View: 3

Dinant

Dinant Dag 1: Na een ongeslapen nacht rijden we door de ochtendschemer onze Zuiderburen tegemoet. Routenet is onze gids en…
Belgie

d1Dinant

Dag 1:

Na een ongeslapen nacht rijden we door de ochtendschemer onze Zuiderburen tegemoet. Routenet is onze gids en ik rij in blind vertrouwen op hun deskundigheid en bij gebrek aan een tomtom over A-en, E-en en N-nen nog voor de pinksterdrukte er nog maar over kan denken te beginnen.

Net voor de grens, een aspergelandschap vol ochtendvroege hardwerkende Polen en plukrijpe asperges achtr ons latend, nuttigen we, door zwerfvuil omringd, een laatste kop Hollandse Douwe Egberts koffie, aan deze kant van de grens nog ‘leut’ genaamd.

Dan zetten we de reis voort en herkennen de landswisseling direct aan het wegdek.

Kedoeng, kedoeng gaan de wielen over de slordig geasfalteerde betonplaten.

Direct gevolgd door een prachtige blik over de Maas, in Belgie ‘La Meuse’ genaamd, die ons, gezien of ongezien, de rest van onze reis zal vergezellen omdat zij tevens ons reisdoel is.

Een veel te lange tunnel belemmerd ons niet alleen het uitzicht maar ook de adem.

Het zal een weg vol ah’s en oh’s zijn. We zijn de ene berg nog niet op en het andere dal nog niet uit of de volgende impressie van groen staat ons alweer te wachten. Uiteindelijk ruilen we de niet saaie snelweg om voor kronkelige wegen met S-bochten en diepe ravijnen die ons al slingerend De Vallée de Meuse invoert. Aangekomen in een schitterend dal, kronkelen we mee met de bochten van la Meuse en genieten van alles wat na elke bocht voor ons te zien is. Wat een rust, wat een ruimte, wat volop genieten.

Wat een prachtig en indrukwekkende rivier is la Meuse toch.!

De Maas wordt voornamelijk gevoed door regenwater en varieert daardoor ook sterk in haar waterpeil. De Maas ontspringt in Frankrijk, in Pouilly-enBassigny op het Plateau van Langres. De Maas doorkruist sw Franse en Belgische Ardennen in noordelijke richting. In Givet, ten zuiden van Dinant passeert ze de grens met Belgie. De Maas buigt bij Namen, waar de Samber in de Maas vloeit, af naar het oosten en bereikt via Andenne en Hoei de grootste stedelijke concentratieLuik. Voorbij Wezet komt de Maas bij de Nederlandse grens en tussen Eijsden-Maastricht en Smeermaas-Ke4ssenich vormt xze zelfs zelf de grens (de Grensmaas) tussen Belgisch-Limburg en Nederlands-Limburg.

De Maas is een regenrivier waarvan het peil sterk afhankelijk is van regen. Daardoor staat de Maas ’s winters metershoog, terwijl ze ’s zomers vaak bijna droog staat. De meeste regen komt uit de Franse en Belgische Ardennen. De laag op de ondergrond van het Maasgebied is niet dik genoeg om veel water te kunnen bergen. In de winter houdt de vegetatie bovendien weinig water tegen. Het vocht verdampt vrijwel niet, waardoor alle water wegstroomt. Het reliëf van het Maasbekken is groot, zodat het water met grote snelheid wordt afgevoerd. Een combinatie van deze factoren kan tot een watervloed leiden en overstromingen veroorzaken. De Maas is 935 kilometer lang en volledig gekanaliseerd! (bron Wikipedia)

We zijn gearriveerd in Dinant! Al snel doemt het Bayard (Ros Beiaard) voor ons op. Twee indrukwekkende onmetelijk grote lange rotssplinters die torenhoog op ons afkomen. Moeten we daar tussendoor?d2

 

Beiaardrots is ontstaan, doordat het ros Beiaard, je weet wel dat sterke reuzenpaard met de 4 heemskinderen, hier op dit punt over de Maas moest springen, op de vlucht voor Karel de Grote. De sprong lukte natuurlijk wel, maar met z’n achterhoeven sloeg het paard deze splinter van de rotswand. De doorgang werd later verbreed door soldaten van Napoleon.

De sage van het Ros Beiaard:

Aymon, de Heer van Dendermonde, leeft reeds jarenlang in ruzie met Karel de Grote. Met de bedoeling uiteindelijk de verzoening tot stand te brengen tussen leenheer en leenman, stemt Karel toe in het huwelijk van zijn zuster Vorsie (Aya) met Heer Aymon. Uit die gelukkige echtverbintenis spruiten vier kloeke zonen: Ritsaert, Writsaert, Adelaert en Reinout. Zij worden door hun vader tot ridder geslagen en krijgen, zoals de traditie het wil, elk een paard als geschenk. Reinout is evenwel zo sterk dat hij zijn rijdier met één vuistslag velt. Een tweede paard wordt hem aangeboden, maar reeds bij het eerste berijden breekt hij het de lenden. Heer Aymon weet echter raad. Hij brengt Reinout naar een burcht waarin het door iedereen gevreesde Ros Beiaard opgesloten zit. Nog nooit heeft het zijn meester gevonden. Onverschrokken als hij is, treedt Reinout het briesende paard tegemoet, maar met een forse slag van zijn kop werpt Beiaard ridder Reinout ettelijke meters verder op de grond. Reinout – die wellicht het eerste pijndersbloed in de aderen had – versaagt niet, en na een heroïsche kamp slaagt hij erin dit vervaarlijke en wonderbare paard aan zijn wil te onderwerpen. Voortaan gehoorzaamt het Ros op het eerste teken van ridder Reinout. Bij een hoogoplaaiende ruzie aan het hof met zijn neef Lodewijk, Karels zoon, ontsteekt Reinout in zo’n woede, dat hij met één slag van zijn zwaard de valse Lodewijk onthoofdt. Om aan de toorn van Karel te ontkomen, moeten de Vier Heemskinderen, gezeten op Beiaard, hun ijl zoeken in een wilde, adembenemende vlucht. Vanuit hun sterke burcht, het slot Montalbaen, verdedigen de vier ridders zich tegen de steeds maar opnieuw aanvallende legerbendes van Karel. De ridders zien echter de ongelijke strijd in en Beiaard voert de vier broers terug naar het ouderlijke verblijf te Dendermonde, waar ze hun rouwende moeder aantreffen. Heer Aymon is immers in Karels macht en Aya beseft dat haar zonen hetzelfde lot wacht. Zij begeeft zich naar haar broer en smeekt om genade voor haar man en haar zonen. Op voorwaarde dat hem het duivelse Ros Beiaard zal uitgeleverd worden, stemt Karel erin toe om weer vrede te sluiten. Reinout weigert aanvankelijk op dit voorstel in te gaan, maar bekommerd om het lot van zijn vader en zijn broers en na herhaalde smeekbeden van zijn moeder, willigt Reinout de onverbiddelijke eis van Karel in. Het Ros wordt naar de Dendermonding gebracht. Met gebroken hart en lede ogen moet Reinout toezien. Zware molenstenen worden om de nek van het paard gehangen en Beiaard wordt in het water gestort. Tot tweemaal toe verbrijzelt het Ros de stenen en zwemt het blij hinnikend naar de oever, waar Reinout staat. Het tragische schouwspel wordt hem te machtig en hij wendt zich af. Een derde maal, ondanks de zwaardere molenstenen, komt het Ros weer boven, reikhalzend naar zijn meester. Denkend dat Reinout van hem niet meer wil weten, stoot Beiaard een pijnlijk gebries uit. Als zijn meester hem toch verlaat, wil het edele dier niet langer leven, en Beiaard verdrinkt. (bron Wikipedia)

Deze doorgang kan alleen bestemd zijn voor bezitters van een gemiddelde stalen sedan. Annet houdt de adem in terwijl ik, zelf ook niet onbevangen van vrees, mijn kleine Japanse stalen rosje, met een blik vol ontzag omhoog, tussen de twee enorm dicht opeen staande rots giganten manoeuvreer. Als ze maar blijven staan denk ik nog. Maar dat doen ze tenslotte al zo’n duizend jaar. Het is maar goed dat we dan nog niet weten dat een paar jaar geleden een paar ton aan rotspartijen naar beneden zijn gekomen, beslist geen rots splinters dus, en dat daarom die groen netten gespannen zijn. Alsof die zo’n gewicht kunnen dragen?! Ik manoeuvreer dus de auto tussen de twee enorme blokken door en voel me omringd door sagen en tijd en natuur. Voor ons ligt een allerliefst stadje aan het water. Ons beschermd gevoeld door de hoge rotswanden, rijd ik piepkleine en smalle straatjes door op zoek naar ons hotel. We beginnen nu al verliefd te raken op Dinant!

Boven ons staat fier en uitnodigend de Citadel ons op te wachten, naast ons kabbelt tevreden La Meuse. De zon straalt. De brug wappert met haar vele internationale vlaggen en de kerk beiert ons binnen.

Dinant is een stad in de provincie Namen in deelgewest Wallonië. Dinant telt ruim 13.000 inwoners. Dinant is prachtig gelegen aan de rivier de Maas gekneld tussen de hoge rotswanden en de Maas.

Dinant, op de rechteroever van de Maas, is het ideale uitgangspunt voor een verkenning van de Maasvallei. Door haar sleutelpositie aan de Maas was Dinant tot in het recente verleden een omstreden stad. Men hoeft geen inzicht te hebben in militaire zaken om te constateren dat Dinant ingeklemd tussen de rivier en een steile rots, op een plaats ligt die in het verleden van groot strategisch belang moet zijn geweest. Tevens is de stad sinds de 19de eeuw een gerenommeerd toeristisch centrum. Dinant een van de belangrijkste Goede Steden” van het prinsbisdom Luik. De stad stond bekend om haar koperslagers, één van de belangrijkste beroepen van die tijd. Door zijn rijkdom en zijn strategische ligging aan de Maas – de stad lag aan de belangrijke handelsroute die van Keulen naar Parijs liep – is er menigmaal om Dinant gestreden. Na een opstand, hebben Hertog Filips de Goede en zijn zoon Karel de Stoute (Karel de kale) in 1466 de stad laten plunderen en verwoesten. Karel de Stoute gaf het bevel om het gilde van koperslagers uit te roeien en ze daartoe twee aan twee geboeid in de Maas te werpen. 800 bewoners van de stad vonden daardoor de dood. De koperslagers die aan deze slachting wisten te ontkomen, keerden enkele decennia later weer terug naar de stad, om haar hernieuwd tot bloei te brengen. (bron Wikipedia)

d10Het Ibishotel is snel gevonden. En doordat er zoveel eenrichtingsweggetjes zijn hebben we al een hele site seeing achter de rug als we er aankomen want het hotel ligt aan het begin, daar waar we eerder al Dinant binnen reden.

Gevangen door al het moois dat we tijdens de stadstocht voorbij zoefde, laten we de auto met inhoud voor wat het is en zetten onze eerste stappen op Dinant’s bodem. Het voelt goed!!

Echter, vaste grond is vaste grond en dus besluiten we de kasseien voor water in te ruilen en besluiten maar meteen een boottocht te gaan maken.

La lieflijke Meuse lonkt met haar rondvaartboten en raakt ons hart. Als we richting het piepkleine bootshuisje lopen prikt de ochtendzon op onze wangen. Geen bootsman of vrouw te bekennen.

Een mensleeg onbemand hokje gevuld met foldertjes waar we ons dan ook te goed aan doen. Op grote panelen prijken de prijzen en daar er geen mens danwel matroos is om ons geld aan uit te geven, gaat onze aandacht over naar andere signalen die ons lichaam afgeven. We voelen onze blazen. Gelukkig hebben we, ondanks de hang naar water, de ogen de rest van de omgeving ook goed de kost gegeven en hebben we een oog laten vallen een openbaar toilet, bevrouwd door twee lieftallige zeer Waalse dames.

Madame één noem ik haar maar even voor het gemak is een gezellige gezette dame. Wat zij teveel aan lichaamsgewicht met zich meedraagt mist ze aan tanden in haar mond. Ze draagt een wit schort want zo hoort dat bij toiletdames en is vergezeld van een rol toiletpapier en een pleeborstel. Een geur van schoonmaakmiddelen en toiletreiniger omringt haar. Ze spreekt Vlaams met veel Franse accenten.

Wellicht door haar gebrek aan talenkennis maakt dame twee, die aan de andere kant van de gezellige keukentafel zit, minder indruk op ons.

Haar roze wollen vestje en uitgezakt Beatrixkapsel is het meest en enige opvallende. Haar tengere bouw doet haar nog onopvallender lijken dan ze als is.

Er volgt een geanimeerd wc gesprek tussen de dames één en twee en ons. Wij mogen plassen voor 50 eurocent (hoe vaak moet ik gaan voor ook zo’n roze vestje?) en dan mag Annet naar de dames wc daar waar ook de baby’s verschoond kunnen worden en ik mag naar de herentoiletten daar waar naast plaspotten ook een deur is waar men afgezonderd kan poepen maar dames natuurlijk ook hun plas kunnen plegen. Ik hoef dus niet bij den heernkes en verschuil me dus achter het deursken en doe mijn ding.

Als we verlost zijn van de last in onze blazen volgen en vervolgen wij het gesprek.

Zo weet dame één, druk wijzend richting heupen, te vertellen dat den mennenken van den boot zich bezeerd heeft vandenmorgen en zijnen vrouwsken met een kompaantje vandaag de zaken waarneemt.

Met een klein kwartiersken zal de boot wel terug zijn vermoedt zij want nen bootreiske duurt zo’n drie kwartierseks en ze zijn al schoon nen half uurske weg.

Aanvullend vraagt zij in rap frans aan dame twee de tijd maar heeft voor zij antwoord krijgt den tijd al op den kop van het uurwerkse afgelezen en zo weten wij dus dat het over een klein kwartierske ongeveer om en nabij zo rond elf uur kan wezen.

Blij met het praatje stelt zij ons ook op de hoogte van het feit dat het semi seizoen is. Er zijn wel toeriestkes zulle maar ze zijn nog niet met zo veule tegelijk.d10

We nemen vriendelijk afscheid van de hartveroverende plee madammekes die inmiddels alweer aanloop genoeg krijgen.

Uitgeslapen op deze tweede pinkstermorgen en dus nu pas wakker geworden Dinant laat massaal z’n hondjes uit en vergeet daarbij vooral niet een gezellig babbelske te maken met de plaatselijke pleemadammekes. Dat ze wellicht niet om te plassen komen maar om het plaatselijke nieuws te vernemen van deze allang wakkere madammekes is ons wel duidelijk. En we zien dan ook snel de hoofden van de Dinantse hondenuitlaters de richting van het bootshuisje uitgaan.

We hebben deze dames in ons hart gesloten als we hen onze rug toekeren en nemen ons voor hier nog vaker deze dagen onze behoeften in het openbaar achter te laten!

Het plashokske in de rug latend ontdekken we net voorbij het bankje en het boothuisje een weelde aan gezellige terrasjes met rieten stoeltjes en parasolletjes. Dat wat we net geloosd hebben dient nodig weer te worden aangevuld en daarbij moet een cappuccino in een stief kwartierske toch wel binnen geslurpt kunnen worden.

Ware het niet dat we er al snel achter komen dat men in Dinant nou niet de snelste bediening kent. Het personeel kabbelt gelijk haar Meuse langs de waterkant vooral heel rustig voort.

Als dit nog lang duurt zullen we onze vaart nog missen. Cappuccino in België betekent koffie met geklopte melk en vooral naast ook al de koekjes en chocolaatjes en nougatblokjes ook nog eens een grote klodder chantilly (slagroom) er bovenop. Maar al zouden we dit toch niet onze hele vakantie zo willen drinken, het smaakt nu wel even heerlijk!

Als we ons vergewist hebben van het feit voldoende fooi gegeven te hebben, en de witte snor van onze bovenlippen hebben verwijderd, snelwandelen we naar de waterkant op de plek waar de Baillard inmiddels aangelegd heeft.

Een gebochelde dame in pinksterzondag gehaakt vest staat mopperend naar de bootsman en mogelijk dus de kompaan, op de steiger.

Ze oreert van alles waar wij geen Nederlands noch Frans van kunnen maken maar er uit op kunnen maken dat het toch niet de leukste woorden moeten zijn. Ook al staat de bootsman er wat schutterig bij ergens bespeuren we toch wat van schuldbewustzijn.

Kennelijk heeft deze invalkracht wat minder ervaring met het aanmeren van boten want de bootsvrouwe is verbolgen over het feit dat hij te hard tegen de steiger is aangekomen waardoor één van de poten nu een tikkeltje scheef onder de planken vloer staat. Tenminste, dat is de enige logica die wij uit dit wild gebarende verhaal kunnen opmaken.

Dan loopt ze de boot in, gespt een heuptas om het daarvoor bestemde lichaamsdeel en komt ons vertellen dat we een combinatiekaartje grotbezichtiging en boottocht kunnen kopen maar, en daar begint weer zo’n verhit communicatie problematisch verhaal, dat ze voor twee toeristen toch echt niet uitvaren.

Ze wil ons wel vast de tickets verkopen maar dan moeten we maar zien wanneer er meer mensen zijn. Dat lijkt ons geen fijn plan en dus groeten we, nadat we ons hebben laten wijzen naar de richting van de grotten die, zo denken wij, aan de andere kant van de brug moet zijn, vriendelijk goedendag.

Net als we ons al zo’n tweehonderd meter richting die brug hebben begeven, horen we een zwaar gehijg achter ons. Als we omkijken zien we de bootsman achter ons aan komen en begrijpen we uit zijn woorden dat er een groep mensen is gekomen en wij nu van harte welkom aan boord worden uitgenodigd.

Met toch maar een combiticket voor grot en boottocht, nemen we plaats op Titanic scène hoogte, voorop de plecht dus. De zon schijnt nu nog feller en doordringender dan vanmorgen op onze tevreden gezichten. Niemand maakt ons meer wat, wij deinen mee op de golfjes van la Meuse en verkeren in opperbeste en ontspannen vakantiestemming.

d8Als de motoren van zacht geronk tot luid geloei overgaan is dat voor het teken van verrek en zien we de trossen losgaan en de wal steeds verder van ons vandaan glijden. We geven ons over aan het water.

Elk schitterend bouwwerk aan de waterkant heeft wel een verhaal vernemen wij uit de luidsprekers die zich aan weerszijden van de kapiteinskajuit bevinden.

We kronkelen door de bochten van onze Meuse en hier is het dat wij het verhaal van de gevallen rotsblokken horen.

Op de splitsing van de Meuse en de Lesse, keert de boot om weer langs de prachtige huizen en gebouwen, die we nu van de andere zijde bewonderen, te varen. Het geheel omringd door torenhoge bergen en rotspartijen. De Baillard vaart voorbij zijn aanlegsteiger weer een eind de andere kant van de rivier op, onder de belangrijkste brug van Dinant door, naar de sluizen en stuwen alwaar we wederom een keerpunt hebben.

In korte tijd leerden we de mooiste plekjes langs het water kennen, zijn op de hoogte van scholen, kerken, havengebouwen, ziekenhuis en Citadel en zijn nog nieuwsgieriger naar de binnenkant van dit lieflijke stadje.

De bootsman gaat zijn tweede poging van deze dag wagen en meert aan. Een tweede poging die zo mogelijk nog dramatischer verloopt dan de zijn eerste want na een klap gevoeld en gehoord te hebben vergewis ik mij van het feit dat de paal nog schever dan scheef onder haar steiger verdwijnt en vrees ik dat zij een derde keer niet gaat overleven. We moeten wachten met uitstappen tot de bootsvrouwe haar hevig hoofdschudden en wild gebaar richting kapitein heeft afgerond.

Het is voor beiden te hopen dat de heup van manlief herstellende is want dit kan zo niet goed zijn voor de hulpvaardige invalkapitein en de vrouw van de baas.

Nu we weten waar de brug is met haar vele internationale vlaggen en we weten dat we die over moeten om bij de grot La Merveilleuse te komen, lopen we in één lijn recht op ons doel af. Dat de brug oud is kunnen we wel zien. Hij dateert van ongeveer 824 maar nergens kunnen we haar naam ontdekken.

Om de brug goed te bekijken voor we haar overgaan nemen we plaats op Place Reine Astrid en proberen een kop cappuccino te bemachtigen. Niet voor niets zet ik er proberen bij want zoals al eerder die dag komen er ten tweede male achter dat het bedienend personeel in Dinant niet één van de vlotste soort is. Het is dit keer zelfs zo erg dat we beide keren na zo’n tien minuten gewacht te hebben weer van de terrasjes af gaan omdat we nog steeds geen bestelling hebben kunnen doen.

Zonder cappuccino met chantilly steken we, genietend aan beide zijden, de Maas over om aan de klim naar de grot te beginnen. Halverwege de klim voelen we de Ardennen al in de kuiten en vragen ons net af waar we aan begonnen zijn als we Notre Dame Lourdes tegenkomen die als geroepen aan ons is verschenen in een nisje in een rotswand.

Haar plotselinge verschijning, of is het toch onze eigen ontdekking, vormt een legaal excuus de voeten en kuiten van rust te voorzien.

Toch komen we zo niet waar we zijn willen en dus sjokken we ons weer verder een weg naar boven.

Tot twee keer toe komen we de pijlen tegen die ons naar de grot verwijzen maar de grot zelf krijgen we maar niet in het oog. Nooit geweten hoever vijfhonderd meter kan zijn als je die moet klimmen!

Eindelijk zien we een wit huisje met een oeroude boom ervoor. De boom heeft meerdere door elkaar gekronkelde stammen en zou de aardse versie van de Maas kunnen zijn.

Veel mensen zitten te wachten op, lezen wij al ras, de gids.

Gejengel van twee Engelse kleintjes maken het wachten er niet vermakelijker op.

Dan verschijnt er een zenuwachtige jongeman met hardrock uiterlijk in dwergenlijf. Hij is er niet blij mee als ik hem tijdens zijn openingsspeech op de foto zet en vertelt mij dat er binnen mooiere foto’s gemaakt kunnen worden. Het zou humoristisch bedoeld kunnen zijn maar wij herkennen alleen het cynisme erin. Een jongeman die duidelijk niet blij is met zichzelf danwel de functie die hij bekleedt.

We gaan de grot in. Grotte La Merveilleuse met een constante temperatuur van twaalf graden. En wat zijn we blij dat we een vest meegenomen hebben.

‘La Merveilleuse’ staat bekend om haar fijne en helderwitte stalactieten die sterke gelijkenis vertonen met een waterval. De grot is één van de mooiste van Europa. Al vanaf de eerste meters zult u versteld staan van deze ondergrondse wereld van stalactieten en stalagmieten.

La Merveilleuse werd ontdekt in 1904.

Echt donker is het er niet en ook krijg je niet het gevoeld at je opgesloten zit. Maar als we horen van de gids dat hier driehonderd mensen in de oorlog naar binnen gevlucht zijn die de weg niet konden terugvinden omdat het pikkedonker was en er wel drie dagen naar ze gezocht is dan beseffen we maar al te goed hoe fijn het is dat er overal lichtjes branden.d4

Het is schouwspel dat we krijgen dat zijn weerga niet kent. En hoe zeer de harmonie van tijd en ruimte binnenkomt blijkt wel als er vertelt wordt dat een druipsteen één hele centimeter per eeuw groeit en ik me ineens heel klein voel naast een oh zo kleine maar oh zo dertigduizend jaar oude stalagmiet.

De grot kent gangen en zalen. De zalen groot en in één van de zalen komen de druipsteenwaterval tegen naar waar de grot naar vernoemd is. De Merveilleuse is immens en intens. En ik tel de druppels en probeer te beseffen hoeveel druppels er nodig zijn voor die ene centimeter en dus die ene eeuw.

Dat we vijfhonderd meter onder de grond zitten bemerken we pas als de gids ons vertelt dat dit het einde van de toer is en dat we nu heel veel trappen voor de kiezen krijgen. Vijfhonderd meter trappen klimmen. We hebben ze niet durven tellen en zijn uitgeput als we boven komen. Maar wat een ervaring!!

En dat allemaal al op de dag van aankomst. Dat belooft wat voor de rest van de dagen.

Als we weer op adem gekomen zijn dalen we onze weg richting centrum van de stad.

Het is tijd ons hotel te vertellen dat we er zijn. Eigenlijk de hele dag al zijn maar zo gevangen werden door dit stadje dat we eerst wilde ervaren eer we in checkten.

We lopen door de gemoedelijke winkelstraten van Dinant en natuurlijk kunnen we de handen niet op de knip houden en schaffen ons de nodige goedkope kleding aan. Niet wetende dat een paar meter verder uit het niets langs la Meuse allerlei marktkraampjes worden opgesteld waar allerlei mooie, leuke en vooral nuttige en onnuttige spulletjes tentoongespreid liggen.

We bemerken het pas als we naar La Meuse terugkeren, de armen vol met tassen en fototoestellen.

We nemen voor ons echt eerst te melden bij het hotel. Stel je voor dat de kamer al vergeven is omdat we toch niet kwamen opdagen.

Allervriendelijkste mensen ontvangen ons aan de balie. Dan krijgen we de sleutelkaart van kamer 218. Normale sleutels heb ik al een tijdje niet meer gehad in hotels. Het is tegenwoordig allemaal met een soort creditcardachtig pasje waar je deuren mee opent en lichten mee aanzet.

We wassen de reis van ons af onder een douche met drie waterpunten. Dat doet de spierpijn uit de lijven verdwijnen.

We kleden ons om, vallen in een namiddagslaapje, worden weer wakker, kijken een paar beelden van Roland Garros en weten niet hoe snel we dan weer richting waterkant moeten.

Een tiental plezierjachten hebben nu hun motor langs de wal stilgelegd. Het is een vrolijk schouwspel van, in luie stoelen liggende, duttende mensen.

Boven hun hoofden, op de wal, is het een gekwek en gekwaak van jewelste tussen de gezellige marktkraampjes. Van kleding tot lederwaren, van kruiden tot koeken en van Belgisch snoepgoed tot schoenen en meditatief spul in de vorm van beeldjes, wierook en andere sterk geurende stofjes aan stokjes of flesjes.

d9Eigenlijk zijn we nu wel toe aan andere geuren die de neus en vooral de maag prikkelen. We beginnen goed honger te krijgen. Moeilijk is het niet om hier wat te eten te scoren want langs het water is een zee aan terrasjes waar je van alles eten kunt. Zo zijn er sandwiches en salades maar ook mosselen te kust en te keur of pizza’s en andere deegwaren van Italiaanse makelij. Zijn we in het begin van onze strooptocht langs eettentjes nog kritisch, dat verandert snel als we onze magen ineen voelen wringen van de trek.

We strijken neer bij de keus van vanmorgen, hetzelfde terras als waar we onze eerste cappuccino dronken.

Het avondzonnetje is nog goed warm als we eenmaal onze draai op het terras gevonden hebben. De man van vanmorgen herkent ons en werpt ons een dankbare blik toe. Hoe kan je nog dankbaar kijken denken wij als we er aan denken dat deze zelfde man al vanaf vanmorgen in de weer is met het bedienen van zijn terras.

De pizza’s die hij serveert smaken werkelijk ongekend lekker. En al ben ik absoluut geen bierdrinker, het bier dat op advies van Annet bestelt is, Red Bocq, smaakt nog lekkerder dan de beste cassis die ik ooit proefde.

Wat een leven hebben we toch beseffen we ons maar al te goed!

Moe geworden van de reis en de indrukken van vandaag keren we tegen elf uur hotelwaarts. De marktkraampjes staan er nog knus bij en de mensen staan keuvelend in het avondlicht de aankopen van elkaar te bewonderen.

In het hotel gaan we nog even nagenieten op het terras dat boven de Maas hangt.

Het is een paradijselijk plekje hier. De lampjes van de Citadel zijn aan en de lantaarntjes branden. Ze geven een glinsterende gloed af op het water van de Maas.

Bij onze buren, het Dinants Casino, begint het leven nu pas. Dinant heeft nog geen zin om te slapen maar wij wel. Moe en voldaan stappen we de lift in, drukken op de knop voor de tweede etage en duiken onze bedden in!

Morgen is er vast weer een dag!

Dag 2

We worden al vroeg wakker van de straatgeluiden. De zondagen zijn voorbij en een gewone doordeweekse dag is weer begonnen. In Dinant timmert men niet alleen figuurlijk maar vooral ook letterlijk aan de weg en dus zijn de geluiden die we horen die van bulldozers en kraanwagens, getimmer en gezaag. Langs de boulevard waar Dinant en zijn toeristen zo graag over flaneren, worden appartementen gebouwd, restaurants gerenoveerd en verrijzen nog andere bouwwerken waarvan wij de bestemming niet kennen.

Het mooie is dat alles zoveel mogelijk in dezelfde oude stijl als Dinant rijk is, gebouwd of herbouwd wordt!

De zon staat alweer aan de oostelijke kant van de hemel en we willen erop uit!

We zijn sneller gekleed en gewassen dan normaal. De spullen worden weer bijeen geraapt en zo is het dat wij een klein uurtje later al met tassen en met fototoestellen om de nek de boulevard oplopen.

Geen sporen meer van marktkraampjes of andere tekenen van een nachtleven.

Bij de Match, de lokale supermarktketen, halen we broodjes, geitenkaas en croissants.

Wat is er nu heerlijker dan op een bankje in de zon ontbijten aan de Maaskant.

Picknicken geeft toch altijd een speciaal gevoel merk ik als ik het zakmes in het stokbrood steek.

De bootsman groet ons vriendelijk in zijn voorbijgaan. Dinant loopt weer zijn hondjes uit te laten en het valt me op dat de Dinantse bevolking blijkbaar geen genoegen neemt met zielige vuilnisbakkenrasjes want er springen alleen maar ongekend dure rasjes in het oog. Het varieert van terriërachtige rassen tot de grote soort honden als dure dogachtigen.

Maar ook de gepermanente poedel en de sfinxachtige naakthonden zien we voorbij komen.d5

En de een na de ander gaat door de poten of steekt zijn ene achterpoot omhoog om zijn of haar terrotirium af te bakenen. Keer op keer op keer want de een na de ander plast over elkaars geurspoor heen.

Zou hier gelden ‘hoe duurder het ras, hoe sterker de geur’?

Terwijl zo heerlijk aan de picknick zitten zien we iets opmerkelijks. Al toen we hier de eerste aan kwamen rijden viel ons oog op de zorg die de mensen hier hebben voor hun stad. Elk huisje ziet er wel speciaal uit door de bloemetjes, een waterpompje, beeldjes of anderszins. Ook op de Boulevard is er een kleurenzee van bloemen te vinden. De bloemen bevinden zich in betonnen bakken die deel uitmaken van de boulevard. Als je er gaat zitten op een bankje en je kijkt over de Maas dan vind je die bakken over de hele lengte van de boulevard nog voorbij de stuwdammen. Ik had me al afgevraagd hoe dat allemaal zo mooi bleef. Zou er een karretje zijn die met een watertank langsrijdt om alle bloemen van water te voorzien. Nu blijkt dat niets dan dat minder waar is. Er komen twee pezige bruinverbrande mannen aangelopen met gieters in de handen. Dit kan toch niet waar zijn!? Jawel hoor. Ze laten hun gietertje vollopen met Maaswater en begieten bak voor bak de begoniaatjes, afrikaantjes en vlijtige liesjes.

Soms is er een trapje naar beneden wat het water halen vergemakkelijkt maar ander reiken ze over de rand om hun gieter te vullen. Ik vraag me af hoe lang zij hier mee bezig zijn over die ruim vijf kilometer. Maar het is een heerlijk gezicht deze mannen met zoveel zorg bezig te zien.

Het brood is op, de kruimels door de vogels inmiddels opgepikt en wij maken een paar passen vooruit, de richting van de terrasjes op om bij de slokken van de eerste kop cappuccino van vandaag de plannen te bespreken.

Lang hoeven we het daar niet over te hebben. Het wordt de Citadel.

Vanaf de place Reine Astrid,het stadsplein van Dinant,leidt een trap van 408 treden naar de citadel. De trap werd in 1577 in de rots uitgehakt in opdracht van het stadsbestuur van Dinant.Voor die tijd was de citadel alleen bereikbaar via een smalle bochtige weg.Sneller en minder vermoeibaar is de kabelbaan.De Citadel is een fraai voorbeeld van militaire bouwkunst uit de eerste helft van de 19de eeuw.Een labyrint van gangen,kazemat­ten,verblijf en werkplaatsen van meer dan 3 hectare. Ook een keuken en een bakkerij ontbreken niet in het bouwwerk.Om het allemaal zo echt mogelijk te laten lijken,zijn in de ruimte wapentuig en poppen in authentieke uniformen opgesteld. Door de kijk gleuven kan men de stad perfect in de gaten houden.En dan te bedenken dat er plannen waren om van de Citadel een dierentuin of een casino te maken.

Een ander plan was om op de plaats van de citadel een 40 meter hoog beeld te planten.Het beeld een vrouw met een fakkel,werd in 1862 vervaardigd door de kunstenaar Antoinne Wiertz,die in Dinant was geboren.Gelukkig zag de maatschappij die de citadel kocht in 1878,dat de citadel zonder die rariteiten,dat zij ook genoeg bezoekers zou trekken.Buiten de citadel bevindt zich een frans kerkhof,waar 1200 soldaten begraven liggen die in 1914 sneuvelden bij een poging om de citadel op de duitsers te veroveren.

Wat verder staat de TOUR MONFORT een 20 meter hoge uitkijktoren.

De citadel neemt een belangrijke plaats in in de geschiedenis van Dinant. In de 11de eeuw werd het eerste verdedigingswerk op de rots gebouwd. Op het hoogtepunt van zijn bloei, in 1466, werd de stad en zijn citadel met de grond gelijk gemaakt door Karel de Stoute. Bij de belegering sneuvelden 900 inwoners van Dinant en nog eens 800 werden na de overgave twee aan twee aan elkaar gebonden in de Maas geworpen. In de daarop volgende eeuwen werd de citadel herhaaldelijk verwoest en weer opgebouwd, voor het laatst in 1820.

Van 1820-1830 werd de citadel betrokken door een Hollands garnizoen. Na 1865 was Dinant geen militaire basis meer, maar in de twee wereldoorlogen maakten stad en citadel nog angstige dagen door en werd Dinant voor een groot deel door brand verwoest In de citadel is een museum ondergebracht. De collecties omvatten wapens en herinneringen uit het verleden van Dinant. (bron Wikipedia)

Wat er ook gebeurt, Annet wil in de kabelbaan. Aan mij de keus of ik mij over die angst heen zet of dat ik die 408 treden ga beklimmen na gisteren er minstens de helft al te hebben beklommen in de grot. Ik besluit me bij Annet aan te sluiten omdat ik zie dat het ritje aan twee dunnen doch stevige kabeltjes naar boven, niet langer zal duren dan een luttele twee minuten. Ik was natuurlijk alweer vergeten hoe lang twee minuten duren als je ze in angst doorbrengt.

Ik stap in het onbenullige claustrofobisch makend kleine cabinetje en we wachten tot we naar boven worden getakeld.

d6Hoe langer je daarop moet wachten hoe erger de spanning stijgt. Dan maar meteen denk ik nog als ik de deur zie sluiten en de cabine zachtjes omhoog getrokken voel worden. Mijn gezicht trekt rare grimassen voel ik. Ik voel de kramp in mijn samengetrokken tenen. En het is maar goed dat we de enige cabinegasten zijn want ik slaak af en toe een kreet van ellende. Ik durf nauwelijks om te kijken om het uitzicht te bewonderen en kijk in eerste instantie strak naar het groen in de rotswand voor mij. Dan laat ik mij overhalen door Annet en vergeet mijn hoogtevrees bijna bij het zien van de Madurodamachtige taferelen van een kleiner worden Dinant.

Als ik de lichte schok voel denk ik het ergste achter de rug te hebben behalve dan die terugreis die wacht. Maar dit blijkt een illusie als ik het smalle stukje boven de afgrond zwevend betonplaat zie waar ik op moet gaan staan om de stap naar de vaste grond van het terrein van de Citadel te nemen.

Kijk…… en dat dacht ik dus niet hè! Stuur mij maar weer naar beneden want deze stap ga ik niet wagen! Nu niet, nooit niet. Maar nooit blijkt een meetbare waarde te hebben als ik het moment van bezinning krijg en weet dat er geen weg terug is maar van alleen vooruit. Nu is het echter het bepalen van het moment. Ik bereken snel de afstand van de cabine naar het zwevend stuk beton en van het zwevend stuk beton naar de vaste grond. Ik kan het redden met één stap. Maar maakt een mens grote stappen haar angst? Meestal begin je juist op zulke moment sluipend voorzichtig met kleine stapjes te lopen.

Niet nadenken is het laatste dat ik denk en ik mak een grote stap en sta op de grond van de Citadel.

Dat hebben we dan ook maar weer overwonnen. De slappe lach van de zenuwen in de kaken krijgen Annet en ik ervan.

Maar wat een uitzicht hebben we. Over de hele stad heen kunnen we kijken. Onze ogen volgen la Meuse zover als we kunnen. Wat is ze mooi. Wat is ze elegant.

Als ik een tijdje later van het toiletbezoek afkom en langs de kantine loop zie ik dat Annet zich ook van de rand van de afgrond heeft los weten te rukken. Maar al snel blijkt dat niets minder waar is omdat zij nog steeds op dezelfde plak op het bankje aan de rand zit te genieten van al het moois. Ik kijk nog eens achter me om te kijken of het oog mij echt niet bedriegt. In de kantine werkt een ware dubbelganger van Annet. Ik vertel het haar en nieuwsgierig als ze is loopt ze direct naar binnen voor een kop koffie.

Trots komt ze met haar ‘tweelingzus’ al lachend naar buiten. Ze herkennen zich inderdaad in elkaar en er volgt een geanimeerd gesprek waar ook een Antwerps stel zich in mengt.

Zo zitten we een half uurtje vakantie ervaringen uit te wisselen en vertellen elkaar waar je wel of niet de goedkoopste vakanties kan boeken en wat de leukste plekjes zijn om te bezoeken. We weten nu dat we dus ook eens een bezoek moeten brengen aan de Luikse markt die zich kilometers langs de Meuse oever uitstrekt.

En La Roche moet ook de moeite van een bezoek waard zijn.

Mij hoeven ze al niks meer te vertellen, in tegenstelling tot al mijn vroegere vooroordelen ben ik verliefd op de Ardennen geworden.

Dan vind ik al die verhalen welletjes en wil de Citadel wel eens van binnen bekijken. We stappen op, groeten vriendelijk en volgen de pijlen die naar de ingang van de Citadel wijzen.

Een smal trapje af, een grote poort door en we belanden op een groot plein welke door hoge wallenkanten omringd worden.

Een aantal kanonnen staren ons leeg aan.

We nemen plaats daar waar aangegeven staat dat er een gids zal verschijnen.

En dat doet hij ook. Een op het eerste oog vriendelijke man waarmee niet te spotten valt neemt ons mee om alle ins- en outs van de Citadel te tonen en er het hoe en wat bij te vertellen.

We lopen door de witgekalkte gangen en lopen onder lage poortjes door. Een paradijs om mijn digitale spiegelreflex uit te proberen natuurlijk. We voelen ons toch wel een klein beetje trots als we horen dat de Citadel door den Hollanders gebouwd is en dat de Hollandse soldaten dus den eerste toeristen van de stad waren. We lachen om de spiegels die ze hebben gezet in de deurluikjes van de gevangeniscellen. Wat een leuk idee! Met ontzag sta ik bij de levensgrote urn buiten waar de as van de verbrandde soldaten zit.

Ik gruwel bij het verhaal dat verteld wordt als we in een ronde koepelachtige witgekalkte ruimte staan waar 300 mannen moesten vechten tot de laatste overbleef.

Hoeveel bloedspetters zitten er achter die witkalk. Wat een angst heeft hier geheerst. Wat een wil tot overblijven ook.

In de kamer van de beul waar de guillotine staat en de tafel waarop de rechterhand werd afgehakt na een moord vliegen de rillingen langs mijn rug.

En als we in een nagebootste ineengestorte bunker komen waar alles schots en scheef is gebouwd hoor ik Annet gillen van de schrik bij het kabaal van mitrailleurgeluiden en word ik weer eens ernstig met mezelf geconfronteerd als hoofd en lijf behoorlijk met elkaar in conflict komen en ik misselijk en zweterig wordt van alles dat niet geplaatst en omgeschakeld kan worden in mijn hersenen. Beroerd verlaat ik de bunker met de Villa Volta achtige ervaring, loop de laatste ruimtes door en kom dan bij op het pleintje.

Ik moet even bijkomen.

We nemen nog één keer een kijkje over de wallen en dan verzamel ik al mijn moed bij elkaar voor de, neem ik mij voor, laatste rot ervaring van vandaag. Ik ga in de kabelbaan terug. Annet fotografeert zich gek en ze beperkt zich niet tot het fraaie uitzicht maar de lens is vooral gericht op mijn gezichtsuitdrukkingen.

Als we eindelijk beneden zijn en ik verlost ben al die dubbele ervaringen is het tijd voor cappuccino!

Onder het genot van dit zwarte vocht maken we ons volgende plan. De abdij van Leffe staat ook nog op ons programma. Ik bekijk het plattegrondje dat we van de vriendelijke hotelmeneer hebben gekregen en zie dat het zich slechts op loopafstand van het centrum bevindt.

Een wandeltocht langs de Maas is hier geen straf dus zetten we ons program van die dag, heerlijk wandelend langs het water voort.

Onderweg komen we indrukwekkende stuwdammen tegen. Deze zorgen dat het wisselende peil van la Meuse enigszins bevaarbaar blijft.

Ongeveer twee kilometer uit het centrum vinden we de eerste aanwijzingen naar de abdij.

Een stil straatje met op de achtergrond een fraai beeld is waar we zijn moeten. Links zien we een museumpje waar de historie van de abdij in beeld is gebracht. Helaas, deze is dicht en alleen in het weekend en het hoogseizoen geopend. Rechts vinden we een koperslagerij. Niet verrassend als je weet dat Dinant bekend staat om zijn koperslagerijen.

En net iets voorbij de koperslagerij zien we de kerk met de abdij. De kerk straalt van eenvoud. De abdij ziet er idyllisch uit. We gaan een poortje onderdoor en vinden een oude waterput en een dichte deur. Alleen op woensdagen en weekenden te bezichtigen vermeld een geschreven briefje. Daar vallen we dus weer buiten de prijzen. We blijven even staan op het piepkleine binnenplaatsje en voelen de rust. Jammer dat we de binnenkant niet kunnen bewonderen. Misschien morgen dan? Maar ja, dat is al de dag van onze terugreis!

d11De Abdij van Leffe in Diant, Namen, is al een abdij sinds 1200. De abdij overleefde zo goed en zo kwaad als het ging het wel en wee van achtenhalve eeuw geschiedenis. De huidige gebouwen die in de XVIIde en XVIIIde eeuw opnieuw werden opgetrokken en in 1794 werden geplunderd door revolutionairen en vanaf 1931 gerestaureerd. De abdij heeft belangrijke veranderingen ondergaan. Van de kerk en het klooster zijn uitsluitend het portaal en enkele funderingen over. De abdij heeft tegenwoordig een dubbele binnenhof. Het abtskwartier uit de XVIIde eeuw en gerenoveerd in 1747, ligt naast het gastenkwartier uit 1604. In 1152 schonk de graaf van Namen de kerk van Leffe bij Dinant aan de Norbertijnen van Floreffe die er een priorij van maakten. In 1200 werd het een zelfstandige abdij. In 1793 werd de abdij verwoest door Franse revolutionairen, de monniken vluchtten en de brouwerij werd met de grond gelijkgemaakt. In 1930 werd de abdij gerestaureerd door de Norbertijnen van Tongerlo. De abdij van Leffe werd in 1152 gesticht door de Norbertijnen van Floreffe. In 1240 verwierven de monniken de brouwerij van Saint-Médart, aan de overkant van de Maas, en brachten haar over naar de abdij zelf. In 1466 verloor de abdij het eigendomsrecht op de brouwerij, de brouwerij werd verpacht waarbij de abt nog wel de hoofdverantwoordelijke bleef totdat de abdij op last van de Franse Republiek opgeheven werd in 1796. Delen van de abdij werden verkocht en de brouwerij kwam in handen van Joseph Georges en Alexandre Fissiaux. Vanaf 1813 veranderde de abdij veelvuldig van eigenaar. Het brouwen ging nog door tot 1809. In 1952 kwamen de toenmalig abt van de noodleidende abdij, Nys Albert, en brouwerij Lootvoet uit Overijse tot een overeenstemming om het Leffe bier weer te gaan brouwen in de brouwerij van Lootvoet. In 1977 kwam Lootvoet tot een samenwerking met Artois en werd de productie overgeheveld naar Mont-Saint-Guibert. Sinds 1988 maakt Artois onderdeel uit van AB Inbev. Pas in 1990 wordt Lootvoet volledig ingelijfd bij Inbev. (bron Wikipedia)

Niet echt gedesillusioneerd gaan we weer de weg terug. Nu laten we de omgeving wat meer op ons inwerken. Een eeuwenoud kerkje vangt onze blik. Dicht! Prachtige oude schoolgebouwen vol begroeid met hoge planten vallen ons in het oog. Er zijn nog al wat scholen in Dinant hebben we al ontdekt. De gymnastiekles van vandaag is hardlopen hebben we maar zo geconstateerd want een grote groep jongeren in schoolgymnastiek tenue rennen van de ene brug naar de andere en weer terug om vervolgens nog een rondje te maken. Dat moet toch een stuk zijn van zo’n 5 kilometer per keer. En bij de meesten is geen spoor van vermoeidheid te bespeuren als we ze notabene voor een tweede keer voorbij zien komen terwijl wij nog aan onze enkele reis bezig zijn.

Er zijn er ook een aantal die al eerder vrij zijn. Zeker een ander rooster! En aan de inhoud van de rugzakken kan je de gemotiveerdheid van elke leerling aflezen. Er lopen er twee voor ons waarvan de één een rijk gevulde rugzak mee sjort terwijl de ander een slap hangend tasje draagt waarvan de inhoud ver te zoeken is. Ik maak er een sport van te kijken wie van welke school komt deze vakantie. Er si ook een school waarvan de leerlingen allemaal met een dikke ordner onder de arm lopen. En zo weet ik dat de basisscholen allemaal om vier uit gaan als ik de vrolijk huppelende jeugd zie aankomen.

Tja dat onderwijs laat je zelfs in de vakantie niet los.

In het centrum van het stadje ontdekken we een enorme saxofoon! Nee, geen echte maar een standbeeld. Het beeld torent in de lucht op een sokkel. Ernaast staat een fontein die met geweld haar water omhoog blaast. Een eindje verder in de winkelstraat voor ons zit meneer Sax zelf op een bankje. Nee, alweer niet echt maar ook een beeld. Annet en ik poseren voor en onder de saxofoon en nemen plaats naast meneer Sax zelf. Ik probeer zelfs nog een deuntje te blazen op het instrument.

Antoine Joseph Sax, alias Adolph Sax, werd geboren te Dinant in 1814. Hij stamde uit een familie van instrumentenbouwers. In Brussel had zijn vader, Charles Joseph Sax, een fabriek voor blaasinstrumenten, die werk verschafte aan 250 arbeiders. Sax senior kreeg veel overheidsbestellingen, zowel tijdens het Hollands bewind als na de Belgische revolutie. Hij behaalde meerdere onderscheidingen op industrietentoonstellingen.

Sax junior begon zijn muzikale opleiding in 1828 aan de Brusselse Koninklijke Muziekschool, die werd opgericht door het Hollands bewind. Naast deze algemene opleiding volgde hij ook klarinetlessen. Zijn eerste experimenten deed hij trouwens met de basklarinet: hij ontwikkelde een nieuw 24-kleppensysteem, dat hij demonstreerde op de Brusselse industrietentoonstelling van 1835 en later patenteerde. Daarna werkte Sax aan de plannen voor een reeks nieuwe instrumenten. Op de Brusselse industrietentoonstelling van 1841 gaf Sax een eerste officiële auditie van zijn creatie: de saxofoon (letterlijke betekenis: de stem van Sax). Maar aangezien de saxofoon nog niet gepatenteerd was, speelde Sax achter een gordijn, zodat niemand kon zien welk instrument die goddelijke klanken voortbracht. In België kreeg Sax echter niet de erkenning die hij verwachtte. Hij ging dan ook elders zijn geluk zoeken.

In 1842 vertrok Adolph Sax naar Parijs op verzoek van luitenant- generaal, graaf de Rumigny. Deze edelman zag in Sax de geschikte persoon om de Franse militaire muziekkapellen van betere instrumenten te voorzien. In 1843 opende Sax in Parijs zijn eerste instrumentenfabriek: “Adolphe Sax & Cie”. Zijn produktie was op een industriële leest geschoeid en op het hoogtepunt van zijn activiteit had hij 200 arbeiders in dienst. Sax zou zowat 40.000 instrumenten produceren in zijn hele carrière.

Bij de creatie van de saxofoon, hoopte Adolph Sax vermoedelijk dat zijn uitvinding de eeuwen zou trotseren. Het meesterwerk van deze geniale instrumentenbouwer én uitvinder is vandaag de dag beroemder dan ooit. In 1994 was het 100 jaar geleden dat Adolph Sax overleed. Ter gelegenheid van deze verjaardag vonden een aantal evenementen plaats, onder andere in zijn geboortestad Dinant. (bron Wikipedia)

Na deze stevige wandeling is het weer tijd voor een terrasje. Het is namiddag, de zon schijnt nog volop en aangezien we in België zijn is het dus best tijd voor zo’n verfrissende Red Bocq. Een fruitbiertje dat smaakt als limonade maar beslist aan andere uitwerking heeft.

We bestuderen de bierkaart. Er zijn vele soorten te krijgen hier. De man van het Antwerpse tweetal vanmorgen op de citadel roemde Nederland om het feit dat elk café tegenwoordig een scala aan Belgische biertjes had staan. Maar ik moet toch zeggen dat de kaart van Nederland het toch écht moet afleggen tegenover deze Belgische buur!

d9We genieten van onze alcoholische cassis en koesteren ons in het zonnetje. Wat is het leven goed verzuchten we weer! Dit houden onze voeten wel een paar uur uit zo.

Er valt dan ook van alles te zien en te beleven op zo’n terrasje. De Belgen hier zijn toch maar een gemoedelijk en allervriendelijkst volkje en de toeristen die je hier tegenkomt naast sportief en avontuurlijk ook heel amicaal.

Leeftijden tellen hier niet. Er loopt van oud tot jong en van heel oud tot heel jong en iedereen heeft het naar de zin.

De rondvaartboten maken zich op voor het zomerseizoen zien we. Er wordt gepoetst en geboend maar écht onderhoud aan hun vaartuig is ver te zoeken. De boten zijn stuk voor stuk oud en er zijn heel wat poetsdoeken voor nodig om dat nog iets te laten lijken!

Alleen de vlaggen wapperen er trots bij en ik ben me nog nooit zo bewust geweest van het spreekwoord ‘dat staat als een vlag op een modderschuit’!

We hebben ons biertje op en de wangen gloeien dit keer niet alleen van de zon maar ook van deze godendrank.

Tijd dus om ons om te kleden en op te maken voor Dinant bij avond!

Een verfrissende douche brengt ons weer bij de positieven. Gonzales verslaat Murray en wij trekken weer eens iets nieuws uit ons kleding assortiment.

Omdat we zeker zijn van het goede eten en de goede bediening bij ons restaurantje Taverne Le Dinan , tuigen we daar weer heen. Annet in schoenen die goed lopen en in haar nieuwe outfit en ik in mijn nieuwe pofbroek.

Zullen we dan nog één zo’n heerlijk biertje nemen? Als we de bestelling doen krijgen we te horen dat de pizza oven stuk is. Dat is balen want de pizza’s smaken hier uitzonderlijk goed! Dan maar over op de spaghetti Forestière die later ook niet te versmaden blijkt. De Red Bocq zorgt voor de het juiste evenwicht tussen vocht en deegwaar.

En omdat we zoveel gelopen hebben de afgelopen twee dagen vinden we dat we vandaag ook wel een ijsje verdiend hebben.

Het is zwoel deze avond. We hoeven niet direct de vestjes aan te trekken. En terwijl we genietend aan onze ijsjes lepelen gaat de zon onder. Ik geniet van de lucht die allerlei vormen aanneemt. Straks zal het avondrood verschijnen als de zon achter de Ardenner bergen verdwijnt.

We wandelen voor de spijsvertering nog een stuk langs la Meuse voor we afzakken naar het terras van ons hotel.

Daar eenmaal aangekomen gaan we zo zitten dat we ooggetuige kunnen zijn van de lichtshow die Dinant prijs geeft. Het avondrood en de lampjes van de lantarens. Wat een spektakel!

Niet te laat dit keer trekken we de dekens over onze hoofden. Morgen alweer de laatste dag!

Dag 3

We zijn niet echt vroeg wakker. De gezonde lucht zorgt ervoor dat we goed slapen.

Rond half tien gaan de ogen voorzichtig open. Dat wordt straks niet picknicken maar gewoon een sandwich op de hand uit de patisserie meenemen!

De koffers zijn snel weer ingepakt en als we beneden bij de receptie staan besluiten we eerst een kop koffie op het terras te nemen. We zijn de slagroom op de cappuccino een beetje zat dus wordt het echte koffie dit keer!d7

De ochtendzon is al behoorlijk warm. We kijken toe hoe de voorraad drank wordt aangevoerd. Voor deze mensen is er geen vakantie. Zij werken hard voor hun dagelijks brood. Even voelen we ons schuldig maar als we beseffen dat ook wij er hard genoeg voor gewerkt hebben kijken we met een gerust hart naar de noeste arbeid die onder ons wordt verricht.

Als we de koffie op hebben, het hotel betaald is en de koffers in de kofferbak van de auto staan lopen we richting stadje. Men kan nu eenmaal niet een paar dagen er tussenuit gaan zonder souvenirs mee te nemen voor het thuisfront.

We lopen het centrum van Dinant maar weer eens in. Het verveelt ons niet de gezellige straatjes door te wandelen.

Bij een patisserie scoort Annet een heerlijk baquette gezond. We hoeven niet lang te zoeken naar de ons inmiddels zo bekend geworden winkeltjes. De leukste kleren, de lekkerste drankjes en de grappigste souvenirs, we vinden ze allemaal.

Natuurlijk moet er bier meegenomen worden. We zijn dan wel niet ín de abdij geweest maar we hebben wel op de binnenplaats gestaan en dus wordt er Leffe ingekocht. En in de geboortestad van Sax kunnen we toch niet zonder instrumentjes weggaan. Nu zijn de saxen wel erg duur dus beperken we ons tot fluitjes en zo zijn we dan toch in de branche van de blaasinstrumenten gebleven.

Nog even dat blouseje en die broeken halen en ja hoor, we zeulen met tassen vol aan de armen over de boulevard. Eigenlijk is het helemaal geen boulevard maar een Avenue. Avenue Churchill om precies te zijn.

Had ik al verteld dat Dinant een Mekka is voor motorrijders? Ze zijn er met tientallen te vinden. En ze rijden allemaal over deze Avenue waar zelfs speciale motorcafé’s en restaurants te vinden zijn. En je hoeft niet een echte motorliefhebber te zijn om te kunnen begrijpen dat het heerlijk moet zijn om hier te toeren. Als je ergens schuin in de bochten kan hangen dan is dat wel in de Ardennen.

We komen ze alweer bij bosjes tegen als we de Avenue Churchill oversteken om nog een keer koffie te drinken bij Le Dinan. Maar helaas…..gesloten!

Dat is ons al vaker opgevallen hier in Dinant. Dat mensen zomaar hun winkeltjes sluiten wanneer ze daar zin in hebben. Gewoon voor een hele dag of voor een paar uurtjes. De restaurants doen dat dus ook. Maar ik neem aan dat dit wel seizoensgebonden is en dat er in het hoogseizoen volop openingstijden zijn die zelfs tot ver na onze reguliere sluitingstijd doorlopen.

Dan maar geen koffie. We willen nog naar de grotten van Hastière vandaag en daar zullen ze ook vast wel wt te drinken voor ons hebben. We lopen naar de auto en pakken deze nog voller dan die al zat. Dat starten we voor het eerst sinds twee dagen de motoren maar weer. Door de smalle steegjes die we nu twee dagen te voet hebben doorkruist zoeft nu mijn Nisannetje. Ik rijd, een snelle blik naar links en rechts werpend, de brug over en sla links af. Dat is waar de wegwijzers me in ieder geval naartoe sturen als we naar Hastière willen.

We rijden vlak langs de Meuse. We kronkelen met haar mee. En als we de bochten om zijn kunnen we het niet nalaten steeds oh of ah te roepen zo mooi is de steeds weer volgende aanblik.

Grote rotspartijen, lieflijke bermbloempjes, eilandjes in het water, stuwen, zoveel kleuren groen als ik niet eerder zag. Wat een juweel deze Maasvallei!!!!!

Dertien kilometer verder en nog steeds niet uitgekeken doemt Hastière op. Ook daar weer een oude brug. Het stadje is uitgestorven toeristisch maar alles maar dan ook alles wijst erop dat het hier in de zomer beredruk en gezellig moet zijn. De aanplakbiljetten beloven voor deze zomer ook weer heel wat vertier aan muziek en kermissen.

De kanos’en kajaks liggen klaar om te water gelaten te worden. En de paarden grazen ten einde zich op te maken voor de bende zomergasten die hun ruggen zullen bezadelen.

We zetten de auto op een recreatieplaats waar alles in gereedheid is gebracht voor de zomergasten. Vers geverfde kinderspeeltoestellen en fris gebeitste en gelakte picknicktafels.

De VVV weet ons te vertellen dat de grotten alleen in de weekenden van het voorseizoen en allen alle dagen van het hoogseizoen geopend zijn. Hebben wij alweer pech dus! De Ardennen is dus een weekend of zomerverblijfplek.

We lopen teleurgesteld naar de auto maar nemen ons voor ons humeur er niet al te zeer door te laten bederven. En dat kan ook eigenlijk helemaal niet want alles aan deze streek is zo mooi dat je je met een grot meer of minder heus niet benadeeld hoeft te voelen.

We gaan nu aan de waterkant de weg terug. Op naar Chateau Freyer. Het kasteel kwamen we al eerder op onze tocht tegen en het ziet er aardig open uit. Of we moeten ons in de vrolijk geopende poort vergissen natuurlijk. fr

En dat doen we dus!

We rijden de parkeerplaats op . volgens Annet de verkeerde plaats om het kasteel te betreden. Ik moet een ingang verder weet zij te vertellen. Ik ga dus de kant op die Annet me wijst en rij een oprijlaan op. Alle kanten worden we opgeslingerd want ze zijn hier erg zuinig met asfalt geweest. Dan beland ik bij de fonteinen in de tuinen van het chateau. Dit kan toch niet de bedoeling zijn. Maar hoe ik ook rij en wat ik ook wil, ik zal door die tuinen moeten om weer terug te kunnen. Slap van de lach rijd ik mijn auto door de sjieke tuin met zijn fontein heen om uiteindelijk weer op de parkeerplaats te komen waar we volgens mij hadden moeten zijn.

Dan is het lachsalvo natuurlijk helemaal niet van de lucht.

Terwijl we een beetje door de tralies van de hekken heenkijken hoor ik in de verte hard geroep. Ik kijk om me heen om te kijken waar dat geluid vandaan komt. Maar hoe ik ook kijk en waar ik ook kijk, ik zie geen mens.

Weer hoor ik roepen. Ik moet verder kijken. En ja hoor, als ik richting rotsen kijk zie ik de bergbeklimmers die dapper aan haken en touwen de rotswand beklimmen tot ze bij de top zullen zijn.

Het is een mooi gezicht en we blijven er een tijdje naar kijken.

Voor een dicht traliehek blijven staan is echter ook niet zo gezellig dus nemen we ons voor nu naar Namur (Namen) te rijden. De plaats waar de provincie naar vernoemd is waar deze heerlijke stad Dinant zich bevindt.

Er lijkt geen einde aan de Maas te komen. Het ene stadje na het andere stadje aan la Meuse komt voorbij.

Hier wil je ’s zomers heus wel op een camping zitten.

De stadjes zijn ook op de toeristentrek voorbereid zien we aan alles!

Ze kunnen niet wachten tot het hier zo ver is.

Dan komen we in Namen. De stad haalt het niet bij Dinant vinden wij. Groot is ze en nieuw en modern. Aan de Maas geen gezelligheid te vinden.

En ach, eigenlijk is het ook wel welletjes geweest. Na zoveel moois moet je niet willen rekken maar moet je vertrekken om al het moois in ere te laten!

Dus verlaten we de provincie en de kleine weggetjes en gaan richting snelweg. Verbazend hoe snel het landschap dan verandert. Van al het liefs in de Vallei is niets meer te herkennen.

We moeten ook erg ons best doen de moed erin te houden. Aan deze kant van België terugrijden naar huis is een stuk minder plesant!

Volgende keer nemen we toch echt als terugweg de weg naar Luik en Maastricht weer.

Voor ik het weet ruilen we Bruxelles weer in voor Brussel en zit er, Frans of Nederlands uitgesproken, dik in een file.

Bij Antwerpen precies hetzelfde verhaal.

Annet fluistert zachtjes dat ze erg verliefd is geworden op Dinant en een stukje van haar hart daar gelaten heeft. Ik kan me daar alles bij voorstellen. Het is dan ook echt een plek om terug te keren.

In een La Place restaurant nemen we nog een laatste snack en dan is het echt huiswaarts gaan geblazen.

Keurig op tijd komen we weer thuis. Morgen moet er weer gewerkt worden. Onwennig nemen we afscheid van elkaar. Wat een mooie korte vakantie vol rust en verrassingen!

Dat neemt niemand ons meer af!!

 

admin

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *