View: 3

Aardlingen

 Slechts een maal eerder schreef ik over mijn werk. Niet dat ik het niet naar mijn zin heb….integendeel juist. Mijn…
Columns

en Slechts een maal eerder schreef ik over mijn werk.
Niet dat ik het niet naar mijn zin heb….integendeel juist. Mijn werk betekent bijna alles voor me! En juist daarom, omdat ik mijn werk zo diep in mijn hart koester, schrijf ik er niet vaak over. Maar soms, heel soms moet je gewoon even een uitzondering maken.
Vorige week gebeurde er al iets wat zo vreselijk mijn hart raakte. En vandaag kreeg dat zomaar ineens een vervolg. En die twee vliegen sla ik dan toch maar even in één klap.

Voor twee jaar terug had ik een meisje in de klas. Een oorlog- verwaarlozing- en incest slachtoffertje.
Ze was een crisisplaatsing en stond te boek als onhandelbaar en agressief. De vorige school waar ik contact mee had, had haar al een paar maanden geschorst want andere kinderen waren bang voor haar. Ze deed ze wat aan. Het dossier heb ik verder niet gelezen. Dat doe ik, behalve het medische stuk als het om medicatie gaat, zelden want ik wil zelf ervaren wat er gebeurt. Mensen reageren zelden in andere situaties of bij andere mensen precies hetzelfde.

Ach wat vond ik het een mooi meisje toen ik haar voor de eerste keer zag. Een mooi meisje met een lief en zacht gezichtje maar met een trekje om haar mond die inderdaad wel eens alle kanten op zou kunnen gaan.

Al snel kwamen we erachter dat dit dametje heel wat liefde tekort was gekomen. Ze was erg gehecht aan een ketting van veelkleurige houten kralen die ze om had en waar niemand aan mocht komen. En ze had een oud rafelig vodachtig knuffel-iets.
Nadat ze de eerste weken wegdook als je je hand uitstak om haar een aai over haar bol te geven, liet ze de hand toe. Liet ze een knuffel toe. Ze werd zelfs erg aanhankelijk. Overal en om alles vroeg ze bevestiging. Maar……ze had ook haar buien. En ze bleef stiekempjes toch op haar hoede.
Als het niet zo ging als zij het in gedachten had dan kon ze goed tekeer gaan.
En juist daar vonden wij elkaar in S. en ik. Want ik ben een oh zo lieve knuffel-moeder-juf maar ga niet over mijn grenzen. En die probeerde ze uit. Natuurlijk probeerde ze die uit. Want een alleen lief mens dat bestond niet. En daar heeft ze ook gelijk in. Naast mijn lieve kanten heb ik natuurlijk ook boze kanten. Mijn geduld is ook wel eens op en ik zit ook wel eens niet lekker in mijn vel! Tjonge wat zijn we samen boos geweest. Op elkaar en met elkaar!
En toen we dat eenmaal hadden beleefd was het goed! Ze kende mijn grenzen maar belangrijker nog….ze kende mijn manier van boos worden. En die viel geloof ik best nog mee in haar ogen.
S. bleef haar buien houden. En ik bleef mijn geduld heel vaak bewaren. S. kon heel erg bepalend zijn en ik trok elke keer, naast duidelijk en consequent te blijven, mijn trukendoos weer open om haar buien om te zwaaien.

Zo waren we een keer in het bos, het Hertoginnenbos in Arnhem, toen ze me aangaf dat er weer een moeilijke bui aankwam. We zijn kabouters gaan zoeken. Kabouters waren altijd lief zo zei S. Van die kleine mannetjes met baardjes en puntmutsjes op. Ze zag ze echt. En ik zorgde ervoor dat er altijd een briefje of dingetje klaarlag waardoor zij bevestiging en positieve energie kreeg in haar eigen lief zijn. De aandacht van de kabouters hielp. Elke keer als ze een boze of andere moeilijke bui voelde opkomen kwam er wel een kabouter in de buurt. Niet alleen meer in het bos maar ook in de klas. En na verloop had s. de kabouters niet eens meer nodig. Ze kon helemaal zelf lief zijn. Ach wat heb ik gehuild om dat prachtige geloof van haar. Om die liefde voor die kleine mannetjes. En wat heb ik gehuild toen ze me vertelde dat die kabouters eigenlijk niet bestonden en dat ze dat wel wist maar dat ze tóch geholpen hadden.

Maar dit verhaal is niet het verhaal waar het om gaat. Het is slechts een intro op wat komen gaat.
Want S. zit niet meer in mijn klas. Ze ging een naar een ander niveau groep want deze jongedame had veel meer weerbaarheid en niveau in huis dan de gemiddelde leerling die ik in mijn groep had en heb.
Ik vond het moeilijk haar te laten gaan…… maar het was goed zo….. er was een basis gelegd….. ze kon het nu vast en zeker zelf…….en ik bleef immers op school…dus in de buurt.

Nu hebben wij veel parttimers op school. En de groep waarin zij kwam heeft twee juffen en twee assistenten.
En iedereen weet uit eigen ervaring dat je met de ene mens meer kan hebben dan met de andere mens en zo is dat ook op school. Met de ene juf heb je meer dan de andere juf. S. heeft met de ene juf beduidend meer dan met de andere juf. Zo is S. Ze is radicaal in mogen en niet mogen maar ze is daar vooral ook meedogenloos in. Zeker als jij de vaste persoon bent waarvan ze in een klas afhankelijk is. Meen je niet wat je doet dan voelt zij dat. Zij voelt dat als geen ander.
Dat hoort bij haar verleden…dat heeft ze nu eenmaal…daar zul je een weg in moeten vinden. Ook al worstel je als juf zijnde zelf vaak ook nog zo hard.
En daar ga ik weer….voor de ene is die weg makkelijker dan voor de ander. En voor die ene juf is dat wat lastiger. S. voelt dat feilloos aan…dat is haar overlevingsmechanisme.
En dus………………maakt ze het leven van die ene juf ongelofelijk zuur. Onmogelijk, ongelofelijk, verschrikkelijk onhandelbaar zuur!!!!!
En geloof me, dan kan S. zuigen en zieken en tergen en treiteren…….
Vind jij je weg dan is er niks aan de hand. Dan heb je een heerlijke leerling aan haar. Dan kan je met haar lezen en schrijven.
Een leerling die hunkert naar liefde en warmte en geborgenheid maar dat op een vreemde manier laat merken. Een leerling die vooral niet zit te wachten op een (uit machteloosheid ontstane) machtsstrijd, al lijkt dat wel zo over te komen. Die machtstrijd heeft ze immers al zo vaak verloren. In de oorlog die in haar land heerste. In de strijd tegen het seksueel misbruik. In de strijd tegen honger en verwaarlozing. Wat heeft ze nog te verliezen. De strijd met een juf is daar niks bij vergeleken.

Zo vind ik haar anderhalve week geleden op de gang. Voor de zoveelste keer op de gang. En op de gang zit je niet voor niks. Dat weet iedereen. Ook ik! Dan ondermijn je het gezag van je collega niet door even wat extra aandacht te geven aan zo’n leerling. Dan negeer je haar of hem, hoe moeilijk ook, tot het tussen de leerling en de leerkracht is opgelost.
En dat deed ik dus. Hoe graag ik haar even die knuffel had gegeven of dat kaboutertje had aangereikt.

Gelukkig zie ik haar verder op die dag tijdens de pauze buiten schommelen. Ik loop over het plein en kom lans de schommel. ‘Gaat het weer’ vraag ik toch betrokken bij mijn oud leerling.
Ze zucht.
Het jongetje naast haar vertelt dat er ruzie was geweest in de klas tussen haar en de juf. Als hem dat was overkomen dan had hij zijn vader en moeder en zussen erbij gehaald.
Ik vraag S. hoe haar zussen ook al weer heten. Ze noemt de namen en vertelt dat één zus al op zichzelf woont en de andere ook in het kindertehuis waar zijzelf verblijft. Ze noemt ook de naam van mama. Dan vraag ik haar naar papa’s naam.
‘Die weet ik niet meer, zegt S., maar ik noem hem gewoon mijn papa’.
“Kijk daar boven, zegt ze, daar draaien de wolken maar de hemel is strakblauw. Daarboven woont mijn papa. Als ik later groot ben dan wil ik daar ook naar toe. Daar wonen de engelen. En ’s nachts als ik wakker wordt dan flikkert en een ster heel fel en daar zit papa dan. Want dat moet als de lucht donker wordt. Dan moet je licht hebben tot het weer blauw wordt. Papa geeft dan een teken. Ik wou dat ik daar was”.
“Als jij daar zou wonen, vraag ik haar, zou jij dan ook eigenwijs zijn”?
“Nee natuurlijk niet, want engelen zijn altijd lief en aardlingen niet. Ja jij wel hoor, jij bent de allerliefste lacht ze me toe, maar….. je bent ook een aardling”.

Ik snap haar wel. En ze heeft gelijk….ik ben een aardling! En wat voel ik me op dat moment weerloos….machteloos……!!!
Ik heb er dagen mee rond gelopen. Wat kan ik als juf…..als mens betekenen om zo’n kind nog vertrouwen in het leven te geven?
Elke dag komt ze even naar me toe. Dat wel. Elke dag wil ze even die knuffel en dat complimentje. Maar ik ben en blijf die aardling. Die haar in de steek kan laten. En dat ook zal doen als ze straks naar het vervolg onderwijs en dus een andere school gaat. Want ik ben een juf van deze school en ik ben een aardling!
Wat een prachtig gevonden woord trouwens ‘aardling’!

Dat was ruim anderhalve week geleden. Daarna hebben we het er niet meer over gehad. Ook al zag ik haar nog regelmatig op de gang zitten als die ene juf er was. En vroegen mensen elkaar wie toch die vreselijke scheldwoorden door de gang heen schreeuwde.

Vandaag kwamen de cliniclowns op school. Nu de nieuwe werkgroep CKV (cultuur en kunst vorming) in het leven is geroepen door de nieuwe teamleider krijgen we regelmatig theater of andere kunstvormen in de school. Vandaag dus de cliniclowns.
Nu zijn de cliniclowns mijn absolute helden. Niet alleen heb ik een groot deel van mijn verkregen erfenis aan hen geschonken, ik ben ook donateur. Overtuigd donateur!!
Wat ze met mijn dochter deden toen zij met een blinde darm in het ziekenhuis lag en wat zij onlangs bij het zoontje van een oudleerling hebben gedaan zijn slechts kleine voorbeeldjes uit mijn directe omgeving en deden mijn hart al met sprongen opengaan.
Vandaag krijgen we een heuse voorstelling te zien. En ik ben er al dagen helemaal opgewonden van!
De rode cliniclown neus zit al dagen in mijn schoudertas en vanmorgen, nadat ik alle kinderen in de klas een rode neus had geschminkt, heb ik de neus opgezet.
Eindelijk om elf uur mochten we naar de theaterzaal op het BIO-terrein.

Het enige dat in de zaal stond was een soort bezemwagen van de schoonmakers. Maar……na enig roepen…..kwamen drie cliniclowns tevoorschijn.
De bezem-schoonmaak wagen bleek van hen te zijn maar dat wisten wij niet. Pas toen er van alles uitkwam wat weliswaar rommel leek maar toch echt op een heksenmuts bleek of een hanenkam hadden we door dat het bij hen hoorde. Al die bezems vormde het bos en een oud patchwork kleed met zoete roze kleurtjes was het huisje van Hans en Grietje. Het blik van de veger en blik bleek een bijl om bomen mee om te hakken. Wat een vernuft!! Wat een fantastische vondst!! Dat je met zulke simpele middelen zoiets vreselijk moois kan neerzetten.
En wat een kinderlachen schaterden er door het kleine zaaltje! Wat een immense glundersnoetjes zag ik om mij heen.
S. zat er helemaal in. Haar ogen straalden. Ze had een blos op haar wangen. Ze genoot!!!!
En ik genoot met haar mee. Even mocht ze gewoon kind zijn. Geen verstandelijke beperking. Geen boze buien, Geen incestslachtoffer. Geen oorlog in haar lijf en leden. Even was ze een gewoon kind.
Hulde aan de cliniclowns……!!
Ze was zo teleurgesteld toen het afgelopen was. Alsof ze terug kwam op de aarde….tussen de aardlingen…..
Eenmaal terug in de school kom ik haar tegen in de gang. Gelukkig omdat ze moet plassen want de andere juf was er vandaag.
“Vond je het mooi”vraag ik haar met een knipoog en mijn rode neus nog op.
Ze zuchtte. Ze loopt op me af en geeft me een knuffel.
Meestal vergeten onze doelgroep leerlingen de gesprekken die we gevoerd hebben al snel maar S. zegt…….
“Als jij er bent en juf C. en de gekke clowntjes ook dan is het ook wel leuk om eventjes aardling te zijn” en ze huppelt verder naar de wc.

Oh lief klein meisje dat al zoveel meegemaakt heeft, ik hoop zo vurig dat jij nog heel veel ‘eventjes’ zal meemaken als aardling!!!!!!
En dat de strakblauwe lucht nog heel lang boven blijft voor jou.
Maar als je dan in de lucht gaat wonen dan, dat voel ik en daar geloof ik in, zullen alle ‘eventjes’ een heel veilig ‘altijd’ worden!

admin

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *