Het is alweer een tijdje geleden dat ik er was met een goede vriend en ik me verdiepte in de stad Gent. Een stad met een rijke geschiedenis en veel bezienswaardigheden.
Ik ben er later nog een paar terug geweest samen met Willem en met Annet.
Het bleef een wonderbaarlijk mooie stad waarvan de verhalen nooit vervelen. (sommige heb ik nu al wel drie keer gehoord)
De laatste keer dat Willem en ik er waren, bij de bruiloft van Rolf en Anja, was Gent één grote bouwput.
Er was niets over van die prachtige blik op de drie historische gebouwen die zo fier achter elkaar stonden, waaronder het Belfort.
Ze zullen het echter niet voor niets doen en Gent zal hoe dan ook Gent blijven!
Hieronder het allereerste volledige verslag over mijn bezoek aan Gent:
. Ik verdiep me in een stad waar H. heel graag ooit eens heen wilde om de boeken die hij erover las. Het Belfort. Ik lees me in over Gent en Gent begint me te fascineren! Een stad vol geschiedenis. En in een weekend trekken we erop uit! Met een stralende zon die ons omringd!
Het is een langere reis dan je verwacht. Gent staat ook net niet op je Nederlandse landkaart. We kunnen kijken tot Antwerpen maar dan houdt het op! 
Geen nood…vanaf Antwerpen staat alles fantastisch aangegeven. Het is alleen even wennen aan die Belgische bewegwijzering en je moet als Belg verhipte alert zijn want als er staat dat je naar links of rechts moet, moet je ook vrijwel direct afslaan en niet even twijfelen. Tanken moet je wel even met een verloopstuk. Maar, Belgen zijn vriendelijke mensen en de man die naast ons staat geeft snel een verloopstuk te leen! Belgie is goedkoper tanken. Niet veel goedkoper maar het scheelt wel op een hele tank! De pompstations hebben complete supermarkten en we kijken onze ogen uit! Om alvast op de zaken vooruit te lopen die tankstations zijn, in vergelijking met Nederland ook ’s nachts open en dat is al helemaal lekker!
Een tolweg en drie tunnels. Heb ik dat? Voor degenen die het nog niet weten…. Ik haat tunnels. Nou ja, alleen die tunnels dan waar water overheen vloeit. Gelukkig is Hans zo iemand die dat weet en dus fijn het gaspedaal indrukt zodat we binnen no time de tunnel weer door zijn!
4 Euro tol. Zomaar een tolweg die we de terugweg ook helemaal niet meer tegenkwamen en dus al snel dachten aan een flauwe bananasplit grap maar dat zal toch wel niet!
Snel denken met al die omleidingen, rechts….links….de havens langs….slecht wegdek over…een echte aanslag op je schokbrekers….maar dan rij je toch echt de voorstad van Gent binnen. Die je ook zo weer uit bent want voor je het weet ben je ineens in een feeëriek oude stad! De omschakeling is maar moeilijk te verwerken!
De auto kunnen we kwijt in de Jodenstraat. Er zijn mega veel parkeer garages in Gent waar plekken te over zijn en daarom zijn er op de schaarse buitenparkeerplaatsen natuurlijk ook plekjes zat te vinden. Het weer is stralend. De autorit was al heet en benauwd maar als we uitstappen is het net of je een warme deken over je heen trekt. Blauwe lucht, kleine wolkjes en een fel zonnetje! Wat willen we nog meer!
En wat denk je dat ik tegenkom als ik die auto uitstap en knipperend tegen het zonlicht achter me kijk? Ik geloof het zelf niet! Mijn held of anti-held. De man waar ik zo uitgebreid over gelezen en geschreven heb. Lievens Bauwens…in hoogsteigen persoon. Een loei van een standbeeld. Driftig begin ik meteen zijn levensverhaal voor de geest te halen en te vertellen.
Hij staat wat arrogant de stad in te kijken. De stad die hij zo groot wist te maken.
En dan begint het echte wonder. Als je deze stad in begint te lopen dan ben je ineens in een andere wereld! Het is echt waar!! Een wereld die niet meer van ons is. Die niet van deze tijd is! Waar je kijkt….of het nou links, rechts, voor je of achter je kijkt…alles is oud. En niet gewoon oud. Nee echt heeeeel oud! Alles maar dan ook alles straalt geschiedenis uit! En niet gewoon geschiedenis, nee….een complete geschiedenis! Geschiedenis door alle jaren heen! Ik heb zelden zoiets meegemaakt moet ik zeggen. En ik ben toch in veel steden en landen en op veel plaatsen geweest. Maar wat ik hier voel is alsof ik in een geschiedenisboek verzeild ben geraakt! Ik heb het gevoel dat als ik naar een gebouw of een muur of een straat en plein kijk, ik een bladzijde in dat geschiedenisboek omsla!
Het is moeilijk te beschrijven want ik denk dat je er zelf geweest moet zijn om te weten wat ik bedoel maar het is een wonderlijke belevenis die zich in mij afspeelt! En het ontroerd. Het maakt je stil en het maakt dat je je een heel klein onderdeeltje voelt van een “nu” en een klein beetje “straks” wat een veel langer “toen” voor zich heeft!
En eens en te meer besef ik hoe belangrijk reizen en wat van de wereld zien voor me is. Hoe belangrijk het is dat je je blik verruimd, en de betrekkelijkheid van alles in het leven hierdoor weer beseft!
Het prachtige van deze stad is vooral dat alles door de jaren heen bewaard is gebleven. Je maakt echt een reis door de tijd! Een reis van verval en bloei en weer verval en bloei. Verval in verschillende tijden maar vooral ook bloei in verschillende tijden. Je ziet het aan de gebouwen, de vestingen, kerken, kastelen, huizen en patriciërswoningen. Het is precies zo als het omschreven staat in de toeristische en geschiedenisboeken! Je ziet de oertijden herleven, de ridders en de industrialisatie! Je ziet de rijkdom en de armoede. Maar je ziet vooral ook dat in Gent men geprobeerd heeft tijdens de rijkdom de armoe niet te verbloemen en verhullen maar juist opvang te bieden. Dat de kerken hun best deden aalmoezen uit te delen en opvanghuizen te bouwen voor weeskinderen en arme weduwvrouwen. En je ziet de gruwel die de graven uitspraken en uitdeelden over de in hun ogen slechte mens. De pijnbanken en de hals en voet ketenen. Stellig krijg ik de indruk in deze stad dat de geloofsdienaren het toch veelal voor het zeggen hadden. Meer dan de graven en koningen die er heersten! En dat de industriëlen het later ook voor het zeggen hadden gezien de gebouwen/panden van de heren!
Maar ook zie je de gebouwen van de schepenen. Nota bene onder het Belfort het gebouw van de schepenen van onderwijs en opvoeding! Jawel die twee woorden worden in één adem genoemd. Terwijl juist in Nederland de tendens heerst van onderwijs op school en opvoeding thuis houden! Hier in België begrijpen ze al dat, dat toch niet helemaal meer mogelijk is. Niet nu maar ook niet toen!
Maar goed. Ik kom langs Lievens Bauwens en zie meteen de eerste enorme kerk voor me opdoemen. De St. Baafs. Magistraal groot. En meteen daarnaast het Belfort met zijn Clocke Roeland. Direct daarachter de St. Michiels. Het blijft een overweldiging van gebouwen en gevels van kerken en burchten. De kanalen stromen er lieflijk langs en onder!
Je weet van gekkigheid niet waar je het eerst in moet of beginnen moet! We lopen dus maar eerst eens een verkennend rondje. Nog niet gemakkelijk hoor over al die kinderkopjes. De trams klingelen vrolijk langs je heen. De fietsen kletteren letterlijk over de kasseien. Het water van de fonteinen ruist in je oren! Vrolijkheid alom. Mensen die net als ik alleen maar rondjes draaien op de pleinen om alles maar in één blik te kunnen vangen. Iets dat je dus echt niet lukt! Al die oude huizen met die geveltjes. Al die ornamenten en beelden erop. Al die huizen die hun eigen betekenis uitstralen en hun identiteit proberen kenbaar te maken! Het ene huis nog ouder dan het andere! Griekse en Vlaamse jaartallen vliegen je om de oren. Je rekent je suf als je er rondloopt. Hoe oud is die en die en die…en oh, die is nog ouder! Stond de I nou voor de X als het negen is of stond die I nou achter de X? Naargeestig probeer ik mijn lagere school kennis weer boven te halen!
Het maakt toch verschil want of het oude huis komt uit 1190 of uit 911. Maar wat heet oud hier en nog ouder? Alles is oud. Die muren…..ik heb nog nooit zulke muren gezien. Zo dik, zo robuust, zo veilig ook! En dan die steentjes van die andere huizen. Zo oud en toch zo schoon!
Huizen van estriken zelfs loop ik tegen het lijf. Huizen van enorme basaltblokken lijkt het wel. Huizen, huizen, huizen…de één nog mooier en lieflijker dan de andere! De geveltjes zo fraai! En de luiken allemaal beschilderd in kleuren waar ik de herkomst niet van weet maar wellicht met wapenschilden te maken hebben of familie kleuren! Wat ben ik blij dat ik me ingelezen heb voor ik hierheen ging! En nog voel ik de hiaten in mijn kennis. Maar ik kan veel thuisbrengen en dat is al heel wat! 
Als ik dan over m’n eerste verbazing heen ben, begin ik daadwerkelijk om me heen te kijken. Steeds ontdek ik wel wat nieuws. De kathedralen of kerken zijn hier laag. Of laat ik zo zeggen, de torens zijn niet zo hoog als ik gewend ben. De oorzaak ervan ken ik niet maar ik ga het zeker opzoeken. Het is namelijk opvallend!
Zelfs onze eigen Eusebius in Arnhem moet volgens mij hoger zijn dan deze torens. En die in Londen, Parijs en Rome zeker!
Nou hoeven ze ook niet uit te blinken in hoogte voor mij want hun kolossale omvang is al imposant genoeg!
Lachend zeg ik nog tegen Hans “Je zal hier toch als rechtgeaard katholiek op zondagochtend staan en een keuze moeten maken uit al deze kerken”! En zo is dat echt!! Je staat op een bepaald punt en ziet gewoon 3 magistrale kerken staan. De St. Baafs, de St. Michiels en de St. Niklaas. En dat op loopafstand van elkaar. Daartussen staat het Belfort! Gewoon 4 klossale gebouwen met gemiddeld 75 meter afstand tussen elkaar! Wat moet je dan….wel lekker dat je nog eens kan kiezen tussen kerken.
Wat ook opvalt is dat het Belfort als enige een uurwerk en klokken bezit. Zowel de St. Baafs, als de St. Michiels als de St. Niklaas hebben geen uurwerk en geen klokkentoren! Het enorme postkantoor daarentegen weer wel! Maar ja, de post moet ook op tijd bezorgd worden! Zelfs in België.
Overal door Gent kabbelen kanalen. Kanalen met bootjes. Je kan betrekkelijk goedkoop een rondvaart maken. Voor 4 of 5 euro ben je 40 minuten op het water en hoor je verhalen over gebouwen en hoor je verhalen over de handel die zich voornamelijk afspeelde aan deze grachten en kanalen. Kanalen die Gentenaren maar zo groeven als het nodig was. Gent bloeide vaak! Het werd overvallen door veel landen omdat het zo gunstig lag maar het overwon ook altijd weer! Gent een stad van verval en wederopbloei! Het is zo duidelijk als je rondloopt en vaart!
Tegenwoordig heb ik zo’n houding dat ik niet vaak meer naar beneden kijk! Niks gebogen maar fier met het hoofd vooruit en omhoog en laten zien wie je bent en wat je waard bent! Kijk maar naar mij zoals ik naar jullie kijk. Jullie mogen er zijn maar ik óók! Die uitstraling bevalt me wel. Ook kleingeld hoef ik op de grond niet meer te zoeken sinds ikzelf een behoorlijk salaris verdien. Ik kijk dus …ook hier…..lekker om me heen, omhoog en vooruit….
Toch belemmert het je soms hahahaha want…. Tijdens de wandeling stoot Hans me aan en dwingt me eens naar beneden te kijken. De puttenlucht was onze neuzen al regelmatig binnengetrokken en om nou een putje te bekijken dat ging me wel erg ver. Toch bleef Hans aandringen en kijk ik dus vlakbij de poorten van een Italiaans aandoende brug naar beneden! Hahahaha en wat schetst mijn verbazing als ik op zo’n putje mijn naam in het groot zie staan! Le Comte staat er met grote letters! Nou ja, le Comte werkt aan de Gentse riolen haha…… De ondergrondse graven van Gent!
En dan doemt het voor me op! Slot Gravensteen. Ik liefhebber van de Potter-boeken! Ik liefhebber van sprookjes, fabels en mythen, word op mijn wenken bedient. Een legioen van kinderverhalen doemt in me op. Ik krijg een inspiratie van jaren maar bedenk me tegelijkertijd wanhopig waar ik de tijd vandaan moet halen! Wat een inspiratiebron voor spannende verhalen voor kinderen dit slot! Alleen de naam zingt al in je hoofd. Slot Gravensteen!
De muren zijn ondoordringbaar dik. De plek van het slot onneembaar veilig. Allemensen wat een slot! Wat een oer eenvoudig, simpel en dus sterk fort! Want is dit niet het voorbeeld van het feit dat eenvoud de mens en vooral zijn kracht in dit geval siert!
Gewoon een paar onvoorstelbaar dikke muren van niet te geloven zo zware stenen. Een doolhof van kamertjes en gangetjes, trappen, torentjes en omgangen. Ik ben al direct georiënteerd na de eerste twee omgangen! Overal ontdekken we gangetjes en torenomlopen waar we niet in mogen maar dolgraag willen.
Jammer dat je in het Gravensteen een vast route moet volgen want juist deze burcht daagt uit om het te ontdekken! 
We proberen deuren te openen die niet te openen zijn. We proberen gangetjes in te gaan die halverwege doodlopen of gesloten blijken met een hek! We willen andere routes volgens maar vinden touwen op ons pad of heren cipiers die ons weer de andere kant opsturen! We turen tussen kantelen door, we openen luiken die zwaar zijn. We tillen houten balken op om te kijken of deuren open kunnen, we gluren door kanon openingen en kijken door gaten de diepte van de kerkers in. En ik voel aan de muren. Ik probeer zelfs met mijn armen wijd de muren te omvatten. Maar écht niet hoor, je komt een halve armlengte te kort. Het uitzicht is adembenemend. Hier zag je de vijand echt wel van verre aankomen! Flarden van verhalen vliegen door mijn hoofd. Als ik de klimop aanschouw die de muren bedekken zie ik al prinsessen die door ridders op witte paarden gered worden. Rapunzel-achtige taferelen met blonde vlechten! Maar vooral hoor ik stoere jongens en meiden verhalen die hier de geheime club beginnen en kisten vol schatten vinden. Spiegels die je in de tijd terug laten keren.
De ridderzalen vol wapens van vroeger, knotsen, dolken, zwaarden, sla-dood, floretten doen me denken aan hoeveel mensen door hoeveel tijden heen hier de dood mee vonden. Ik zie zelfs zwaarden die met twee handen getild moesten worden en waar je wel drie mensen tegelijk aan kon rijgen! Jeetje wat een saté! Als we langs de keuken komen ruik je bijna het speenvarken aan spit! De smalle trappen zorgen ervoor dat ik blij ben dat ik niet in lange, wijde edelvrouw rokken hier naar beneden heb gehoeven. Maar diep in mijn hart zou ik natuurlijk eventjes niets liever dan dat willen!
Waar ik ook naar beneden kijk, het uitzicht is overal adembenemend! De kerktorens, de gevels, de pleinen …ik raak er niet over uitgepraat maar alles is oud. Ëcht oud!!
De koetsjes die je voorbij ziet rijden maken het nog ouder en doen je denken aan de tijden dat hier koetsen aan kwamen rijden met voorname jonkvrouwen en heren. Maar ook doet het plein je denken aan de rammers die hier met zware boomstammen aankwamen tussen hen in om de poorten van de burcht binnen te dringen. Als ze al niet door de vele kantelen door bekogeld werden met pek en kogels! Alle tijden herleven hier gewoon. Want de burcht is van vele eigenaars geweest door alle jaren heen! Je kan je daarom ook levendig voorstellen hoe het van het begin tot het eind hier aan toe moet zijn gegaan en wat voor feesten er heden ten dagen nog gegeven worden! Je zou hier toch willen trouwen! Of een musical willen opvoeren! Ik zie het allemaal al helemaal voor me!
Het Belfort.
Een belfort is een hoge, Middeleeuwse stadstoren, vaak (maar niet altijd) verbonden met het stadshuis of een stedelijke markthal. Het gebouw herbergde de stadsklokken, en sinds de 14e eeuw ook vaak een uurwerk. Ook diende hij als uitkijkpost voor de stadswachters.
Deze torens waren vaak hét symbool bij uitstek voor de macht en de onafhankelijkheid van een stad, en de trots van de stedelingen. Dat is de reden waarom er na nederlagen tegen het centrale gezag verscheidene verwoest werden of van hun luide stem werden ontdaan.
Soms kreeg een kerktoren de eer om tot belforttoren gepromoveerd te worden Met ‘belfort’ kan men ook op het houten gebinte doelen waarin klokken opgehangen worden. Zoiets staat meestal in een toren, maar kan ook los buiten voorkomen (bv. op een kerkhof).
De meeste belforten bevinden zich in het vroegere graafschap Vlaanderen. Dit is te verklaren door de turbulente geschiedenis van dit graafschap. De strijd tussen het graafschap en de feodale macht verleidde de graven ertoe om de onafhankelijkheidszin van de steden tegen de feodale heren uit te spelen. Naderhand ontstaat een verbeten strijd tussen het graafschap en de Franse leenheer, waarbij de steden zich moeten reppen om hun privileges te bewaren.
Door oorlogen en onlusten werd de bouw van het Belfort herhaaldelijk stilgelegd, zodat het bijna 70 jaar duurde vooraleer het Belfort in 1380 klaar was. Al in 1377 droeg de toren een afschrikwekkende draak, die de rechten van de burgers moest veilig stellen.
Het gebouw heeft in de loop der tijden 7 verschillende bekroningen gehad. Dat was onder andere nodig om het groeiend aantal klokken van de beiaard te kunnen herbergen. Het silhouet van de bekroning stemde overeen met de gangbare bouwstijl. In het midden van de vorige eeuw werd de houten bekapping vervangen door een gietijzeren constructie. Door gebrek aan onderhoud ging deze echter aan het roesten waardoor afbraak onvermijdelijk was. De nieuwe stenen spits, naar het 14de-eeuwse ontwerp, was net op tijd klaar voor de Wereldtentoonstelling van 1913. De beroerde verankering ervan op de oude romp leidde tot grondige restauratiewerken tussen 1967 en 1980.
De onderste ruimte wordt overspannen door een indrukwekkend kruisribgewelf. Centraal is een ronde opening uitgespaard, afgedekt door een houten luik. Dit dient om de klokken naar boven te hijsen of neer te laten. In 1402 werd de ruimte als archiefkamer ingericht. Daar werden oa. de kostbare stadsprivilegiën bewaard in een zware koffer, versterkt met ijzeren banden of zware nagels, en door middel van een ketting in de grond vastgemaakt.
Het mechanisme van het uurwerk dateert uit 1912, en moet dagelijks opgewonden worden. Met behulp van een draaizwengel trekken de uurwerk opwinders de drie zware gewichten van het slingeruurwerk op.
In deze belforttoren huist ook de “klokke Roeland”. Deze moest de Gentenaars melden wanneer de vijand in aantocht was, om de poorters onder de wapens te roepen. Ze kondigde ook hoog bezoek, terechtstellingen, de opening van de markten e.a. aan. De eerste Roelandklok, gegoten in 1314, werd samen met de beiaardklokken in 1659 gesmolten om als materiaal te dienen voor de nieuwe beiaard. Het jaar daarop goot Hemony drie grote luidklokken, waarvan de grootste de naam Roeland erfde. Sinds 1913 werd die klok elektrisch aangedreven, maar ze barstte bij het inluiden van de Gentse Feesten in 1914. Ze werd daarom te rusten gezet aan de voet van het Belfort. In 1948 werd een nieuwe klokke Roeland ingehuldigd.
Dit was iets waar Hans veel over gelezen had en behoorlijk van onder de indruk was. Nou ja, bij Hans heet zoiets…”ik vind het wel aardig”…
En ik moet zeggen dat het mij ook wel kon grijpen. De vier poortwachters beneden gaven aan dat het wel een heel effectief iets is zo’n belfort! Je zou haast zeggen dat iedere beetje behoorlijke stad een belfort moest hebben. Dat zoiets onontbeerlijk is voor het behoud en aanzien van je stad. Toch zonde dat we nu immers alleen het geluid van de sirene horen op die eerste maandag van iedere maand. Geef mij dit klokkengelui maar.
De klok heit en de klok heit….. nou ja…brand…alarm…..invallers….aanvallers….overwinning….belangrijk bezoek… (toch leuk als je als Beatrix of Balkenende zo aangekondigd zou worden)….zelfs Vitesse zou zo zijn schaarse overwinningen kenbaar kunnen maken. (de slagen van de klok geven dan het aantal doelpunten aan) 
Gelukkig gaf Belfort ons meer ontdekkingsmogelijkheden. We mochten zelf onze route bepalen en of we nou op de hoogste of de laagste of de één van de midden verdiepingen begonnen, het was hen om het even! Een vriendelijke Belgische dame wenste ons beneden al een goede reis en dat werd het dan ook.
We ontdekten het Belfort met al zijn gangetjes en erkertjes. Met al zijn omgangen en torentjes. We ontdekten als een echte Doornroosje en haar prins de klokkentoren waar niemand kwam. Jammer alleen dat geen van onze sleutels paste op de deur die ons naar binnen had kunnen leiden naar het diepste geheim van Belfort. Namelijk de klokken. Maar we konden ze zien, zien door een glazen deur. Je zag de enorme klokken en de kleinere klokken. Je zag waar de beiaard moest zitten om zijn concerten te geven. Je zag de klokhamers o zo duidelijk en je zag de kabels lopen waar de enorme gewichten aan moesten hangen een verdieping lager! Maar we konden er niet in!!! En dat deed zeer. Maar leunend tegen de deur en zittend op de stenen ongelijke trede van de smalle kronkelende trap die ons omhoog had geleid wachten we in stilte het geluid van half zes af! Je hoorde eerst het geruis…de aankondiging dat er een immens lawaai stond te wachten. Dan het ratelen van de tandwielen, dan het glijden van de touwen, het aanzetten van de hamers en dan een lieflijk getingetangel van de kleinere klokken partij. Het geweldig gedender van de grote klok bleef uit! We sprongen op om te kijken welke hamers zich bewogen en welke klokken aangespeeld werden. Het was een wonderlijk schouwspel, twee mensen met hun neus tegen een glazen deur, kijkend om wie het eerst zou zien welke klok zou luiden! En terecht merkte Hans op dat het toch jammer was dat de hamertjes het werk deden en niet de klepels! Want het geluid moest er beduidend minder om zijn beseften we!
En dan zonder veel klokgeluid horen we stem van de vriendelijke mevrouw nu door het Belfort galmen dat het sluitingstijd is. Daar heeft zij geen klok voor nodig. Enkel haar alles overstemmend stemgelui(d) We sluiten-fermé-we close…….
Maar Gent heeft nog vele geheimen voor ons! We vervolgen onze wandelingen. Langs de kanalen en grachten heeft het meeste plaatsgevonden. Hier was de handel levendig en dus het leven ook!
Overal zie je aanlegsteigertjes en kom je bruggen tegen. Bruggen in een veelheid van vormen. Stenen bruggen, gietijzeren bruggen en houten bruggen. Bruggen in bogen, bruggen die omhoog kunnen en bruggen die draaien. En juist die laatste brug vinden wij wel very interesting. Een houten brug bij het Koopliedenplein. Het lijkt een gewone houten brug. Op zich al opvallend omdat het een van de weinige houten bruggen is die je tegenkomt. De tram kan er gewoon overheen. De ijzeren rails zit in het hout gegroefd. Maar dan ontdek ik iets vreemds. Het lijkt wel een draaimechaniek. Ik probeer onder de brug door te kijken maar als ik de joekels van Belgische spinnen ontdek (steeds meer en meer) haak ik snel af! We kunnen er trouwens niet eens naar beneden. Aan de andere kant van de brug ontdekt Hans een plek waar we, als we stiekem over het hek klimmen en dan met een stalen trapje naar beneden, onder de brug kunnen kijken naar dit wonderlijk mechanisme. Zo gezegd, zo gedaan. We zijn toch al rebels vandaag. Waarschijnlijk in de wetenschap dat in deze tijd geen klokken van alarm meer gaan luiden en geen gruwelijke straffen op pijnbanken ons meer te wachten staan!
Slechts een boete zou ons ten dele kunnen vallen en euro’s hebben genoeg in ons bezit!
Sowieso omdat de prijzen van consumpties en toeristische entreegelden ons alleszins meevallen!
We klauteren naar benee en gaan gebukt onder de bruggewelven richting mechaniek. Het zit vreemd in elkaar en aangezien we geen brugbouwers zijn is het lastig te ontcijferen. Als ik al lang en breed weer boven sta vind Hans de mogelijke oplossing. Een draaimechaniek maar dan nog blijven veel zaken voor ons onoplosbaar want de brug zit voor een gedeelte in de muur en de rails houdt veel tegen dus hij zal ook opgetild moeten worden. Een brug vol geheimen dus. Maar wachten tot het ding zich in werking zet zal wel wachten tot St. Juttemis zijn (die hier overigens niet in kerken vertegenwoordigd is) en we willen eigenlijk nog veel meer zien want ondertussen heb ik ook alweer een balkon ontdekt! Oh, jullie kennen mijn passie van balkons nog niet. Nou dan zal ik dat snel uitleggen. Al sinds wij met uitstapjes begonnen zijn en ik een mega groot balkon in Wageningen ontdekte heb ik de neiging me al schrijdend de trappen op te wagen en even wuivend en met mijn hoofd neigend naar het volk op de balustrades te staan!
Het moet dan wel een balkon met hoofdletter B zijn natuurlijk! Hans kent mijn passie zoals ook ik zijn passies ken van verborgen plekken ontdekken en vooral daar in gaan waar het niet mag en strikt verboden is We zijn wel aan elkaar gewaagd tijdens onze uitstapjes. Ik ga mee naar de verboden plekken (al ben ik daar zelf ook erg vatbaar voor hoor)! en hij waagt zich mee op de balkons in zoverre die toegankelijk voor publiek zijn.
We hebben geluk. Het balkon, nou ja, het enorme balkon zelfs, is op te komen door een ijzeren hekje te openen! Ik schrijd echt naar boven hahahaha en zwaai daadwerkelijk naar het Belgische volk dat er natuurlijk net op dat moment niet loopt. Wat een enorme gerechtszaal ontdek ik daarboven. Wat voel je je schuldig als je daar naar binnen moet. Veel schuldiger bedenk ik me dan in het Paleis van Justitie in Arnhem waar je bijna liefdevol opgevangen wordt in vergelijking met dit magistrale gebouw en die hoge, holle, lege zaal vol koud marmer. Dan schrijd ik weer naar beneden terwijl ik kijk naar de brede trapleuningen waar ik met alle liefde, met gevaar voor eigen leven, ook vanaf zou willen glijden. Aan de andere kant van de trap blijkt het hek gesloten zodat we genoodzaakt zijn ten tweede male de trap te bestijgen en aan de andere kant weer af te dalen. Ik hang nog een keer over het balkon. Vast niet “lady-like” maar wel lekker!
Het zijn zoveel indrukken die je in Gent voor je kiezen krijg! Het is vreemd maar in een grote stad als Parijs of Londen kan je makkelijk dagen rondhangen maar hier is zo verschrikkelijk veel geschiedenis en je hoofd schiet zo vol dat ik het niet langer dan een paar dagen zou volhouden! Gewoon terug gaan lijkt me de optie maar pas als je dit allemaal verwerkt hebt!
Elk huis dat je ziet, elk gebouw dat je tegenkomt heeft een verhaal. Heeft een bouwstijl. Heeft een tijdsperiode achter zich staan. Heeft een plaats in de geschiedenis. En ze staan allemaal door elkaar en eigenlijk zou je overal de geschiedenis van moeten kennen. Ik zag zoveel, zo ongelofelijk veel en als ik nu terug kijk op internetsites denk ik “ach zat dat verhaal erachter” of “tjonge had dat huis ook al een verhaal”. Of het nu om een huis gaat, een gebouw, een winkel, een postkantoor, een kerk of noem maar op. Elke gevel, elk raam, elke muur of wat dan ook daar steekt iets achter! Vermoeiend….heel vermoeiend….. Want je komt ogen en oren tekort! En vooral kennis…..
Dan het nachtleven van Gent. Het geeft je de rust die je zo hard nodig hebt na al die indrukken van de dag! Ik had al gelezen dat Gent bij nacht mooier moet zijn dan de lichtstad Parijs zelf. Dat kan niet dacht ik nog. Maar het kan dus! Het dus wel degelijk wel!
Terwijl ik op een terrasje zit te genieten van al het moois om me heen in de schemering en de klokke Roeland die half negen heeft geslagen, gaat dagelijks om kwart voor negen heel voorzichtig alle verlichting aan. Heel voorzichtig zeg ik omdat de lichten niet direct voluit kunnen. Die komen langzaam op gang!
De straatverlichting, modern of antiek begint oranje op te lichten. De lichten van de trams gaan aan. Alle lampen die de fonteinen, de kerken, belfort, geveltjes of klinkers moeten sieren zwellen sterker en sterker aan. Van geel en oranje maar ook sinister blauw. Al naar gelang het gebouw zijn uitstraling in de nacht wil hebben, kleuren de lichten!
De gevels van de huizen zelf hebben lichtslingers om hun kozijnen. In de fonteinen onder water zitten zelfs lichtspotten. Het lijkt de Efteling wel. Een sprookje wordt de stad. Een sprookje bij duizend en één nacht. En vooral deze nacht. En of het sprookje niet compleet is vullen de straten en pleinen zich emt muziek. Geen harde discomuziek. Integendeel. Zachte strijkkwartetten, of ludieke maar ingetogen acrobatenacts, gitaarmuziek of andere zoete klanken die je niet thuis kan brengen. Jongeren hangen romantisch aan de grachtjes. Ouderen pikken terrasjes die al even feeëriek belicht en aangekleed zijn. Mensen lallen niet en praten niet hard om elkaar te overstemmen. Ik weet gewoon niet wat er gebeurt. Zo’n serene rust en gezelligheid!
Ik kan het niet eens allemaal vangen in mijn fototoestel. Ik baal en pak mijn andere toestel in de hoop dat die iets van de sfeer kan weergeven die ik nu meemaak en wat ik hier zie.
We lopen te genieten van al het moois wat Gent dus ook ‘s nachts te bieden heeft. Dan komen we een zigeunerfamilie tegen met instrumenten onder de arm. Ze stellen zich op bij een terrasje en beginnen hun muziek. Hans en ik weten een plekje te bemachtigen bij, zoals later blijkt, café keizer Karel, en genieten van de zigeunerklanken. Eerst langzaam en dan opzwepender. Maar hoe dan ook, veel te kort allemaal want voor we het weten loopt één van de zoons al rond met zijn bakje om het geld op te halen. Even later horen we op een ander terras dezelfde klanken. Een variërend repertoire kennen de heren kennelijk niet.
Maar het geeft immers niet. Het gaat hier allemaal om de sfeer en het verhaal. Het gaat hier allemaal om Gent. Echt een stad die enorm de moeite waard is en ik kan het weten want ik zat middenin het verhaal……
Een verhaal…dat eigenlijk niet eens na te vertellen valt……