ten slotte is het onderhoud van de plaza is uitgevoerd door de architect. Het is heel interessant om me in de studie van het leven van de stad. Grondig, de geschiedenis van de plaza is het omgekeerde aan de stedenbouw in de school en universiteit. (bron Wikipedia)
We lopen niet direct naar de fontein waar het allemaal gebeurde maar worden al direct opgehouden door twee kunstenaars. De een verricht wonderen met een touwtje, de ander staat prachtig stil te staan en gewoon te zijn. De andere twee fonteinen zijn trouwens ook erg mooi om te zien. We verbazen ons over het hek dat om de grote middelste fontein staat die Bernini zo prachtig gemaakt heeft. Dat hek stond er toch niet in de film? En erg diep is de fontein nu ook weer niet. Niet zo diep als de film ons doet vermoeden.
De Vierstromenfontein (Italiaans: Fontana dei quattro fiumi) is een fontein in barokke stijl op het Piazza Navona te Rome, vervaardigd door Gian Lorenzo Bernini in de jaren 1648 tot 1651. De fontein is gemaakt van travertijn, een soort kalkafzetting die op marmer lijkt. Ook de wijk rond het plein heet Piazza Navona. Over het ontstaan is een anekdote bekend: in 1651 vond paus Innocentius X dat het tijd was voor een mooi monument op zijn plein. Alle kunstenaars zouden het een grote eer vinden om zo’n belangrijke fontein te ontwerpen voor een paus. De paus kon dus kiezen wie hij zou aanstellen voor deze klus. Om hem te helpen kiezen organiseerde de paus een wedstrijd. Op die manier kon Borromini bouwen aan dit kunstwerk. Het zou een minder uitbundig werk worden als dat er nu werkelijk staat. Dat komt omdat Bernini voor de paus kwam te werken. Bernini mocht het werk maken omdat hij ervoor zorgde dat Olymphia Maidalchini, de schoonzus van Innocentius X een zilveren model van de fontein kreeg. Vervolgens zorgde Bernini dat zij dit aan de paus zou laten zien en het aan hem zou geven. De paus was zo onder de indruk dat hij vanaf dat moment Bernini in staat stelde de centrale fontein af te maken. De fontein heeft zijn naam te danken aan de beelden die erop geplaatst zijn. Zij stellen namelijk vier belangrijke wereldrivieren voor. De eerste staat voor de Ganges in Azië, uitgebeeld door een riviergod die een roeispaan in zijn handen heeft, deze symboliseert de bevaarbaarheid van de Ganges. De Donau in Europa wordt uitgebeeld door een riviergod die met zijn ene hand het wapenschild van paus Innocentius X vasthoudt. Dit omdat de Donau de rivier is die het dicht bij Rome ligt. Waarom voor de Donau gekozen is in plaats van de Tiber is te verklaren door de obelisk in het midden van de fontein. De opdrachtgever voor het maken van deze obelisk, Domitianus, heeft ooit met zijn legioen een ernstige dreiging gekend vanuit de rivier de Donau. De Nijl uit Egypte wordt uitgebeeld door een boomgod met een doek over zijn hoofd, dit omdat destijds de bron van de Nijl nog niet bekend was. En als laatste wordt de Rio de la Plata uit Zuid-Amerika uitgebeeld door een riviergod met een stapel muntstukken eromheen. Dit zou symbool staan voor bodemschatten in het gebied van de Rio de la Plata (Zuid-Amerika). Ook over het beeld van de Nijl is een kleine anekdote bekend. De god steekt zijn hand uit en lijkt weg te duiken uit angst dat de gevel van Sant’Agnese in Agone op hem valt. Bernini zou dit gedaan hebben omdat die kerk door zijn grote rivaal Borromini is gebouwd. Dit verhaal klopt zeer waarschijnlijk niet, aangezien de fontein enkele jaren eerder gebouwd was dan de kerk. Heel duidelijk aanwezig is de Egyptische obelisk van rood graniet die in het midden van de fontein omhoog rijst. Uit de inscripties in Hiërogliefen blijkt deze in het jaar 81 gemaakt is voor de Romeinse keizer Domitianus. Later is deze obelisk gebruikt in een tempel voor de grieks-egyptische god Serapis en later voor het Circus van Maxentius, een renbaan ten zuiden van het oude Rome bij de Via Appia. Innocentius X besloot de, ondertussen omgevallen en gebroken, obelisk te herbruiken. Op deze obelisk is zijn familiewapen aangebracht: de duif met de olijftak. Verder zijn nog onder andere een palmboom, een leeuw, een slang, twee dolfijnen en een armadillo te zien. De obelisk is 16,54 meter hoog. Het samenbrengen van architectuur en beeldhouwwerk in deze fontein was revolutionair ten opzichte van andere fonteinen in Rome uit die tijd. (bron Wikipedia)
Maar lang staan we er niet bij stil en lopen tussen de schilders en portrettekenaars door richting een terrasje. Niet erg beleefde, sterker nog…behoorlijk onbeschofte obers, nemen onze bestelling op. Je kunt wel merken dat je op een beroemd plein zit, de prijzen zijn er naar en de bediening is chagrijnig. Nadat we in ieder geval de dorst gelest hebben wandelen we verder. We zien wel waar de straatjes ons heen brengen want een vastomlijnd plan hebben we nu eventjes niet meer. We slenteren met inmiddels behoorlijk gevoelige voeten door smalle steegjes en komen uit bij de Ponte Umberto, een van de vele bruggen die je over de Tiber brengen.
De Tiber (Latijn: Tiberis | Italiaans: Tevere) is met 404 kilometer lengte de op twee na langste rivier in Italië, na de Po en de Adige. Hij stroomt vanaf de berg Fumaiolo (nabij Verghereto, op de grens tussen Emilia-Romagna en Toscane) door Toscane, Umbrië, Lazio en Rome naar de Tyrreense Zee, waarin hij in 2 takken uitmondt, waarbij hij in het zuiden door de buitenwijken van Ostia-Isola Sacra stroomt en in het noorden door die van Fiumicino. De rivier heeft een stroomgebied van circa 11.014 km². Waarschijnlijk is de naam ‘Tiber’ van voor-Latijnse oorsprong, zoals de Romeinse naam ‘Tibur’, het moderne Tivoli. Een mythische koning Tiberinus, negende in de legendarische lijst koningen van Alba Longa, zou volgens de verhalen zijn verdronken in de rivier de Albula, die daarop de naam ‘Tiber’ kreeg. De mythe verklaarde de herinnering aan een eerdere, waarschijnlijk pre-Indo-Europese, naam van de rivier, die ‘wit’ (van sediment) betekent. Volgens de legende waren de stichters van Rome, de tweelingbroers Romulus en Remus verlaten op het water van de Tiber, waar zij gered werden door een wolvin, de Lupa Capitolina, die hen zoogde. Sinds de dagen van de Punische oorlogen is de Tiber een belangrijke rivier geweest voor de handel, toen de haven van Ostia een belangrijke marinebasis werd. Aan het einde van de 1e eeuw n.Chr., verzandde de haven van Ostia, en werd een nieuwe weg, de Via Portuensis, aangelegd om Rome met de nieuwe keizerlijke haven, Portus, te verbinden, vanaf de Porta Portuensis (de ‘havenpoort’). Een andere belangrijke stroom in Rome mondt in de Tiber uit: de Anio. Verder ligt er een eiland (Isola Tiberina) in, in het centrum van Rome, tussen Trastevere en het oude centrum. De overgangsplaats bij het eiland was waarschijnlijk de oudste vestiging van de stad. In de volksmond wordt de Tiber wel de Flava, de “blonde rivier” genoemd. De Tiber wordt zwaar belast door sediment maar vormt verhoudingsgewijs geen grote delta, vanwege een sterke zeestroom dicht bij de kust, die naar het noorden gaat, en verder vanwege de steile kustlijn en geleidelijke tectonische overgang. De kustlijn is sinds de Romeinse tijd bij beide monden van de rivier met ongeveer 3 kilometer voortgeschreden waardoor de overblijfselen van het oude Ostia steeds meer landinwaarts geraakten. Een eeuw geleden werd deze voortschrijding bij Fiumicino geschat op 4 meter per jaar. De tak die de zee bij Fiumicino bereikt is een kanaal, dat is gegraven tijdens het bewind van keizer Claudius en verbeterd onder Trajanus. Het raakte tijdens de Middeleeuwen zodanig verzand, dat het onbruikbaar werd voor grote schepen, maar werd in 1612 opnieuw voor scheepvaart toegankelijk gemaakt door paus Paulus V. In het oude Rome werd de rivier met een afwatering verbonden, de Cloaca Maxima, en met een ondergronds net van tunnels en andere kanalen, teneinde het water tot aan het centrum van de stad te brengen. De aanleg van moderne stenen banken begon in 1876. Overstromingen van de Tiber hebben invloed gehad op het verloop van de geschiedenis. In de moderne tijd hebben overstromingen in 1598, 1870 en 1900 plaatsgevonden. (bron Wikipedia)
En dan ineens besef ik me dat we wel heel dicht bij het Vaticaan en dus de Sint Pieter zijn. Nu stond de Sint Pieter voor morgen op onze planning maar alles wat we vandaag gehad hebben, hoeven we morgen niet meer te doen. We stappen moedig de Ponte Umberto op en slepen ons met vereende krachten richting de Via Della Conciliazione, de lange straat met zijn prachtige lantaarnpalen, die ons naar het grote Sint Pieterplein brengt.
De Via della Conciliazione is een belangrijke straat in Rome. Nadat er in 1929 een Concordaat was gesloten tussen de Italiaanse regering en het Vaticaan (in het zogenaamde Verdrag van Lateranen), waarmee een sinds 1870 bestaand isolement van de Paus werd afgesloten, nam de Italiaanse staat op initiatief van de dictator Benito Mussolini het initiatief om dit Concordaat visueel weer te geven door het aanleggen van een open verbinding tussen de stad Rome en het Vaticaan, als teken van ‘conciliazione’ (verzoening). De plannen waren in 1931 gereed, en hielden in dat de oude wijk tussen de Borgo Vecchio en Borgo Nuovo (twee smalle straatjes in het verlengde van het Sint Pietersplein, richting Tiber en Engelenburcht) zou worden afgebroken om zo de toeschouwer vanuit de oude binnenstad van Rome een rechtstreekse blik op de basiliek van Sint Pieter te geven, en andersom. De afbraak van deze Spina dei Borghi (As van de Borghi) begon in oktober 1936 en duurde bijna een jaar. Daarbij is in totaal 600.000 kubieke meter bebouwing verwijderd. De werkzaamheden aan de straat zelf werden onderbroken door de Tweede Wereldoorlog, en pas in 1950 kon het project worden afgesloten met de aanleg van twee evenwijdige rijen van in totaal 28 obelisken, die als lichtmasten dienen. De Via della Conciliazione vormt nog steeds de belangrijkste toegangsweg voor pelgrims en andere bezoekers van Vaticaanstad. (bron Wikipedia)
Het begint al een beetje te schemeren en de verlichting gaat net aan. Het is nog maar de vraag of we de Sint Pieter nog in kunnen. Eigenlijk merk je niet eens dat je in een andere staat terecht bent gekomen. We wandelen over het grote plein waar voor een gedeelte stoelen staan. Dat zal vast zijn voor als de Paus een keertje naar buiten treed. We lopen langs de zijkant richting de zware bewaking. De tassen gaan door een soort bewakingsdetector en wijzelf gaan onder een detectiepoortje door. Maar dan zijn we toch echt langs de Zwitserse Garde en de carabinieri en kunnen de Sint Pieter betreden.
De Sint-Pietersbasiliek (Italiaans: Basilica di San Pietro) is een katholieke kerk en basilica major aan het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad. De kerk werd tussen 1506 en 1626 gebouwd in barokarchitectuur op de plaats van het vroegere Circus van Nero in Rome, waar volgens de traditie de apostel en eerste Paus, Petrus, gekruisigd en begraven werd. Het is een belangrijk bedevaartsoord voor katholieken. De eerste Sint-Pieter werd gebouwd door keizer Constantijn de Grote in 324. Het gebouw had de vorm van een basilica, een veelgebruikte vorm in de oudheid In de vijftiende eeuw was de oude Sint-Pieter, na elfhonderd jaar, in zeer slechte staat. Paus Nicolaas V liet Bernardo Rossellino het gebouw opknappen, maar de pogingen werden al gauw gestaakt. In 1506 werd de oude basilica gesloopt en een nieuwe kerk ontworpen voor Paus Julius II. Na Bramante’s oorspronkelijke ontwerp, gebaseerd op het Griekse kruis, werden door de daaropvolgende hoofdarchitecten grotere en kleine veranderingen doorgevoerd. Toen Bramante stierf, waren slechts de funderingen voor het koor gelegd, en onder Rafaëls leiding werd het geheel weer gesloopt en opnieuw opgebouwd. Het schip werd qua ontwerp verlengd, waardoor alsnog een Latijns kruis ontstond als grondvorm. De volgende bouwleider was Antonio de Sangallo, die voortborduurde op Rafaëls ontwerp, maar desondanks een gedeelte van de kerk weer liet slopen. Toen Sangallo in 1546 overleed, was men net begonnen met de absis en de bogen die de grote koepel zouden ondersteunen. Voor de vierde keer echter werd de basiliek ontmanteld, toen Michelangelo pro deo de bouw overnam. De enorme sommen geld die met de bouw gemoeid waren, werden vooral door de opbrengst van de verkoop van aflaten gefinancierd. Michelangelo gebruikte Bramante’s bouwtekeningen en bouwde de kerk in de vorm van een Grieks kruis. Het schip werd in 1615 alsnog uitgebreid door de architect Carlo Maderno omdat de kerk groter moest worden dan oorspronkelijk gepland. Na deze verlenging was het schip veertig meter lang. Veel van de interne decoraties, waaronder het reusachtige baldakijn onder de koepel, zijn gemaakt door de Italiaan Gian Lorenzo Bernini, die ook elders in Rome veel kunstwerken heeft gemaakt. Bij het exterieur hoort ook het plein voor de basiliek, de Piazza San Pietro (Sint-Pietersplein), dat door Bernini werd ontworpen, evenals de zuilengalerijen die de moederlijke armen van de katholieke kerk symboliseren. Het plein is een ellips, één van de favoriete grondvormen uit de bewegelijke barok. Er staan ook twee fonteinen (uit 1612 en 1675) en een Egyptische obelisk op het plein. In de top van de obelisk is volgens de legende een stuk van het kruis aangebracht waaraan Jezus gestorven is. De façade van het gebouw biedt toegang tot de kerk door middel van de narthex. Hij werd aan het begin van de 17e eeuw voltooid door Maderno, afgezien van de klokkentorens aan weerszijden; door problemen met de funderingen en de dood van de paus werden deze pas rond 1637 in gebruik genomen. Bovenop de façade staan beelden van Jezus, Johannes de Doper en de apostelen met uitzondering van Judas. De inscriptie op de gevel is: IN HONOREM PRINCIPiS APOST. PAULUS V BURGHESIUS ROMANUS PONT. MAX. AN. MDCXII PONT VII (Ter ere van de Prins der Apostelen; Paus Paulus V Borghese, Romein, Pontifex Maximus in het jaar 1612 en het zevende jaar van zijn Pontificaat) In het voorportaal of narthex staan aan weerszijden twee beelden van Karel de Grote en Keizer Constantijn de Grote, die de christenen godsdienstvrijheid verleende met het Edict van Milaan. De ruimtes waarin de beeldhouwwerken staan, zijn niet toegankelijk voor het publiek. Op het plafond boven de middelste deur van het portaal bevindt zich een 17e-eeuwse kopie van een middeleeuws mozaïek, waar Petrus door Christus wordt aangespoord over het water te lopen. In de kerk bevinden zich vier grote steunpijlers versierd met nissen met grote beelden van de vier heiligen Longinus, Helena, Andreas en Veronica, gemaakt door onder andere Bernini. In iedere pilaar zijn erboven ook nissen met beelden en een balkon. Momenteel bevinden zich in de Sint-Pieter 395 beelden, 44 altaren en 135 mozaïeken. De Sint-Pieter heeft een oppervlakte van 15.160 vierkante meter, en biedt ruimte aan ongeveer 60.000 mensen. Een van de bekendste beelden is de Pietà van Michelangelo. Het is een beeld van Maria met de dode Jezus in haar armen. Het voorportaal heeft vijf bronzen deuren. De middelste drie werden in 1455 vervaardigd door Antonio Filarete. Ze werden gemaakt ter ere van de (vergeefse) pogingen van Paus Eugenius IV de rooms-katholieke en oosters-orthodoxe kerk te verenigen. Op de reliëfs worden Christus, de maagd Maria, Sint-Petrus en Sint-Paulus uitgebeeld, met een realistische weergave van de Romeinse tijd als achtergrond. Op de deuren staan ook heidense mythologische taferelen uitgebeeld, en scènes van de Raad van Florence. De deur geheel links, de zogenaamde Deur van de Dood, werd in 1964 gemaakt door de Italiaanse beeldhouwer Giacomo Manzù en toont de laatste scènes uit de levens van o.a. Christus, Sint-Petrus en paus Johannes XXIII. Bij het overlijden van een paus verlaat de kist met diens lichaam de basiliek via deze deur, vandaar de naam. De rechterdeur is de Porta Santa, of Heilige Deur . Deze wordt slechts in jubileumjaren door de paus geopend, en is de rest van de tijd aan de binnenkant dichtgemetseld. Boven het portaal hangen twee plaquettes die herinneren aan het jubileumjaar 1975 en het Jaar der Verlossing (1983). De zestien bronzen panelen werden vervaardigd ter ere van de speciale processies in 1950. De deur was eveneens open in het jubeljaar 2000. De laatste keer dat de deur open ging, was in 2005 tijdens het afscheid van de overleden paus Johannes Paulus II Oorspronkelijk begon de kerk waar de twee voorste zuilen van de koepel staan, maar na de uitbreiding in 1615 werden nog een reeks kapellen toegevoegd. Er zijn vier steunpilaren, gebouwd door Michelangelo en versierd met beelden en balkons door Bernini. Op de vloer van het schip liggen bronzen plaquettes die verwijzen naar de grootte van andere katholieke kerken, om op die manier de status van de Sint-Pieter te benadrukken. Aan de rechterkant bevindt zich de kapel met Michelangelo’s beroemde pietà. Aan weerszijden van de ingang hangen twee bakken met cherubijnen, die wijwater bevatten. In de kerk bevinden zich vele monumenten voor pausen, heiligen en andere prominente katholieken. Het middenschip heeft onder andere altaren gewijd aan Sint Sebastiaan, Paus Pius X en de Zweedse koningin Christina die troonsafstand deed om zich tot het katholicisme te kunnen bekeren. Een deur aan de linkerzijde vanaf de ingang gezien geeft toegang tot de koorkapel, waar ook een marmeren plaat hangt, met de namen van alle pausen erop gegraveerd. Aan het andere uiteinde van het schip in het midden van de absis, achter het baldakijn, staat de Cathedra Petri, ofwel de Troon of Heilige Stoel van Petrus van 1656-1665. Men schreef deze stoel ooit toe aan de apostel Petrus, maar onderzoek wijst uit dat hij waarschijnlijk van een rijke Romein was. Het is een uitbeelding van de Heilige Geest in het hart van het stralende Licht. De vier beelden bij de stoel stellen de vier kerkvaders van de Roomse (Ambrosius en Augustinus) en oosters-orthodoxe kerk (Athanasius en Johannes Christophoros) voor. Het onderscheid tussen de twee stromingen wordt gemaakt door de twee Roomse kerkvaders de troon daadwerkelijk te laten ondersteunen, terwijl de oosters-orthodoxen het gevaarte niet dragen maar erachter staan. In het raam boven de troon wordt de Heilige Geest gesymboliseerd door de witte duif, omringd met engelen. Twee cherubijnen dragen de sleutels en de Tiara. Boven de Stoel is een gouden aureool afgebeeld met stralen en engelen in dichte wolken. Het horizontale gedeelte van de kerk, dat het middenschip bij het baldakijn kruist, bevat twee altaren en vier kapellen. In de kapel in de linker uithoek van de basiliek liggen vijf pausen met de naam Leo begraven en het bevat ook het Altaar van de Leugen, verwijzend naar het Bijbelverhaal dat hebzucht afwijst. Twee andere altaren zijn opgedragen aan de pausen met de naam Gregorius en Clemens. Bij het bezoeken van de Sint-Pieter zijn de uiterste delen van het dwarsschip vanaf de achterste twee zuilen van de koepel niet toegankelijk. De grote koepel boven de graftombe van Petrus wordt omhooggehouden door vier enorme zuilen. Op sokkels in de voet van elk van deze zuilen staat een beeld van een heilige; met de klok mee vanaf linksonder zijn dat Sint Andreas, de Heilige Veronica, Sint Helena en Sint Longinus. De beelden van Veronica, Longinus en Andreas bevatten elk een belangrijk katholiek relikwie, respectievelijk de doek van Veronica, de speer die Christus doorboorde en een deel van het Kruis. Het voorwerp uit het beeld van Sint Helena, dier schedel, is overgedragen aan de oosters-orthodoxe kerk. Tegen de pijler die het beeld van Longinus bevat staat ook een bronzen beeld van Petrus, wiens voeten door veel bedevaartgangers gekust worden. Verder bevindt zich bij het beeld van Andreas ook een afgesloten ingang naar de catacomben onder de kerk, waar zich onder andere de tombes van Petrus en een aantal pausen bevinden. Het baldakijn tussen de vier pijlers stamt uit 1633 en is van de hand van Gian Lorenzo Bernini. Volgens de overlevering werd het brons van het dak van het Pantheon gebruikt om het monument te bekleden. De gedraaide zuilen zijn geïnspireerd door de zuilen uit de basiliek van Constantijn, die nog steeds te zien zijn in de grote pijlers, boven de vier beelden. De inscriptie in de cupola boven het baldakijn is afkomstig uit het Bijbelboek van Mattheüs: TV ES PETRVS ET SVPER HANC PETRAM AEDIFICABO ECCLESIAM MEAM. TIBI DABO CLAVES REGNI CAELORVM (Gij zijt Petrus, en op deze Rots zal Ik Mijn Kerk bouwen. Aan U zal Ik de Sleutels van het Koninkrijk der Hemelen geven) Dichter bij de top van de cupola is nog een inscriptie aangebracht: S. PETRI GLORIAE SIXTVS PP. V. A. M. D. XC. PONTIF. V. (Ter glorie van Sint Petrus, door Sixtus V, Paus, in het jaar onzes Heren 1590 en het vijfde jaar van zijn pontificaat) De enorme koepel heeft de vorm van een parabool, en bestaat uit twee lagen. In de 18e eeuw begon de buitenkant scheuren te vertonen, waarna er metalen ringen om de binnenste laag werden geklemd om het geheel bij elkaar te houden. De koepel werd in 1593 voltooid door Giacomo della Porta, nadat Michelangelo was gestorven voor de bouw was afgerond. De binnenkant zou oorspronkelijk bekleed worden met mozaïeken ter ere van het Heilig Jaar 1600, maar toen bleek dat ze niet op tijd klaar zouden zijn werd dit plan van tafel geveegd. De bronzen bol op de top van de cupola heeft een doorsnede van 3,2 meter. (bron Wikipedia)
Willem is onder de indruk van de grootte. En ik ga direct op zoek naar de mooie beelden, vooral de Pieta van Michelangelo. Helaas mogen we niet overal komen omdat er een dienst zal plaats vinden. We zien dan ook al snel mannen in groene pijen langs komen. Natuurlijk valt er nog genoeg te zien in de grote sint Pieter en we nemen ons voor dat wat we vandaag niet kunnen bekijken woensdag te gaan doen. Om alles op ons in te laten werken nemen we plaats in een van de zijnissen. Ik zie een man die wel heel erg veel boete aan het doen is. zij voeten liggen stevig gekruist over elkaar en zijn knokkels zien wit van het dichtknijpen van zijn gevouwen handen. Ook twee meisjes zitten geknield op de bankjes en slaan veelvuldig kruisjes. Zou God dit echt zo gewild hebben? Voor de zoveelste keer probeer ik de poppenkast van de katholieke kerk los te laten en dieper te gaan dan alleen het uiterlijk vertoon! Hoe mensen ook berouw tonen of spijt hebben, en waar ze dat dan ook hebben het is altijd goed…als het maar oprecht is. We volgen nog een stukje van de dienst en het prachtige gezang en dan verlaten we de sint Pieter om er later deze vakantie terug te keren. Buiten is het een schitterend schemerlicht tafereel over het plein heen.
Het Sint-Pietersplein is een plein in Vaticaanstad. De Sint-Pieterskerk bevindt zich aan het plein. Het is ontworpen door Gian Lorenzo Bernini, die daarbij gebruikgemaakt heeft van een klassieke stijl als een platform gecombineerd met Barok-stijl elementen. Het Sint-Pietersplein is gebouwd tussen 1656 en 1667. Het plein is 240 meter breed en de lengte is 340 meter. Het wordt omringd door 284 Dorische zuilen en 88 pilaren die opgesteld zijn in vier rijen. Op de colonnade (ook wel ‘de moederlijke armen der kerk’ genoemd) staan 140 beelden van heiligen. De zuilenrijen vormen een ovaal (met een binnendiameter van circa 198 meter) die iets wijder uitloopt richting de kerk, zodat de kerk nog imposanter oprijst. Boven de colonnade aan de rechterkant staat het pontificaal of Apostolisch paleis. Wanneer de paus in Rome is geeft hij op zondag om 12.00 uur iedereen de zegen vanuit het raam van zijn werkkamer. (tweede raam rechts van de bovenste verdieping). Midden op het plein staat een Egyptische obelisk die 40 meter hoog is en 340 ton weegt. De obelisk is in 37 n. Chr. uit Egypte naar Rome gebracht door keizer Caligula. De obelisk stond eerst in het circus van Nero, waar hij het draaipunt was voor wagens in races. In 1586 is hij in opdracht van paus Sixtus V verplaatst naar het Sint-Pietersplein dat er toen nog anders uitzag. Achthonderd werklieden hebben toen, met hulp van vijfenzeventig of honderdvijftig paarden en vele katrollen en koorden, de obelisk midden op het plein gezet. Denk daarbij aan het verhaal over een Genuaanse zeeman die riep: “Aqua alle fulli” (water op de touwen). In de Middeleeuwen dacht men dat er in de top van de obelisk een urn zat met de as van Julius Caesar. Tegenwoordig staat er een kruis op de top van de obelisk, zodat die nu 41 meter hoog is. Naast de obelisk staan twee identieke fonteinen. De eerste werd geplaatst in 1612, ontworpen door Maderno. De tweede, (1675) is een kopie van de eerste, gebouwd door Bernini om de symmetrie op het plein terug te brengen. De marmeren stenen in de vloer bij de obelisk geven de windrichtingen aan. (bron wiki)
Onze magen zijn behoorlijk aan het rommelen en knagen. We hebben bedacht om in de wijk Trastevere te gaan dineren. Het is een tip uit een boekje en mijn zus en Hans hebben er een hele leuke tijd doorgebracht. Alleen, mijn voeten zijn zo moe en doen zo’n zeer, en Willems spieren zijn zo voelbaar aanwezig. Maar wat moet dat moet dus sjokken we met tussenpozen richting Trastevere, langs de Tiber, met de gedachte dat we straks heerlijk rustig en vooral lang kunnen dineren waarbij onze voeten en spieren de rust gegund zal worden.
Trastevere is rione (wijk) XIII van Rome, op de westeroever van de Tiber, ten zuiden van Vaticaanstad. De naam komt van het Latijnse trans Tiberim, “aan de andere zijde van de Tiber”. Het logo van Trastevere is een gouden kop van een leeuw op een rode achtergrond, waarvan de betekenis niet duidelijk is. Trastevere grenst aan de noordkant aan rione XIV, Borgo. In de koningstijd van Rome (753-509 v.Chr.), behoorde het gebied rond de Tiber toe aan de Rome vijandige Etrusken: de Romeinen noemden het Ripa Etrusca (Etruskische oever). Rome veroverde het gebied om de rivier van beide kanten onder controle te hebben, maar dit was slechts een strategisch doel; Rome was er niet in geïnteresseerd om iets aan die zijde van de rivier te bouwen. De enige verbinding tussen Trastevere en de rest van de stad was een kleine houten brug, genaamd de pons sublicius (Latijn voor “brug gebouwd op palen”). Ten tijde van de Romeinse Republiek, in 509, was het aantal zeelieden en vissers die leefden van de rivier toegenomen, en veel van hen waren gaan wonen in Trastevere. Ook woonden er veel mensen afkomstig uit het Oosten, met name Joden en Syriërs. Trastevere werd als deel van Rome beschouwd sinds de tijd van Keizer Augustus, die de stad in 14 wijken (Latijn: regiones) verdeelde. Het moderne Trastevere was wijk XIV en werd Trans Tiberim genoemd. Het werd daadwerkelijk bij de stad betrokken toen Keizer Aurelianus (270–275) een nieuwe muur rond de stad bouwde, waarbinnen ook Trastevere werd gebracht. Onder de welvaart onder het keizerrijk, besloten verschillende hooggeplaatste Romeinen hun villa’s in Trastevere te bouwen, onder wie Clodia (de “vriendin” van Catullus) en Julius Caesar. De regio kent twee van de oudste kerken van Rome, de Titulus Callixti, later genoemd de Basiliek van Santa Maria in Trastevere, en de Titulus Cecilae (Basiliek van Santa Cecilia in Trastevere). In de middeleeuwen had Trastevere nauwe, slingerende, onregelmatige straten. Vanwege de mignani (de úítstekende delen van de voorgevels van de huizen) was er geen ruimte voor wagens om door de straten te rijden. Aan het eind van de vijftiende eeuw werden deze mignani verwijderd, maar desondanks bleef Trastevere een doolhof van nauwe straatjes. Er bestond een groot contrast tussen de rijke en grote huizen van de bovenklasse en de kleine beschadigde huizen van de armen. De straten hadden geen plaveisel tot het eind van de vijftiende eeuw, toen Paus Sixtus IV opdracht had gegeven voor het bestraten van de wijk. Eerst werden bakstenen gebruikt, maar later sampietrini, waarover koetsen makkelijker konden rijden. Dankzij zijn betrekkelijke isolatie (gelegen aan de “andere kant” van de Tiber) en door zijn multiculturele samenstelling sinds het Oude Rome, ontwikkelden de inwoners van Trastevere, de trasteverini, een eigen cultuur. In 1744 herzag Paus Benedictus XIV de grenzen van de rioni, waarmee de wijk de huidige grens kreeg. Tegenwoordig behoudt Trastevere zijn bijzondere karakter door zijn smalle straten, bestraat met sampietrini, omgeven door originele middeleeuwse volkswoningen. Vanwege de vele cafés en restaurants worden de straten ’s nachts bevolkt door zowel Italianen als buitenlanders. Veel van het oude karakter van Trastevere is echter gebleven. In Trastevere bevinden zich ook de John Cabot University, een Amerikaanse privéuniversiteit, de American Academy in Rome, en de Romeinse campus van het Thomas More College of Liberal Arts, evenals de Canadese University of Waterloo School of Architecture. (bron wiki)
Ik tel de bruggen, ik tel de keien, ik tel de stappen maar eindelijk zijn we dan waar we zijn moeten. Erg ver lopen we de wijk niet meer in, we kunnen niet meer. We vinden al snel een gezellige taveerne met een dak van druivenbladeren. Gezelliger kan je het haast niet hebben. Knus en druk met jonge mensen in de bediening. Maar alweer worden we er niet vrolijk van. Het gaat allemaal zo gehaast. En dat Italianen temperamentvol zijn dat weten we maar gehaast is toch écht wat anders. Maar goed, niet zeuren, de voeten hebben rust en het ziet er netter romantisch uit allemaal. De wijn smaakt goed en het biertje ook en het voorgerecht, een salami plateau (met zes plakjes salami) en de spaghetti (met alleen een beetje tomatensaus zonder een greintje gehakt) staan binnen een mum van tijd op onze tafel. We babbelen de dag een beetje door en proberen te genieten van het eten dat voor ons staat. Willem heeft fikse honger en zijn bord is binnen 5 minuten leeg. Ik wil toch wel erg graag wat brood bij de salami en na drie keer vragen krijgen we een mandje met vier sneden oud stokbrood. Willem doopt wat brood in het restant tomatenprut en net als ik mijn laatste broodje met een plakje salami wil beleggen zien we het hoofdgerecht eraan komen. Eerst doet de dame een stap terug en wil weer naar binnen lopen maar waarschijnlijk wordt ze van binnenuit gemaand toch het spul maar op tafel te zetten en dus komt ze weer met twee passen vooruit terug. Voor me staat een armzalig schaaltje met vlees dat vies ruikt en er niet uitziet. En om dit te verbloemen hebben ze er maar een paar takjes sla overheen gelegd. Voor Willem staat een droge steak waar vooral de zenen zichtbaar zijn. Een schoteltje koude aardappelpartjes en een schaaltje groene salade zonder iets wordt er tussendoor geplant. Ik neem het risico het schaaltje vieze inhoud maar wat kouder te laten worden en neem eerst mijn broodje voorgerecht. Het hoofdgerecht blijkt niet koud geworden te zijn als ik eraan begin maar het is allerminst smakelijk. Sterker nog…het is niet te eten. Dat is me nog nooit overkomen. NOG NOOIT!! Ik laat mijn maaltijd staan. En als er ergens op deze wereld een soort van menselijke kliko (vuilnisemmer) bestaat dan is dat Willem wel, want Willem eet alles maar n aéén hapje van mijn voedsel trekt hij een onmogelijk vies gezicht en legt de inhoud van zijn mond op zijn bord neer. Zijn eigen steak is alles behalve lekker maar hij eet moedig door. Geen enkele keer wordt er gevraagd of het smaakt of dat we misschien iets anders nodig hebben. Ons gezellige dinertje duurt welgeteld een half uurtje! Écht waar…..binnen een half uur staan we weer buiten het druivenbladerdak. De voeten nog niet uitgerust en de portemonnaie lichter. En we moeten nog zo’n eind terug!!!!! Zo’n onmogelijk lang eind!!!!! We steken de Ponte Garibaldi over en lopen langs de Tiber, dan het centrum weer in richting Piazzo Venezia en stoppen op Plaza Venezia voor een drankje. We belanden op een schuin aflopend terrasje met eindelijk een vriendelijke bediening en een gezellig stel Canadese naast ons die spontaan een gesprekje beginnen. Meneer en mevrouw komen uit Montreal en zijn bezig met een Transatlantic Cruise. Gevolgen naar New York en daar op de boot gegaan. Heel lang op zee gevaren en nu in Rome, van hieruit morgen naar Barcelona, dan door naar de Canarische eilanden en dan weer een heel lange tijd terug om in New York weer op het vliegtuig te stappen richting Montreal. Ik vertel ze dat ik familie heb in Canada en dat schept een band. This world is so small pretendeert mevrouw alleen al op grond dat ik dus familie in Canada heb. Maar het is in ieder geval heel lief bedoeld en na de tegenvaller van Trastevere is alle gezelligheid welkom. Ze vindt dat wij ook maar eens zo’n cruise moesten maken want het is absoluut niet duur zo maant ze ons. Willem en ik zouden dan wel eens een kijkje in haar beurs willen nemen voor we dat kunnen bevestigen. Maar dat zeggen we natuurlijk niet hardop. Na dit gezellig intermezzo is het minder lastig om onze weg weer te vervolgen. Het is nu nog een kwestie van de Via Nazionale vinden en naar boven sjokken. Via de Via Novembre lopen we in oktober naar Via Nazionale. De klim valt zwaar. Maar bovenaan is de victorie!! Bovenaan kan ik echter niet meer. Eerlijk is eerlijk…ik ben heel wat wandelen gewend maar van ’s morgens 9.00 uur tot ’s avonds 22.00 uur lopen met korte tussenpozen, is voor mij toch teveel van het goede en dus plof ik op een muurtje op Plaza Repubblica neer. Alleen het plan nog even naar ons tentje op Via Marsala te gaan doet me weer op de voeten komen. als ik voor Termini sta kom ik tot de ontdekking dat ik mijn Rome guide kwijt ben. En nog wel die met die plattegrond erin. Willem….jawel……RENT terug naar de plek van het muurtje….maar niks te vinden! Bij een kioskje in het station kopen we direct een nieuwe plattegrond want zonder plattegrond kom je geen stap verder in Rome (ook wel lekker in deze toestand moet ik zeggen hahahaha) De ober van ons tentje is blij ons weer te zien. Wat we beloofd hebben maken we dus ook waar. Wij bestellen hetzelfde als gisteren en hij verwend ons net zo! Bij de tweede bestelling mogen we zelfs kiezen wat we willen. En dat dit welkom is kan hij niet weten. Mijn maag is zo gekrompen van het niet eten dat ik de honger niet eens meer kon voelen totdat hij met zijn heerlijke ‘snacks’ aankomt. We zitten heerlijk te genieten van de bedrijvigheid rond het station en pas een uur later besluiten we hetzelfde te doen als gisteren. Alleen gaan we nu niet naar een kraampje maar ontdekken een winkeltje dat open is en drank en kaas en salami verkoopt. Met een tas vol Sheridan, salami en pecorini kaas komen we een kwartiertje later onze hotelkamer binnen en picknicken op bed. De Sheridan komt alleen behoorlijk binnen en al snel houden we de ogen niet open en vallen in slaap!
Dag3 De derde dag lopen we een kwartiertje later dan gisteren de ontbijt kelder in. Niet alleen tot onze maar tot ieders verbazing is er bijna geen ontbijt meer te krijgen. Blijkbaar geldt hier de regel ‘op is op’ en ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’. We zullen het dus moeten doen met wat droge toast met jam en een kop koffie. Dat wordt dus lekker vroeg lunchen vandaag. Vandaag…..wat zijn de plannen? Er is nog genoeg te zien dat gezien moet worden. Maar wat er ook gebeurt….eerst gaan we naar het Vaticaans Museum.
De grootste verzameling van oudheidkundige kunstwerken bevindt zich in de Vaticaanse Musea (Musei Vaticani). In de afgelopen eeuwen zijn verschillende afdelingen ingericht om de reusachtige collecties te herbergen. Hieronder volgt een korte beschrijving van vooral de beeldhouwkunst die er bewonderd kan worden. De eerste kunstverzameling van enige betekenis ontstond in de renaissance. Het was paus Sixtus IV (1471-1484, dezelfde die in 1473 de Sixtijnse kapel liet bouwen) die in 1472 de aanzet gaf tot de bouw van het eerste museum in het Vaticaan. De pauselijke collectie werd ondergebracht in de Cortile del Belvedere, gebouwd door Giacomo da Pietrasanta (geboren in Lucca, 1452-1495) naar een ontwerp van Bramante. Maar al gauw toonden de pausen op het gebied van kunstbeheer een grote mate van gulheid: kardinalen en bevriende buitenlanders kregen regelmatig een geschenk in de vorm van een antiek kunstwerk. Zo raakte het pauselijk bezit verspreid en zag men pas laat de bijzondere waarde van de Vaticaanse collecties in. De huidige collecties zijn ingericht in de 18de en 19de eeuw en iedere afdeling draagt de naam van de verantwoordelijke paus(en). De stichter van de afdeling Egyptische kunst is paus Gregorius XVI en ‘zijn’ afdeling (Museo Gregoriano Egizio) bestaat sinds 1839. Hier zijn kunstvoorwerpen samengebracht die oorspronkelijk afkomstig zijn uit het Capitolijns museum, de Villa Hadriana en het Vaticaan zelf. De afdeling die paus Pius VII Chiaramonti (1800-1823; Museo Chiaramonti) heeft laten inrichten is eigenlijk niet meer dan één lange gang van zo’n 300 meter lengt. Dit gedeelte herbergt een grote verzameling bustes en reliëfs, die in een onafzienbare reeks tegen de beide wanden zijn aangeplakt. Bij de inrichting is rekening gehouden met het binnenvallende licht, want de belangrijkste exemplaren zijn opgesteld tegen over de raampjes, hoog in de muur uitgespaard. Dit heeft niet mogen baten, want een vernuft van belichting is deze ruimte nooit geworden. Hoe anders is dat met de Braccio Nuovo (nieuwe vleugel) die er haaks opstaat. In de jaren 1817-1822 heeft Raffaele Stern hier een galerij van 8 bij 70 meter ontworpen. Deze gang wordt geflankeerd door vele nissen waar vele topstukken staan opgesteld. Een kopie van Polykleitos’ lansdrager (doryphoros) staat verderop in de gang. Polykleitos leefde en werkte in de 5de eeuw v. Chr. en was vermaard om zijn visie op de proporties van het menselijk lichaam. Hij schreef er zelfs een theo-retisch werkje over, dat jammer genoeg niet is overgeleverd. Simpel gezegd komt het erop neer dat de verhoudingen van het lichaam door de afmeting van het hoofd worden bepaald. Polykleitos’ beelden bezitten steeds een zekere rankheid. Bijzonder fraai is het standbeeld van keizer Augustus, naar zijn vindplaats Augustus van Prima Porta genoemd (het werd in 1863 opgegraven op het landgoed van zijn echtgenote Livia, dat de rustieke naam droeg Ad Gallinas, ‘Bij de kippen’). De keizer is afgebeeld in de houding van een veldheer die zijn manschappen toespreekt (allocutio). Zijn gezicht straalt eeuwige jeugd, zijn kuras toont de symbolen van zijn goddelijke afkomst. Het benadrukken van Augustus’ bovenmenselijke karakter was een vast element van de keizerlijke propaganda, om welke reden hij blootsvoets is voorgesteld, zoals klassieke godenbeelden dat zijn. Aan zijn rechtervoet heeft de beeldhouwer het steunprobleem, dat ieder marmeren beeld kent, opgelost door een Cupido (zoontje van de godin Venus die een voorouder van Augustus was) op een dolfijn te laten rijden. Heel belangwekkend is de afdeling aan het noordeinde van de begane grond die tot stand is gekomen onder de pausen Clemens XIV en Pius VI (Museo Pio-Clementino). Beroemde vondsten hebben hier een vaste plek gekregen. In de Sala a Croce Greca staan de twee sarcofagen opgesteld van Constantina (dochter van keizer Constantijn de Grote) en Helena (zijn moeder). Midden in de Sala Rotonda staat een reusachtige, porfieren schaal opgesteld die afkomstig is uit het gouden huis van keizer Nero, dit om enige voorstelling te krijgen van de enorme afmetingen en luxueuse aankleding van Nero’s ‘optrekje’. In de Sala delle Muse staat tegen de wand de herme van Perikles, wellicht het beste portret dat wij van deze Atheense staatsman bezitten (het is een kopie naar een origineel uit de vijfde eeuw v. Chr. van de hand van de beeldhouwer Kresilas). Als we de Sala degli Animali inlopen zien we de beeldengroep van Meleager (met hond en kop van het Erymantisch everzwijn), een kopie van een werk van Skopas (vierde eeuw v. Chr.). Het kan niet op: in de Galleria delle Statue staat een beroemd werk van Praxiteles opgesteld, de god Apollo die een hagedis doodt (Apollo Sauroktonos, kopie naar een origineel in brons). Praxiteles was in de vijfde eeuw v. Chr. een beroemd beeldhouwer in Athene. Zijn beelden van menselijke gestaltes ademen een sfeer van natuurlijke schoonheid. (Zie zijn opvatting van de Hermes Pyschopompos, ‘begeleider van de zielen’, in de Cortile del Belvedere). Zijn meest bekende werk is de Aphrodite van Knidos (loop hiervoor even het Gabinetto delle Maschere binnen), een voor zijn tijd gedurfd ontwerp, omdat hier voor het eerst in de kunstgeschiedenis de godin helemaal naakt wordt voorgesteld. Als je goed kijkt, lijkt de godin, die voorgesteld wordt op het moment dat zij een bad neemt, even te rillen. Uit het einde van de vierde eeuw v.Chr. hebben wij werk van Lysippos, de zich afschrapende atleet (de apoxyomenos, in de Sala delle Iscrizioni). Lysippos (geboren in Sikyon in 390 vr Chr.) was de grootste Griekse beeldhouwer uit de vierde eeuw vr Chr. Hij markeert de overgang van de klassieke naar de hellenistische beeldhouwkunst. Zijn beelden hebben ten opzichte van de rest van het lichaam een ‘groter’ hoofd (1:7) en zo voert Lysippos een nieuw canon in na Polykleitos (1:8). In zijn beelden streeft hij een ongekend realisme na. Deze staan niet geïsoleerd in de ruimte, maar zoeken contact met de toeschouwer. Ze zijn uitgebeeld in een vluchtig moment van wankel evenwicht en ademen een sfeer van grote spanning of diepe concentratie. Lysippos is de meest nagevolgde beeldhouwer geworden zowel in de klassieke oudheid als in de renaissance. Zoals in het begin opgemerkt is het oudste gedeelte van het museum de Cortile del Belvedere. Topstukken hebben hier een ereplaatsje gekregen. Alle aandacht wordt getrokken door de Laokoön, een beeldengroep van Hagesandros en zijn zonen Athenodoros en Polydoros. Hier wordt het verhaal van de Trojaanse priester Laokoön en zijn twee zoontjes uitgebeeld, terwijl zij door twee slangen worden doodgebeten. De dichter Vergilius vertelt in zijn Aeneïs (tweede boek, vss. 40-56 en 199-227) hoe de priester als enige de Trojanen ervoor waarschuwde het houten paard binnen te halen. De speer die hij bij zich draagt laat hij trillend in het hout belanden dat een holle klank voortbrengt, en spreekt dan de betekenisvolle woorden “Quidquid id est, timeo Danaos et dona ferentes” (Wat het ook voorstelt, ik ben bang voor de Grieken, zelfs als zij geschenken meebrengen). Laokoön echter wordt voor zijn waarschuwende woorden door de goden gestraft en hoe het met Troje afloopt weten wij, want er is geen Trojaan die hem gelooft. Johann Joachim Winckelmann (1717-1769) werd hier bijkans lyrisch, toen hij voor het eerst oog in oog kwam te staan met een ander beeldhouwwerk in de Cortile del Belvedere (vanwege zijn achthoekige vorm ook wel Cortile Ottagono geheten). Winckelmann wordt ook wel de eerste, moderne archeoloog genoemd. Hij had een revolutionaire visie op de werkwijze van de ‘archeoloog’, die vr zijn tijd slechts uit was op spectaculaire vondsten en zich niet bekommerde om een opgravingsmethode die de wetenschapper bij verder onderzoek kon dienen. Heel opvallend was zijn waardering en onderzoek van de Griekse kunst, die hem toen slechts bekend was van Romeinse kopieën. Het absolute meesterwerk was in zijn ogen de Apollo Belvedere, een kopie naar een origineel uit de vierde eeuw v.Chr. van de hand van de beeldhouwer Leochares. De god is hier uitgebeeld bij het hanteren van zijn pijl en boog; zijn mantel heeft hij losjes over een bovenarm hangen. Zijn liefde voor dit beeld mag een wetenschappelijke en kunstzinnige houding tegenover de Griekse kunst verraden, in het werkelijke leven was Winckelmann fervent op zoek naar de andere, ‘Griekse’ liefde en dat moest een keer misgaan. Op 7 juni 1769 werd hij in een herberg in Triëst door een Venetiaan, met wie hij tijdelijk vertier zocht, vermoord, omdat zij het niet eens werden over de prijs. Tot besluit nog een werk dat, zo verminkt als het tot ons is gekomen, grote invloed heeft gehad (en nog steeds heeft) op de westerse kunst. We lopen het Atrio del Torso binnen en zien een brok marmer waarin slechts de romp van een lichaam valt te herkennen. Het beeldhouwwerk (een atletische gestalte in ruste, zonder armen, benen en hoofd) wordt door de meesten gehouden voor Hercules gezeten op een dierenvel. Het draagt de signatuur: Apollonios, zoon van Nestor uit Athene. Deze Apollonios behoorde tot de zogenaamde neo-Attische school en leefde in Rome aan het eind van de republiek (dat wil zeggen tweede helft eerste eeuw v. Chr.). Ook de vuistvechter in het Planetario in Rome is van zijn hand. Het beeldhouwwerk is, net als de Laokoön, in 1506 gevonden en werd door de renaissancekunstenaars (voorop Michelangelo) hooglijk bewonderd. Het werk wordt samen met de sculptuur van het Zeusaltaar van Pergamon, de Laokoön (beeldengroep van Hagesandros en zijn zonen Athenodoros en Polydoros), de beelden uit de grot van Sperlonga, de twee centauren in het Capitolijns Museum en de gladiator in het Louvre gerekend tot het late Hellenisme en de Rhodische school. ‘All have the swelling muscles and restless poses favoured in late Hellenistic art.’ (Gisela Richter, A Handbook Of Greek Art, p.177).(bron wiki)
Eén ding weten we zeker………we willen vooral vroeg bij het Vaticaans museum staan voor er rijen en rijen mensen wachten voor de kassa en ………..vandaag halen we een metro-buskaart. In Parijs kunnen we niet zonder carte visite dus waarom zullen we hier alles lopend doen terwijl we onze kuiten, spieren en voetzolen voelen. Trouwens…hier in dit Rome kost zo’n kaartje voor bus en metro mar 4 euro voor een hele dag! Dat maakt nogal verschil met Parijs waar je kapitalen kwijt bent aan zo’n kaartje. Op naar Termini dus. Eerst een kaartje halen en dan eerst op naar Vaticaanstad. Het kaartje is snel gehaald bij een Tabbachia ofwel sigarettenkioskje. De metro is iets minder snel gevonden in dat grote station van Termini. De metro van Rome kent maar twee lijnen en heeft veel minder stations dan Parijs of Londen. Toch kun je overal aardig in de buurt komen al moet je daarnaast behoorlijke eindjes tippelen. Nu zitten wij aan de oostkant van Rome en Vaticaanstad ligt aan de westkant. Het scheelt ons dus wel een behoorlijke wandeling van een paar uur als we dat met de metro kunnen overbruggen. En dat kunnen we! We moeten uitstappen bij metrostation Ottaviano en van daaruit wandelen we naar het museum. De metro is heel wat saaier dan die in Parijs. Vuile ongelijke vloeren en nergens een muzikant of artiest te bekennen. Verder is het hetzelfde. Veel trappen en roltrappen en lange gangen. Alleen word je hier op de perrons vermaakt met wat reclamebeelden op kleine monitoren en kan je precies zien in hoeveel minutos de traini komt. De metro in Rome is meestal overvol en het is dringen geblazen om binnen te komen. Een zitplaats heb je er bijna nooit. Volgens mij moet je dan echt bij de beginhaltes gaan staan. Maar het geeft niks want binnen tien minuten staan we al op de plaats van bestemming. Bordjes geven ons aan welke kant we op moeten. Langs het enorme Castel Sant Angelo ofwel de Engelenburcht waar een deel van het Bernini mysterie zich afspeelde. Het is prachtig om dit Castel overal te zien opdoemen. Welke zijstraat je ook neemt, het lijkt of je steeds tegen de burcht aanloopt, alsof je hem niet ontwijken kunt.
De Engelenburcht (Castel Sant’ Angelo) is een monument in Rome. De burcht is het oorspronkelijke Moles Hadriani (“het gevaarte van Hadrianus”), het grote mausoleum van keizer Hadrianus, dat werd gebouwd tussen 135 en 139 onder leiding van de architect Decrianus. De Engelenburcht ontleent zijn naam aan een legende. Op kerstdag 590 hield Paus Gregorius I een grote plechtige kerkelijke optocht om God te smeken een einde te maken aan de pestepidemie. Bovenop het mausoleum verscheen de aartsengel Michaël. De engel stak zijn zwaard in de schede, wat betekende dat Gregorius’ bede was verhoord en de strijd tegen de pestepidemie voorbij was. Paus Pius II liet op de plaats waar de aartsengel zou zijn verschenen een kapel bouwen. Het mausoleum was in de late oudheid al getransformeerd in een burcht. Vanaf 280 omringde de Aureliaanse Muur het grootste deel van de oude stad, maar het Vaticaan viel daar buiten. Door de opkomst van Christendom trokken steeds meer pelgrims naar de oude Sint-Pietersbasiliek, die met zijn kunstschatten vrijwel onverdedigd buiten de stad lag. Het mausoleum lag op een zeer strategische positie tussen het Vaticaan en de brug over de Tiber en werd daarom in de verdedigingswerken van de stad opgenomen. De beelden die op de rand van het mausoleum stonden, zijn eens gebruikt om de Goten weg te jagen. De pausen en de adel streden, nadat de Goten weg waren, om de burcht. Zij lieten de Engelenburcht verbouwen tot een sterke vesting die het Vaticaan (de Katholieke Kerk) moest beschermen tegen invallers, maar ook tegen de middeleeuwse Romeinse adel en burgerij. Voor de veiligheid liet paus Nicolaas III in 1277 de Passetto (doorgang) bouwen, ook wel de Corridoio (Corridor) genoemd. Dit was een brug tussen het Vaticaan en de veilige burcht die uitkwam op de Aureliaanse Muur. Nu kon de paus, wanneer er gevaar dreigde, met zijn schatten wegkruipen achter de dikke muren van de Engelenburcht. Later werd de burcht ook als pauselijke schatkamer gebruikt. Tot en met de 16e eeuw werden de verdedigingswerken verbeterd en de zalen steeds mooier versierd. Zo liet paus Paulus III de burcht comfortabeler inrichten voor het geval een van de pausen voor langere tijd in de burcht zou moeten verblijven. Pas na september 1870, toen het Vaticaan de Engelenburcht overdroeg aan het Italiaanse leger, kreeg het voormalig mausoleum een rustige functie. In de burcht werd een museum gemaakt dat in 58 zalen de geschiedenis van de burcht laat zien. De laatste jaren is er veel aan gedaan om de burcht een beter aanzien te geven. Een deel van het vestingwerk is nu hersteld en een park geworden. De Engelenburcht wordt met de andere oever van de Tiber verbonden door de Ponte Sant’ Angelo (de Engelenbrug), de oorspronkelijke Pons Aelius (vernoemd naar keizer Hadrianus, wiens volledige naam Publius Aelius Hadrianus was), die gelijktijdig met het mausoleum is gebouwd. Ook de brug kreeg zijn echte naam in de 15e eeuw. Wanneer men de brug oversteekt ziet men aan weerskanten tien engelen, die er in 1669 bij de restauratie van de brug op zijn gezet. De engelen, gemaakt door Gian Lorenzo Bernini, dragen elk een van de wapenen van Christus, voorwerpen die te maken hebben met de lijdenstijd van Jezus. (bron wiki)
Langs de lange muren van het Vaticaans museum lopen we verder de weg naar boven waar de ingang zich bevindt. Helemaal geen lange rijen dit keer. En al die gidsen die langs de kant staan om je te vertellen dat je beter hen mee kan nemen omdat je dat lange rijen wachten van anderhalf uur minstens scheelt, hebben gewoon staan jokken. Maar ik weet dat het kan want toen ik er de vorige keer was heb ik twee hoeken verder al in de rij gestaan en hebben we zeker anderhalf tot twee uur gewacht voor we een glimp van de kassa zagen. Nu is het een kwestie van doorlopen en eenmaal binnen hebben we zo een kaartje bemachtigt. Natuurlijk zijn we niet de enige die de Sixtijnse kapel willen bezichtigen. Drommen mensen gaan die richting op. Dat brengt ons op het idee om eerst eens een kijkje op het terras te nemen en de pauselijke tuinen te bewonderen. Het is weer heerlijk weer in Rome. En dat we dat mooie weer al verleerd zijn is wel te merken aan de veel te warme kleding die we meegenomen hebben. Nu zijn toeristische t-shirtjes voor Willem, met afbeeldingen van allerlei attracties of zelfs de piemel van Michaelangelo, zo gescoord maar een beetje zomergoed voor de vrouwelijke vormen zijn natuurlijk meteen poepduur. Niet zeuren nu, eerst die immense beschilderde protserige zalen maar eens door, met de meute mee, naar de Sixtijnse kapel. De mij zo geliefde Sixtijnse kapel omdat ik een mega fan van Michelangelo ben!
De Sixtijnse Kapel (Italiaans: Capella Sistina) is de meest bekende kapel in het Apostolisch Paleis, de residentie van de paus in Vaticaanstad en vaak te bezichtigen als onderdeel van de Vaticaanse musea . De kapel werd gebouwd door Giovanni di Dolce tussen 1475 en 1483, in opdracht van paus Sixtus IV, naar wie de kapel ook genoemd werd. Het is een van de bekendste binnenruimten ter wereld, vanwege de beroemde fresco’s van Michelangelo en omdat het de ruimte is waar bij het conclaaf de kardinalen bijeenkomen om er een nieuwe paus te kiezen. De kapel heeft een rechthoekige grondvorm en is 40,23 meter lang, 20,70 meter hoog en 13,41 meter breed, waarmee het de exacte afmetingen heeft van de tempel van Salomo zoals die beschreven wordt in het Oude Testament. De vloer heeft een prachtig patroon (opus alexandrium). Het plafond bestaat uit afgeplat tongewelf. De kapel wordt in tweeën gedeeld door een marmeren transenna. Het geheel is ontworpen door Baccio Pontelli. De eerste mis werd gehouden op 9 augustus 1483; ze werd opgedragen aan de Hemelvaart van de Heilige Maagd. De muurschilderingen op de zijwanden zijn vervaardigd door Sandro Botticelli, Pietro Perugino, Domenico Ghirlandaio, Cosimo Rosselli en Luca Signorelli. Op de schilderingen worden belangrijke gebeurtenissen uit de christelijke geschiedenis afgebeeld, ingedeeld in drie perioden: vóórdat Mozes de Tien Geboden ontving, de tijd tussen Mozes en Christus en het tijdperk dat erop volgde.Het plafond was oorspronkelijk azuurblauw geschilderd en met gouden sterren gedecoreerd, maar Paus Julius II besloot in 1508 dat er een nieuw fresco overheen geschilderd moest worden. Hij contracteerde Michelangelo, hoewel deze zich tot dan toe vooral met beeldhouwen bezig had gehouden. Michelangelo schilderde de fresco’s tussen 1508 en 1512 voor een bedrag van 3000 dukaten. Om het gewelf te kunnen beschilderen, had Michelangelo een steiger nodig. De architect Bramante stelde voor om er een te bouwen die kon worden opgehangen aan het gewelf, maar Michelangelo dacht dat dit gaten zou achterlaten, en bouwde daarom zijn eigen steiger. De eerste gipslaag bleek te nat zijn, waardoor er zich schimmel op vormde; Michelangelo’s assistent Jacopo l’Indaco bedacht daarop een nieuwe samenstelling voor het gips, intonaco genaamd. Dit mengsel wordt vandaag de dag nog steeds gebruikt bij het aanbrengen van fresco’s. Toen Michelangelo klaar was met het gewelf, had hij meer dan 300 figuren geschilderd, hoewel hij was gecontracteerd om slechts de twaalf apostelen af te beelden. In het midden bevindt zich De Schepping, waarop te zien is hoe God Adam het leven geeft. In 1535 werd Michelangelo opnieuw benaderd voor een schilderopdracht in de kapel. Deze keer moest de muur achter het altaar beschilderd worden met een afbeelding van het Laatste Oordeel. Het fresco werd in 1541 voltooid. (bron wiki)
Eigenlijk heb je je buik al vol van beschilderingen want allemensen wat een prots en praal maar vooral ook wat een immense kunstwerken staan er op muren en plafonds. Je weet niet waar je moet kijken om al het moois in je op te nemen. Boos word ik ook weer bij het zien van al deze kostbare schatten terwijl we zoveel zwervers en armoe hebben gezien in Rome. Mensen die hun hand ophouden, mensen die geen voorzieningen hebben voor hun handicap. Mensen die in of onder dozen slapen of gewoon zomaar op een kartonnetje zonder deken. En dan dit……zo groot is het contrast. Een kerk die zo rijk is in een land waar nog zoveel armoede heerst. Een kerk van een God die liefde is, die het brood en de vis deelde en een kerk die alles hier opslaat. En ik weet wel dat ik anders moet kijken. Dat ook wij musea hebben met kunstschatten en dat dit is om de geschiedenis in ere te houden. Maar het valt me hier juist vaak zo moeilijk. Omdat dit een museum van een kerkelijke staat is! Toch als ik dan weer in de Sixtijnse kapel kom word ik zo stil. Ben ik zo onder de indruk van wat mensenhanden en menselijke creativiteit maken kunnen. Het blauw is zo puur blauw. En ook al mag het niet, toch maak ik weer stiekem foto’s (zonder flits hoor!). De twee handen die elkaar raken blijven zooooo mooi! De engelen, de taferelen van Mozes….ik geniet er zo van! Op de midden panelen zijn de verhalen van Genesis, de Scheiding van Licht en Duisternis, de Creatie van Sterren, de Creatie van Adam en Eva, de Originele Zonde en de Opoffering van Mozes te zien. Dit meesterwerk van Michelangelo, vol met allegorische betekenissen, laat op een schitterende wijze de geschiedenis van de Mens zien. Chaos in vroegere tijden en de rust ten tijde van de komst van Jezus. Kortom, fantastisch! En dan het laatste oordeel…. Het Laatste Oordeel werd ontworpen en afgemaakt door Michelangelo in de periode van 1533 tot 1541. De twee lage lunetten stellen de engelen voor die de symbolen van de Passie dragen. Op het midden van de muur zie je de schitterende Christus omringd door heiligen. Het Laatste Oordeel wordt beschouwd als het hoogtepunt van de Italiaanse Renaissanceschilderkunst. Nadat het werk af was, werd het meteen geprezen door Vasari die er meteen de ongelofelijke artistieke waarde van inzag. Tijdens het werk aan de fresco’s werd Michelangelo geassisteerd door enkele collega’s, maar Michelangelo werkte liever alleen en ontsloeg de assistenten. Terwijl hij de schilderingen maakte lag hij constant op zijn rug. Het plafondgewelf maakte samen met zijn fresco ‘Het Laatste Oordeel’ de kapel tot het hoogtepunt van de Renaissanceschilderkunst. Och wat geniet ik van dit schouwspel aan muren en plafonds. En ook deze plek heeft weer te maken emt het boek het Bernini mysterie. Hier komen immers de kardinalen bijeen als er een nieuwe paus gekozen moet worden. Vier kardinalen werden er ontvoerd door de Illuminatie en vermoord volgens de vier elementen ofwel vier altaren van wetenschap; aarde, lucht, vuur en water. Niet alleen de geschiedenis en katholieke rituelen maar ook het boek beginnen hier dus meer te leven. Stiekem neem ik een paar foto’s in de wetenschap dat er misschien maar eentje gelukt zal zijn. Want op de een of andere manier lukt het nooit om van onder af foto’s te nemen. Dit keer word ik niet gesnapt en daar heb ik dan stiekempjes wel weer schik van. Als we de sixtijnse kapel bewonderd hebben lopen we door de volgende rijk beschilderde en gevulde hallen en zalen heen. En ineens ben je dan verzadigd!! We nemen de richting cafetaria om wat te drinken en een beetje te verwerken. Maar na de koffie blijkt dat we echt vol zitten en wordt het tijd om te vertrekken. We nemen de malle slakkenhuistrap naar beneden, kopen nog een souvenir voor Willem en gaan de weg terug die we gegaan zijn namelijk langs de muren van het museum. De rij heen is langer geworden dan toen wij kwamen en we zijn dus blij dat we voor dit vroege tijdstip gekozen hebben. Onderweg naar de metro pakken we een terrasje. Wat een pech als je daarbinnen naar de wc gaat om de grote boodschap heen te brengen zonder dat je hebt opgelet dat het wc-papier op is. Dat wordt dus een heel gedoe en giechelig kom ik even later bij Willem terug met de mededeling dat ik nu een zomershirt ga halen en een onderbroek! Ik loop naar een marktkraampje en scoor voor 6 euro een hesje en ga naar een winkeltje naast het kraampje en kom trots met een t-shirtje met korte mouwen terug. Nog maar eens die wc in dan……! Herboren en in ieder geval in zomerse sferen neem ik even alter weer plaats op mijn rieten stoel. Stom eigenlijk dat je thuis niet in de gaten hebt hoe lekker 22 graden ook al weer was. Vooral als de zon de hele dag schijnt. Ach en 1 t-shirtje meer of minder bij die 90,5 kilo zal de pret niet drukken. We besluiten de metro naar Flaminio te nemen en daar het Piazza del Popolo te bezoeken. Van daaruit lopen we dan naar de Spaanse trappen en door naar de Trevifontein. Zo gezegd zo gedaan. We duiken de ondergrondse gangen weer in, maken net als in Parijs gekke foto’s bij een paar grote reclameborden en zoeven even later naar Flaminio. Daar sta je dan ineens boven de grond in weer een ander deel van Rome. En waar ik ook kijk, we zien geen Popoloplein. Wel zie ik een meisje met veel kettingen en piercings, veiligheidspelden, zwart omlijnde ogen, blauwgroene haren en hoog punkgehalte verveeld tegen een muur hangen. Ik zal haar verveling eens onderbreken door te vragen waar dat Popolopleintje zich wel bevindt. Willem kijkt me nog vragend aan of ik dat nou wel zal doen maar als ze met een lief en vrolijk absoluut niet bij haar uiterlijk passend stemmetje, antwoord dat we door dat zuilengangetje achter haar moeten, is Willem ook weer gerustgesteld. We lopen door de zuilengang, stappen een grote poort onderdoor en komen op een immens plein! Tjonge wat een plein is dit!! Wat een obelisk staat daar!
Het Piazza del Popolo is een bekend plein in Rome. De naam betekent in het Italiaans letterlijk “Plein van het volk”, maar historisch gezien komt de naam van de populieren waar de kerk Santa Maria del Popolo aan het plein haar naam aan dankt. Het plein is tussen 1811 en 1822 ontworpen door de architect Giuseppe Valadier in neoklassieke stijl. In het ontwerp van het plein zijn de stijl en indeling te herkennen van het ontwerp van Gian Lorenzo Bernini voor het Sint Pietersplein in Vaticaanstad. Aan de zuidzijde van het plein staan twee vrijwel identieke kerken, gescheiden door de Via del Corso, de Santa Maria dei Miracoli en de Santa Maria di Montesanto. Aan de noordzijde staat de oude kerk Santa Maria del Popolo. Naast deze kerk staat de Porta del Popolo, de noordelijke stadspoort van de Aureliaanse Muur. De poort is gebouwd is 1561, waarschijnlijk naar een ontwerp van Michelangelo. De binnenzijde is opnieuw ontworpen door Bernini in 1655. Het plein ligt aan de voet van de Pincio heuvel, waar de bekende Pinciotuinen en de Piazza Napoleone zich bevinden. Vanaf het hoog gelegen Piazza Napoleone is er een prachtig uitzicht op de Piazza del Popolo en de skyline van Rome. In het midden van het plein staat een Egyptische obelisk die oorspronkelijk in het Circus Maximus op de spina stond. Na de val van het Romeinse Rijk werd het Circus niet meer gebruikt en verviel tot een ruïne. De obelisk raakte langzaam aan begraven door het stijgende grondniveau. Aan het eind van de 16e eeuw werd de obelisk weer terug gevonden. In opdracht van Paus Sixtus V werd de obelisk gerestaureerd en door Domenico Fontana naar de Piazza del Popolo verplaatst. (bron wiki)
Er is een legende die nog iets meer te vertellen heeft over de kerk Santa Maria del Popolo. Vroeger heeft daar een walnotenboom gestaan waar volgens de bewoners boze geesten in en om leefden. Een van de pausen heeft de boom om laten hakken en er een kerk overheen gebouwd. Maar ja….of dat waar is? Wij nemen plaats op de trappen van de obelisk en kijken naar de twee living statues die op het immense plein staan. Een Cleopatra en een Vrijheidsbeeld. Mensen willen graag voor geld met ze op de foto./ Cleopatra is gewilder dan het Vrijheidsbeeld merken we al snel. De rozenverkopers verkopen geen roos en bieden ze zelfs vrijwillig aan aan de toeristen, die zelfs dan de rozen nog weigeren. Dan bedenken we dat de Santa Maria del Popolo ook een van de plekken uit het Bernini mysterie is. Ze vinden de eerste kerk, de Chigi kapel echter de kardinaal is al dood, gestikt door zandgrond, gebrandmerkt met het woord ‘Aarde’. Best heftig! We lopen de kerk in en bewonderen vooral de Bernini werken en die van Rafael die je er direct uitpikt door de zachtblauwe kleuren die hij vaak in zijn werken gebruikt. Prachtig al die nissen in de kerk! En het is heus niet zo dat je zegt ‘heb je één kerk in Rome gezien dan heb je ze allemaal gezien’ , integendeel zelfs. Alle kerken, en ach wat zijn dat er veel, hebben hun eigen charme! Toch krijg je wel een overdadig gevoel na de zoveelste kerk bezocht te hebben. We vervolgen dus onze tocht naar de Spaanse trappen. Wat een heerlijke straat is toch die Via del Babuino. Gezellige winkeltjes, smalle stoepjes waar je je langs elkaar moet wringen om door te lopen en vooral zo rijk aan licht en schaduw. Aan de koetsen kunnen we al zien dat de trappen naderen. En ja hoor….daar zitten ze….de honderden toeristen en lokale bevolking op de Spaanse trappen.
De Spaanse Trappen bevinden zich op het Piazza di Spagna in Rome. De term Spaanse Trappen wordt vaak gebruikt als populaire naam voor dit plein. Hier staat ook de Fontana della Barcaccia. De trappen behoren bij de kerk Trinitá dei Monti welke in opdracht van Lodewijk XII is gebouwd. Al in de 17de eeuw wilden de Fransen deze kerk verbinden met het plein beneden waar de Spaanse ambassade was gevestigd (vandaar ook de naam Piazza di Spagna). Dit plan werd echter tegengehouden, omdat het ontwerp een prominente plaats voor een standbeeld van Lodewijk XIV behelsde. In 1723 benoemde Paus Innocentius XIII de Italiaanse architect Francisco de Sanctis welke een ontwerp presenteerde die voor zowel de Fransen als de Paus acceptabel was. Het beeld voor Lodewijk XIV kwam daar niet op voor. In de lente zijn de trappen voorzien van veel bloemen. Op 8 december – het feest van Maria Onbevlekt Ontvangen – brengt de paus traditioneel een bloemenhulde aan het Mariabeeld aan de voet van de Spaanse Trappen. Bovenaan de trappen komt men op de Pincio. Vlakbij is de Villa Medici uit de XVIde eeuw en het park Villa Borghese met het museum Galleria Borghese. Rechts van de trappen, van onderen gezien, is het sterfhuis van de Engelse romantische dichter John Keats, die daar in 1821 overleed. Daarin is nu een museum gevestigd met John Keats-memorabilia. De trappen zijn gebouwd tussen 1723 en 1726, met geld van de Frans ambassadeur Étienne Gueffier. De stijl van de Trappen wordt als één van de mooiste voorbeelden van de vroege Rococo in Rome gezien. Op 16 januari 2008 liet de kunstenaar Graziano Cecchini duizenden ballebak-ballen van de Trappen afvallen, als stunt. Hiermee volgen de Spaanse Trappen de Trevi-fonteinen, die door hem beschilderd werden. (bron wiki)
Ik vraag me wel eens af of er ooit iemand is geweest die deze trappen zonder mensen erop heeft kunnen fotograferen. Willem en ik voelen ondanks de hulp van de metro, toch onze spieren weer en nemen dankbaar plaats op een van de treden van de trap. De zon schijnt rijkelijk en het is een mooi tafereel om de ene helft in de zon te zien zitten en de andere helft buiten die zon. Steeds meer schuift de schaduw op. Het is een vrolijke boel op de trappen. Dit keer geen gitaristen of andere muzikanten, wel de verkopers van armbandjes, tassen en riemen, rozen of horloges. De mensen op de trappen lachen en zingen zelf of laten uit het niets ineens een yell horen. Als we de benen weer wat rust gegund hebben hervatten we de tocht. Het laatste deel van de tocht. Op weg naar de Trevifontein dus.
De Trevifontein of Fontana di Trevi is de grootste en bekendste fontein van Rome. De fontein is circa 26 meter hoog en ongeveer 22 meter breed. Zij is gelegen aan een pleintje, het Piazza di Trevi. Ze is getekend door Bernini en ruim 50 jaar later gebouwd door de architect Nicola Salvi, in de stijl van de late barok. Salvi stierf echter nog voor de fontein af was. De fontein is tegen de achtergevel van het Palazzo Poli gebouwd. In het keizerrijk was het de gewoonte om een monument op te richten op plaatsen waar water vanuit nieuwe bronnen Rome binnen kwam. De fontein is gebouwd in opdracht van Paus Clemens XII. Het thema van het bouwwerk is de oceaan met majestueuze zeegod Neptunus op een schelpvormige strijdwagen die door gevleugelde paarden en jonge zeegoden (tritons) naar de oceaan wordt getrokken. Het ene paard is rustig, het andere steigert. Dit symboliseert de twee gezichten van de zee. In twee nissen staan links en rechts de uitbeeldingen van Overvloed en Gezondheid. Rechts bovenaan ziet men een afbeelding van een maagd die een soldaat de plek van een bron aangewezen zou hebben. Wanneer men met de rug naar de fontein staat en met rechts over de linkerschouder twee muntjes in gooit, de ogen sluit, aan Rome denkt en uitroept “Arrivederci Roma, tibi gratia volo, in tiberis aqua tua fluit”( = tot wederziens Rome, ik wil je genade, je water stroomt naar de Tiber) zal men ooit terugkeren naar Rome. (Vroeger dronk men het water uit de fontein omdat ze dorst hadden en ook om dezelfde reden). Een andere zienswijze zegt dat het werpen van de twee muntjes u in staat moet stellen ‘uw geliefde’ te ontmoeten in de Eeuwige stad. De naam Trevi komt van de woorden tre via (drie wegen). Vroeger kwamen er namelijk drie wegen uit op het plein van de fontein. De fontein is het decor geweest van diverse films, onder andere La Dolce Vita. (bron wiki)
We slenteren door de pittoreske steegjes, langs de gezellige terrasjes en zoet geurende Italiaanse ijssalons. Dit is wel onze wijk vinden we. Hier gaan we zeker wat eten vanavond. Dan zien we de enorme Trevifontein opdoemen. De enige reden waarom deze fontein gebouwd is is omdat, hoe groter en mooier het kunstwerk was des te meer macht en rijkdom een stad en zijn heerser uitstraalde. Nou dat is ze gelukt zullen we maar zeggen. Net als iedereen nemen we plaats op een van de stenen bankjes rond de fontein. En net als iedereen gooien we muntjes. NEE……niet als iedereen…..WIJ staan er niet met de rug naar toe. Wij gaan er hand in hand met het gezicht naar toe staan, gooien onze muntjes en doen een wens. We verklappen elkaars wens niet aan elkaar. Net als we de fontein willen verlaten gaan de lichtjes aan en krijgt de Trevifontein weer een ander gezicht. We blijven nog even staan en maken wat foto’s. Dan duiken we een terrasje op precies op het hoekje van het fontein pleintje en een steegje. Willem kan nog net de fontein vanaf zijn plekje zien. Zin in eten hebben we nog niet maar het is beslist tijd voor een vino rosso (tinto) en een biera! We zitten net in gesprek gewikkeld en zijn net uitgelachen over een dame die een volledige bol ijs van haar hoorntje verloor waar een meneer met dure slangenleren schoenen even later en middenin gaat staan, als we een meisje voorbij zien rijden. Nee, niet zien rijden op een scooter of fiets. Maar een meisje op een plankje met wieltjes eronder. Eén hand heeft ze in een modieuze roze gymschoen. Ze ziet er lief en trots uit. Een leuk modern kapsel, een zwart leren jasje aan en een rode capribroek. Maar op een plank met wieltjes en met haar geschoeide hand zichzelf voortbewegend. Iets verder van ons vandaan gaat ze zitten. Haar voeten dragen geen schoenen. Dat kan ook niet. Haar voeten zijn mismaakt. Polio waarschijnlijk of klompvoetjes. Ze heeft smalle onvolgroeide beentjes. Maar och wat is ze mooi, wat is ze lief met haar zachte trotse uitstraling. Daar zit ze. In haar hand heeft ze een bekertje. En die hand houdt ze op. Ze zeurt niet, ze leurt niet, ze kijkt alleen maar lief….en trots! Het raakt Willem en mij mateloos. Nee we zijn geen pottenkijkers maar ach wat raakt dit meisje ons. Ze zal een jaar of 23 zijn. Zo oud als onze dochters. En de mensen lopen voorbij. Sommige zien haar niet eens zitten en lopen rakelings langs haar voetjes op. Mensen die op vakantie zij willen dit niet zien. Mensen die met volle beurzen geld uitgeven als water uit de Trevifontein, die munten gooien in diezelfde fontein om te wensen voor eigen geluk en gezondheid zijn te beroerd om een munt in dat bekertje te werpen. Een mengeling van gevoelens overspoeld mij. Ik ben boos en verdrietig. Ik huil en ik vloek. Deze verdomde godlievende stad vergeet deze mensen. Vol rijkdom gevulde musea en kerken maar dit meisje op een plankje. En dat terwijl ik werk met deze mensen in Nederland. En dat terwijl ik dus van beperkingen mogelijkheden maak op mijn school. Hier in de godverlaten steegje zit een jongedame van 23 die van haar beperkingen nog grotere beperkingen moet maken namelijk door te bedelen! Haar meenemen zou ik willen, laten zien hoe het bij ons in Nederland gaat zou ik willen. Een rolstoel aanbieden en haar aangepast werk geven zou ik willen. Misschien niet eens aangepast, misschien zelfs wel gewoon waar ze goed in is. Naar school zou ik haar willen brengen. Dit mooie meisje dat best weet wat ze waard is maar de kans niet krijgt! E die tóch goed gekleed en goed gekapt daar gaat zitten. Zich niet in lompen wil hullen om nog zieliger te lijken1 Want oké, ze moet bedelen maar ze zal in ere bedelen. Ach wat huil ik! Dan trekken we onze portemonnaie. Eerst Willem met 5 euro en al mijn munten. Maar het is voor mij niet genoeg. Ik wil met haar praten. Ik loop naar haar toe. Ik aai haar hoofd en gezicht en neem haar handen in de mijne. Ik vraag of ze Engels spreekt maar helaas. Verdomde taalbarrière. Was ze naar school geweest, had ik Italiaans geleerd dan had ik haar kunnen vertellen dat dit niet hoeft in ons land. Dat ze wel degelijk kansen heeft. Dat ik haar wil helpen, hoe dan ook. Ik wil mailen of bellen of schrijven…kansen bieden, voorwaarden scheppen, deuren openen! Zoveel zwervers heb ik al gezien. En natuurlijk is dat ook vreselijk maar vak zijn het eigen keuzes want ik ben van mening dat er altijd wel werk te vinden is. bij de Spaanse trappen zag ik ook een man in oude kleren en een verweerd ongewassen gezicht maar hij verkocht wel zelf gevlochten armbandjes om de kost bij elkaar te verdienen. Ik zag jonge meisjes met een kind die alleen hun hand ophielden. Ik zag oude en jonge mannen in dozen slapen. Nee, daar kan ik niks mee. Maar dit meisje met haar mooie verzorgde gezicht die trots een bekertje omhoog houdt omdat ze niet anders kan, omdat dit land haar geen kansen biedt, JA daar heb ik wel wat mee! En ik raak haar dus aan. Niet medelijdend, nee daar let ik wel voor op maar meelevend en respectvol…..hoop gevend….mijn ongeloof uitsprekend met mijn ogen….mijn liefde voor haar uiting gevend…. Maar ze verstaat me niet…tenminste niet de taal die we spreken….wel verstaat ze wat ik bedoel…dan loop ik terug…..en als ik weer zit op mijn stoel zegt Willem alleen maar ‘ze huilt’! Ze huilt ja…en ik huil en Willems hart huilt…..we huilen van onmacht en boosheid en liefde….drie mensen die elkaar heel even mogen raken! Dan kan ik het niet meer aanzien. Of eigenlijk is het meer dat ik met mijn eigen onmacht niet uit de voeten kan. Ik loop nog een keer naar haar toe, ik leg nog een keer mijn hand tegen haar wang, ik stop nog een keer twintig euro in haar bekertje, dan lopen we weg. We wuiven een kushand toe…we krijgen een misvormd uitziende maar oh zo liefdevolle kushand terug. En ik vraag me maar één ding af ‘hoe moet ik nu nog eten’? Want dat is waar we nu naartoe lopen, naar een gezellig tentje om te eten. We vinden er eentje in het straatje waar we al zaten. Het is een feeëriek verlichte taveerne. Gezellige obers halen ons snel uit de aangeslagen sfeer waarin we verkeren. Eten kan ik nog niet en dus bestel ik blindelings wat Willem ook neemt. De wijn gaat er wel in. Het enige dat ik kan is huilen. En ik weet heus wel dat ik niks kan doen en dat wij heus wel wat betekent hebben voor dit meisje….heel eventjes…… En ik weet dat dat voldoende is. Dat harten raken net zo mooi kan zijn als daadkrachtig helpen. Maar het blijft oneerlijk. Dan laat ik het toch los. Had ik maar de mogelijkheden om een europees Parlement in te schakelen of met meneer Berlusconi een babbeltje te maken. Had ik maar het geld om een huis te openen voor deze kansrijke in plaats van in Italie kansarme jongeren! Het enige dat ik vandaag kon doen was hun hart raken. En dat moet voldoende zijn! Het eten van vandaag is heel wat meer culinair dan het voer van gisteren. De bediening is gezellig en vrolijk. De ambiance is super. Uiteindelijk kan ik dan toch weer genieten al komt steeds het meisje weer voorbij in mijn gedachten. Kon ik haar maar één keer zo mee uit eten nemen. Kon ik maar een cliniclown langs sturen. Kon ik haar dus maar even laten voelen dat ze ook een mens is! Maar ik weet dat ze daar ook zelf voor zorgt. Door zich zo te kleden. Door zich zo te gedragen. Alleen…………..ach……zucht……stom Italie……stomme katholieke kerk! We zitten heerlijk te tafelen. De wijn is goed, de liter bier nog lang niet op, de gesprekken boeiend en de omgeving prima! Dit keer blijven we echt wel langer dan dat halve uurtje van gisteren. Pas laat betalen we en slenteren rustig terug langs de fontein naar metro Barberini.
Barberini is de naam van een adellijk Italiaans geslacht, dat vooral macht en aanzien verwierf in het 17e-eeuwse Rome, toen een telg van de familie, kardinaal Maffeo Barberini, tot paus werd verkozen. Zijn palazzo te Rome, in 1633 voltooid door Bernini, herbergt vandaag de dag de Galleria Nazionale d’Arte Antica (Nationale Galerij voor Oude Kunst) (bron wiki)
Grappig dat op dit plein een enorm hotel met de naam Bernini staat. We komen de naam van het mysterie overal tegen. Nog leuker wordt het als ik in de verte op de aangrenzende Via XX Septembre de Santa Maria della Vittoria zie staan. Die speelt namelijk ook een rol in het Bernini mysterie. Daar kwam de derde kardinaal om het leven door element vuur. Een vreselijke scene uit de film vind ik dat.
De Basilica di Santa Maria della Vittoria is een basiliek in de stad Rome, in de wijk Della Vittoria aan de Via del XX Septembre. De bouw van de kerk startte in 1605 en de kerk werd gewijd aan de heilige Paulus. Na de katholieke overwinning in de Slag op de Witte Berg in 1620 werd de kerk gewijd aan de maagd Maria. De kerk is vooral beroemd vanwege het beeld dat Gian Lorenzo Bernini voor deze kerk maakte, de zogenaamde Extase van Teresa. Het beeld wordt beschouwd als een van zijn meesterwerken. (bron wiki)
Volgens mij hebben we nu alle elementen wel gehad. Oh nee, het element lucht hebben we nog niet bezocht. Maar……. We hebben nog een dag! Nu eerst tijd om richting bekende stek te gaan. De metro levert ons drie haltes verder af bij station Termini, onze eindbestemming. Dit keer zijn we te moe om nog naar ons terrasje op Via Marsala te gaan. We halen een biertje en een flesje Fanta in een van de kraampjes en gaan direct naar het hotel waar Willem gezellig op bed en ik weer opgekruld in de vensterbank nog even napraten. Maar de koek is op. We zijn doodmoe van alle indrukken. En voor twaalven dit keer liggen we al op één oor!
Dag4 De laatste dag breekt aan. We zijn vroeg wakker, misschien dat er dan nog iets van ontbijt over is. We pakken de spullen in de reistas en kijken nog een keer de kamer rond. Dag gezellige luiken en lief terrasje met stoelen buiten. Dag geliefde vensterbank waar ik zo heerlijk me in kon verschuilen. We leveren de sleutel af, zetten de reistas in een daarvoor bestemde kast en duiken de ontbijtkelder weer in. Ja hoor, de mand is gevuld met broosjes en croissants, alle kannen zijn gevuld, kortom er is eten in voervloed. maar we mogen wel opschieten want de ontbijtzaal loopt al aardig vol. Als we net tien minuten zitten is de mand bolletjes leeg, zijn de croissants op en wordt er niets meer bijgevuld. Als even later een gezin met drie kleine kinderen binnenkomt kunnen ze zich enkel nog tegoed doen aan de harde toastjes in folie. Geen wonder dat een van de kleintjes begint te jengelen. Vandaag wil Willem toch graag nog één keer de Sint Pieter bezoeken. Dus halen we bij Termini een metro-buskaartje en laten ons wederom richting Ottaviano rijden. We kennen inmiddels de weg. Maar als we de Via Della Conciliazione oplopen horen we luid gezang. Zou er wat te doen zijn op het Sint Pieterplein? We versnellen onze pas. En ja hoor…het plein zien we al van verre bomvol staan. Het zal toch niet zo zijn dat de paus…….. EN JA…HET IS WEL WAAR…..op grote schermen zien we de pausmobiel aan komen rijden. We lopen het plein op maar moeten eerst door de strenge bewaking die nu al aan het begin van het plein staat dat met hekken omringd is. De tassen worden ingekeken en een detector gaat langs onze lijven. Dan staan we binnen het gebied van het plein waar alles plaats vind. De paus stapt net uit zijn pausmobiel en neemt plaats onder het baldakijn op het plein vlakbij de poorten van de Sint Pieter. Hij wordt geëscorteerd door een stoet van roodzwart geklede kardinalen. Het bezoek aan de Sint Pieter kunnen we wel vergeten maar wat we nu mee gaan maken zal ook vast helemaal geweldig zijn! Al snel blijkt het om een audiëntie te gaan. En niet zomaar een audiëntie maar eentje speciaal voor scholen/colleges/universiteiten uit de hele wereld. Hoe mooi kunnen wij iets op een presenteerblaadje aangereikt krijgen? De paus spreekt over educatie en religie. En eerlijk is eerlijk, hij spreekt prachtige woorden! Woorden die je raken. Woorden die ook echt iets te melden hebben. Steeds komt er een van de anderstalige kardinalen aan het woord om de scholen te noemen. En steeds na het noemen van die namen gaat een luid gejuich op gepaard gaande met zwaaiende sjaaltjes of andere dingen waar mee gezwaaid kan worden. Als Nederland aan de beurt is klinkt zelfs een prachtig gezang! En Brazilië laat zich horen met hun eigen lied ‘Brasil’! Wat een belevenis!! De paus preekt en spreekt in diverse talen en in het Nederlands heeft hij het vooral over de liefde voor scholing en elkaar. Hij vertelt over het evenwicht van de ziel en de rede. Hij vertelt dat zitten en knielen niet alleen geloven is. Hij wil dat studenten inhoud geven aan hun geloof. Dat ze nadenken over hun relatie tot en met God. Niet alleen maar leren uit de boeken maar iets met je eigen ervaring doen en daar inhoud aan geven. Orden en reflecteer de inhoud en vind jouw samenhang daarin. Een mooi advies! Prachtige woorden. Die meneer Ratzinger weet ons wel te raken. Hij spreekt studenten toe maar ook hun leermeesters/leraren. De verantwoordelijkheden die leraren hebben. In de veelheid van informatie, levensvisies, levensbeschouwingen, waardepatronen, in de wirwar van wat illusie en/of waarheid is voor leerlingen, zul je een gids voor ze moeten zijn, interactief met ze moeten zijn. Ik neem alle woorden in me op! We zijn allebei onder de indruk van deze paus en zijn intelligentie en denkwijze. De manier ook van hoe hij de zaken weet te verwoorden. Maar als de zegen uitgesproken is vinden wij het wel welletjes. We hebben geen zin om de hele rits audiëntiegangers af te wachten voor we zelf de deuren van de kerk in mogen. We nemen zijn woorden en gedachten mee. Net als we weg willen gaan ontdek ik weer een Bernini mysterie aanwijzing ‘de ponentes’. De plakaten tussen de tegels van het plein. En we staan ook nog eens precies op de plek van de goede ponente namelijk die van west. Hier stierf de tweede kardinaal gedood door het component lucht. Tussen ponente west en de lantaarnpaal in. We lopen weer langs de bewaking maar zonder dat we betast en begluurd worden. Wat kennen die Italianen trouwens een boel soorten poltie. Polizia, carabinieri, polizia municipale en dan de Zwitserse Garde. De laatste vind ik toch wel de mooiste pakjes aan hebben.
De Pauselijke Zwitserse Garde (in het Italiaans: Guardia Svizzera Pontificia) is de pontificale bewakingseenheid van Vaticaanstad. Het bestaat uit Zwitserse rooms katholieke vrijwilligers, die minstens 174 cm lang en tussen de 19 en 30 jaar oud zijn. Zij dienen minimaal twee jaar in het korps, wonen tijdens die periode in de kazerne en hebben gedurende deze jaren de Vaticaanse nationaliteit. Ze hoeven niet celibatair te leven, maar om te mogen trouwen moeten zij minstens drie jaar gediend hebben en zich willen vastleggen voor nogmaals drie jaar. Het salaris is niet hoog (in 2004 ongeveer € 1100), maar daarbij zijn kost en inwoning gratis, evenals medische verzorging. Verder betalen de gardisten geen inkomstenbelasting en krijgen veel kortingen op uitgaven voor levensonderhoud. De garde bestaat uit 120 officieren en soldaten. De paleis- en lijfwacht van de Paus ontstond in 1505 toen paus Julius II 189 Zwitserse hellebaardiers vroeg om de Kerkelijke Staat te dienen. Het korps werd officieel opgericht in 1506. Het verdedigde paus Clemens VII tijdens de Sacco di Roma op 6 mei 1527 toen de Duits-Spaanse troepen van de Rooms-katholieke keizer Karel V plunderend door de stad trokken. Daarbij kwamen 147 gardisten om het leven. De 42 overlevenden brachten de paus in veiligheid binnen de muren van de Engelenburcht. Ter herinnering aan dit gebeuren worden nieuwe gardisten nog altijd op 6 mei ingezworen. Een misverstand is dat hun huidige uniform, dat met de blauw-rood-gele motieven doet geloven dat het uit de Renaissance stamt, ontworpen werd door Michelangelo. Het is echter ontworpen door de commandant Jules Repond, die van 1910 tot 1921 diende. Naast dit bekende uniform wordt nog een blauw uniform gedragen voor het alledaagse leven. De grote uniformen worden enkel gedragen tijdens de hoogmis, ze dragen dan de hellebaard, handschoenen en een helm met rode veren. Op het herdenkingsfeest van de Plundering van Rome dragen ze ook een harnas. De Zwitserse garde is onzichtbaar met moderne wapens uitgerust (in de broekspijpen hebben ze een automatisch wapen), maar elke gardist wordt ook getraind in het gebruik van zwaard en hellebaard. Overigens wordt het Vaticaan behalve door de Garde ook bewaakt door andere Vaticaanse veiligheidsfunctionarissen en de Italiaanse politie. 2006 was het jaar van de Zwitserse Garde omdat ze dan haar 500-jarig bestaan vierde. (bron wiki)
Bij het weglopen van het plein horen we de mensen uit Langstraat en Den Bosch luid zingen. Een mooiere aftocht kun je niet wensen. Het is een drukte van belang op de Via Della Conciliazione. We hebben zin in koffie en zoeken een terrasje waar nog één tafeltje vrij is. De koffie is duur maar de wc’s hebben in ieder geval wc papier en zijn schoon. We laten de woorden en de gebeurtenis nog een beetje op ons inwerken voor we onder de herfstbomen van de Via Crescenzio door richting metrostation lopen. En weer komt ondanks alle mooie woorden de boosheid boven als ik merk dat ik de ontmoeting met het meisjes op het plankje met wieltjes van gisteren niet los kan laten. Zoveel mooie woorden maar wat betekenen ze nu werkelijk? En ik weet heus wel dat een paus daar niet alleen verantwoordelijk voor is. En ik weet heus wel dat de mensen zelf ook hun verantwoordelijkheden moeten dragen. Maar de Sint Pieter en haar rijkgevuld museum vol goud en andere kunstschatten achter ons latend kan ik de boosheid weer voelen oplaaien. Twee schilderijen of dure vazen verkopen en je kunt er geheel jong gehandicapt Rome van opvangen, scholing geven, rolstoelen kopen zodat ze zich niet op lullige plankjes met wieltjes hoeven voort te bewegen, aangepast werken geven en noem maar op! Maar ja…… Rome…… en politiek….en religie….. De laatste stappen in Vaticaanstad. De laatste rit door Rome. Het is een schitterende stad maar het zal nooit écht ONZE stad worden. En elke keer weer zal ik die boosheid om het enorme contrast tussen rijk en arm en macht en onmacht misschien wel weer opnieuw voelen. We komen aan op ons vertrouwde plekje, nou ja zeg maar PLEK, Termini.
Stazione Termini (officieel: Stazione di Roma Termini) is het belangrijkste spoorwegstation in de Italiaanse hoofdstad Rome, en tevens het middelpunt van het openbaar vervoernet in deze stad. Het kopstation, ontworpen door de architect Angiolo Mazzoni del Grande die met zijn project een wedstrijd voor architecten won, is één der opmerkelijkste gebouwen van de 20e eeuw in Italië. Het dateert van vlak voor de Tweede Wereldoorlog, toen het een ouder stationnetje verving dat nog stamde uit de begintijd van de spoorwegen, onder het pontificaat van paus Pius IX (1846–1878). De bouw kwam wegens de oorlog stil te liggen en werd in 1942 hervat. Het werd voltooid in 1950 ter gelegenheid van het Heilig Jaar. Het dak van de grote glazen stationshal (128 m breed en 32 m diep) met zijn golvende lijnen geldt als één van de grote bouwkundige verwezenlijkingen van de twintigste eeuw. Ondergronds bevindt zich het enige overstapstation tussen de beide Romeinse metrolijnen, en op het voorplein buiten (de Piazzale dei Cinquecento, “Plein van de 500”, refererend aan de slag bij Dogali van 1887) hebben verschillende bus- en tramlijnen van het stads- en streekvervoer hun begin- en eindpunt. Vlakbij de ingang staat nog een overblijfsel van een oude Romeinse stadsmuur toegeschreven aan koning Servius Tullius, de Servische Muur. In het winkelcentrum onder de grond zijn ook nog delen van deze muur te zien. Op 23 december 2006 werd het station aan Johannes Paulus II gewijd, wat tot verwarring leidde – was de officiële naam van het station nu veranderd van Roma Termini in Roma Giovanni Paolo II, of ging het alleen om een ceremonie? Na publiek protest krabbelde de gemeente Rome terug; de officiële naam van het station is niet gewijzigd. (bron wiki)
In het hotel halen we de reistas op die nog netjes in de kast staat. Tijd om een hapje te eten voor we naar Ciampino rijden met de Terravision bus. We vinden, alweer op Marsala, een oergezellige taveerne met, alweer, een druivenbladerdak en bestellen een overheerlijke raviolischotel. Toch wel iets anders dan de ravioli die je hier in blik met tomatensaus in de winkels kan kopen. Dit is de echte, handgemaakte ravioli met spinazie en kaas en een heerlijke saus. We genieten met volle teugen van ons laatste hapje in Rome. Natuurlijk sluiten we onze reis niet af zonder GELATI (ijs). Willem gaat zoals altijd voor de chocolade en ik voor de cassata! Dit zal voorlopig wel ons laatste ijsje van dit jaar zijn. In Nederland zijn de temperaturen niet echt ijs-etend-waardig meer en daarbij sluiten de Italiaanse ijssalons meestal rond de herfst hun deuren. En ander ijs lust ik niet! Likkend aan ons ijs en nog even genietend van de ondergaande zon verbaas ik me toch dat de Via Marsala helemaal niet zo goed bekend staat en dat we juist hier behoorlijk veel hebben rondgehangen als we Rome centrum zat waren. De vorige keer hingen hier inderdaad veel meer dronken mensen en drugsdealers of zwervers rond. Ik denk dat ze daar een stokje voor gestoken hebben. Het wemelt er eigenlijk ook wel van de carabinieri tegenwoordig. Het ijs is op, de bus staat klaar, vertrekken maar! Precies op tijd vertrekt e bus richting vliegveld Ciampino. We krijgen nog een mooie rondrit door een oud deel van Rome voor we het centrum verlaten. Voor het eerst zie ik nu zelfs het Chinatown van Rome. En weer doemen overal groteske gebouwen op die we nog niet gezien hebben. Dan rijden we door de buitenwijken van Rome waar je eerst veel flats maar dan meer groen tegenkomt. Na een half uurtje bereiken we het vliegveld. We kunnen direct inchecken en gaan dan nog heel even buiten in de avondschemer zitten. Straks zal het niet meer mogelijk zijn om zonder jas en met korte mouwen buiten te zitten rond dit tijdstip. Dan is het tijd om de gate op te zoeken, 14 moeten we hebben, en het is maar goed ook dat we dit nu doen want ineens gaat alles in een sneltrein vaartje. We staan achter in de rij, zal me benieuwen of we nog naast elkaar kunnen zitten, en de bus rijdt voor en de deuren gaan al open. In de rij zie ik veel dezelfde mensen als op de heenvlucht staan. En stiekem vraag ik me af hoeveel zo’n Ryanair aan deze goedkope vluchten over houdt. We moeten alweer in een bus en de mensen van de vorige keer moeten net als wij lachen als we denken aan de heenvlucht waar we met de bus tien meter verder werden afgezet. Het verhaal wordt in geuren en kleuren aan anderen in de rij verteld die niet in dezelfde heenvlucht zaten. Maar dit keer moeten we een stukje verder rijden. Ons toestel staat achter de loods. Weer is het een geren en getrek en geduw van jewelste. Willem en ik vinden geen stoelen naast elkaar in dezelfde rij maar wel zitten we naast elkaar met het gangpad ertussen en dat is ook goed! Hetzelfde ritueel als op de heenvlucht volgt nu. Geen schermen die naar beneden klappen om je de veiligheidsinstructies te tonen maar levensechte stewardessen die voordoen wat je doet in geval van nood. Dan het oergeronk van de motoren , het stijgen, de knappende oren en het weeige gevoel in je buik en de stewardessen die alweer rondgaan met drank, hapjes, parfums, sigaretten en ……. krasloten! Voor we het weten vliegen we alweer boven Nederland en wordt de daling ingezet. E landing gaat er iets harder aan toe dan op de heenreis maar als er een luid trompettergeschal klinkt op het moment dat de wielen de grond raken, schiet iedereen in de lach. Trompettergeschal met een mannenstem die ons een prettig verblijf wenst en ons bedankt voor de vlucht met Ryanair. Ook nu hebben we de reistas snel in bezit. Willem en ik blijven erbij, die kleine vliegveldjes die hebben het wel! We wandelen naar de auto over Nederlandse bodem, smssen deze en genen dat we goed zijn aangekomen en rijden terug naar Arnhem. Nog net op tijd kunnen we heerlijk wokken in een supergroot wokrestaurant. Maar eenmaal thuisgekomen gaat het licht gauw uit en heb ik niet eens meer de volle moed om alle foto’s te bekijken, zo moe ben ik! Het was prachtig allemaal. We hebben weer veel gezien en beleefd. Rome….wat een stad…wat een beschaving….alhoewel…………………………….. Dan slaap ik in met een meisje in rode capribroek en zwart leren jasje op een plank met wieltjes met tranen in haar ogen op mijn netvlies…………

