View: 4

Texel met Annet

Hoe vaak kwam ik als kind al niet op Texel….. Als verrassing van school gehaald worden en dan meteen doorrijden…
De eilanden

juHoe vaak kwam ik als kind al niet op Texel…..
Als verrassing van school gehaald worden en dan meteen doorrijden naar Den Helder waar de boot lag te wachten.

We vertoefde er toen in een luxe hotel, het Juliana hotel. volgens mij ook het enige grote hotel dat Texel toen rijk was (jaren ’60). Veel kan ik me er niet van herinneren maar dat het een indruk achter heeft glaten blijkt wel uit het feit dat Texel steeds bleef trekken!

Veel later kwam ik er weer met mijn hartsvriendin Annet. We sliepen in hotel de Pelikaan.
Een heerlijk hotel vlakbij een natuurgebied, de duinen en de zee. En redelijk centraal van alle andere leuke, mooie dingen die Texel te bieden heeft. texel1 079

Annet en ik genoten al van de boottochten erheen. Ineens ben je weg van alles. Weg van je werk, van je huishouden, van je zorgen…..
Aangezien ik respect voor meeuwen heb gekregen nadat ze ooit eens een kibbeling met hun grote scherpe snavel uit mijn mond pikten, liet ik het brood voeren bij de reling aan Annet over. texel1 088

De boottocht duurt niet lang. Net genoeg om even een ‘vaar over het water’ gevoel te krijgen.
We duiken dus snel de auto in het ruim weer in en starten de motoren. Texel here we come.

En ja hoor….je rijdt het eiland op en het eerste dat je ziet zijn………..schapen!
We zullen ze nog ettelijke malen tegenkomen.
En vanaf dan is het alleen nog maar genieten, genieten GENIETEN!

We bekijken zoveel als we maar kunnen bekijken in dat korte weekendje. max
– Het strandjuttersmuseum Flora met strandvondsten van meer dan 75 jaar!
Naast alle vondsten binnen en buiten zijn er ook de exposities, doorlopend diverse films vertoond over
scheepsstrandingen, reddingsacties en de jutterij. De eigenaar, zelf ook jutter, vertelde de mooiste en
levendigste verhalen!

– Ecomare Centrum voor Wadden en Noordzee. texel2 049
Natuurlijk kwamen we op de eerste plaats voor de zeehondjes. Tijdens het voeren vertelt de verzorger
over de eigenaardigheden van de dieren, hun leefwijze en hun natuurlijke omgeving. En ach wat raakten
we geëmotioneerd bij het zien van ondervoede, blinde, gehavende zeehondjes. En vooral bij het raam
onder in het museum waar ze kwamen kijken en ons via het glas probeerden te raken met hun snuitjes.
In het museumgedeelte wordt onder meer uitgelegd hoe het eiland is ontstaan in de IJstijd. Gletsjers
lieten hier solide bulten van keileem achter, zoals de Hoge Berg. Ook de grote zeeaquaria en hun
bewoners zijn schitterend om te zien!
Dan de walviszaal Je loopt letterlijk tussen de walvisskeletten, terwijl je omgeven wordt door hun
geluiden. Je voelt je behoorlijk klein wanneer je naast de reusachtige schedel van een 15 meter lange
potvis staat. De 52 tanden in de onderkaak van deze vriendelijke reus zien er nogal angstaanjagend uit.
In de Walviszaal zijn zes skeletten van heel dichtbij te bekijken; allemaal van walvissen en dolfijnen die
op of in de buurt van Texel zijn aangespoeld. terras

Maar we gingen ook heerlijk slenteren langs de vele authentieke dorpjes die Texel rijk is.
En shoppen in Den Burg! Om daarna een heerlijk Texelaartje te drinken in een van de lokale kroegen.
en shoppen in de Koog. Allemensen wat genoten we van het Indiase winkeltje en van de sportwinkel met zijn fleece vesten!

De tweede keer dat we er waren bivakkeerden we in De Cocksdorp in studio’s Roggesloot.
Wat een leuke studiootjes zijn dat en toch net iets meer privacy dan in een hotel!
De sleutel haalde je op bij de fietsenzaak (de eigenaar was tevens eigenaar van de studiootjes) 29293690

De Cocksdorp is het jongste dorp van Texel. Het dorp ontstond in 1835 bij het haventje, dat zich bevond op de plaats waar de Roggesloot uitmondde in het Eierlandse Gat. De Cocksdorp heette aanvankelijk Nieuwdorp, maar werd al na een paar maanden vernoemd naar  N.J. de Cock.

De Cocksdorp is ook het meeste noordelijke dorp van het eiland en is omgeven door natuurgebieden De Schorren, De Volharding, De Slufter, de Eierlandse Duinen en natuurlijk De Roggesloot en het Krimbos.

Dit keer hebben we een paar keer genoten van wandelingen bij de vuurtoren en Paal 17. Tja of genoten we toch meer van de warme chocomelk of een lekker wijntje in de restaurants daar? texel3avond 005

We hebben genoten van de mosselen in het leuke restaurant La Morena met zijn unieke inrichting en leuke bediening! Daar komen we nog een keertje terug!

Dit keer kwamen we tijdens het shoppen in Den Burgh ook collega’s van mij tegen. Altijd gezellig! En we hadden weer de wereld aan souvenirs bij ons uit het winkeltje van Kees de Waal!
Natuurlijk ging het Texelaartje bij de Steenenplaats er weer grif in.

Wat was het weer heerlijk op Texel

 

 

Hieronder het volledige verslag van de eerste Texel met Annet:

 

Texel dag 1
Ik ben al vroeg op. Zie tegen het afscheid op! Straks voor het eerst drie dagen zonder Willem. Nou is dat wel om overheen te komen, maar je zit ineens ook zo’n eind van elkaar af. Met een zee ertussen! En ik heb zo’n apart voorgevoel al de hele week.
Ik stop drie kaartjes in zijn broodzakje. Een voor elke dag die ik er niet ben. Ik maak nog een keertje ontbijt. Ik ben stil aan tafel. Dan is het tijd om te gaan. Ik slik, ik slik maar dan snik ik!
Als ik gezwaaid heb, tot ik allang uit beeld ben en voor mij de auto echt uit het zicht is verdwenen stap ik naar binnen en begin met het pakken van mijn koffer. Pliep zegt mijn mobieltje. GENIET staat er met grote letters in beeld. Willem heeft het haarfijn aangevoeld. Het doet me meer dan mijn stoere lippen kunnen vertellen.
Dan gaat de telefoon. Mijn vriendin heeft zich verslapen. Dat wordt dus later vertrekken dan gepland en twee boten later de zee op. Maar goed, voordeel is dat we de files gehad hebben!
Eindelijk gaat een tweede keer de telefoon. Ze staat klaar. Ik ga haar halen, tank benzine, pin geld uit de automaat en we kunnen vertrekken!
Nederlands wegennet brengt je echt overal waar je wezen wil. Dwars door mijn kikkerlandje heen rijd ik. Kilometers leg ik af!
Ik snijd het land als het ware af.
De kop van Noord Holland is wijds. Ik wist niet dat we nog zoveel ruimte hadden in Nederland. En dat moeten we ook vooral zo laten!
Na twee uur crossen zijn de blazen vol en de magen leeg. Lang leven de benzine annex café/supermarkt stations. Tegenwoordig kun je alles krijgen bij een pompstation. De koffie is er beter dan je soms ergens op visite kan krijgen.

Na een bakkie en een plas zetten we de reis voort. Den Helder komt steeds dichterbij. De eerste marine verschijnselen doemen al op. En ineens gaat het razend snel. We rijden een weg op en voor we het weten staan we in een rij voor de boot die ons naar Texel zal brengen. Kaartje kopen, doorrijden, boot op, en dan sta ik in een laadruimte zonder er erg in te hebben.
In één vloeiende beweging van de weg, plots op de boot!
Dan vliegen we de auto uit en haasten ons aan dek. Zo lang zal dit boottochtje niet duren. In twintig minuten tijd sta je aan de andere kant van dit stukje Noordzee.
De meeuwen krijsen ons goedendag. De schuimkragen maken langwerpige V vormen aan de zijkant van dit enorme schip. De Teso-line heet de maatschappij. Ze bestaan al meer dan honderd jaar. Dit schip is een van hun laatste versies. Vroeger ging het nog met heel andere scheepjes. Voor we het weten roept een stem al om dat we ons naar de auto moeten begeven. Voor we het weten start iedereen de motoren weer. Voor we het weten staan we op het eiland. Ik voel een zee liggen tussen mijn wereld daar en mijn wereld hier. Tussen een ons en een mijn.

Een rij auto’s en vrachtwagens gaat ons voor het land van Texel op maar binnen een kilometer hebben de voertuigen zich uitgewaaierd over het toch nog grotere eiland dan ik verwachtte.
Wij rijden rechtdoor, richting de Koog. De plaats waar ons hotel de Pelikaan zit. Op de lange weg, de Pontweg, een soort hoofdstraat van het eiland lijkt het wel, doemt een houten bord op met de woorden ‘de Pelikaan’. Dat zal onze plek van bestemming wel zijn! We draaien de zijweg op en komen aan bij een wit hotel tegen bos en duin aan.
Huisjes, appartementen een wit gebouw vol hotelkamers. Ja, wel vol hotelkamers maar niet vol! Texel ademt rust uit. De diepe rust van een week voor het seizoen weer in volle vaart zal losbarsten. Het lijkt of de mensen het nog even tegen willen houden al hunkeren ze ook naar de drukte. Ze genieten nog even van de rust en doen voldoende lading op voor de komende lente herfst en zomermaanden.
Kamer zeven ligt op de begane grond. Receptie voorbij en de gang in. Lekker dichtbij alles dus. Een leeg hotel heeft toch zijn voordelen. Maar al snel zullen we bemerken dat het ook zeker zijn nadelen kent.
Het is een rookvrij hotel. Een aanrader dus voor een ieder die niet-roker is maar een crime voor de roker. Voor ons dus!
Een kopje koffie kan er wel geschonken worden maar restaurant en bar zijn dicht. Het kan dus in de lounge voor de receptie gebracht worden.
Daar passen we voor! Dan maar Texel op!
Den Burg is ons eerste doel. Maar ons kennende komen we altijd daar uit waar we niet gepland hadden naar toe te zullen gaan. Zo ook nu dus!
Uiteindelijk komen we in een lieflijk plaatsje Oosterend. Oosterend is een pittoresk dorpje met kleine straatjes met mooie historische, zorgvuldig gerestaureerde huisjes.. Een lieflijk plaatsje waar de tijd niet is teruggedraaid maar gewoon niet verder is gegaan. Op maandag alle winkels en cafeetjes dicht. De bevolking draait de was, die vrolijk buiten in het zonnetje hangt te wapperen. We slenteren wat langs de oude huisjes uit de Ot en Sien tijd. Ik geniet! Mijn vriendin vindt het maar niks. Een dooie saaie boel vindt ze het. De huisjes zijn lief en wat de mensen er allemaal omheen gemaakt hebben om het nog gezelliger te laten lijken is ook lief. Maar het leeft niet vindt ze. Ik kijk bedenkelijk. Voor mij leeft dit dorp juist wel! Kijk eens naar die gezellig keuvelden bewoners die terwijl ze hun wasjes ophangen met elkaar over de buurtzaken staan te praten. Misschien wel over de kerkdienst van gister of over de schoolvakanties die daar volgende week van start zullen gaan.

Kijk eens naar de man met de bakfiets die vrolijk zijn hand naar ons opsteekt. Naar het jongetje op de step die zijn moeder in het Texels toeroept wat wij niet kunnen verstaan. Naar de vrouwen die hun bloemetjes voor de huizen rangschikken in vrolijke potten omdat het voorjaar nu echt begonnen is voor hun gevoel! De beelden her en der verspreid in dit dorp van de vissersvrouwtjes keuvelend over de boodschappen met grote manden onder hun armen en vissersmannetjes druk debatterend over de visvangst van die dag. De schaapjes die midden op het dorpsveldje staan te pronken omdat ze het symbool van Texel vertegenwoordigen!
Kijk eens naar de typisch Texelse namen op de graven van het kerkhof en de zorg die aan de graven besteed wordt. Ik zie de geveltjes in allerlei maten en vormen. Het leeft wel degelijk in dit dorpje! In de verborgen ateliers van kunstenaars hoor je het timmeren en beitelen, hoor je de draaischijf voor het pottenbakken in volle gang draaien!
Nee, koffie is er niet te krijgen. Maar lieflijk en pittoresk is het er wel. En als je er open voor staat maak ik me sterk dat je niet ergens binnen zo koffie zou kunnen krijgen als je, je openstelt voor de bevolking! Uit de tijd vindt mijn reisgenote het allemaal. Dat het nog bestaat de maandagstilte zegt ze cynisch. Dat het nog bestaat denk ik met een beetje jaloerse intonatie in mijn gedachten. De was op maandag op de bleek, de winkels dicht, een praatje met je naasten een wandelingetje in de zon.

Als we de auto hebben geparkeerd tegen de torenhoge dijk aan, bestijgen we de lange trap die ons naar de zee zal brengen. Maar hoe hoog we ook komen, we horen de zee, die we toch allang hadden moeten horen, niet ruisen. Boven gekomen zien we ook direct waarom. De zee ligt doodstil in een inham. Het strand is meters verder dan hier. Het is een paradijs aan vogels. Is dit nou wat ze noemen de Roggesloot? De oude krek die in verbinding staat met de Waddenzee?
We zijn de enige bezoekers. Dit zullen we de komende dagen nog wel vaker beleven!
We lopen rustig het piertje op waar de vogels zich niet laten verjagen. Bij de meerpalen maken we wat foto’s. Dan gaan we zitten op het enige bankje dat deze plek rijk is en laten de rust in ons komen. Ik laat de rust in me dalen. Mijn reisgenote voelt dat de rust haar aanvliegt. Ze is de stad gewend maar kan zich niet zoals ik dat kan, onthaasten.
Op haar verzoek zoeken we de niet te vinden drukte. Misschien dat bij de vuurtoren wat te beleven valt. Maar behalve haar seinen van licht en haar felrode kleur, biedt de vuurtoren niets dan alleen een baken te zijn voor de voorbij varende schepen. De aanblik over het strand is leeg maar over heerlijk en het strandpaviljoen is leeg.
De avond valt in op Texel. Maar een avond op Texel valt niet zomaar in, die komt echt bij je binnen. Het wordt allengs kouder en heiig. De mist ligt laag over de weilanden. De lucht kleurt zich roze en rood maar alles in pastel vage tinten.
Hier wordt avond echt avond! Dat komt binnen, dat voel je!
We rijden langs de uitgestrekte velden en weilanden. De koeien verzamelen zich bij de stallen. De schapen grazen hun laatste portie voer voor die dag bij elkaar. De vogels zoeken in vogelvlucht een plek om te rusten. Wat een aparte belevenis dat ik hier zo rustig rijd, genietend van de uitgestrektheid en weidsheid, van de rust en op de radio de filemeldingen van het vasteland aanhoor. Het lijkt allemaal zo ver weg ineens!

Wij rijden naar het hotel. Onze eerste maaltijd krijgen we als welkomstgeschenk van de Pelikaan.
Als we de spullen op de kamer gebracht hebben en ons enigszins opgeknapt hebben loopt mijn reisgenote vol goede moed op weg naar een gezellig drukke eetzaal en ik geniet nog na van de rust, nieuwsgierig wat me nu weer te wachten staat.
Druk is het allerminst. Twee jonge enigszins sportieve meiden zitten aan een tafeltje in de lege zaal waar in het hoogseizoen misschien wel honderd gasten zitten. Het is stil. Er wordt bijna niet gepraat en het geluid van mes en vork is al storend. Nu moet zelfs ik ook giechelen. Je zou bij een vakantiegevoel in ieder geval wat vrolijkheid verwachten. De gebonden kippensoep met prei is een delicatesse. Het verwarmt onze weliswaar zonverbrande huid maar afgekoelde botten. De hoofdmaaltijd lijkt wel een dieetmaaltijd. Drie stukjes vis ter grootte van kibbeling en twee garnalen sieren het bord tussen een, door een stukje spek bijeen gehouden bosje boontjes en een hoopje rode kool. Erg lekker dat wel, maar beslist niet maagvullend na een dag eiland! Het ijs maakt weer wat goed! Mooi opgemaakt bordje met twee bolletjes ijs, wat perziken in schijfjes, gegarneerd met siroop.
De rest van de maag dan maar vullen met wat drank. Maar wat schetst onze verbazing als we de enige gasten blijken te zijn en alleen twee houten pinguïns ons gezelschap houden. Een barkeeper is ver te zoeken in dit toch wel gezellig uitziende pubje van het hotel.
De ober die ons zojuist bediende blijkt ook de taken van de bar op zich te nemen. Veel vriendelijke woorden kent deze man niet. Hij is plichtsgetrouw beleefd en knipt en buigt.
Hij schudt aan een kokertje en het lichtje gaat aan. Dan loopt hij weg om koffie te halen. Dat schudden hebben we onthouden en een beetje balorig lopen we de pub door en schudden alle lichtkokers wat heen en weer. Als we de koffie hebben, de man weer verdwenen is en we tegen elkaar aan zitten te kijken, neemt de meligheid toe. Beide nemen we een pinguïn als gesprekspartner ter handde. Als we ze de polonaise laten lopen, lopen synchroon de tranen van het lachen over onze wangen.
De man zien we niet weer. Dat wordt dus vroeg naar de hotelkamer gaan of een zonnebankje pikken. We besluiten het laatste. Een voor een nemen we plaats onder de zonnebank. Alsof we nog niet genoeg zon als cadeau hebben gehad vandaag. Rozig komen we eronder vandaan. Slapen lijkt ons op dit eiland op dit moment het enige dat ons nog te wachten staat. Ik val rustig in slaap met toch wel gemengde gevoelens, terwijl mijn reisgenote het haar ontbrekende vertier in haar droom probeert in te halen.

 

 

Texel dag 2
Al vroeg worden we wakker.
Mijn reisgenote is al wat meer gewend nu ze wakker is geworden in de andere omgeving dan de haar zo vertrouwde drukte van de stad. Ik hoor de geluiden van de vogels en eenden.
Ik zie de ochtendnevel waar de zon doorheen wil breken. Het gaat haar weer lukken vandaag voel ik!
Aangekleed, gewassen en wel staan we even later in de lege ontbijtzaal. Zelfs de twee meisjes zijn in geen velden of wegen te bekkenen. Waarschijnlijk zijn ze al voor dag en dauw uit bed gestapt om vogels te spotten! We doen ons tegoed aan de heerlijkheden van het waddenontbijt!
We moeten lachen als mijn reisgenote zich vasthoud aan traditionele meer ongezonde stadse eetgewoonten en dus de warme witte bollen en drie koppen koffie tot zich neemt en ik mij tegoed doe aan het zwart bruine brood, het roggebrood en de brandnetelkaas. De koffie lust ik ook maar een glas jus d’orange en melk mogen niet ontbreken. Ik ontbijt eigenlijk nooit maar de gezonde lucht hier doet de eetlust aanwakkeren!
De zonnebank na het ontbijt doet nog meer wonderen dat dan deze dat gisteravond laat deed. Ik heb energie voor twee dus op naar de auto!
Liefst ging ik nu lopen en fietsen. Maar beide opties lijken mijn reisgenote niets! Nou kan ik helaas met mijn hielspoor die mijn linkervoet rijk is, ook niet veel wandelen maar fietsen had ik wel heerlijk gevonden. Ik leg me erbij neer en stuur de auto richting Ecomare, de zeehonden en vogelopvang van Texel.
Gegrepen door de aanblik van wilde paarden en allerlei vogels, rijd ik zo de zijweg naar Ecomare voorbij!

Al rijdende ontdek ik het strandhotel waar mijn zus en ik met mijn ouders ooit gelogeerd hebben en dat nu veel kleiner blijkt dan het toen in mijn kinderogen leek. We komen in de Koog aan. Dit keer houd ik me echter aan ons eerste plan. De Koog kunnen we altijd nog in. Ik keer de auto dus om en geef mijn ogen goed de kost om nu de weg naar Ecomare niet uit het oog te verliezen. Dit eiland is dan wel groter dan ik dacht maar het is klein genoeg om de wegen er snel te kennen.
Gelukkig ben ik dan ook zo op het pad dat ons naar Ecomare leidt.
Een modern uitziend gebouw tussen de duinen.
Het eerste dat opdoemt is een insectenhotel. Een soort huisje van stro en riet en kruiken en potten waar allerlei soorten insecten wonen en leven.
Dan gaan we de ingang van Ecomare in. Van binnen zie je wat van buiten oogt. Een modern gebouw met een moderne inrichting. We kijken eerst het museum in. Maar als we horen dat om elf uur, dus over vijf minuten de zeehondjes gevoederd worden, spoeden we ons naar buiten.
De eerste zielige blinde oogjes zwemmen ons al tegemoet. Een handjevol toeristen kijkt toe als ik huil bij de aanblik van een naar adem snakkend zeehondje dat in quarantaine ligt.
Ze kijken toe als ik tranen laat vallen bij de aanblik van de vogels die weliswaar schoon maar nog niet beter van de door olie besmeurde veren rondhupsen door hun verblijf.
Dan komt Henk Brugge, de dierenverzorger van Ecomare met en kar vol vis aangelopen. Aan zijn oor zit een microfoontje zodat we alles goed kunnen horen wat hij te vertellen heeft. De zeehonden hebben allang in de gaten dat het voertijd is. Ze zwemmen onrustig rondjes. Onderin een van de verblijven horen we een zeehondjes klaaglijk huilen. Het gaat je door merg en been. Henk vertelt ons alles van de zeehonden en al snel hebben we inderdaad de karakters van elk van hen door! De een spettert, de ander roept en weer een ander wacht geduldig af. In de Waddenzee leven twee soorten zeehonden: de gewone en de grijze zeehond. De grijze zeehond wordt ook wel kegelrob genoemd, omdat hij een spitse, kegelvormige snuit heeft. Gewone zeehonden zijn kleiner dan grijze. Een mannelijke gewone zeehond weegt maximaal 130 kilo, terwijl een mannelijke grijze zeehond wel 350 kilo kan wegen.
Gewone zeehonden worden in juni of juli geboren. Hun vacht is kort en ze gaan meteen zwemmen. De geboorte en het zogen vinden wel plaats op het droge.
Grijze zeehonden werpen hun jong tussen eind november en begin januari. De jongen hebben een witte, pluizige geboortevacht en blijven gedurende de eerste weken van hun leven op de zandbank liggen. Pas als de witte haren zijn uitgevallen gaan de jongen te water. Zeehonden kunnen met een snelheid van 30 km per uur zwemmen. Een volwassen zeehond eet 3 – 5 kg vis per dag. Er leven volgens de laatste tellingen van 2006 momenteel ruim 4000 gewone zeehonden in de Nederlandse Waddenzee en 1786 grijze zeehonden.

Elk jaar vangt Ecomare ongeveer 30 zeehonden op. Dit zijn jongen die hun moeder zijn kwijtgeraakt (de zogenaamde huilers) en zieke, verzwakte of gewonde zeehonden. Gewone zeehonden worden in de zomer geboren en dan worden ook de meeste dieren van deze soort opgevangen. De opvangpiek van de grijze zeehond ligt in de winter, want dan werpt deze soort haar jongen. Na herstel worden de opgevangen zeehonden weer uitgezet in de Waddenzee.
In Ecomare leeft een vaste groep van ongeveer twintig zeehonden. De meeste hiervan zijn erg oud en kunnen niet meer worden uitgezet. Sommige zijn blind of missen tanden en kiezen. Er zijn ook een paar jongere dieren die zich door omstandigheden niet in de natuur kunnen handhaven.
In de vogelopvang van Ecomare kunnen zieke, gewonde, verzwakte en met olie besmeurde vogels weer op krachten komen. Zij worden daarna weer uitgezet. Bovendien kunnen de bezoekers van Ecomare zien hoe de opvang van vogels in z’n werk gaat en informatie krijgen over de achtergronden ervan.

Naar schatting 10% van de olieslachtoffers komt levend aan land. Deze vogels zijn zwaar gestresst en vaak ondervoed en onderkoeld. Ze worden in het opvangcentrum niet meteen gewassen, maar moeten eerst ongeveer twee weken aansterken. Het wassen van olievogels gebeurt in een speciale vogelwasmachine. De vogel wordt in een trommel vastgezet, met gespreide vleugels en zijn kop eruit. Uit ronddraaiende sproeikoppen worden water en zeep door de veren gespoeld. Onderzoek heeft uitgewezen dat met deze techniek de vogels schoner worden en minder stress ondervinden dan wanneer zij handmatig worden gewassen. Zes tot acht weken na de wasbeurt kunnen de voormalige olieslachtoffers weer uitgezet worden. Deze tijd hebben zij nodig om hun veren weer in model te brengen en helemaal in te vetten.
Soms is een vogel zo verzwakt dat wassen geen zin meer heeft. Het gewicht bij binnenkomst geeft een goede indicatie van de kans op herstel. Als de vogel niet meer gered kan worden wordt hij uit zijn lijden verlost. Een bron van ellende voor de vogels is het verkeer. Vaak lukt het om zo’n slachtoffer weer op de been te krijgen. Hierbij kunnen medicijnen, spalken, rust en vooral goede voeding gebruikt worden. Andere oorzaken van verwondingen bij vogels zijn de jacht, prikkeldraad en zwerfvuil waar vogels in verstrikt raken. De derde grote groep bestaat uit vooral jonge vogels, die sterk ondervoed en verzwakt worden gevonden. De oorzaken van ondervoeding zijn veelsoortig. Soms is er gewoon gebrek aan voedsel. Zo leggen bijvoorbeeld torenvalken veel eieren als er veel muizen zijn. Maar het komt vaak voor dat de muizen vrijwel ‘op’ zijn tegen de tijd dat de jonge valken zelf op jacht moeten.
Een andere bekende oorzaak van ondervoeding is vorst, waardoor vooral zoetwatervogels in de problemen komen. En soms verdwalen landvogels en landen ze uitgeput en ondervoed aan boord van een schip of een booreiland.
Via uitproberen en veel contact met collega’s van andere vogelasiels is van de meeste vogelsoorten bekend met welk voedsel ze het best geholpen worden. Dat varieert van garnalen tot sojamelk en soms moet er letterlijk vis in gepropt worden. Maar bij ondervoede vogels is het stressvrij maken minstens zo belangrijk als het voedsel toedienen. Bij veel soorten is gebleken dat slachtoffers het beste tot rust komen onder soortgenoten. Om die reden zijn er van een aantal soorten een paar, vaak min of meer gehandicapte dieren permanent in de opvang gehuisvest. Zij vervullen daar de rol van gastheer.

Het zijn allemaal mooie en ernstige wetenswaardigheidjes maar wat me raakt is dat Henk echt alles in de gaten houdt tijdens het voeren. Dat er een zeehond is die vis afpakt en dat er eentje lusteloos bij de deur van het bassin ligt. Dat de ene traag is vandaag of moeilijk ademt of juist tierig is. Zijn gedrevenheid werkt aanstekelijk. De betrokkenheid is zo groot. De zeehonden zijn, zijn vrienden, dat zie je, dat voel je, dat hoor je!
Nu zie ik dat mijn reisgenote ook geëmotioneerd raakt. Ze komt terug bij zichzelf en kan dan toch uiteindelijk eventjes haar stadse geluk achter zich laten. Ze voelt de verbondenheid met deze dieren. We genieten van alles dat we zien en horen. We genieten van het mooie gevoel dat hebben maar ook van het verdriet dat loskomt. Bij een kop koffie en Texelse koek praten we over de natuur en wat de mens haar aandoet.

Dan duiken we de duinen in. Ze komt weer terug in haar stadse gevoel. Een lange wandeling is haar teveel, neem liever de korte route. Maar al wandelend in de duinen en de heerlijke aanblik en geuren in haar opnemend wandelen we ongemerkt toch langer dan de korte blauwe route van één kilometer. Ik geniet van deze oernatuur. Van de grilligheid en de ruigheid van deze duinen. Ik ren afgewisseld door wandelpasjes de duinen door. Bij Ecomare aangekomen nemen we een kijkje in het museum en bekijken het aquarium waar ons de zeehonden die je vanonder het bassin kunt bezichtigen alweer op komen zoeken. Ze reageren op de bewegingen van onze handen. Ze volgen ons. Het is aandoenlijk. En je moet wel een heel naar mens zijn als dit je niets zou doen!
Vervuld van een goed gevoel verlaten we Ecomare

Mijn reisgenote heeft toch een beetje het eilandgevoel te pakken en als ik haar voorstel naar de strandjutter met zijn museum te gaan, stemt ze grif toe!
Strandjutters zijn verzamelaars. Ze speuren het strand af op zoek naar bruikbare of waardevolle spullen. Dat kan van alles zijn: kratten van een vissersboot, kostbare fossielen, drijfhout of flessenpost. Echte strandjutters gaan er speciaal voor naar het strand, het liefst bij onstuimig weer. Dan is de kans het grootst dat er wat bijzonders aanspoelt. Langs de vloedlijn is de kans het grootst dat er iets te vinden is. Dat is lijn waar het water tijdens vloed de hoogste stand bereikt. Als het eb wordt, blijven juist daar veel spullen achter. Vroeger was het strandjutten een manier om wat extra geld te verdienen. De aangespoelde spullen werden gebruikt als bouwmateriaal of brandhout, of werden verkocht. De rampen die op zee gebeurden, waren voor de jutters zo een bron van inkomsten. Elk dorp aan zee had wel een paar strandjutters. Ze probeerden elkaar voor te zijn als er iets te halen viel op het strand.
We rijden een kleurige en fleurige boerderij tegemoet met een erf vol zooi. Voor ons zooi dan wel te verstaan. Maar het is wel de meest geweldige aanblik die ik sinds lang heb gezien. Het stemt je direct vrolijk als je al die kleurige spullen ziet hangen en liggen en bungelen en staan.
Vroeger leefden in Nederland veel meer mensen van de visserij dan tegenwoordig. Er waren nog echte vissersdorpen waar alle mensen van de visserij leefden. De mannen gingen met hun vissersboot eropuit en bleven soms wekenlang weg. In die tijd was het leven op zee veel zwaarder. De vissers hadden lang niet zoveel apparatuur als tegenwoordig. Het uitzetten van netten en het binnenhalen en schoonmaken van de vis deed men met de hand. Als er wat gebeurde op zee, konden de vissers niet zo gemakkelijk hulp inroepen. Door storm en slecht weer vergingen er veel meer schepen op zee dan nu. Voor de vissers hoorde dat bij hun leven. Een spreekwoord dat de vissers vaak gebruikten luidt: de zee neemt en de zee geeft. Ook strandjutters hoor je vaak spreken over de dingen die de zee heeft ‘gegeven’. Ze geven de zee daarmee een menselijke eigenschap. Voor mensen die altijd op of aan de zee hun werk doen, is de zee misschien ook wel als een mens.

Jan van Uitgeest zelf komt ons verwelkomen als mijn reisgenote een harde lel aan de scheepsbel geeft. Hij kan ons van alles vertellen maar hij heeft het op een videoband gezet zo meldt hij ons. Zaak is dus om eerst naar gebouw één te gaan om daar al zijn verhalen via de videoband te gaan bezichtigen en te beluisteren. En zo gebeurt het ook. Op twee luie, niet uitziende en krakkemikkig versleten stoeltjes nemen we plaats. We zijn, alweer, met zijn tweetjes. Jan zelf verlaat ons. Hij heeft nog veel jutterspullen op t hangen vandaag.
Tegenwoordig is strandjutten geen echt beroep meer, maar een hobby. De weinige strandjutters die er in Nederland nog zijn, struinen niet alleen het strand af naar bruikbare spullen.
Toch twijfel ik er sterk aan als ik de video en Jan zelf zo bekijk. Hij had een zelf over jutten en jatten. Hij ziet er goed gevuld uit en zijn boerderij is ook niet misselijk. Me dunkt dat je de kost niet goed kan verdienen met jutten. Zeker als ik zie en hoor dat aangespoelde cocaïne, digitale camera’s, vier duizend blikken melkpoeder etc. grif door verkocht worden!
Als de dood zijn de jutters voor de strandvonders blijkt wel uit alle verhalen. Ze zitten de jutters aardig in de weg.

Ja want behalve strandjutters zijn er ook strandvonders. De spullen die je op het strand vindt, zijn eigendom van de gemeenschap. Strandvonders controleren wat jutters vinden. Waardevolle spullen moeten de jutters afstaan aan de strandvonder. De jutters krijgen er een vergoeding voor. De meeste strandjutters van nu zijn op zoek naar bijzondere dingen en hoeven gelukkig niet meer te leven van wat ze vinden. Daarom kunnen de strandjutters het meestal goed vinden met de strandvonders. De strandvonders zijn blij met het werk van de jutters, want zij ruimen de rommel op het strand op.
Maar of de jutters ook alles aangeven bij die strandvonder betwijfel ik!
En of de strandvonder ook écht blij is met de jutter betwijfel ik evenzeer. Een boete van zeventien honderd euro krijg je natuurlijk niet voor niets beste strandjutter!
Het zijn mooie en ook trieste verhalen die we te horen krijgen maar na anderhalf uur videoband besluiten we de rest maar voor gezien te houden en gaan een kijkje nemen naar de vondsten achter de verhalen. In de schuur Nautilus voel ik de spanning van het verhaal over het hout waar de schuur van gemaakt is. Drie en twintig levens kostte dit. En koste wat het kost wilde de jutter dit hout bemachtigen en boude er deze schuur van. De eerste schuur die later de aanzet bleek voor dit museum. Een dubbel gevoel heb ik erbij!
Een zee aan spullen staat over opgestapeld en uitgestald. Boeien, flessenpost, blikjes, flesjes, schepjes, handschoenen, schoenen, camera’s, naamplaatjes, poppen, ach noem het maar op of je vindt het in het juttersmuseum.
Vol van indrukken verlaten we het kleurrijke erf.
Het is tijd voor koffie! Koffie die we toch liever niet in het museum willen drinken. Stel je voor dat het gezet is uit blikken van een van de vondsten van deze jutter. Er zou een zout bijsmaakje aan kunnen zitten!

We rijden dus naar de Koog. Deze badplaats De Koog is door slechts 2 duinenrijen gescheiden van de Noordzee Daarheen waar we vanmorgen toen we in eerste instantie verkeert reden al waren en er een korte blik op geworpen hebben. Laten we nu dit strandplaatsje maar eens van binnen bekijken. De Koog is echt een strandplaats, dat zie je direct. Souvenirwinkeltjes met badspullen en strand speelgoed, sportieve kleding en noem maar op. De vele eettentjes, cafeetjes en bar zijn weliswaar veelal dicht maar je kunt zien dat het hier zomers bruist!
Bij mijn reisgenote komen de stadse gevoelens alweer rap boven. Ze voelt zich onprettig bij het idee dat ze de drukte hier moet missen en door de stille uitgestorven straatjes loopt. Ik geniet ervan en probeer me voor te stellen hoe het hier zomers eraan toe zal gaan, oh zo blij dat ik er zelf nu rond deze tijd loop en niet tussen de drommen zwetende en lallende mensen.
Ik mis de vrolijkheid wel maar ach, die kan je zelf met z’n tweetjes immers ook maken!
En om dat idee te bezegelen neem ik een heerlijke kop Texelse koffie die bestaat uit een hoog glas koffie met jutterlikeur erdoor en een dot slagroom er bovenop!
Ik geniet maar zie mijn reisgenote naargeestig naar haar mobieltje zoeken om contact met het vasteland en de drukke stad te maken, boos als blijkt dat ze alweer geen bereik heeft op dit voor haar van god en alles verlaten eiland.
Dan loop ik even naar het toilet en bel, aangezien ik wel bereik heb, even met het thuisfront om een traantje te laten. Niet om de drukte maar juist om even de bevestiging van mijn rust te krijgen. Om bij de kern van alles te blijven. Na een paar lieve woorden en een dikke telefoonkus kan ik er weer tegen!

Ik weet niet meer wat er eigenlijk is. Ben ik degene die veranderd is na het krijgen van een relatie, mijn kinderen zeggen immers van niet, of zit mijn reisgenote in een fase van haar leven waarmee ik niets kan. Waar zijn onze gelijke belevingsniveaus gebleven, die waren er voor die tijd toch?! Is het zo dat ik liever met Willem deze dingen had gedeeld? Ben ik dan zo afhankelijk van een man geworden? Ik wil dat helemaal niet! Ik kan het zelf! Ik kan het nog steeds zelf en ik kan ook zelf genieten. Ik heb alleen nu in de gaten wat een extra dimensie Willem mijn leven geeft, in mijn leven heeft!
Ik hobbel de trappen weer af waar een gelukkige reisgenote zit. Ze heeft nu wel bereik en smst haar vriendinnen in de stad, hunkerend naar stadsnieuwtjes.
Als haar vriend even later in een winkel belt is haar dag weer eventjes goed! De verbinding met haar zo geliefde bruisende uitdagende en avontuurlijke stadsleven!
Ik voel alleen maar de uitdaging en het avontuur van de rust en mijzelf daarin tegenkomen zoals ik dat thuis ook al doe! Mijn uitdaging ben ik zelf en ik bruis!!
Heel eventjes bekruipt me het gevoel of ik er wel goed aan gedaan heb om samen heel impulsief te beslissen hierheen te gaan, als ze aangeeft dat ze nu liever in Barcelona of Athene, Brussel of Antwerpen liep.
En stiekem hoop ik dat mijn reisgenote ook weer terug in zichzelf zal komen aan het eind van deze vakantie. Terug in haar kern tredend zoals ze dat heel eventjes had daar bij de zeehondjes. Zoals ze dat voor deze fase in haar leven was en waar ik zoveel van leerde!
Maar ook heel eventjes twijfel ik daaraan omdat het leven immers een proces is waarin een ieder zich op eigen manier in ontwikkeld en groeit. Misschien groeien wij toch wel heel anders dan we dachten. Dat we nu de tegenstelling in plaats van de overeenkomst gaan tegenkomen. Maar al snel laat ik die gedachte meewaaien met de Texelse wind, richting zee, ver weg over die zee!
De koffie deed ons goed. Misschien valt er in het havenplaatsje van Texel wat te beleven geeft mijn reisgenote aan. Ik wil er in ieder geval wel een visje eten als het eventjes kan meld ik haar! Voor we naar Oudeschild rijden tikt mijn reisgenote de krant op de kop waar we in staan. Een grote foto op de laatste pagina van de krant laat zien hoe heerlijk we op het terrasje zitten genieten van de zon.

En met de krant in de hand rijden we naar Oudeschild. De havenplaats Oudeschild ligt aan de Waddenzeezijde van het eiland. In en rond het dorp zijn diverse historische elementen uit de tijd van de VOC bewaard gebleven. We zien bij de boten dat je kan meevaren op een van de garnalenvissersboten en dat je dan zelfs de zeehonden kan bekijken op het wad. Het lijkt mij wel wat. Mijn reisgenote kijkt peinzend. We zien morgen wel zegt ze. We rijden verder. Ook hier leeft het nog niet en is het stil. De schepen zijn allemaal al binnen en de vissers zullen door de kou hun netten wel binnen boeten in plaats van buiten aan de kade. Ik zie in geen velden of wegen een visserkraampje. Jammer want in vis had ik wel zin gehad. Dan vanavond bij het avond eten maar. We rijden door naar Den Hoorn. Dit ligt aan d andere kant van het eiland en dus snellen we weer langs de weilanden en velden. De schapen kijken niet op of om als we voorbij komen. Razen doe ik hier niet. Harder dan tachtig mag je hier niet op de wegen maar dat hoeft ook niet want je komt gewoon overal op tijd!
Het zuidelijkste dorp van Texel, Den Hoorn dus, ligt aan de rand van een uitgestrekt duingebied en is in het voorjaar omringd door bloeiende bollenvelden. Je kunt ze al zien opkomen als je erlangs rijdt. En in tegenstelling tot alle bollen die al uitgekomen zijn en aan de kant van de weg in de bermen en in de tuinen van mensen al tot bloei zijn gekomen, steken ze hier nog maar net hun groene bladeren uit hun bol. Het witte kerkje aan de rand van het dorp is misschien wel het meest gefotografeerde kerkje van Nederland en ik doe er grif aan mee natuurlijk. Ik geniet van de lieve kleine straatjes met de oude authentieke huisjes. Een ouderwetse kleine dorpssupermarkt sluit net haar deuren. Keramiek ateliers en bloemenzaakjes trekken net de zonneluifels weer omhoog. Ik zie een paard zijn kop om de bovenste kant van een staldeur heen steken. Het is de achterkamer van de kerk. Hier staat het paard dus niet in de gang maar wel in de kerk. Maar ja, of dat op zondag ook zo is????? Het is opvallend dat het kerkje buiten het centrum van het dorp ligt. In het verleden lag het echter wel midden in het dorp, Den Hoorn was toen veel groter. Toen de zeevaart sterk verminderde, kwamen veel huizen leeg te staan, waarna deze werden gesloopt.

Het valt me op dat dit het gebied van de landbouw en veeteelt moet zijn. Het ziet er beduidend anders uit dan op de rest van het eiland waar ik weilanden met schapen tegenkwam.
En dat klopt ook wel want de bevolking was in die tijd voor het levensonderhoud aangewezen op landbouw, veeteelt en in belangrijke mate de visserij. De schapen van de ‘duinboeren’ graasden in het uitgestrekte duingebied rond het dorp. Naarmate men meer grond ging inpolderen namen landbouw en veeteelt een belangrijker plaats in. Een aantal inwoners van Den Hoorn vonden een nieuwe bestaansbron: de bloembollencultuur. Omdat in die tijd de waterhuishouding nog niet optimaal was, waren aanvankelijk alleen de hoger gelegen gronden, de streek langs de duinen bij Den Hoorn, geschikt voor deze teelt. In het voorjaar bloeien nu nog op tientallen hectaren met name de felgele narcissen, een product, waarvoor de omstandigheden op Texel uitermate gunstig zijn.
Als we zo een eindje door het dorpje getoerd hebben en zijn landelijke omgeving bekeken hebben vind mijn reisgenote het tijd om naar de Cocksdorp en zijn vuurtoren terug te keren. Van alles wat ze op het eiland gezien heeft trekt dat haar nog het meest. Zo kruis ik het hele eiland weer over. Als we aankomen bij de vuurtoren komt de avond weer binnen. Rond zes uur gaan de lichten van de vuurtoren aan. De zee ligt in de verte al in nevelen gehuld. Dit keer gaan we het strandpaviljoen binnen en nemen een glas wijn door mijn reisgenote aangevuld met appeltaart.
We genieten na van de foto’s die we die dag gemaakt hebben. Mijn reisgenote verbaasd zich dat we alweer de enige in dit groot etablissement zijn, ik geniet ervan!
En vooral geniet ik van het uitzicht over de zee en de aanblik van de vuurtoren!
Het is knus hier op dit plekje. Vreemd dat mijn reisgenote dat wel voelt maar het niet echt binnenkomt als ze er eenmaal is. Het is alsof ze het dan niet meer herkend.
Maar wie weet ligt het wel aan mij!

Als we zo een tijdje gezeten hebben en ik alles weer op de kiek gezet heb en de magen beginnen te knorren stel ik voor om naar de Koog te rijden alwaar ik een Grieks restaurantje heb gezien waar we wellicht een avondmaal kunnen nuttigen. Voor mij hoeft het hotel dieet voedsel niet zo erg meer. En misschien krijgt mijn reisgenote daar toch nog een beetje meer vakantiegevoel  als ze de Griekse klanken van de muziek hoort!
We hoeven nu maar tot het midden van het eiland en zo ver is dat dus niet.

Aangekomen is het restaurantje al verlicht. We zijnd e enige gasten! Natuurlijk zijn we dat!
En we belanden midden in een familie affaire van een op sterven liggende broer, een loslopend zoontje en een stotterende ober die tevens mede eigenaar is, van waar de andere eigenaar in scheiding ligt en van wie de zus getrouwd is met een Griek, vandaar dit restaurantje!

In een oogwenk kennen we de gehele familiegeschiedenis en weten we dat wonen op een eiland, vooral wanneer er een sterfgeval op het platteland is, niet altijd even gemakkelijk is.
Als het zoontje is uitgepraat met de beer die aan mijn rugzak bungelt, de Griek met aanstaande ex-vrouw naar haar broer is vertrokken, de kok zijn neus heeft laten zien en de ober annex mede eigenaar ons, zijn stotteren in bedwang houdend, heeft gevraagd wat we willen drinken, keert de rust weer. Rust die mijn reisgenote niet opzoekt maar ik wederom heerlijk vind.
Maar als ik eten wil bestellen, en de inktvis er niet is omdat het geen hoogseizoen is en zelfs de feta in bladerdeeg niet geserveerd wordt, zie ik ook het kolderieke ervan in. Zelfs de door ons bestelde zoete witte Samoswijn is nog niet op voorraad. Op de placemat onder mij zie ik de Griekse eilanden afgebeeld staan. Ik hunker op dit moment even naar Samos of Rhodos!
Niet om haar drukte maar om haar gastvrijheid. Toch weet ik al snel dat de mensen hier niet minder gastvrij zijn. De ober vertelt ons over het leven op het eiland en de zomer avonturen. Hij verexcuseert zich om alles wat er niet is en serveert ons met de nodige egards het wel aanwezige en toch heel lekkere eten! We krijgen zelfs ouzo van hem! Hij wenst ons Jamaz (proost) en praat Grieks ‘efcharisto’ (bedankt) om ons maar een beetje goed gevoel mee te geven! Hij hoopt voor mijn reisgenote dat ze in het zomer seizoen nog eens terug zal keren en zal beleven wat de zomerdrukte betekent voor dit eiland en wellicht ook voor haar!
We gaan niet het stille nachtleven van de Koog in waar toch best veel verlichte kroegjes zijn. Laten we in de bar van het hotel maar wat nemen oppert mijn reisgenote. Maar in de bar van het hotel aangekomen blijken de lichten gedoofd. Om bezuinigingsredenen berichten de receptionist en de eigenaar ons. Mijn reisgenote doet haar beklag. Ze rept en ratelt over de stilte en hoe ze hunkert naar wat drukte. De eigenaar vertelt ons dat hij zelf ook wel liever de drukte heeft, maar om andere redenen. En de receptionist wet te vertellen dat januari en februari de stilste maanden zijn. Dat als we volgende week waren gekomen, het al veel drukker was geweest. Maar ja, we hebben NU vakantie!
We krijgen een glas drinken en nemen het mee naar de hotelkamer. Dan maar weer een avond vroeg naar bed.
Mijn reisgenote slaapt snel, ik sms stilletjes op de badkamer nog even mijn thuisfront en wat ik thuis nooit doe, doe ik hier wel, ik kijk tv!
Zou toch ook ik diep van binnen een beetje verlangen naar wat nieuws van het vasteland?
Maar dan slaap ook ik in!

Texel dag 3
We zijn alweer vroeg uit de veren. Mijn reisgenote is het eerste wakker maar ik volg niet kort daarna. We kletsen in onze bedden wat na over gisteren en maken plannen voor de dag van vandaag.
Souvenirs moeten ingekocht worden. De souvenirs die we de eerste dag al hebben zien liggen en waarvan we nu, na het hele eiland bezocht te hebben, zeker weten dat we ze hebben willen.
We maken ons op voor onze strooptocht. Eerst een ontbijtje! Er zitten nu welgeteld 4 mensen meer in de ontbijtzaal. De schuifwanden hoeven dus nog niet uitgetrokken te worden!
Als we een zonnebankje genomen hebben en betaald hebben, de koffers in de auto staan en we een laatste foto van het hotel gemaakt hebben, vertrekken we naar den Burg.
We halen eerst een kop koffie in het ons bekende cafeetje alwaar de serveerster ons direct herkend.
We luisteren naar de Texelse familie intriges die we op de achtergrond meekrijgen. We kijken naar skiën op de tv. We zien plaatselijke bevolking komen en gaan en slenteren dan even later zelf door de straatjes van den Burg. Al snel hebben we tassen en zakken vol met alles waarvan we denken dat de achterblijvers het leuk zullen vinden. Om ze een graantje mee te laten pikken van onze dagen hier!
Natuurlijk bestaan de meeste souvenirs uit schapendingen. Schapen boter kaas en eieren spelletjes, schapenknuffels. De vraag rijst of we nu Texel af zullen gaan en de stad Den Helder zullen bezoeken waarvan mijn reisgenote gewoon weet dat ze weer deel uit kan maken van haar heerlijke stadse leven of dat we toch nog even een voet op strand zetten. Ze twijfelt te hard en dus hak ik de knoop door en rijdt richting strand. Maar niet voordat we een foto hebben gemaakt van een anwb bord dat me de hele vakantie hier al lokt met de woorden ‘fonteinsnol’ erop. We poseren beiden onder het bord en mijn dag is weer goed! Het duin dankt zijn naam aan een waterbron (=fontein) die ontsprong op de noordoostelijke helling van de Fonteinsnol. Het bronwater werd gebruikt om het gebied De Mient te bevloeien, via talloze snelstromende beekjes of duinrellen. In 1895 werd de bron door de Nederlandse Heidemaatschappij vergraven als maatregel om tot de aanleg van het Texelse bos te komen. Door het graven van de Moksloot, die uitmondt in de Mokbaai, ging de bron door opdroging verloren. De uitkijktoren die nu op het duin staat, ligt vlakbij de plek waar vroeger de bron was.Van de uitzichttoren ‘Fonteinsnol’ (nol = duin) heeft u een fraai uitzicht over het ca. 500 ha. grote dennenbos en het aangrenzende duingebied..

Maar ja, voor ons heeft die naam natuurlijk even een andere betekenis als we er zo ondeugend onder staan te pronken.
Het strand is verlaten. Je kunt nu goed zien dat jutters hier hun slag kunnen slaan. Veel meer dan in de kustgebieden van het vasteland ligt het hier bezaaid met touw en flessen afwasmiddel of ander wegwerpmateriaal wat aangespoeld is. De zon schijnt door de nevel. De zee is semi wild en het strand is breed! Na het duin en na de helmgraspollen het rulle zand, dan de kringen die de zee op het natte zand heeft achter gelaten en dan het vlakke natte zand waarop de zee vloeit en zich weer terug trekt. De wind is oud en waait hard. Ik ervaar deze leegte niet als leegte maar als ruimte. Ruimte waarin ik niet een plek inneem maar eigenlijk erin opgenomen wordt. Ik maak deel uit van dit van alles verlaten stuk natuur. Deel uit van de wind. Deel uit van het water. Deel als vrouw uit van de oerkracht want ben ik minder dan de natuur?

Ik ben immers ook die natuur! Net zo gevormd als de duinen en het strand. Net zo golvend als de zee. Soms net zo veranderlijk als de wind maar met als richting ‘geluk’!
We wandelen naar een pier in de zee. De pier is glad van de alg. Het lijkt wel een maanlandschap met al die gaten erin. De gaten zijn een verzamelplek voor schelpen en andere minuscule zeediertjes. We lopen tot het eind waar de meeuwen ons staan op te wachten. De wind is guur, de zon breekt d nevel en de golven klotsen tegen de keien.
Miljoen jaar oude stenen liggen op het strand wist de jutter te vertellen. Ik denk eraan als ik de ruwe vervormde stenen zie liggen tussen de schelpen.
Het ruist in mijn oren het waait om mij heen. Je even één voelen met iets enorms doet mij me goed voelen. Mijn reisgenote zoekt schelpen en ik sta stil te genieten.
Als het al te koud wordt en mijn vingers naar de warmte van de kachel in mijn auto verlangen, verlaten we het strand, ploegend door het zand.

Stil rijden we naar de haven waar de boot ons wacht.
Bij mijn reisgenote is het binnengekomen. Ook zij is stil. Uitgerust en bij zichzelf gekomen noemt ze het. En ik wist dat het zover zou komen. Eigenlijk zouden we nu langer moeten blijven. Maar de verplichtingen en afspraken op het drukke vasteland roepen ons! Zaak om dit gevoel daar mee naar toe te nemen!
In tegenstelling tot de heenreis moeten we nu twintig minuten op de boot wachten.
Eenmaal op de boot wachten we niet zo lang als op de heenreis maar stappen als volleerde veerpontvaarders direct uit de auto en lopen naar het dek, naar het restaurant en dan naar de promenade!
Voor ons zien we vol goede moed den Helder, achter ons vol weemoed Texel!
Koffie, een broodje, een blik over zee en we meren alweer aan.

Mijn plan is om naar fort Kijkduin te gaan. Mijn reisgenote stemt in. Haar stemming slaat om als ze de stad weer inkomt rijden en de winkels, de mensen en levendige havenkroegen weer ziet. Ze had hier kunnen wonen als de marine officier waarmee ze vroeger twee jaar verkering heeft gehad, haar niet had verlaten. Ze stelt zich voor hoe dat geweest zou zijn en stelt vast dat ze hier best had kunnen wonen. Ik denk alleen maar aan de rit door de kop van Noord Holland en hoe ver weg je bent van alles. Of ben ik misschien nou toch meer die stadse deerne die graag in het centrum van het land woont. Het idee hebben overal naartoe te kunnen!
Fort Kijkduin ligt mijn reisgenote direct. Ze geniet van de aanblik en het geroezemoes van toeristen. We kopen snel een kaartje en duiken het fort in. Om drie uur lopen we samen met een druk pratende vrijwilligster als gids, tevens oud onderwijzeres rond die ons in ratelend tempo met haar kennis overspoelt.

Wanneer je het terrein van het fort Kijkduin betreedt passeer je als eerste de tamboer. Dit is een grote verdedigingsmuur die als doel had het fort, het wachthuis en de fortwachterswoning te verdedigen. Achter deze verdedigingsmuur bevindt zich het voorplein met de woning en het wachthuis. Het woonhuisje, aan de rechterzijde is weer helemaal ingericht zoals het er vroeger uit heeft kunnen zien.
Na de twee huisjes gepasseerd te zijn loop je via de rolbrug het dak van de 65 meter lange reduit op. De reduit is de plek waar alle soldaten verbleven. Via de hal kun je naar het restaurant van het fort of je kunt met de draaitrap en/of lift afdalen naar de gewelven van het fort waar het museum en het Noordzee aquarium zich bevinden.
De reduit bestaat uit totaal acht gewelven; de eerste twee worden in beslag genomen door het aquarium en de andere zes door het museum.
Het aquarium is werkelijk schitterend. Lange buizen met vissen en open aquaria die uitgedost zijn als loop je langs het strand geven je een goede kijk op kust en wad.
In het museum van het fort kom je alles te weten over de geschiedenis van dit fort en de andere forten van Den Helder. In het eerste gewelf waar je binnenkomt wordt uitleg gegeven over de beginperiode van het fort Kijkduin. De landing van Engelse en Russische soldaten in Noord Holland in 1799, het bezoek van Napoleon Bonaparte aan Den Helder en de kustverlichting op het duintop Kijkduin(niet te verwarren met het Kijkduin bij Scheveningen) zijn maar enkele voorbeelden. De stenen van het fort komen van een fabriek aan de IJssel. Leuk dat ik in Texel steeds de info tegenkwam dat omdat tussen Doesburg en Arnhem de IJssel werd doorgetrokken naar Flevoland zo de doorgang naar Texel kwam. Natuurlijk omdat Willem in Doesburg woont en ik in Arnhem en de verbinding tussen ons, ook zijn we dan even ver van elkaar, toch gelegd werd! Nu vertelde deze dame dat de steenfabrikant dhr Verhuel een vriend van Napoleon was en dat ondanks dat dichtbij ook stenen waren, daar de stenen werden gehaald om de vriend te matsen. Het spreekwoord ‘heulen met de duivel’ komt van de naam Verhuel (spreek uit verheul) af!
In een van de gewelven is de strafkamer te zien. Oei wat een eng gevoel. Donker, koud, vochtig en dus naar!

Verder kun je een bezoek brengen aan de kruitkamer, waar ruim 6000 kilogram buskruit lag opgeslagen, en aan de wapenkamer. Het kruit ligt op een soort schommel. Zo kon het water er niet bij maar ook was het bestand tegen hevige bewegingen.
Naast het Noordzee aquarium bevindt zich de “feestbeuk” waar diverse feesten gegeven kunnen worden. We hebben ook de trouwkapel gezien
Ook kom je via dit gewelf via een lange trap bij de telegraafhokjes. Hier kun je goed zien hoe de soldaten berichten doorgaven aan de geschutsbatterij van het fort Kijkduin. Maar ja hiervoor moest mijn reisgenote wel eerst een man aanklampen. In eerste instantie omdat ik de steile trap naar de tunnel niet durfde af te dalen maar toen ze mij later kwamen halen ook om dit punt te bekijken. De vrouwelijke gids had het zeker niet aangedurfd ons hier mee naar toe te nemen. Bang voor eigen hoogtevrees.

Ik begin een leuk gesprek met Peter die oud marechaussee is en later zeventien jaar in de Bijlmer gewerkt heeft. Uiteindelijk kom je terecht bij de grote gietijzeren koepel, gebouwd in 1897, die het middelpunt vormt
van het fort. Vanaf dit punt heb je een schitterend uitzicht over de duinen, de Noordzee, het waddeneiland Texel en de grootste zandplaat van Europa “de Razende Bol”. De razende bol die we ook op Texel tegenkwamen maar dan in de hoedanigheid van een bollenkwekerij!
Via het laatste gewelf van het fort kom je uit in de 60 meter lange schietgalerij. Vanuit deze plek konden de soldaten van het fort de vijand, die in de droge gracht terecht kwam beschieten. De gehele reduit wordt omsloten door deze droge gracht. In de schietgalerij is ook de soldatengevangenis te bezichtigen.
Via de droge gracht kom je uit bij de tweede kruitkamer van het fort en het kanonnenpleintje waar nog diverse kanonnen staan uit ongeveer 1850. Bijna alle kanonnen werken nog steeds, en een van deze kanonnen wordt nog vaak gebruikt bij trouwerijen die op het fort plaats vinden. Die kogels hè, wist je dat daar het spreekwoord ‘het loodje leggen’ vandaan komt?
Nadat je het kanonnenpleintje bent gepasseerd kom je uit bij de zuidkant van de reduit waar de ingang is van een ruim 70 meter lange ondergrondse gang. Als je hier doorheen loopt  kom je uit in het verdedigingssysteem van de tweede droge gracht, de caponière. Hier kun je nog het restant zien van de tweede droge gracht en een aantal secreten(toiletten). Als je goed ter been bent, kun je vanuit de caponière eventueel de bunkerroute verkennen. Mijn reisgenote en ik hebben hem verkend!
Je komt tijdens deze route diverse bunkers en kazematten tegen uit ongeveer 1916. Hier bevinden zich ook de enige betonnen loopgraven die gebouwd zijn in Nederland.
Het was een gezellig en leerzaam uitje!
Als we Peter uitgebreid bedankt hebben verlaten het fort. Het is tijd om huiswaarts te keren. De rit kost nog zeker meer dan twee uur rijden!

Door dichte mist rijden we door de kop van Noord Holland, via de ringweg van Amsterdam, richting Arnhem.
In de auto eten we een broodje en rijden naar huis. Ik hunkerend naar de liefste man die op me wacht, mijn reisgenote naar de stilte thuis maar haar bruisende stadsleven.
We nemen afscheid. Het was een bijzondere ervaring van twee vriendinnen die beide in verschillende fasen van hun leven zitten nadat ze jaar na jaar de overeenkomsten van fasen hebben gedeeld. Nu delen we dit. Maar het is even wennen!

 

 

admin

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *