View: 3

Uitvliegen en een leeg nest

Ik kom handen tekort om je vast te houden Ik kom harten tekort om je lief te hebben…….. Zo vaak…
Columns

262020851_5_dUPFIk kom handen tekort om je vast te houden
Ik kom harten tekort om je lief te hebben……..
Zo vaak heb ik dit gedacht toen ik mijn kinderen in mijn armen hield toen ze klein waren.
En nu ze groter zijn en nog groter worden denk ik het nog altijd!!
Wat besefte ik me toch dat ik ze maar te leen had.
Wat wilde ik ze graag als zelfstandige op zichzelf lijkende mensen op laten groeien.
Ik kreeg ze op mijn buik, ik kreeg ze in mijn armen om ze weer los te laten.


Los te laten om vast te mogen blijven houden!
Ze zijn…. Ze blijven…zo innig verbonden met mij!!!
En alles wat hen weer lief werd, werd mij zo lief!
De dag dat ze gingen kruipen, dat ze gingen lopen, dat ze gingen fietsen, de dag dat ze naar school gingen, de dag dat ze hun vriendje/hun vriendinnetje kregen, de dag dat ze uit huis gingen…………..
Loslaten om vast te mogen blijven houden………..

Ik moest eraan denken toen ik door de huisgenoot van Willem (laat ik hem Hans noemen!) werd opgebeld.
Nu bezorgd deze Hans mij regelmatig inspiratie tot schrijven maar deze keer was het wel een heel bijzondere noodkreet die eraan vooraf ging.
Tring…… tring ………… tring………. Telefoon!
“Met Hans, hoe gaat ie’? Hij vraagt altijd netjes eerst hoe het gaat voor hij met zijn vragen of mededelingen komt. En als hij dan het antwoord afgewacht heeft vervolgt hij; “Er zit een nestje in de pergola maar de vogeltjes zijn eruit gevallen. Ze huppen overal heen en de katten hier loeren op ze”.
Ik antwoord dus netjes dat hij ze vooral niet met de blote hand moet aanraken maar wel moet vangen en moet proberen in het nest terug te zetten.
Tring…… tring ………… tring………. Telefoon!
“Met Hans, euh die vogeltjes springen er weer uit. Ik heb ze nu in het konijnenhok gezet”.
Ja, denk ik, dat is mooi en aardig maar deze beetjes zijn denk ik klaar om uit te vliegen.
Ik bel je zo wel terug zeg ik en ga zitten nadenken.

In de lente en de zomer zag ik mijn jonge kinderen, voor mijn gevoel nog schaars ervaren, bepakt en bezakt met spullen die hen aan thuis deden denken, de deur uitgaan. Ik noemde mijn kinderen vroeg vliegrijp! Het is normaal dat ze uitvlogen en de wereld gingen verkennen. Hun eigen weg gingen bewandelen. Ze deden dat met vallen en opstaan. Levenstraining noemde ik dat. Ik bleef altijd op de achtergrond dichtbij aanwezig! Ze vlogen uit…eerst heel voorzichtig maar steeds verder en nadat ik ze nog een tijd ‘gevoed’ had, stonden ze al snel op eigen benen. Tenzij gewond en bezeerd, liet ik ze rustig hun weg zoeken en vinden op de plek waar ze zich toen bevonden.
Ze komen nu alleen nog terug vliegen om op visite te komen. Om te huilen en te lachen. Om hun zorgen en hun geluk met me te delen!

In de lente ziet men vaak jonge vogels schaars bevederd op de grond onder een boom zitten en neemt men automatisch aan, dat het uit het nest gevallen is en geholpen moet worden.
In dit stadium van de ontwikkeling van vogels noemen we de jongen ‘uitvlieger’. Het is normaal dat zulke jongen uit het nest springen of vallen. Ze zijn nu in het stadium van de ‘vliegtraining’. De ouders voeden het jong constant op de grond totdat hij in staat is te vliegen (duurt meestal enkele dagen).
Tenzij gewond, moeten deze vogels met rust gelaten worden, op de plek waar ze zijn. Probeer kinderen, honden en katten uit hun buurt te houden, zodat de ouders kunnen doorgaan met het grootbrengen van hun jong.
Vaak gelooft men dat de ouders niet meer terugkeren naar hun jongen, nadat ze door mensen zijn aangeraakt. Dit is absoluut niet waar!!
De meeste vogels kunnen slecht ruiken (uitgezonderd gieren) en zullen het dus niet erg vinden dat je de jongen hebt aangeraakt, maar maken zich wel druk dat je te dicht bij hun jongen komt.

Als een jonge vogel wordt bedreigd door een hond of kat, breng de vogel dan niet direct naar de opvang. Probeer liever het huisdier uit de buurt te houden, zolang de vogel er zit. Echter, wanneer de vogel al is aangevallen of beetgepakt door het huisdier en gewond is, breng het jong dan zo snel mogelijk naar de opvang, liefst binnen één uur, maar altijd dezelfde dag.
Wanneer je echt een verlaten jong vindt, doe dan alstublieft het volgende:
1. Breng de jong vogel zo snel mogelijk naar de opvang; hoe langer je wacht, des te minder de kans dat hij het overleeft.
2. Houdt de jonge vogel warm en in een rustige, donkere plaats totdat je het (in een klein doosje) kunt brengen. Leg onder in het doosje tissuepapier en leg een handdoek over de bovenkant. Laat de vogel zoveel mogelijk met rust en kijk niet steeds onder de doek hoe het met hem gaat. Stress is dodelijk.
Als bij mijn kinderen in de buurt gevaar dreigt probeer ik wel het gevaar ver weg van ze te houden. Het gevaar uit de buurt zodat mijn kinderen kunnen leven! Maar ik weet dat ik niet elk gevaar uit de weg kan helpen en ik weet dat zij hun eigen ervaringen weer op moeten doen om hun eigen levenservaring en wijsheid te vergaren.
En als ik mijn kinderen echt verlaten vind wacht ik nooit lang! De nestwarmte is een warmte die altijd helend werkt! Ik ben de opvang voor mijn kinderen. Door ze lief te hebben, door ze te kennen. Door ze de liefde, de rust en de warmte te geven die ze nodig hebben. Ik ben de opvang voor mijn kinderen!
Nog steeds geef ik ze goede raad omdat ik zo vreselijk moeder ben!
Vaak zegt men dat je dan je kinderen helemaal moet laten gaan. Ze mogen niet meer naar je ruiken. Hun eigen geur krijgen! Maar dat is absoluut niet waar. Ze blijven altijd verbonden aan dat ene nest! Dat ene vertrouwde nest waar de normen en waarden werden mee gegeven. Waar antwoorden zijn op vragen wanneer ze ergens tegenaan lopen.

Tring….. tring…… Telefoon
“Met Wampie, ik kom eraan”!
Ik raap mijn spullen bij elkaar want ik slaap dit weekend niet in mijn eigen nest maar bij Willem, vlieg in mijn auto, vlieg over snelwegen en ben in een kwartier in Doesburg alwaar ik drie kleine mereljongen met wijd opengesperde snavel in een konijnenhok zie zitten.

Met een grote tuinhandschoen zet ik ze een voor een in het lege nest. Met een grote sprong springen ze alledrie een voor een weer uit het nest.
Ze zijn vliegklaar. Het enige dat we moeten doen is zorgen dat de katten uit de buurt blijven.
En daar zijn we dan ook de hele avond zoet mee. Behalve Buffel van Hans, die luistert naar zijn baas en taalt niet naar de jonge hapklare brokken.
En moeder merel vliegt al tjilpend met de snavel vol voer zenuwachtig, van de ene plek naar de andere plek. Haar taak is nu dubbel zo zwaar. De jongen hebben allen een andere plek verkozen.

De volgende ochtend is de eerste stap die we zetten, die naar de tuin. Moede merel zien we al snel weer net zo druk heen en weer vliegend als gisteren. De jonge merels hebben een veilig trainingsgebied opgezocht. Ze moeten er alledrie nog zijn maar wij zien ze niet!

Ik kijk naar het lege nest. Nu nog is moeder druk, straks zal haar taak erop zitten.
Het lege nest syndroom.
Voor moeder merel begint een nieuwe fase in haar leven.
Vrijwel iedereen ervaart de symptomen van het lege nest syndroom: het is stil in huis, je doel is weg, je weet je geen raad met al die ruimte en extra tijd.
Ik heb gejankt toen ze het huis uit waren. De ene heb ik weggebracht en de ander is zelf gegaan. Ik kan me elke minuut van toen nog voor de geest halen.
Vooral het thuiskomen! Zo leeg. Zo stil! Zo geneigd om direct te bellen en het toch niet doen. De ferme moeder! Ik weet nog dat ik op hun kamertjes ben gaan zitten om ze te kunnen ruiken. En dat ik alles wat er was blijven staan even aangeraakt hebt.
Direct ben ik foto’s overal beneden op het dressoir gaan zetten. Ik begreep ineens waarom mijn opa en oma’s zoveel foto’s hadden verzameld in de loop der jaren. Het is alsof ze nog bij je zijn als je ernaar kijkt!
Maar één ding wist ik zeker! Ik wilde niet aan een lege nest syndroom gaan lijden. Ik wilde ook verder met mijn leven. Een nieuwe fase in! Het moederschap een ander doel geven.
En al zou ik nooit zoals de vogels, tot het einde toe nieuwe leggen kunnen produceren, er zou vast een nieuwe uitdaging komen, een nieuwe invulling gevonden worden.
Naast moeder ben en blijf ik toch altijd nog mens, vrouw, vriendin, partner, collega, buurvrouw, verkeersdeelnemer, huismanager, wereldbewoner….etc.
En na een heel kort verloop van tijd wist ik……en………
Moeder blijf je …………… je hele leven!!!!!!!

Ik kreeg er zelfs een leg bij. Een leg van vijf meiden. Vijf meiden uit een ander nest maar die ik ook een warm thuis kan geven als ze komen!
En toen een van die meiden na bijna vijf maanden hier wonen het nest verliet had ik het er weer moeilijk mee!
Mijn kids, zijn kids en hun kids……ons nest is nooit leeg!!
Ze zijn uitgevlogen ja. We hebben ze losgelaten….
Los gelaten om ze mogen blijven vast te houden…terug te laten komen….. in een nest dat altijd warm op ze wacht!

Ik kijk naar het lege nest in de pergola. Volgend jaar zal moeder merel terug komen en er haar volgende leg inleggen. En ik denk dat de een jaar oude mereltjes vast nog wel eens langs zullen vliegen om nog eens een kijkje te nemen.
En stiekem ben ik blij dat onze kinderen geen mereltjes zijn!

admin

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *