Later als ik groot ben
dan word ik fotograaf
maak een hele mooie foto
van jou met zomerhoed op
en speel je Pippi Langkous
dan teken ik een sproet erop.
Later als ik groot ben
dan word ik fotograaf
maak een hele mooie foto
van jou in je blote navel
en speel je Donald Duckje
dan kiek ik je met een snavel.
Later als ik groot ben
dan word ik fotograaf
maak een hele mooie foto
van alles wat ik zie
van je mooie paardenstaart
of van je zere knie.
———————————
Later word ik marktkoopman
heerlijke appels, beste bananen
ze zijn zo krom als halve manen
Je bent wel mal als je ze niet nam.
Heel hard roepen in mijn kraam
lekkere radijzen voor in de sla of uit de hand
komen zo vers van het land
laat me er nou niet mee staan.
Ik sta ook op de markt bij jou
met tomaten, ruime keus
zo rood als Sinterklaas z’n neus
kom maar halen, kom maar gauw.
Ik sta er vaak in weer en wind
met zalige zoete kersen
kopen mensen het zijn verse
ze zijn gezond voor ieder kind.
——————————–
Later als ik groot ben
dan word ik gewoon bejaard
en krijg ik net als opa
een hele grijze baard.
Later als ik oud ben
met rimpels in m’n vel
word ik een lieve opa
omdat ik verhalen vertel.
Later als ik bejaard ben
dan word ik wel honderd jaar
en woon in een bejaardentehuis
van oudjes bij elkaar.
—————————————
De postbode loopt langs de straten
hij heeft brieven, hij heeft kaarten,
\één voor Thomas, één voor Maarten,
voor de slager op de hoek
ied’re brievenbus krijgt bezoek.
Een rode, groene of paarse envelop
met een postzegel erop,
één voor Joris, één voor Job
alles heeft hij in z’n tas
maar mooi niet dat hij die las.
Het adres er goed opgezet
op formulier of postpakket
één voor Joke, één voor Jet
en dan voor de plaats de code
dank U bezorg postbode.
——————————
Later word ik ijscoman
want ik hou er zelf zo erg van
Ijsco’s ijsco’s hier moet je zijn
voor een grote twee kwartjes
voor een dubbeltje zijn ze wat klein.
Vanille, chocolade
m’n kar zit volgeladen
Ijsco’s, ijsco’s kom maar op
wafeltjes, bekertjes hoorntjes
of misschien wel met nootjes erop.
Ijsco’s, ijsco’s lekker koud
met slagroom als je daar van houdt
Bananen, citroen of met aardbei
maar ’t allerlaatste ijsje
is lekker toch voor mij.
—————————————
Boven in de lucht zweef ik
hoog op de wolken dreef ik
ik word piloot.
Geen verkeersbord in zicht
geen zebrapad, geen stoplicht
waar ik doorheen schoot.
Honderd mensen neem ik mee
over steden, over zee
over bossen, over stranden.
‘k Kom geen voetgangers meer tegen
of auto waar we een botsing mee kregen
en ik krijg geen lekke banden
En ik breng je in een zucht
met m’n vliegtuig door de lucht
naar de allerverste landen.
————————————
Met hark en schoffel
op klomp of pantoffel
met schop of een gieter
geschikt voor drie liter
loop ik door de tuinen
als tuinman rond te struinen.
Ik pluk de dorre blaadjes
en veeg de wandelpaadjes
de plantjes zal ik sproeien
de heggen zal ik snoeien
en breekt de lente dan weer aan
dan zal ik de bollen poten gaan.
‘k Plant tulpen en de rozen
verbouw prei maar ook frambozen
van alles zal ik zaaien
en ’t grasveld zal ik maaien
een vlinder dartelt vrolijk rond
omdat hij mijn tuin de mooiste vond.
———————————–
Als automonteur
haal ik elke deuk uit je deur
Hoor ik de auto reutelen
dan ga ik eraan sleutelen.
Kom maar bij mij
Ik heb nog wel een plaatsje vrij
Ik verwissel de banden maar ook je lamp
en heb je last van benzinedamp
dan weet ik heel goed hoe ’t gaat
en vernieuw voor jou je auto-uitlaat
Kom je voor een grote beurt
Ik zorg ervoor dat het goed gebeurt
olie verversen, kapotte ruit
Misschien dat ik zelfs je auto, in een ander kleurtje spuit.
heb je je lichten aangelaten
ik krijg je auto wel weer aan ’t praten.
Elke auto ken ik
een automonteur dat ben ik!
——————————————-
Later wil ik alles worden
alles word ik maar één dag
O, wat lijkt me dat toch heerlijk
als ik alles worden mag.
Buschauffeur, kaartjesconducteur,
bakker en slager, brandweer en jager
dammer, schaker, stratenmaker
of gewoon een bankdirecteur
En is er iets dat me ’t leukste leek
dan doe ik dat gewoon vanzelf een hele week.
———————————————–
Een hondenkennel of dierenpension
Ik wou dat ik daarin werken kon
alle honden groot of klein
zullen voor mij vriendjes zijn.
Ook die kleine waffertjes
of de grote blaffertjes
Ik geef ze vlees of hondenbrokken
die ze gretig op gaan slokken.
Maar ’t leukste vind ik nog
’t uitlaten van Does of Dog
lekker rennen door ’t bos
en misschien eventjes los.
Zit er een vriendje aan een boom gebonden
die hebben we dan snel gevonden
we nemen hem dan vlug
mee naar ’t asiel terug
Daar voelt hij zich geborgen
omdat we zo goed voor ‘m zorgen
Hij hoopt dat hij een goed baasje vindt
die hem nooit meer aan een boompje bind.
En kwamen er dan nieuwe mensen
dan zal ik hem het beste wensen
maar ‘k zal ook best een traantje laten
omdat er weer, een vriendje me heeft verlaten.
——————————–
Om zes uur sta ik naast m’n bed
aangekleed en een pet opgezet
een stevig ontbijtje
en dan begint HET.
De kippen in ’t kippenhok
die gaan het eerste van hun stok
‘k pak hier en daar een eitje
en voer zaad en tarwevlok.
De paarden en de koeien
die hinniken en loeien
dan weer naar ’t geitje
om er even mee te stoeien.
Met de tractor rijd ik rond
bewerk met eg en ploeg de grond
en zaai ’t zaad op een rijtje
een boer die leeft toch maar gezond.
—————————————–
Later word ik liever niets
rij wat rondjes op m’n fiets
jammer dat ik niks verdien
maar er is zoveel te zien
Ik wil van alles gaan ontdekken
door de wereld wil ik trekken
en uren liggen op m’n buik
om te kijken en te turen
naar een bijtje in een struik.
Nee later word ik liever niets
rij wat rondjes op m’n fiets
ontdek allerhande bloemen
en wespen die erom zoemen
Kijk naar de mieren in een mierenhoop
en als ik dan door de bossen loop
hoor ik merels, uilen en duiven
pluk de bessen en de druiven
ik ken elk geritsel en piepje
en hoor je roekoe, dan was dat de duif
die riep je
Later word ik liever niets
rij wat rondjes op m’n fiets
geniet van zon of regen
kom van alles en nog wat tegen
wat als ik zou werken
ik nou zou opmerken.
’t Liefste ben ik altijd vrij
want de natuur ontdekken
is veel belangrijker dan mij.
————————————
Want dacht je dan van muzikant
met gitaar of klarinet
een trommel of een schuiftrompet
dan trek ik door ’t land.
Misschien wel met een groot orkest
zo één met dirigent
en ik speel dan met m’n instrument
’t aller, allerbest.
‘k Wil ook wel in een beatlegroep
van ye, ye, ye en I love you
dan kom ik ook wel naar je toe
en zing het op je stoep.
Of in zo’n fanfare twee aan twee
met zo’n glimmend uniform
dat lijkt me zo enorm
dan mag je met ied’re optocht mee.
Ik oefen nu zo hard ik kan
in de keuken van mijn mam
met een deksel van de pan
maar later als ik groter ben………..
—————————————————–
Koningin, dat is wat ik zou willen
en nooit meer naar school toe gaan
en nooit zou ik aardappels schillen
en nooit in de kou bij de bushalte staan
O koningin, met een kroon op m’n kop
de allermooiste jurken
met veel goud en zilver er dan op
een ieder die buigt op z’n hurken.
En dan die koets met paarden
daar rijd ik Nederland mee rond
naar kinderen en bejaarden
omdat men mij zo belangrijk vond
Linten mag ik knippen, met een gouden schaar
of kransen bij een monument
en ik heb een hofdame en een lakei
door wie ik word verwend.
Ja, koningin dat lijkt me wel wat
maar vertel me eens hoe word je dat?
———————–
Schilder ja dat lijkt me wel
Voor je ligt een groot wit vel
Je zet je eerste streep
en dan nog maar een stel
en voor je ’t weet
dat je ’t deed
heb je iets af
dat schilderij of kunstwerk heet.
——————————–
Later ga ik werken in een speelgoed warenhuis
vol auto’s, poppen, knikkers
puzzels, ballen, stickers
wel honderd maal meer dan thuis.
De toonbank is een poppenkast
de kassa is ook al niet echt
behalve dan de centjes
die je bij me legt.
De pop die in de wagen zit
vertelt je hoe ze heet
maak in mijn autootjes maar een rit
en denk eraan dat je de riem niet vergeet.
Er is alleen één regel daar
doe er niet moeilijk om
poppenkleertjes mag je ruilen
maar dan wel met kassabon.
—————————————————
Later word ik astronaut
en vlieg in een raket
Misschien kom ik een maanman tegen
die me van een monster red.
Ik kreeg er sterrenthee te drinken
en at een maanzaadbol
dik belegd met zonnenhoning
m’n buik zit dan goed vol.
‘k Beleef spannende avonturen
en ontdek een vuurplaneet
maar daar kan ik niet lang blijven
want die is me veel te heet.
We spelen met een ruimtebal
en wippen op de wip
Maar dan is ’t tijd om terug te gaan
en ik ga in m’n ruimteschip.
Ik vlieg verder door de ruimte
en weet je wat ik tegenkwam?
Een hele kleine maankabouter
die me mee naar z’n huisje nam.
—————————–
Oppasser in een dierentuin
is wat ik later wil
Olifanten wil ik wassen
maar ’t liefste zou ik passen
op een grote krokodil.
Zeehonden die geef ik vis
en honing aan de beren
Maar ’t liefst zou ik papegaaien leren
wat vieze woorden zeggen is.
De roofvogels die krijgen muizen
de tijgers vind ik o zo mooi
Maar ’t liefste zou ik toch verhuizen
naar die leuke apenkooi.
Nee, ik zou me nooit vervelen
daar geloof ik echt niets van
Ik zou veel met de dieren spelen
Elk minuutje dat ik kan.
——————————————
Later word ik spook
Misschien wil jij dat ook
zullen we samen op spokenpad
Ja durf je dat, toe durf je dat?
We roepen heel hard aaah en boeeeeeeeeeeeee
wat zullen ze schrikken, nou en hoe
en als we verder zweven
zul je nog heel wat beleven.
Oké
‘k neem je dadelijk mee
zo rond de twaalf uur
dan gaan we samen met z’n twee
op spokenavontuur
We gaan dwars door alle muren
en door schilderijen gluren
verstoppen in oude kruiken
en onder de bedden duiken.
We zweven door de gang
en maken iedereen bang
we maken pret voor tien
want niemand kan ons toch zien.
Ja spook dat lijkt me je van het
je gaat ook altijd laat naar bed
één nadeel zit er dan wel aan
dat is dat we echt niet echt bestaan.
———————————-
Later ga ik werken dus
in een heel groot circus
Ik word clown of acrobaat
of loop hoog over een draad
en werp naar jou een kus.
Ik tem de leeuwen in een kooi
en knap dat ik met ballen gooi
Ik rij te paard de piste rond
er komt een vuurvlam uit m’n mond
en mijn kleren zijn zooooooooooooooo mooi!
Het circus is voor een droom
vooral als ik in een woonwagen woon
We rijden dan van stad naar stad
en als ik de tent dan opgezet had
kan ik mijn kunsten vertonen.
————————————
Later word ik heel beroemd
want ik word zangeres
Ik word geknuffeld en gezoend
Ik voel me een prinses.
Ik draag de mooiste kleren
in zilverkleur of goud
met een sjaal van veren
em zing dat ik van je houd.
Ik zing alleen maar wat je snapt
en ga ook op tournee
er wordt heel hard voor me geklapt
Ik wil op de t.v.
Maar nu zing ik nog heel gewoon
de liedjes die ik ken
m’n douche dat is de microfoon
wacht maar tot ik groter ben!
————————————————-
Later word ik buschauffeur
dan open ik voor jou de deur
ik vraag waarheen of dat je gaat
en stempel snel je strippenkaart.
Je neemt een plaats achter of voor
en ik rij heel rustig weer door
en licht ’t lampje dan rood op
hou ik bij de volgende halte stop.
Ik weet precies hoe ik rijden moet
de straten ken ik heel erg goed
wil je naar het zwembad toe
vraag ’t mij, ik weet wel hoe.
Ja buschauffeur dat lijkt me wat
lekker rijden door de stad
lekker plensen door een plas
zodat jij klieder kledder was
en loop je dan te foeteren
dan ga ik heel hard toeteren.
———————————————–
Later word ik bokser heus
dan sla ik je heel hard op je neus
of op je wang en op je kin
Je buik daar duik in middenin.
Of zal ik het toch maar niet doen
en geef ik op die wang een zoen
want weet je wat ik vind van slaan
Ik heb er toch zo’n hekel aan.
Dus denk ik dat ik in de ring
gewoon met jou een liedje zing
over samen spelen
in plaats van een klap uit te delen.
—————————–
Later als ik groot ben
dan word ik zoals jij
de liefste papa die ik ken
en samen werken wij.
Ik wil dezelfde after-shave
zo één voor na ’t scheren
en als je dan je scheerschuim geeft
dan zal ik je ondersmeren.
Ik word ook net zo sterk
en met mama trouw ik ook
we doen hetzelfde werk
maar ik denk niet dat ik rook.
Ik word een papa, nou en hoe!
leer timmeren en zagen
en is mijn papa zelf wat moe
zal ik hem naar bed toe dragen.
—————————————
Boswachter is wat ik wel wou
Ik hou het bos mooi schoon voor jou
Ik ga te voet met een veer op m’n hoed
in ’t bos voel ik me beregoed.
‘k Help de hertjes en het zwijn
de eekhoorntjes en ’t huppelkonijn.
En als ik stropers met klemmen zie
dan jaag ik ze weg van één, twee, drie.
En weet je waar ‘k liefst werken ging?
In sprookjesbos de Efteling.
——————————————–
Later word ik conducteur
in een intercity trein
zo eentje in een gele kleur
dat lijkt me reuze fijn.
Ik knip een gat in elk kaartje
van ied’re trein passagier
terwijl de trein rijd met een vaartje
van hier naar daar en daar naar hier.
En als we dan vertrekken gaan
dan blaas ik op m’n fluit
’t sein moet ook op veilig staan
zo rijden we ’t stationnetje uit.
We rijden naar oma in Purmerend
of tante in Maassluis
en als je dan op tijd er bent
dan breng ik je ook weer thuis.
————————————
Later word ik voetballer
in voetbalshirt en korte broek
ik schiet de ballen uit de hoek
of misschien word ik mid voor
Ik schiet de ballen in het doel
en soms raak ik de paal
dan probeer ik ’t een ander maal
en score een heleboel.
Supporters zingen hard olé
in ’t grote stadion
en als ik dan de wedstrijd won
dan zing ik met ze mee.
Nu moet ik eerst hard trainen
bij mij op ’t grasveld buiten
dan neem ik snel de benen.
—————————————————
Later word ik kok
met een hoge muts
en als je eens wist zeg
wat ik kluts
ik kluts en bak
en kook en braad
Je kunt het zo gek
niet bedenken
of ik zorg dat het
klaar voor je staat.
Ik neem een ei
wat melk erbij
en dan ’t meel
neem lekker veel
roer het heel goed door elkaar
en mijn deeg is klaar.
Een beetje boter in de pan
een vuurtje steek ik eronder an
’t deeg erin en laat maar sissen
omhoog gooien, draaien
’t kan niet missen.
en zijn de neide zijden gaar
dan smikkelen en smullen maar.
———————————————-
Later word ik brandweerman
elk brandje ga ik blussen
ik doe wel honderd klussen
op één dag als ’t even kan.
Ik rij een rode brandweerwagen
en met loeiende sirene
rij ik naar ieder brandje henen
dan kan ik m’n helm dragen.
Ik pak een slang
en spuit secuur
m’n straaltje water op het vuur
ik ben ook heus niet bang
En is het uit
dan is dat dat
en spuit ik jou ook lekker nat!
—————————-
Later word ik kapitein
op een grote boot
misschien de boot van Sinterklaas
Ja dat zou ik willen zijn.
Ik hijs de vlag hoog in de mast
en sta achter ’t ronde roer
ik eet onder in de boot kombuis
en maak de ouwen vast.
We eten vis die ik zelf vang
en komen we in een storm
dan zijn de golven erg hoog
maar ik ben toch niet bang.
En heb je “land in zicht” gehoord
dan zijn we bijna thuis
maar zie ik een mooie zeemeermin
dan spring ik overboord.
—————————–
Later word ik heel erg rijk
en koop een heel groot huis
m’n geld bewaar ik in een kluis
waar ‘k elke dag naar kijk.
Ik koop een kaartje naar de maan
en ga in mijn raket
ik koop een heel groot hemelbed
een zwembad met een glijbaan.
Want iedereen is welkom hoor
elke dag vieren we wel feest
patat dat eten we het meest
de hele week maar door
Ik wil alleen maar lekker eten
suikerspinnen, chips en drop
pannenkoeken met stroop erop
maar ik zou jullie niet vergeten.