View: 4

Praag 2007

19 februari 2007 We hebben nog maar een uurtje of twee geslapen als de wekker alweer gaat. Toch niet omuitgerust…
Uncategorized

praag_119 februari 2007

We hebben nog maar een uurtje of twee geslapen als de wekker alweer gaat. Toch niet omuitgerust maar nog meer opgewonden staan we binnen no time naast ons bed. Vandaag gaan we immers naar Praag en een vliegtuig wacht niet dus opschieten maar.

Ik treuzel langer dan me lief is.

Dit keer ga ik met een minder ontspannen gevoel op vakantie omdat het vroeger de kinderen achtervolgde door acties die misschien dan wel goed bedoeld maar zeker niet doordacht, gewenst en gepast waren. De kinderen mij geruststellend maar onrustig achterlatend en met een kop vol zorgen neem ik mijn koffer ter hand en vertrek richting Schiphol, Willem knikkebollend naast me.

Het getreuzel heeft me langer bezig gehouden dan ik wilde en ik zal flink door moeten karren wil ik op schema blijven. Half vijf wil ik persé op de parkeerplaats P3 staan.

Met een gangetje van 150/160 km per uur vlieg ik over de autobanen. Meer kan ik van mijn kleine groene Nisannetje niet verlangen. Maar het is genoeg om een klein uurtje en een flitsende paal net op het einde van mijn traject later, precies om half vijf P3 op te draaien.

Ik draai de invalide parkeerhaven per ongeluk op maar vind nog net een parkeerplaatsje heerlijk dichtbij de bussen en zonder invalidenbordje. Tja, een tweede bekeuring had ik niet kunnen trekken want ik verwacht dat deze al flink uit de kluiten gewassen zal zijn als je veel meer dan 20 km te hard over ’s Heeren wegen vliegt.

Met de koffers hoeven we in ieder geval niet zo’n eind te zeulen en voor we het weten stappen we in de bus die al klaar staat om ons op te vangen en naar de vertrekhal te brengen.

Het electronisch inchecken is tegenwoordig een fluitje van een cent en ik deins er niet meer voor terug. Flauwekul eigenlijk als je toch je koffers nog apart naar de incheckbalie moet brengen. Maar goed, heren en dames grondpersoneel zullen wel weten waarom dit handiger is.

Als alle formaliteiten achter de rug zijn en we de zware en versterkte douanecontrole door zijn, slenteren we door de gangen van Schiphol, wachten in een lange rij mensen om een kop koffie te scoren, ligt Willem alweer half knikkebollend op het tafeltje tussen de koffiekopjes en het broodje gezond en kijk ik naar de vliegtuigen die af en aan vliegen, wetend dat ongeveer op dit tijdstip onze verloren vriendin van de kliek uit Australië terugkeert. Gek idee dat wij op punt van vertrek en zijn op punt van aankomst staat.

Eenmaal voor de bank sta ik ongeduldig onder een half geopend rolluik de dames achter de balie te observeren of ze met hun luie gatten dat luik eens niet verder omhoog zouden gooien omdat ze al over de openingstijden heen zitten, ons vliegtuig niet wacht en ik toch wel erg graag nog wat koruna’s in handen wil hebben voor mogelijk onverwachte zaken die ons in Praag te wachten zouden kunnen staan.

Met een stapel vol bankbiljetten, ongeveer 3000 koruna’s voor 100 euro rennen we even later naar Gate B48. De mensen zijn al aan het inckecken maar zo’n haast hadden we nou ook weer niet hoeven maken want hier staat ons een tweede verzwaarde controle te wachten.

Weer doen we alles af en uit en hijsen het weer aan en op en in alvorens de tickets en paspoort tevoorschijn te halen om het vliegtuig in te kunnen. Maar dan zitten we toch eindelijk op stoel 14 E en 14 F en wachten op vertrek. Het zal wel door het ochtendtijdstip komen maar er blijken mensen dubbel geboekt te zitten en er komt zelfs een passagier niet opdagen waardoor de bagage eerst weer uit het ruim moet en wij dus een ietsepietsie vertraging hebben. Enfin, uit ervaring weet ik dat dit in de lucht wel weer ingehaald wordt en de piloot het kerosinepedaal wel wat harder in zal trappen.

Dan is het eindelijk zover. Willem houdt zich alweer met bezwete handen vast aan de stoel voor hem en met donder en geweld trekt de piloot de vogel de lucht in.

Boven de wolken is het ochtendgloren. De zon komt roodgloeiend op. Het is een fraai schouwspel waar we allebei van in dommelende slaap vallen en zelfs amper de tijd nemen voor een kop koffie en broodje. Ik moet dan ook lachen als Willem zijn slaperige hoofd in een plastic bekertje sinaasappelsap steekt en er met druppels aan zijn neus er weer uit haalt. Niet zozeer omdat het HEM overkomt maar omdat mij een paar minuten geleden precies hetzelfde overkwam. Uit die bekertjes valt namelijk niet normaal te drinken.

De dommelslaap is alleen niet van lange duur want voor je het weet wordt de landing alweer ingezet. Amsterdam Praag is slechts een kleine vijf kwartiertjes vliegen. Het geeft me een geruster gevoel als ik aan de kinderen denk. Zo ver weg ben ik dus ook weer niet.

We zien in de grauwigheid van de nevellucht de letters PRAHA opdoemen als de wielen de grond weer raken.

En als Willem zijn doorweekte handen van de stoel voor hem af heeft kunnen we het vliegtuig verlaten om nieuwsgierig een blik in het Praagse vliegveld Ruzyne te werpen.

Sacherijnige douanes kijken ons door hun douane loketje aan. Ze zeggen niets en antwoorden niet als we ze goedendag wensen. Zal wel vroeg zijn voor ze denk ik nog optimistisch en niet wetend wat ons allemaal nog te wachten staat.

Als we de koffers hebben en de aankomsthal inlopen ontdekt Willem de man met het bordje le Comte – Lindeman. Het is de privé taxi die ons door Praag zal loodsen richting hotel Prague Centre Plaza.

En al rijdende voel ik het al. Hetzelfde gevoel als toen op Karpathos. “Dit gaat het niet worden”!

Hoe mooi de gebouwen zijn die ik zie opdoemen, hoe mooi de heuvels en de Moldau ook ogen, deze stad leeft niet!

We rijden door drukke straten vol verkeer en voetgangers die op weg zijn naar hun werk. Ze lachen niet, ze glimlachen niet, ze praten niet met elkaar, ze lopen alleen maar of staan met een vlak gezicht voor de oversteekplaatsen.

Zouden ze hier allemaal een ochtendhumeur hebben? Is het misschien omdat het maandag is en ze allemaal net een fijn weekend achter de rug hebben en geen zin om te beginnen?

Veel tijd om erbij stil te staan heb ik niet. We ontwaren gebouwen die we herkennen uit de reisgidsen en van Google en dit neemt ons dusdanig in beslag dat we niet eens doorhebben dat we ineens de stoep oprijden voor het hotel.

Het is een statig hotel van zachtgele kleur. We belanden in een marmeren en poep schone hal met een bruine strakke balie waar we ons kunnen inchecken. De paspoorten mogen we houden als we maar een formuliertje invullen. WE krijgen onze creditcards, oh jeetje het is weer zo’n hotel, en worden verwezen naar de tweede verdieping kamer 210. De lift is daar en de koffers worden niet gedragen, die kan je zelf meenemen. Weer geen “veel plezier of plezierig verblijf” en ook geen “goedmorgen”. We ploffen de koffers in de gelukkig ruime lift en drukken op de twee. Geruisloos worden we naar boven gezoefd en zien een aantal deuren waarvan ik natuurlijk prompt de verkeerde inga waar de creditcard overigen wel in paste.

Eindelijk vinden we de goede deur van de goede gang die de goede deur van de goede kamer huisvest.

En tjonge, zo clean en proper vind je tegenwoordig geen hotelkamer meer.

Het bed is strak opgemaakt de handdoeken zijn zo wit als een melkgebitje en in de badkamer is nog geen vlekje of vies naadjes tussen de tegels te vinden. De televisie bestaat uit een flatscreen maar voor de rest is het sober en degelijk. Een degelijk bureau en een degelijk bed.

Echt vriendelijk zou ik de kamer niet noemen.

Ach, we doen hier toch alleen de ogen dicht en dat doen we dan ook direct als we de zachte donsdekbedden onder ons voelen. Eerst maar eens een stukje nacht inhalen.

Als we twee uurtjes later wakker worden en het nog maar net middag is, zijn we al een stuk uitgeruster en hebben nog een hele dag voor de boeg! Normaliter zouden we in de vakantie immers ook rond deze tijd pas wakker worden. Nu eerst dus maar eens een plek opzoeken om te brunchen.

Onwennig stappen we de Praagse straten van verkeer en drukte omgeven in. Oké Praag leeft dan nog wel niet maar druk is het er wel. En van de zebrapaden klopt ook geen bal want je loopt verloren driehoeken voordat je aan de overkant van de straat komt waar je zijn wil. Voordat je de ondergrondse oversteekplaatsen ontdekt hebt ben je ook al weer een paar straten verder en dan moet je ook nog maar gokken of je goed uitkomt.

Maar uiteindelijk komen we op een drukke winkelstraat vol eetkioskjes en cafeetjes. Het eerste het beste dat ons vrolijk en gastvrij oogt, duiken we in.

Maar het oog bedriegt want binnen heerst een ingetogen en beheerste sfeer die niet alleen ongastvrij lijkt maar in onze ogen ook is. Er komt een man bij je staan die aanneemt dat je een goedemorgen hebt en deze dus niet wenst en die verwacht dat je je bestelling doet, zonder hierom te vragen.

Willem bestelt iets dat hem lekker lijkt maar als hij de zuurkool op zijn bord ontdekt, iets dat dus het enige is dat deze alles- en veel eter niet lust, moet ik lachen. Toch bijt hij zich door de zure kool heen die achteraf best mee blijkt te vallen omdat het niet is of het rode kool is die er wit uitziet.

Mijn maaltje bestaat uit een groot rond knapperig uitgehold brood waar zich aardappelsoep in bevindt. Ik smul als een nieuwe! Want én het brood is heerlijk maar de soep is het neusje van de zalm al weten die Tsjechen nog zo met anijs en kruidnagels en nootmuskaat de smaak van de aardappeltjes te verbloemen. Als mijn bord leeg is terwijl Willem zit te eten wordt mijn bord al opgehaald. Natafelen kennen ze blijkbaar niet in Tsjechië.

Als we betaald hebben, geen goedendag ontvangen hebben en we ontdaan de deur achter ons sluiten lopen we de straten van een grauwsluierig Praag in. Het weer zit vandaag niet mee maar zal wel optrekken de komende dagen wordt voorspelt. De Praagse koude went snel. Het is er wel een graad of 7 kouder dan in ons kikkerlandje en dat merkten we zeker wel toen we uit het vliegtuig stapten maar de doorgewinterde Hollandse kikkerhuid is veel gewend en past zich snel aan.

We lopen door de straten van Praag. Wandelen is wat we de komende dagen veel zullen doen want ik ben geen taxi, metro of busganger. Grote gebouwen doemen steeds meer op. Mega grote winkels die ook wij in Nederland kennen lichten je tegemoet. Willem die vanaf vertrek als zijn Tommy Emmanuel cd’s miste is hoogst verbaasd als we bij toeval een straat oversteken om een muziekinstrumentenwinkel te bekijken en daar op een muziekstandaard een songboek van zijn Tommy ziet staan. Eventjes kan Praag voor hem niet meer stuk en vanaf dat moment bekijkt hij elk pamflet met concertagenda’s in de hoop DE Tommy te mogen horen optreden hier in plaats van pas eind april in Doetinchem. Van de verbazing bekomen wandelen we rustig verder.

Overal staan kioskjes met wel acht verschillende soorten bradwursten. bier, becherovka, warme wijn en andere alcoholische dranken worden er ook verstrekt. De Tsjechen drinken gewoon op straat.

Maar wij zijn op zoek naar de Karlsbrug. De brug waar iedereen die ooit in Praag was, over heeft.

Waar Willem alle gevoel voor oriëntatie mist heb ik het geluk in overvloed en aangezien Willem de kaart van Praag vergeten is en mijn kaartjes in het Marco Polo boekje ook niet veel uitkomst bieden met zo’n los systeem, zal ik ook echt op het gevoel af moeten gaan.

En zo ver zit ik er niet naast! We komen in ieder geval aan de Moldau uit al is het dan een brug of drie te ver.

We slenteren langs de Moldau over het kleine boulevardje dat er langs loopt en zien de gammele rondvaartbootjes hun passagiers vervoeren. Gelukkig heeft elke brug een naamplaatje maar als we in de verte een hele oude brug zien opdoemen weten we al zeker dat dit de Karlsbrug moet zijn.

Hij is inderdaad adembenemend mooi en oud en vooral druk. Je kan er niet rechtstreeks vanaf het weggetje langs het water komen en we moeten dus een stukje de stad in. Aan de matrozen die je verleiden voor een boottocht kunnen we zien dat we dichtbij de brug zijn. Dan doemt de grote toren met poort voor ons op die toegang verschaft tot de brug.

Het uitzicht vanaf de brug is geweldig. We kijken onze ogen uit. En de beelden die erop staan zijn majestueus en indrukwekkend. Ik mis alleen de straat muzikanten en poppenspelers.

Wel staan er tientallen portrettekenaars en verkopers met schilderijtjes, foto’s en sieraden.

Tussen al de verrijdbare karretjes staat een oud mannetje met een klein orgeltje waar een nep aap op zit. Hij speelt zijn deuntjes en iedere keer als iemand hem wat geeft dan tilt hij zijn hoed op. We weten dan nog niet dat dit het enige beleefde gebaar is dat we deze vakantie zullen ontmoeten.

Iets verder staat een enorm kruis. Het raakt me als ik Willem ervoor zie staan, opkijkend naar de hoogte en ineens zo klein.

We slenteren over de brug verder, bekijken de waar van de venters maar vooral kijken we over het water, de bruggen in de verte en de overkant. Het is een mooi schouwspel vanaf hier!

Slenterend over de Karelsbrug besef ik me dat de naam van Praag (Praha) wel toepasselijk gekozen is. Praag betekent oversteekplaats en zo lopend over de brug voel je je ook daadwerkelijk oversteken. Oversteken van de Oude Zijde waar vroeger de handelaars zich bevonden naar de Kleine Zijde waar de burcht zich bevindt en dus de adellijke kant is.

Aan de kleine zijde aangekomen worden we geconfronteerd met het geluid dat al steeds door Praag waart; de sirene van de ambulance. Nooit hoorden we een zo oorverdovend lawaai van sirenes als hier in Praag. Al zou je al dood willen gaan dan nog zou dit geluid je in je doodsslaap storen en haal je het wel uit je hoofd om te sterven! En als voetganger weet je ook niet hoe snel je aan de kant moet komen.

We gaan de Kleine Zijde vandaag nog niet helemaal verkennen. Dat bewaren we mooi voor een andere dag! We ontdekken een knus uitziend bij een hotelletje behorend cafeetje. En als we binnenkomen beantwoord het beeld aan onze verwachtingen. Geurend houten wanden en vloeren met gezellige tafeltjes en vooral goede muziek. Een alweer ontevreden uitziend persoon komt aan onze tafel staan en wij bestellen bier en wijn. De wijn stelt niet veel voor. Als je een glas bestelt dan krijg je een klein flesje en van de alcohol die er in zit zal je niet gauw dronken worden. We komen dus wel thuis vanavond. Willem krijgt echter een gals bier waarvan je stijl achterover slaat. En dan komen we met de volgende Tsjechische gewoonte in aanraking. Want als je glas nog een bodempje drank overheeft wordt er zonder pardon gewoon een nieuw glas voor je neergezet. Normaliter getuigd dit van goed gastheerschap maar bij het vierde glas beginnen we het toch irritant te vinden.Enfin, ze krijgen het wel voor elkaar dat we in ieder geval ons maaltje daar nuttigen.

Ik ga maar voor de braadworst en Willem voor de kippenvleugels. Alweer een gewoonte die we niet kennen is dat je alles apart moet bestellen in Praag. Doe je dat niet dan krijg je alleen een bord vlees voor je neus. Een mandje brood krijg je wel altijd. Laat je het staan dan hoef je het niet te betalen, eet je ervan dan komt het apart op je rekeningen. Maar ja van brood en vlees alleen wordt je ook niet gezonder dus halverwege dan toch maar wat sla en patatjes bestellen.

Als het bier wat uitgewerkt is en de maaltijd genuttigd vind ik het de hoogste tijd om de landsdrank van Tsjechie te gaan uitproberen; de becherovka. Voordat Willem het goed en wel uit kan spreken zijn we al drie glaasjes verder. De eerste slok even doorslikken maar halverwege je glas begin je al verslavingsverschijnselen te vertonen en de wordt de drang naar een volgend glas van deze kruiden godendrank steeds groter. Als we merken dat we echt niet verder moeten gaan nu omdat Willem inmiddels zelfs voor 350 koruna’s (meer dan tien euro) drie rozen voor me koopt, stappen we op, we hebben immers nog een flinke trippel voor de boeg. En in het donker is mijn oriëntatievermogen toch van iets mindere kwaliteit.

We vinden de brug al snel weer. Het is wel een brug waar je steeds weer nieuws ontdekt. Nu zien we een groot verweerd beeld vol duivenpoep maar met twee blinkend gouden plakkaten op de voorkant die gretig door toeristen worden aangeraakt. Het schijnt geluk te brengen.

Noot Willem: Ik raak dat beeld niet aan voor een beetje geluk, ik raak liever jou aan!

Het kan natuurlijk door het teveel aan genuttigde drank komen maar de kou trekt ons nu aardig in de benen. Het is minstens 6 graden onder nul als we de weersberichten mogen geloven. En dat voelen we! We trekken de capuchons over onze hoofden en de sjaals wat dichter om de nek en lopen zo een met oranje en goudlicht overgoten stad Praag in. Het is een prachtig gezicht al die goudkleurige en oranje lichtjes die de gebouwen en bruggen verlichten. Praag bij nacht is beduidend anders dan Praag bij dag. En al snel zijn we de kou vergeten en kijken de ogen uit. Tijdens de wandeling door de stad zien we vooral winkels met marionettenpoppen en glas.

Noot

Wampie: Ik heb niks met glas.

Willem: Ik ook niet maar wel met breekbaar!

Hoe ik vanavond ook op de irritant kleine en losse kaartjes in mijn gids kijk, ik kom er nog niet uit. We zijn nog te kort in de stad om ons een voorstelling van de inhoud te kunnen maken. Na twee uur wandelen houden we dan ook maar een taxi aan die ons voor 200 koruna’s (nog geen 7 euro) naar het hotel brengt. En hij kent wel de weg merken we als hij pijlsnel door de hobbelige straten van Praag crosst.

De becherovka zorgt voor een intense slaap. Maar niet nadat we de slappe lach hebben over de woorden met M die ineens gezegd worden. Wat Willem een MOOI moment noemt, noem ik een MOEILIJK moment en uiteindelijk verbasteren we alles in M. Mekker Mapen en Morgen Mezond Meer Mop! Mekker Mik Mook lach ik en zet de drie rozen in een glas water zet.

Rare stad Praag maar wel lekkere drank is het laatste dat we tegen elkaar zeggen voor we inslapen.

 

20 februari 2007

Zo…… goeiemorgen…….!

Die becherovka voel je dus de volgende ochtend nog. Het ligt niet alleen zwaar op de maag maar vooral zwaar op het hoofd. Tjonge wat een heftig spul! Daar moeten we de komende dagen voorzichtiger mee omgaan besluiten we.

Te laat voor het ontbijt zijn we ook al dus die moeten we ook elders nuttigen want Willem wil zijn ochtend eitje toch heus niet missen! Na een verfrissende douche die slechts deels je kater wegwerkt stappen we de hotelkamer weer uit maar niet na we, de instructies van de receptie nog goed in het hoofd hebbend, het kaartje “clean room” hebben opgehangen.

De kater valt mee. Het is niet dat je er ziek van bent maar je hoofd voelt ongeveer twee keer zo groot aan zeg maar. Voordat we het hotel verlaten boeken we eerst een trip voor morgen naar Theresienstadt. De receptionist is ons gereserveerd en ingetogen behulpzaam. Hij belt en daarvoor moeten we hem 600 koruna’s provisie betalen maar hij wenst ons geen goede reis morgen. Nee, ze zullen eens vriendelijk zijn! Met twee tickets voor morgen op zak stappen we het hotel gedesillusioneerd uit.

We willen vandaag een tocht naar de Burcht maken. Ik eis alleen dat er eerst een goede stadskaart wordt aangeschaft. Dat geklungel van gisteren ben ik meer dan zat!

De kaart komt er wel maar eerst ontbijten. Gelukkig weet ik het tentje waar we gisteren de lunch nuttigden, het nationaal museum als herkenningspunt nemend, nog te vinden.

Om nu al aan de soep te gaan gaat me te ver dus bestel ik maar een omelet die Willem toch zal opeten als ik er een paar hapjes van genomen heb en Willem gaat voor de bacon en eggs.

Het brood in het mandje smaakt me heerlijk. Zout brood….mmmmmm…..dat zouden ze ook in Nederland moeten hebben. Meestal moet ik ervoor naar Duitsland en hier ligt het overal zo voor het grijpen.

Na drie koppen koffie en de eieren, houden we het voor gezien en zonder dat we bedankt worden voor de fooi en zonder goedendag te worden gewenst verlaten we de tent weer.

De mensen lopen mat door de winkelstraten, geen glimlachje is op de gezichten te bespeuren en zelfs de jongeren zijn hier niet jeugdig terwijl ze toch allemaal petjes ophebben en veel zakken op de broek dragen als echte skaters. Ze groeten elkaar niet of nauwelijks maar gaan direct uitdrukkingsloos met elkaar aan de praat. Ik let erop omdat overal gewaarschuwd wordt voor zakkenrollers in Praag. En je zou inderdaad kunnen denken dat de samenscholing van de straatjongeren daar op wijst. Geen gezellige gesprekken en geen straatspel maar in groepjes hangen en emotieloos kletsen met een glas drank in de ene hand en een, nog zeer betaalbare in Tsjechie, sigaret in de andere.

Zo gaan ze ook weer uit elkaar zonder te groeten.

Onbegrijpelijk volk voor ons. En of ik eraan kan wennen deze vakantie…………????

Ook Willem heeft er moeite mee. We missen de wisselwerking. Je wilt graag de schoonheid van de stad met ze delen, je wilt die band wel opbouwen maar ze trekken zich terug, zonderen zicht af, zijn gesloten als oesters en laten je niet in hun hart. Hartverkillend volk! Helemaal als we op een klein marktje een standaard met maskers tegenkomen en daar bovenaan het gezicht van Hitler zien hangen. Ook andere grote dictators en machtswellustelingen hangen ertussen. Zou dit nou voor de gein bedoeld zijn om ze belachelijk te maken of kan dit zomaar? WE snappen er geen snars meer van. En vragen kan je niet want de taalbarrière is groot, zeker bij dit marktvolk dat je weliswaar als toerist alles wil verkopen maar alleen een bedrag kan opschrijven om je te vertellen wat iets kost. We lopen maar snel door om deze aanblik te vergeten.

Als ik mijn stadskaart heb en eindelijk zicht op hoe deze stad in elkaar steekt, vervolgen we onze weg naar de Moldau. Moldau, herkenningspunt der herkenningspunten! Ik verbaas me over mezelf dat ik dacht dat de stad precies andersom gebouwd was. Dat de kleine Zijde de Oude was en andersom. Maar niets is minder waar dus moet ik zelf maar andersom gaan denken. Het duurt even voor ik alles door heb maar dan steken we toch al gauw een brug over naar de steile paden die ons naar de burcht moeten leiden. Als we aan de overkant zijn halen we diep adem en nemen de eerste stappen op het ontzettend steile pad naar boven de eerste stappen naar het grootste burchtcomplex ter wereld. Met de handen op de rug stappen we stap voor stap naar boven, het gevoel in de kuiten en bovenbenen negerend.

Je krijgt er dan ook wel wat voor terug merken we als we eenmaal boven zijn. Het uitzicht beneemt je letterlijk de adem. Nu al de adem, want we zijn nog niet eens op het hoogste punt van Praag. Dat willen we weer voor een volgende keer bewaren. Jammer dat het nog een beetje nevelig is in Praag en de zon niet volop de wateren van de Moldau en zijn bruggen feller kleurt.

Helemaal bovenaan staat een kunstobject of misschien wel herdenkingsmonument waar we de herkomst toch niet van kunnen traceren want de Pragenaren menen, geen rekening houdend met de velen toeristen, alles in het Tsjechisch te moeten vermelden.

Dan maar een prieeltje induiken voor een kop koffie en door de ramen van het uitzicht genieten. We zijn de enigen in het tuinhuisje en verveelt bedient de ober ons van twee koppen, gelukkig wel goede, koffie. We bestellen nog een tweede en als we willen betalen is de man in geen velden of wegen meer te bekennen en wachten we, nu met uitzicht op een verliefd stelletje dat elkaar buiten staat te verkennen, een kwartier tot hij terugkeert. Tja zo zijn wij Hollanders dan ook wel weer.

We lopen door het ellenlange park met zijn beelden en fonteinen, de grot van Zeiffer, wie is die man?, en komen natuurlijk daar uit waar we niet uit wilden komen. Maar er is geen weg terug en we zullen de hele lange, minimaal maar wel degelijk hellende en dus tergend pijnlijke straat, langs een soort van Efteling muur, achter de burcht af moeten lopen om bij de ingang te komen.

En als je er dan bent vergeet je ook direct de pijn in je kuiten en bovenbenen want je komt op een klinkerweggetje waar je in de verte de witte burcht al in vol ornaat ziet staan. Een fikse poort met twee Tsjechische vlaggen aan weerszijden nodigt je uit zijn binnenplaatsen te betreden. Van buiten is de poort dan wel van wit steen maar van binnen zijn de muren roze. Nu begint ook de zon te schijnen en dat geeft het een en ander toch een lieflijke aanblik. We kijken onze ogen uit naar de majestueuze eenvoud en slenteren van binnenplaats naar binnenplaats tot we de ingang van de St. Vitus kathedraal zien opdoemen. Werkelijk in alle opzichten een schitterende kerk die maar heel eventjes aan de Notre Dame in Parijs doet denken maar Parijs haalt het toch niet bij dit prachtgebouw met zijn gewelven, torens, vele gigantische glas in lood ramen en gevels.

We moeten wel betalen om de kerk in te komen maar de entree prijzen van dit soort dingen in Praag zijn ronduit goedkoop dus hebben we in een mum van tijd de beslissing genomen de kerk in te gaan. Gij zult van mijn huis geen koophuis maken zei Jezus ooit, nou ja laten we het erop houden dat het geld kost dit fenomeen in stand te houden en daarvoor betalen. En misschien zelfs nog wel een bijdrage leveren aan de armen van Praag al heb ik daar weinig fiducie in.

Het interieur van de kathedraal is een aaneenschakeling van kleurenspel. Zoveel en zoveel glas in lood heb ik nog nooit gezien en de zon die er nu volop in schijnt geeft een kleurenspel

die zijn weerga niet kent.

Met ingehouden adem kijk ik op naar de grote ramen en bedenk me hoeveel werk die minuscule kleine stukjes glas in lood aan werk gekost moeten hebben. En hoe heeft de kunstenaar die kleuren bij elkaar gevonden. Het is van een schoonheid die nauwelijks te beschrijven valt. Maar het is veel….. veel te veel en al snel ben je verzadigd. Ik kijk alleen nog naar het graf waarvan het baldakijn door vier zilveren engelen vastgehouden wordt. Maar dan zit ik vol en is het genoeg.

Willem heeft het al eerder gehad met de kerk. Er valt gewoon teveel te zien en je zou een keer terug moeten komen om de rest in je op te nemen. Voor ons zijn deze eerste indrukken echter voldoende om mee naar huis te nemen. We zijn immers maar vijf dagen in Praag waar nog meer te zien en te bekijken valt.

Ik wil persé naar het Gouden Straatje waar de gidsen vol van staan. Maar wat een zoektocht want natuurlijk staat alles weer in het Tsjechisch. Eindelijk zie ik in het engels echter Golden Lane staan met een kronkelige pijl waarvan je maar op de gok moet hopen dat je goed loopt. Mijn haren rijzen me te berge als ik merk dat je het straatje niet zomaar in kan lopen maar dat je er nog voor betalen moet ook.

En nog bozer en gefrustreerder word ik als blijkt dat je tickets moet kopen maar alleen in het Tsjechisch staat waar en hoe.

Het loopt al tegen het eind van de middag en elk mogelijk huisje waar ik die tickets zou kunnen krijgen heeft een gesloten deur. Dan is de wachter voor het poortje de vragerijen van de medetoeristen blijkbaar beu en hij laat ons zonder ticket en zonder te betalen door. Dat hij het beu is of dat hij het goed bedoelt is echter niet van zijn gezicht af te lezen, zijn pokerface kijkt ons emotieloos zonder lachje of irritatie na.

Heen en weer geslingerd en verward word ik hiervan. Eerst die uitdrukkingsloosheid en dan weer belanden in een vreselijk lieflijk straatje waar ooit Kafka zijn boeken schreef.

Het is te lief om uit te leggen hoe het daar uitziet maar het zijn mini kleine gekleurde huisje met piepkleine kamertjes en lage plafonds waar allerlei ambachtelijk winkeltjes of kleine museumpjes in te vinden zijn.

In het oude huisje van Kafka zelf verkopen ze boeken van de schrijver zelf maar ook vooral kinderboeken over Tsjechische sprookjes. De verleiding is groot er eentje te kopen maar aangezien ik geen Tsjechisch kan lezen laat ik het maar.

In het cafeetje van Kafka drinken we bier en warme wijn en boven de galerij bezichtigen we wat harnassen en oud oorlogstuig. Willem en ik zijn niet weg te slaan uit het piepkleine muziekwinkeltje waar de zelfgemaakte instrumenten te kust en te keur te koop liggen. Vooral de fluiten trekken onze aandacht. In het houten speelgoed winkeltje vindt Willem de cadeautjes voor zijn kleintjes. Twee grappige muizen aan een ijzerdraadje die als je eraan trekt op en neer bewegen.

Voor Isa doe ik het niet want ik ben van plan een hele mooie Baboeschka, wat oma betekent, te kopen. Ik zie die oogjes al glunderen als de moeder pop open maakt er weer een popje uitkomt en nog en nog een en nog een…..

Als de zon weer verdwijnt en de maan op begint te komen verlaten we dit straatje en gaan de lange trappen af die ons weer beneden zullen brengen. Heerlijk gevoel als ik merk dat Willem en ik in hetzelfde ritme de trappen afdalen, een vertrouwd gevoel van elkaar aanvoelen bekruipt me. De Karelsburcht was toch wel een mooie ervaring en we hebben er een groot gedeelte van de dag doorgebracht. De museums interesseren ons dan wel niet zo maar de architectuur, de kerk, de binnenplaatsen, de tuinen en de kleine steegjes van het complex des te meer. Maar nu knort de maag en we hebben besloten in ons bekende café restaurantje Svateho Vaclava te gaan eten.

Al met al hebben we al zo’n twintig kilometer erop zitten vandaag beseffen we ons. Toch lopen we vrolijk verder over de pleinen en drukke straten want de winkels in Praag zijn zelfs in dit jaargetijde tot heel laat open.

De stad is druk ja maar leven doet hij nog steeds niet. Zelfs niet nu de avond valt en de mensen uitgaan. Het grote plein is vergeven van de toeristen die vooral in drommen om de astrologische klok verzameld staan. We duiken de kleine steegjes vol winkeltjes met marionetten en glaswerk in, dan de drukke grote winkelstraat op maar hoe we ook lopen, ik vind de straat die we hebben moeten niet. En het moet hier toch echt in de buurt zijn. We lopen en lopen en komen uiteindelijk weer bij de Moldau uit maar dan aan de andere kant van waar we begonnen waren. Weer doen we een poging. Maar Praag lijkt wel in spiegelbeeld gebouwd te zijn en kaartlezen dat me anders heel gemakkelijk af gaat, is nu een crime. Alles lijkt op de kaart wel in één gedeelte te zitten.

Noot Wampie: Het zit ook allemaal in G6. 1,2,3,4,5,6 en hier zie ik niks meer!

Na kilometers lopen en anderhalf uur verder zie ik mijn bestemming. Helaas alleen aan de andee kant van een snelweg. En het kan me niet bommen maar die snelweg ga ik, met gevaar voor beider levens en niet van plan nog eens te gaan dwalen, hoe dan ook over.

Willem houdt zijn hart vast maar ik heb mijn blik al op oneindig. Flinke Pragenaar die mij aanrijdt! Eindelijk komen we bij het restaurant aan.

We krijgen, ondanks dat er nog steeds hetzelfde personeel als vanmorgen staat, geen blik van herkenning of groet als we Svateho binnenwandelen.

Willem gaat voor de grootste biefstuk (500 gram) en ik doe het iets bescheidener met een mixed grill waar je je niet al teveel bij moet voorstellen. De salade bestellen we weer apart en ook frietjes willen we erbij.

WE proberen te smssen en te bellen maar een man aan de lijn vertelt ons eerst in vloeiend Tsjechisch en dan gelukkig toch ook nog in gebrekkig engels, dat wij niet “authorized” zijn om dit nummer te bellen. Wie denkt deze man wel dat hij is dat Willem en ik onze kinderen niet eens mogen smssen of bellen. Wat is dit voor onze. Maar vele pogingen ten spijt, het mislukt keer op keer.

Noot Willem: Not authorized om te verbnden, debiele telefoon, rot land, ik wil becherovka!

Ook het dessert levert al problemen op. Wij zillen ijs en geen andere zoete meuk die er wel in overvloed is. Dan maar vanille ijs ja! Tjonge jonge wat een chagrijn!

Noot Wampie en Willem:

Wampie: Stad van dwalen, stad van falen

Willem: Waar geen dessert valt te halen

Wampie: En we dus weer zonder fooi betalen!

Zou dit de reden zijn dat dit halve land aan de drank is of komt het juist omdat ze aan de drank zijn? Hoe het ook zit, het interesseert ons helemaal even niks meer en na twee becherovka’s gaan we over op de betaalbare cocktails. We gaan voor de High Society. Een drank je met perziklikeur, campari, grenadine en soda. Een godendrank mogen we wel zeggen. En dit drinken is ook de enige gewoonte die we wensen over te nemen van dit volk!

Totdat we in Nederland terug zijn dan want dan hebben we wel weer andere dingen die ons gelukkig maken. We drinken het dan ook weg als limonade en zelfs de ober begint er lijkt het schik in te krijgen al kan het ook liggen aan het drankgehalte in ons lijf dat we hem zien glimlachen. Het maakt ons in ieder geval gelukkiger en Willem begint zelfs lyrisch te doen over de High Society.

Zoooooooo high

Na 13 Society’s

Op één lid na!

De weg kunnen we na deze drankorgie ineens een stuk makkelijker terugvinden.

We lopen in ieder geval de goede richting uit en als we halverwege toch onzeker zijn en een taxi willen nemen weet de man ons te vertellen dat hij ons niet rijdt omdat het hotel 300 meter verderop ligt. Dat gaan we vinden!

Eenmaal op de kamer vind ik zelfs de moed nog om Willem te masseren. Deels omdat hij gewoon lief is en deels uit eigenbelang want stel je voor dat hij morgen zo stijf is dat we niet meer de Praagse straten en vooral Theresienstadt kunnen wandelen.

Noot Willem:

Massage

Mijn hele lijf

Doet mee

Gaat op

In jouw handen

Ik ben

Aan je overgeleverd

En moe, voldaan en benieuwd hoe we morgen weer wakker worden, zetten we de wekker op 7 uur omdat de bus ons vroeg komt halen en we eerst nog een ontbijtje willen scoren. Dit keer IN het hotel!

 

21 februari 2007

De wekker piept ons om 7 uur al wakker. We slaan de ogen op en het eerste waar we naar voelen is ons hoofd. Dat valt mee! Je kan beter 13 High Society’s nemen dan 12 becherovka’s.

We douchen ons fris en maken ons op voor het ontbijt. In de ontbijtzaal is het al een aardige drukte. Zelfs mensen op pantoffels en badslippers kom je er tegen. Het ontbijt valt ook niet tegen en Willem doet zich te goed aan niet te snijden broodjes waar hij een onheuselijke kliederboel van weet te maken, broodsnippers vermengd met ei en rare jam die meer op fruitmousse lijkt dan op jam, maar ik heb voldoende aan een bordje melk met cornflakes.

De koffie is niet te drinken en de jus d’orange smaakt chemisch. Nu nog snel de darmen legen en dan wachten op de bus. We zijn nog niet koud boven of de telefoon op onze kamer rinkelt. Tjonge, zij zijn dus wel authorized!

We haasten ons naar beneden waar een aardige chauffeur ons op staat te wachten. Een klein busje staat op de stoep waar we in plaats mogen nemen.

Als we dit busje naar Theresienstadt houden, mogen we niet klagen. De chauffeur moet nog een paar mensen ophalen. Deze laten echter langer op zich wachten dan wij. En een nu met recht sacherijnige chauffeur rijdt pas een kwartier later weer verder.

We worden afgeleverd op een plein waar we het restant bedrag moeten betalen en over moeten stappen in een ander busje met weer andere mensen. In het busje waar we instappen zitten 4 Amerikaanse oudjes flink met elkaar te babbelen. Twee ervan zijn duidelijk Joods. Ze hebben we humor en al gauw krijgen ze de overige passagiers, inclusief ons, hard aan het lachen als ze over de perikelen van hun kinderen en kleinkinderen vertellen. Vooral als ze met trots beginnen te pochen tegenover elkaar over hoeveel ze er wel niet hebben!

Als we denken op weg te zijn blijkt dat maar gedeeltelijk waar want al snel krijgen we te horen dat we, alweer!, naar een andere opstapplaats gaan waar we in de goede bus zullen stappen die ons uiteindelijk naar Theresienstadt zal brengen.

Jammer, dit is een grote bus! Gelukkig de vier Amerikanen gaan wel mee.

In de grote bus bevindt zich een variëteit aan mensen uit allerlei landen.

We zijn al anderhalf uur in de weer met instappen, uitstappen en voerstappen als we eindelijk Praag verlaten en naar Theresienstadt vertrekken.

Willem en ik proberen nog wat slaap in te halen en dommelen in de bus zodat we van het landschap niet veel meekrijgen.

Na een uurtje dommelen in de bus schalt de stem van de reisleidster ons wakker. WE naderen Theresienstadt en ze geeft uitleg over hoe de dag zal verlopen. Als ze nog maar net in vier talen is uitgesproken doemt de poort met het grote veld en de lange weg die de gevangen moesten lopen naar de poort, voor ons op. Het is nu al indrukwekkend en het onheilspellende en angstaanjagende gevoel bekruipt je, bij de aanblik van deze zogenaamde kleine vesting, alleen al.

Theresienstadt (Duits) of Terezín (Tsjechisch) is de naam van een vestingstad in Tsjechië, ook het fort binnen de vestingstad wordt Terezín genoemd. Het fort, waar het voormalige concentratiekamp van Theresienstadt ligt, heet “Kleine Vesting”, de stad Terezín zelf noemt men “Grote Vesting”. Bouw van het fort en gebruik De vestingstad en het fort werden in de 18e eeuw gebouwd in opdracht van het Oostenrijk-Hongaarse rijk en genoemd naar de keizerin Maria Theresa. Zowel de rivier de Elbe en de Ohre stromen nabij het fort. De bouw startte in 1780 en duurde tot 1790; uiteindelijk besloeg het fort een oppervlakte van 3.89 km². Het is ontworpen in de stijl van Sébastien Le Prestre de Vauban en er waren ongeveer 5600 soldaten gestationeerd. Terezín werd tijdens oorlogen niet gebruikt. In de laatste helft van de 19e eeuw diende het fort als een gevangenis. Tijdens de Eerste Wereldoorlog deed het fort dienst als krijgsgevangenenkamp, waar ook de moordenaar van Franz Ferdinand, Gavrilo Princip stierf aan tuberculose. In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de nazis Theresienstadt als concentratiekamp. Theresienstadt in de Tweede Wereldoorlog Op 10 juni 1940 nam de Gestapo het bevel in Terezín over. Tsjechische en Moravische verzetstrijders werden gevangen gezet in het fort. Vanaf november 1941 zou de stad Theresienstadt (de Grote Vesting) dienst doen als getto voor gedeporteerde joden, daarmee was Theresienstadt een concentratiekamp geworden. Lang zaten de gedeporteerde Joden er niet; Theresienstadt was vooral een tijdelijke verblijfplaats (een doorgangskamp) voor Joden die naar Auschwitz of andere concentratiekampen moesten.

Het kamp Theresienstadt opende officieel zijn deuren op 24 november 1941 door de SS‘er Reinhard Heydrich. Veel joden uit Tsjechoslowakije werden naar Terezín gedeporteerd. In de zomer van 1942 werd de niet-Joodse bevolking van Theresienstadt weggestuurd. Onder de nieuwe bevolking bevonden zich vele kunstenaars, musici en juristen. Daardoor ontstond er een druk cultureel leven in het getto. In het kamp zaten, naast volwassenen, zo’n 11.000 kinderen.

De Joodse getto-bevolking had een zekere mate van zelfbestuur: ‘De raad van ouderen’. Deze Raad had o.a. de taak om lijsten op te stellen van wie gedeporteerd zou worden en wie niet. Zou men weigeren mee te werken met de Duitsers, dan zouden simpelweg alle bewoners gedeporteerd en vermoord worden. Ondertussen werden de leefomstandigheden in Theresienstadt steeds slechter. Waar eerst zo’n 7000 Tsjechoslowaken hadden gewoond, waren nu 50.000 mensen gestationeerd. Er was weinig voedsel en alleen al in 1942 stierven er zo’n zestienduizend bewoners. Inwoners die zich verzetten tegen de Duitsers of anderszins iets deden dat volgens de Duitsers niet door de beugel kon, kwamen in het kleine Fort (de gevangenis) terecht, waar de leefomstandigheden nog belabberder waren.

De Modelstad

In 1943 werden vijfhonderd joden uit Denemarken (die niet naar Zweden hadden weten te vluchten) naar Terezín gestuurd. De Deense regering stond er op dat het Rode Kruis toegang kreeg tot de gevangenen. Eind 1943 kreeg het Rode Kruis toestemming om in 1944 de stad te bezoeken. Daarop richtten de nazi’s nepcafés en winkels op in het kamp, om het geheel de aanblik te geven van een normale woonplaats. Om de overbevolking voor het Rode Kruis verborgen te houden werden veel joden naar Auschwitz gestuurd. Daardoor zaten de overgebleven gevangenen met niet meer dan drie mensen op een kamer. Het Rode Kruis was ’tevreden’ over de opvang van joden en rapporteerde dienovereenkomstig; men had zich laten bedotten.

De list was zo succesvol dat er een propagandafilm over Theresienstadt werd gemaakt (Theresienstadt: Ein Dokumentarfilm aus dem jüdischen Siedlungsgebiet) ofwel: ‘Een documentaire uit het Joodse vestigingsgebied’. In de film wordt gedaan alsof Hitler de Joden een mooie stad heeft geschonken. We zien ‘blije’ Joden sporten, dansen, tuinieren, winkelen, enz. Na de opnames werden zowel de cast als de regisseur (Kurt Gerron) naar Auschwitz gestuurd en vergast. Met de film wilden de Duitsers de geruchten rond concentratiekampen voor Joden de kop in drukken. Het was de bedoeling dat de film via het Rode Kruis zijn weg rond de wereld zou vinden; dat is niet gelukt. Bij de bevrijding van Theresienstadt werd de film door de geallieerden gevonden. Ook vandaag de dag is de film nog te zien in het kamp.

Bevrijding

Op 3 mei 1945 droegen de nazi’s de controle over het kamp over aan het Rode Kruis en op 8 mei werd Theresienstadt officieel door het Rode Leger bevrijd. Theresiënstadt heeft de twijfelachtige eer om een reserveringskamp te zijn. Hoewel de situatie in de overige reserveringskampen beduidend beter was, was ook Theresienstadt bedoeld om mensen te sparen voor een ander doel: propaganda.

Gesneuvelden

Van november 1941 tot april 1945 werden ca. 144.000 Joden gedeporteerd naar Theresienstadt, 33.000 van hen stierven in de stad zelf aan ontbering, ziekte, marteling of door executie. 88.000 Joden werden vanuit Theresienstadt gedeporteerd naar vernietigingskampen (vooral Auschwitz en Treblinka). Bij de bevrijding waren nog 19.000 gevangenen in leven. Van de gedeporteerde Joden die in vernietigingskampen terechtkwamen overleefden 3000 mensen. Van de 10.500 kinderen in het getto overleefden 142 de oorlog.

De meer dan 140.000 naar Theresienstadt gedeporteerden kwamen uit de volgende landen:

  • Tsjechoslowakije – 75.500
  • Duitsland – 42.000
  • Oostenrijk – 15.000
  • Nederland – 5000
  • Hongarije – 1150
  • Polen – 1000
  • Denemarken – 500.

We lopen langs de graven van de omgekomen concentratiekamp gevangenen. Velen liggen er zonder naam enkel met nummer en even zovelen liggen er zelfs zonder nummer in het massagraf dat zich in het midden van het veld bevindt. De grote jodenster en het kruis staan als trotse overwinnaars aan het eind van het veld. Tja, uiteindelijk wel overwonnen maar als je hier om je heen kijkt wil je niet weten ten koste van hoeveel levens dit gegaan is.

We lopen door de poort en komen in een compleet dropje lijkt het wel. Overal binnenplaatsen, grote villa’s, poorten en celblokken. We krijgen de mogelijkheid te plassen en wachten dan oeverloos op een gids die ons door de kleine vesting zal leiden. We krijgen er een uur voor wordt ons gezegd. Dat lijkt ons nogal kort als we zo om ons heen kijken. Als eindelijk de gids, een vriendelijk en begripvol ogend meisje van een jaar of 18, gearriveerd is mogen we gaan.

De tweede oude joodse mensen sjokken, ons nauwelijks bij kunnen houdend en regelmatig hoofdschuddend over de gruwel van dit aanzien, achter het gezelschap aan, hun beider handen stevig om het hengsel van hun meegebrachte tasje heen. De aanblik van deze twee hoofdschuddende samen één tasje vasthoudende mensjes die al zoveel ellende moeten hebben doorstaan en mensen verloren zijn, doet me wel wat. Ik kan mijn blik dan ook niet van ze af houden. Af en toe bekijk ik de kamers waar je je moest melden en waar de kleding werd uitgedeeld zijn nog compleet intact en zien eruit zoals ik ze ook in oorlogsfilms zie. De kasten waar alle dossiers inzaten waar de mensen nog met naam instaan voordat ze een nummer en ster kregen, staan nog in vol en degelijk ornaat in de ruimtes.

Half om half luister ik, mijn ogen niet van de twee afhoudend, verder naar de gruwelverhalen van de gids die ons vertelt dat buitenlandse niet joodse vrouwen met lauw water zich eens in de vijf dagen mochten wassen maar alle joden ijskoud water over zich heen kregen. En in 1940 waren de temperaturen in de winter nog onaangenamer dan tegenwoordig met het broeikaseffect. In de luizenkamer vinden we een stangenstelsel waar een aantal douchekoppen aan vastzitten en waar onder elke douchekop vijf mensen onder één straal moesten staan waar ontsmettingsspul uitkwam dat in grote ketels in de ketelkamer werd gemengd. Het spul beet en deed zeer en vaak was het nauwelijks afdoende om te ontluizen.

Net voorbij de poort met de tekst “arbeit macht frei” vinden we de ruimtes met gereedschap.

De celblokken zijn deprimerend en de bedden zijn precies zoals ik ze in gedachten had en op foto’s had gezien. Houten stapelbedden waar tussen de 60 en de 600 man in sliep. Toch zie ik meer isoleercellen dan gewone kamers om me heen. En de gruwel van deze stad wordt me duidelijk. Hier werden joden alleen gemarteld en getreiterd. Hier ging het niet om werken of om vergassen, want Theresienstadt is geen vernietigingskamp maar een doorvoerkamp. Hier werden joden stelselmatig getergd, vernederd, gepijnigd, geïntimideerd, kapot gemaakt!

Hoe bedenken mensen dit toch allemaal bij elkaar? Wat voor mens moet je zijn om dit te kunnen bedenken? En wat nog erger is, ik hoorde en las dat Theresienstadt het Mekka was voor medische experimenten op Joden, maar niets duidt hierop en ik ben bang dat ze dat alles weggehaald hebben hier om geen greintje bewijs achter te laten.

We lopen en we lopen maar langs gruwel en ellende. Je voelt de energie van angst om je heen, je voelt de dood!

Noot Willem:

-Er bestaan geen woorden voor deze satanische gebeurtenis. Dit gaat alle verstand en gevoel te boven. Het kwaad is vlees geworden.

-De energie van de doden is voelbaar. De dood was gruwelijk jong!

We zijn allebei erg ontdaan. Houden elkaar niet vast en beleven het ieder op ons eigen manier toch soms elkaars ogen zoekend en het onbegrip eruit lezend.

En we blijven maar lopen en lopen langs deze holocaust horror. De ene isoleercel na de andere…gangen vol. Als je mazzel had, de een met een klein luikje maar de meeste pikke-en stikkedonker. Zo zaten ze daar dagen en dagen achtereen zonder één straaltje licht en lucht.

Het is zo angstaanjagend dat zelfs ik niet eens een stap over het drempeltje van één zo’n cel durf te zetten.

Mensen moeten hier gek geworden zijn bedenk ik me. Hoe houdt een mens dit vol?

Niet dus als ik de getallen zie van doden. En nog bewuster word ik me van alles als we een monument langslopen waar de namen van de concentratie vernietigingskampen opstaan waar deze mensen na deze horror ook nog heen moesten. Theresienstadt was een doorvoerhorror de dood lag hier op de loer en als je geluk had stierf je hier. Anders moest je nog weer verder, nog een stap dichterbij de dood over nog meer hindernissen, door nog meer gruweldaden, naar daar waar de dood niet alleen op de doodmakende en doodwensende loer lag maar zelfs vernietigend aanwezig was. Hier leefde je in de onzekerheid van overleven of niet, daar stierf je in de zekerheid van het naderend einde. Hier stierf je van de honger en uitputting daar stierf je aan het gas. Zoveel concentratiekampen, opgezet en bedacht door zoveel afschuwelijke mensen! Bergen Belsen Dagau, Auschwitz, Buchenwald, Ravensbruck, Treblinka, Sobibor, Belzec en Vught en Westerbork, Ommen en Amersfoort als Nederlandse doorvoerkampen en dan nog al die kampen die je wel op internet vindt maar niet hier op dit monumentje staan. Alleen al deze namen lezen is niet te bevatten. En tegelijkertijd bedenk ik me hoeveel mensen er niet gewoon op straat, in hun huizen, of in bossen vermoord zijn.

Hoezo is zinloos geweld van deze tijd?

Dan komen we bij de enige ruimte die humaniteit uit zou moeten stralen; de barbierskamer. Maar we horen al snel dat dit alleen een propagandastunt was. Voor het oog laten zien hoe goed ze waren voor de gevangenen in het modelkamp Theresienstadt. Maar geen gevangene heeft de kamer hier ooit van binnen gezien!

Alsof er geen einde aan de dood komt voert de gids ons langs de opslagruimtes voor de doden, langs de poort des doods die uitkomt op het fusilleerveld waar de galg zich bevindt en het muurtje waar ze langs moesten gaan staan, door de ondergrondse tunnel die als vluchtroute voor de Gestapo bedoeld was voor als er iets mis mocht gaan….de lafaards!

Zelf krijg ik bijna twee paniekaanvallen als ik de 500 meter lange tunnel doorworstel. Zo blij ben ik als ik er weer uit ben.

Noot Wampie:

-Wij reisgenoten die zochten naar iets dat we gelukkig nooit zullen vinden. Maar de vrijheid die zo goed voelde na het bezoek.

-Juist in een stad des doods, voelde vrijheid zo groots!

We krijgen de verhalen te horen van de verschillende sterren. Misbruikte kleuren noem ik het. Geel voor de joden, zwart voor de zigeuners en roze voor de homoseksuelen.

We komen op een aparte binnenplaats met aan de ene kant barakken en aan de andere kant gangen met isoleercellen en één uitkijkpost voor één wachtcommandant. Deze plek was de meest slimme want nu had je maar één iemand nodig om heel veel joden in de gaten te houden. Ik zie de stapelbedden en de gammele bankjes om een zo niet nog gammelere veel te smalle eettafel die de schaarsheid van voedsel associeert. Eén maal in de drie dagen kwam er een broodkar waar de mensen één broodje vanaf mochten halen, de rest bestond uit lijmpap of slappe linzensoep.

Dan komen we op het gedeelte van de Gestapo. Waar een zwembad is aangelegd voor hun kinderen, waar een bioscoop is, een theatertje, een café, winkeltjes en enorme luxe villa’s waar ze konden wonen met hun gezinnen, de grootste voor de kampleider zelf! En om het rode kruis destijds om de tuin te leiden.

Het beeldje van het gebonden meisje op haar knieën doet een ieder even stilstaan alvorens we deze kleine vesting met GROTE gruweldaden verlaten.

Ik kijk nog een keer om naar de hoge muren met het prikkeldraad. Alsof de hoge muren nog niet hoog genoeg waren om ontsnappen onmogelijk te maken………..

Dan lopen we de ellenlange weg af die voor de meesten alleen maar een heenweg kende en voor zo weinigen een terugweg naar de vrijheid.

Maar wat loop ik innig dankbaar mijn vrijheid, diep in mijn hart voelend, tegemoet!

We zijn er echter nog niet. We gaan nu naar de grote vestingstad. Hier is een gebouw waar kinderen zaten. Bij binnenkomst zie je de kindertekeningen die bewaard zijn gebleven overal hangen. Maar we mogen nog niet gaan kijken. We krijgen eerst de propagandafilm te zien die destijds werd gemaakt en die het rode kruis, alweer, om de tuin leidde.

Deze film was een list en iedereen dacht dat de joden het erg goed hadden in deze door Hitler geschonken jodenstad.

Je wordt al misselijk als je ernaar kijkt! Sportende, handwerkende, lachende mensen en spelende kinderen terwijl de gruwel zich achter de muren voltrok!

Dan nemen we een kijkje in het kleine museumpje en worden stil van de vele kindernamen die op de vier muren op grote tableaus staan geschreven. Bij elk kind geboorte en sterfdatum. De dood was inderdaad gruwelijk jong!

Maar wat prachtig om te zien dat kinderen altijd blijven geloven, hopen en vertrouwen als naar de kindertekeningen kijkt die weliswaar ook de gruwel vertonen maar met overal of een vlindertje of een bloemetje en zonnetje ertussen! Ik voel me trots onderwijzeres te zijn en me dus verantwoordelijk te mogen voelen voor kinderen en nooit, nooit hun vertrouwen te schenden, hun hoop en dromen af te nemen en ze recht te geven op een plekje in vrijheid! Alles te doen wat binnen mijn mogelijkheden ligt!

Willem loop ondertussen af en aan naar de wc. Of het nu door de kou, het vele lopen, het eten of de emoties komt, het komt eruit als water! Gelukkig is net het laatste restje eruit als de closetrol weigert. Ook dat is geluk!

Een druivensuikertje maakt dat hij een kwartiertje later als we de bus alweer in moeten, redelijk opkikkert.

Wat staat ons nu weer te wachten. We komen een paar honderd meter al aan bij de ovens waar de doden verbrand werden. Acht joden per uur per oven. En er staan er vier. De jonge jongens uit de kampen moesten de lijken verbranden. Dit mochten ze drie maanden doen. Dan hadden ze al teveel gezien en werden zelf naar vernietigingskampen getransporteerd waar ze zelf de dood vonden! Tja, hun verhalen zullen zeker geen propaganda verhalen zijn geweest, stel je voor dat dit naar buiten kwam!

De grote ovens zien er luguber uit. En ik kan me niet voorstellen dat de doden na een half uurtje al verbrand waren als je de verhalen van de huidige crematoria hoort. Ook nemen we een kijkje in een ruimte waar een onderzoekstafel staat met een kast vol medische instrumenten. Zouden hier dan de medische experimenten zijn uitgevoerd….op de doden?

Er staat geen tekst en uitleg bij, het blijft gissen! Ik loop aangeslagen even later langs alweer velden vol steentjes en stenen. Je kan het je niet voorstellen wat er gebeurd is terwijl je er middenin staat. En eigenlijk moet je ook blij zijn datje het niet kan bevatten want dat betekent dat je zelf niet zo in elkaar zit. Maar toch…..ik wil de mensen en vooral de kinderen waarschuwen. Waarschuwen dat dit nooit meer mag gebeuren en dat ze met de huidige mentaliteit van de mensheid er weer zo dichtbij zitten!

Maar diep in mijn hart blijf ik geloven in de liefde van de mens!

Dan aanvaarden we de terugweg. En terug in de realiteit besef ik me dat we nog geen kop koffie, geen broodje, helemaal niks hebben gehad, terwijl we toch al een dag onderweg zijn.

Maar waar maak ik me druk om? Ik sluit mijn ogen en denk aan wat ik heb gezien. De gammele smalle tafels voor mensen die helemaal geen of nauwelijks te eten kregen.

Dan gebeurd er iets onverwachts. Als we Praag weer naderen verteld de reisleidster dat we ergens daar en daar in de stad afgezet zullen worden en ze neemt afscheid. Zomaar ineens staan we aan de rand van Praag, geen kleine busjes die ons terugbrengen, geen gedag, geen nagesprekje, niks, helemaal niks.

Willem staat al helemaal verdwaasd te wachten en kijkt de anderen aan die allen huns weegs gaan. Het is niet te geloven dat dit kan. Dumpen en wegwezen. En dat na deze ervaring. Geen bedankt en tot ziens. Geen niks. Gelukkig ken ik de plek waar we afgezet zijn. Het is vlakbij de synagoge in de joodse wijk Josefo. De straat uitlopen en dan komen we bij het grote plein. Versuft staan we elkaar aan te kijken en de anderen na te kijken. Willem zou het liefst een poging doen de oude joodse mensen mee te nemen. Maar ook zij vervolgen hun weg, aangeslagen door wat ze gezien hebben.

Dan lopen Willem en ik ook maar door elkaar stevig vasthoudend en steun zoekend bij elkaar. We zien notabene ineens de bar Reduta waar Bill Clinton op zijn saxofoon heeft gespeeld en die in de gidsen staat vermeld. Misschien kunnen we daar eerdaags eens gaan eten. Nu willen we naar het plein, naar de mensen. Ergens moet hier toch gezelligheid te vinden zijn?

We ploffen neer op een stoel op een buitenterrasje waar we ons laten verwarmen door een van de buitenkacheltjes. De dienster kijkt ons aan en verwacht dat we de bestelling wel doen. Ze loopt zonder iets te zeggen weer weg. Ze zet het eten en drinken neer en zegt niets, lacht niet. Ze pakt mijn bord weg, ze pakt even later ook Willems bord weg, neemt de volgende bestelling op en zegt weer niets, lacht weer niet. We betalen en weer zegt ze niets en lacht ze niet.

We beginnen er steeds minder van te snappen hier.

WE zien de deurtjes van de klok opengaan en zien de twaalf discipelen voorbij wandelen. Dan gaan de deurtjes dicht die voor ons in deze stad allang dicht zijn gegaan.

Deze stad ademt echt alles uit wat wij juist niet zijn.

Maar….

Noot van ons beiden:

Wat wij niet in de stad vinden, vinden we daardoor des te meer in elkaar -> de verbinding!

               1                                     en                                     –                     =         +

Het is alles goud wat er blinkt in deze stad maar wij zijn de enigen die stralen!

Stad vol leegte!

Wel grappig dat ik niet echt naar huis verlang omdat ik me bij Willem thuis voel. En dat is dan ook weer een mooi meegenomen gevoel dat ik niet eerder kende in mezelf.

Nadat we ons in het hotel even hebben opgefrist en hebben gepit, duiken we de stad weer in. Toch maar weer eten in Svateho. Ja, niet om het eten hoor, maar omdat Barcelona vanavond speelt tegen Liverpool en Willem Kuyt wil zien voetballen.

Vanmorgen waren we nog niet hier en we zien dan ook tot onze verrassing dat er een geheel nieuw team personeel staat. Ja stel je voor, je mocht je eens hechten aan bepaalde personen, of andersom.

De mensen die er vandaag zijn, zijn zo mogelijk nog onbeschofter of onbeleefder, ik weet het niet meer.

We mogen niet doorlopen en moeten wachten tot iemand ons een plek wijst. We zitten niet bij de live muziek maar dat willen we sowieso net als gisteren niet. Nu worden we naar het aller, aller achterste gedeelte gebracht. Voor Willem niet erg want des te dichter zit hij bij het grootbeeldscherm.

We moeten dit keer lang wachten tot we de bestelling kunnen doorgeven terwijl er toch bijna geen hond in het restaurant zit.

Een man is met zijn zoontje aan het ballen in het gangpad. Er wordt niets van gezegd, integendeel, ze vinden het uitdrukkingsloos prima!

Willem bestelt zijn biefstuk en ik een reibekuchen met iets, volgens mij spek.

Eten is ook geen favoriete bezigheid van die Tsjechen. Het er maar een beetje uit laten zien ook hun vaardigheid niet. En aan kwaliteit mist het alles.

Ik word gaar van onze negatieve ervaringen keer op keer. Net als je denkt dat de stad het krijgt dan ontglipt het je. En eigenlijk valt er niets te ontglippen want het was immers niets. Het was je eigen hoop die tussen je vingers doorglipt.

Tussen het eten door schrijf ik en kijkt Willem voetbal.

Ik probeer de humor er nog eventjes in te houden als een voetballer op de lat schiet.

Noot Wampie:

Op de lat

|

V

Latten

|

V

Het is het eigenlijk net niet

Gelukkig scoort Kuyt al snel twee doelpunten en een luid gejuich stijgt bij Willem vanuit zijn tenen op.

Ook hij houdt de moed erin!

Noot Wampie:

Nooit was ik zo blij als vandaag

Met Kuyt in grootbeeld

In een café in Praag!

Dan is het tijd voor de becherovka’s. Want na een drankje of wat ziet de wereld er immers weer heel anders uit! Another two, be happy!

En deze avond kan Willem eindelijk de woorden voor zijn becherovka vinden.

Noot Willem:

Becherovka

Ik neem je

En jij neemt mij

Mijn hoofd uitgeschakeld

Becherovka

Ik neem je

En jij neemt mij

Naar het hart

Waar geluk en

Angsten zijn

Waar het leven is

Becherovka!

Maar ook ik word met het glas lyrischer. Daar waar de gesproken woorden met de mensen ontbreken en daar waar je geen gehoor vindt voor je verhaal daar schrijf je het op!

Noot Wampie:

Je drank verwarmt me

Je rivier omarmt me

Je brug verbind met

Je licht verblind me

Je geschiedenis verbaasd me

Je karakter verdwaasd me

En als we de becherovka zat zijn dan gaan we weer over op de high Society.

En we schrijven en schrijven.

Noot Willem:

-Jij…licht in de stad

Je verwarmt me

Jij laat me zien

Dat ik bijzonder ben

 

-One feeling

Of happiness

Another two

Ik wil geen ander!

En als Willem weer uitgeschreven is, ga ik weer verder!

Noot Wampie:

Ik verbind me

Steeds

Meer

Waar geen brug meer nodig is

Maar ja, we kunnen schrijven wat we willen, wij veranderen Praag en zijn bevolking van 1,2 miljoen inwoners er niet mee. Mooie stad zonder inhoud.

Another two, be happy, it’s just like Prague, it’s all fake and temporarily happiness!

We zijn de derde dag verder en geen dag opgeschoten!

Tijd om naar bed te gaan. Tijd voor massage en droomloze uitdrukkingsloze slaap.

Dit keer lopen we in één keer goed. Oké de straten van Praag wennen sneller dan de mensen die ze bewandelen.

Welterusten, oeps oh nee, dat zeggen ze in Praag niet tegen elkaar. Gewoon omdraaien en maffen dan maar!

 

22 februari 2007

We worden op een redelijke tijd wakker maar niet vroeg genoeg voor het ontbijt dat tot tien uur genuttigd kan worden. En om ons nou in onze vakantie te haasten om nog net op tijd de ontbijtzaal in te sluipen dat gaat ons te ver. We eten ons ei wel in Svateho! Ik bedoel maar, wij zijn de aanhouders die misschien uiteindelijk toch winnen!

We douchen lekker uitgebreid, ik doe mijn haar en tut me op terwijl Willem heerlijk in bed ligt te lezen. Alles op ons gemak. Praag wacht niet op ons is gebleken!

Als Willems maag onbedaarlijk begint te knorren en hij inmiddels wel twee paarden op kan vind ik het ook tijd om naar Svateho te tuigen. Het zonnetje schijnt ons weer tegemoet!

Zou het wat beloven voor vandaag? Zou het iets in petto in plaats van getto hebben?

Weer zonder boe of bah gaan we zitten aan een tafeltje aan het raam. Het meegenomen krantje van Willem is een uitkomst. Heerlijk relaxed zitten we in het zonnetje voor het raam. Willem leest de sportpagina terwijl ik het nieuws van gisteren lees en de puzzels oplos.

Willem verorbert in alle rust zijn eieren met spek en ik neem af en toe een hap van het gezouten brood. We blijven koffie bestellen en voor het eerst lijk ik iets in de ogen van de ober te lezen al is het dan de verbazing dat wij alwéér koffie bestellen in plaats van net als de plaatselijke bevolking aan het bier te gaan.

En dat terwijl hij toch van gisteren nog had kunnen weten dat de alcohol onmogelijk al uit ons bloed is en we nog teren op die van gisteravond.

We schenken de krant aan een stel Nederlandse toeristen, betalen en gaan weer zonder groet de deur uit.

We besluiten maar weer een eind te gaan wandelen. Ik wil graag de Karelsbrug weer over en dan naar het hoogste punt klimmen. Het zonnetje blijft ons goed gezind en ineens ziet Praag er toch anders uit. Maar ja, de schijn bedriegt want de inhoud blijft ledig!

De Moldau is vriendelijker dan ooit en de Karelsbrug heeft niet eerder zo oud geleken. Er lijken met dit weer ook meer bootjes uitgevaren te zijn.

De Pragenaren hebben de jassen al open waar wij minder kou gewend zijnde toeristen ze nog stevig dicht houden. Er zitten mensen op bankjes aan de Moldau onder de wilgentakken te zonnen maar erg tevreden lijken ze aan hun uitdrukkingsloze, matte, afgevlakte gezichten te zien, niet te zijn.

We worden regelmatig opgeschrikt door het geluid van de gierende ambulances. En al slenterend belanden we bij onze door ons zeer gewaardeerde brug want het woord geliefd durf ik hier in Praag niet eens meer uit te spreken.

Er zijn wat meer kraampjes en toeristen op de brug maar muzikanten of poppenspelers zijn er nog steeds niet. Wel wordt er veel gebruik gemaakt van de talenten van de karikatuur schilderende portrettisten.

Willem hoort een schril gefluit en net als hij wil zeggen “wat een vreselijk geluid is dat” weet ik dat het de kleine keramische fluitjes zijn. Voor mezelf had ik nog geen souvenirs gekocht maar dit zal hem dan worden. Al gauw blijkt het schrille geluid toch wel een aardig miniconcert te worden want het aardige meisje die ze verkoopt kan een aardig riedeltje spelen.

Willem die er al ooit eentje kapot liet vallen gaat voor twee fluitjes en ik schaf mijzelf er eentje aan in de hoop dat de kast in de kamer een voorzichtig genoeg plekje zal zijn om hem neer te leggen.

Blij met onze aankopen lopen we verder over de brug vol lege drukte.

Zelfs de toeristen lijken afgevlakt in hun oe’s en ah’s als ze voor de immens grote beelden staan. Vaders zetten hun kinderen gevaarlijk hoog op de beelden om ze te kunnen vereeuwigen en Willem en ik staan doodsangsten uit bij deze aanblik. Alleen een groep engelse jongeren lacht ons zenuwachtig breed toe als we hun in de maak zijnde karikatuur bewonderen. Zij hebben nog geen wee van hoe ze afgebeeld worden en waar de portrettist de nadruk op zal leggen. Als ik een over de brug leunende schilder fotografeer begint hij een heel betoog tegen me waarvan ik alleen de woorden “koruna” versta. En ik domme toerist kan nu ook als een ware Pragenaar uitdrukkingsloos voorbij lopen alsof mijn neus bloed! Het is goed met ze!

We lopen het ons reeds bekende plein over, daar waar de eerste nacht in Schnellu, ons eerste beider dronkenschap beleefde. Dit keer lopen we echter een andere kant uit, de kleine steegjes in. Het eerste hellende straatje voelen we direct maar het is niks vergeleken bij wat ons te wachten staat.

Al snel zien we de in percentage toch wel heel steile en hellende wegen voor ons. We halen diep adem, gooien de handen weer op de rug en beginnen de enorme klim. Ik geniet van het gevoel dat ik mijn lijf grensverleggend aandoe en voel me met de minuut gezonder worden.

Tussen het klimmen door sta ik af en toe stil bij de winkeltjes met exclusieve poppen of andere kunstwerken.

Halverwege boven kunnen we al hongerig om de mooiste plaatjes te schieten, genieten van het prachtige uitzicht over zonovergoten Praag. Het wordt een strijd tussen Willem en mij wie de mooiste boom vindt om tussen de takken door het landschap vast te leggen. En ik moet zeggen; Willem heeft er feeling voor!

Bijna bovenaan ontdekken we rechts een trap die ons nog hoger brengt dan als we door ouden lopen. En omdat aan het eind van deze weg ons niets anders rest dan een paar bomen, besluiten we de trap te bestijgen.

Halverwege de trap bevindt zich een klein panoramisch cafeetje. Maar net als we plaats hebben genomen en de vrouw bij ons staat om de bestelling op te nemen en we alleen een kop koffie wensen krijgen we te horen dat je hier ook MOET eten.

Kijk, en daar breekt alles in ons want wij MOETEN in deze mooie doch rot stad helemaal niets! We staan dus weer op, dit uitzicht kunnen we buiten ook zien! Tabé!

Met de jassen losjes over de schouder lopen we de trappen weer op. We komen nu in een wirwar van stijgende en dalende steegjes. De een met klinkers, de ander met mozaïek vloeren en weer een ander simpelweg geasfalteerd. Nadat we een trap zijn afgedaald, bestijgen we weer een ander weggetje langs een hoge muur. Vermoedelijk een muur van de burcht. Een eenzame violist staat tegen de muur te spelen maar hij mist het vuur en de passie. Hij zal wel uit Praag komen!

Bovenaan bekijken we de daken van de Kleine Zijde en krijgen zowaar even een Grieks gevoel als we een klein tafeltje met stoeltje op een piepklein dakterrasje zien staan. Alleen omdat het niet blauw geschilderd is weet je dat je niet in Griekenland bent.

We bekijken de bovenkanten van de enorme gebouwen aan de Oude zijde die we daarvoor alleen van de zijkanten hadden bekeken terwijl door de straten heen zwalkten.

Dan vinden we het wel weer genoeg. Na een uur klimmen en een uur wandelen is het wel weer tijd voor een drankje.

We lopen de steegjes naar beneden. Wat me al eerder op vakanties is opgevallen is dat Willem die juist een man van het proces is, vaak direct op zijn doel afgaat. Vaak maak ik hem dan nog even attent op de gekke of leuke, lieve of kleine dingen die ik onderweg zie en waar hij zo voorbij kan lopen. Ik ben veel meer een mens van, van hele kleine dingen genieten en ze gelukkig kunnen zien ook! Vandaar dat mijn oog nu ook valt op een machtige prachtige clown in een etalage van een klein snuisterijen winkeltje. Ik ben op slag verliefd op het vrolijke mannetje met zijn grote neus, veel te grote open tuitmond met grote zonnebloem in zijn beide knuisten!

Als ik zie dat de prijs ook nog betaalbaar is weet ik niet hoe snel ik de winkel binnen moet gaan. Willem in mijn kielzog meesleurend.

Er staan in het winkeltje nog meer clowns maar deze is wel degene die mijn hart verovert.

Ik betaal en laat hem inpakken. Deze clown hoort bij mijn allerliefste Willem, zelf ook clown en degene die van mij weer een zonnebloem wist te maken! Misschien dat ik de bloem al was door wat ik zelf allemaal gedaan heb maar de zon en glans, de aanvullende en toegevoegde waarde, geeft hij er toch dagelijks aan!!

Dan lopen we naar Schnellu om onze aankoop nog eens goed te bekijken en ons drankje te nuttigen.

En was het nu maar bij een drankje gebleven maar het werden er wel vier en vijf en zes. En Willem wordt scherper en korter door de bocht. Ongenuanceerdheid speelt hoogtij.

De discussies, de clown in ons midden, volgen elkaar op.

En meestal laat ik onder zulke omstandigheden alles er niet op ingaand langs mijn rug afglijden en haal mijn schouders op, maar nu zorgt de drank in mij ervoor dat ik van repliek ga geven. We vallen in onze eigen en elkaars valkuilen. Voelen elkaar en onszelf onbegrepen en niet herkend en erkent. Blikken vallen verkeert of worden verkeert opgevangen en geïnterpreteerd.

En zelfs de uitleg daarna mag niet baten. Oudzeer kruipt waar het zijn weg maar kan gaan en neemt bezit van ons. En zo ontstaat onze eerste felle woordenwisseling! Tot ik zo diep ben gegaan en heb laten gaan, dat ik me gekwetst voel en dichtklap. Als jij niet wil luisteren en alleen je eigen kant wil zien dat deel ik niet meer met jou roep ik hem nog toe. En oké lieve schat, jij bent de enige die me nog kan kwetsen en mag kwetsen dus ook maar tot hier en niet verder. Ik ben misschien beschadigd maar ik ben NIET zielig en doe niet alsof ik door mijn verleden het leven niet begrepen heb! Je mag mijn zere kanten raken maar je moet er niet je eigen bij gaan maken!

En nee Willem ik mag ook niet zeggen dat jouw hart misschien kleiner is dan het mijne en ik mag niet glimlachen omdat je vindt dat ik je niet begrijp. Maar ik begrijp je maar al te goed. Ik weet dat jij de schaarse tijd die je met je kinderen hebt zo kwalitatief hoog mogelijk wil invullen en dat je dat al je liefdevolle energie kost. En ik weet dat je bezig bent om mijn kinderen ook in je leven te betrekken maar in mijn leven speelt meer. Zijn meer kinderen die ik ook liefde heb te geven in geval van nood. En jij wil zeggen dat je daar niet mee kan leven. Gisteren nog noemde je me moeder Theresa en vond je het mijn mooiste eigenschap. Onbegrijpelijk maar mooi en nu verguis je het! En gisteren nog vond ik jou het mooiste gevoelsmens van de wereld en nu vind ik dat het hand in hand met de drank met je aan de loop gaat. En ja je mag zeggen dat ik in de voetsporen van mijn moeder ben getreden maar onthoud wel dat ik de cirkels doorbroken heb en dat ook ik op mijn manier door het vuur ben gegaan voor mijn kinderen! En nog steeds ga zelfs! Zeg daarom niet nu dat het mijn schuld is dat mijn kinderen zich in de steek gelaten voelen en soms nog problemen van hun jeugd ondervinden. En zeg niet dat ik niet weet wat vertrouwen is door wat ik allemaal heb meegemaakt en dat je niet snapt hoe ik jou dan kan vertrouwen omdat dit een tegenstrijdigheid is in mij! Omdat ik mijn eigen valkuil ben. Doe het niet Willem!!!!!

Dit is niet de willem van voor de drank. De Willem die altijd vraagt hoe dingen bij mij werken. De Willem die niet zelf invult!

De invloed van de drank en de stad lijken de macht te hebben overgenomen!

En toch merk ik dat ik misschien wel mezelf bescherm maar dat ik niet terugkwets of terugbots. Niet omdat ik dat niet netjes vind maar omdat het niet eens in me op komt.

En toch hebben we op tijd door dat we te ver gaan. Willem wil opstappen en wil weg. Hij omhelst me buiten en zegt dat ik de laatste ben die hij wil kwetsen. En dat geloof ik ook zeker, nog steeds! Maar het voelt eventjes zo brrrrr………..

Het laat me ook niet los en onder het lopen door vertel ik hem dat ik afstand, verwijdering voel nu. Dat had ik beter niet kunnen zeggen. Hij wil naar het hotel en wil weglopen. Kan hij doen maar hij vindt de weg in Praag nooit zonder mij. Ik vertel hem dus dat ik niet bij hem weg wil en dat we beter kunnen praten als het weer beter gaat.

Hij stelt voor bij Reduta te gaan eten. Het moet de jazzclub van Praag zijn en Clinton heeft er ooit op zijn sax gespeeld. Nu is het alles behalve jazz wat je daar hoort. Het is er leeg en saai maar wel netjes. Maar goed, netjes en clean is het overal in Praag. Toch besluiten we eerst maar iets te eten. De chateaubriand van Willem en de pepersteak van mij smaken in ieder geval voortreffelijk. En als we met koffie en metaxa zitten na te tafelen nemen de goede gesprekken weer de overhand. Toch merk ik aan Willem dat hij baalt van zichzelf. Dat zal me wat moeite kosten om hem ervan te overtuigen dat het niet erg is en dat we weten hoe het komt.

Als we het saaie en stille Reduta uitlopen hebben we alleen maar zin in drukte. Al is het dan geen leven dan toch in ieder geval de vol-ledigheid van een druk plein. We nemen een run naar het grote Staromestske plein en vinden een plaatsje onder een heerlijke straalkachel.

Alleen een High Society kan nog uitkomst bieden. En als een knappe kunstenaar met een schaar onze silhouetten treffend naast elkaar knipt en wij gretig betalen voor dit teken van verbinding en verbondenheid loopt het al tegen twaalven en voelen wij ons stukken beter!

Als om iets over twaalf de terrasjes sluiten keren we aangeslagen maar toch samen hand in hand hotelwaarts. Ook dit hoort bij verbinding! En wat mij betreft heb ik geleerd at je niet kleiner voelt maar misschien in kleinere stapjes dingen beleven moet zonder dat de intensiteit ervan verschilt! Dat we nog steeds herkenning hebben in zoveel gevoelens maar dat onze geschiedenissen zo duidelijk anders zijn!

Boos zullen wij niet inslapen en na een lieve knuffel en laatste slaap lekker kus slapen we in. Al is het bij mij een rusteloze en gebroken slaap.

 

23 februari 2007

De wekker piept ons weer eens wakker. Vandaag de dag van vertrek en we zullen er gen traan om laten. Zelden had ik zo’n rare vakantieweek. Heen en weer geslingerd tussen houden van haten. Elkaar verbinden in een stad die geen verbondenheid toelaat.

Ik merk dat ik onrustig geslapen heb. De dromen achtervolgen me nog. Gelukkig niet veel tijd om na te denken. De koffers moeten gepakt en de kamer voor twaalf uur verlaten zijn.

We willen ons ontbijtje nuttigen in Svateho. Om tien uur staan we, de koffers geparkeerd in een luggage room, buiten en stappen de toch al vertrouwde Praagse straten in. Zonder nadenken lopen we tegenwoordig al meteen goed. De oversteekplaatsen blijven onlogisch maar we nemen ze maar want de drukke straten zo overlopen is in Praag haast niet te doen!

We lopen voor de laatste keer langs het nationaal museum dat we nog niet van de binnekant hebben gezien. We lopen voor de zoveelste keer langs het indrukwekkend mooie monument, bestaande uit een houten kruis op twee golvende bulten in de keien van het Wenceslasplein, van Jan Palach, de student die zichzelf in brand stak uit protest tegen de lethargie van de bevolking na het binnenmarcheren van de troepen van het Warchaupact.

We lopen langs de talloze geldwisselkantoortjes die torenhoge provisiekosten vragen. WE lopen nog een keer langs de supermarkt die hier Albert heet en hier zijn Heyn dus mist. We lopen langs de altijd even drukke Mac Donalds. We neuzen nog een laatste maal in de etalages van de grote winkels en dan zien we de grote parasol van Svateho al opdoemen. Willem haalt nog snel een krantje en ik een heerlijk goedkoop pakje sigaretten en dan gaan we de warmte van het café in, ons settelend in het zonnetje op ons plekje voor het raam. De oude ploeg die we de eerste dagen hadden is weer aanwezig en dit keer worden we herkent. Het zal toch niet waar zijn dat je op de laatste dag een glimlach mee krijgt naar je eigen Vaderland!

We bestellen ons normale recept en nestelen ons met krantje en al in het zonnetje. Heerlijk die ongekende rust van een ontbijtje samen met een krantje en het verbonden geoel dat me dat geeft, zo zonder woorden zoveel zeggend!

De Pragenaren zitten al aan het bier.

Noot Willem:

Tja, er valt wat voor te sjzeggen……

Maar bier drinken in gezelschap en nog meer bier drinken in nog meer gezelschap verhoogd hier niet de feestvreugde. Mat zitten ze tegenover elkaar en voor zover ik opgelet heb, en dat heb ik geruime tijd, is er niet een keer gelachen, geem mop verteld of geen tederheid op de gezichten vertoond. Het is en blijft uitdrukkingsloos, emotieloos, afgevlakt en opgeslokt in een stad tussen gisteren en morgen, opgeslokt in een tijd tussen socialisme en democratie.

Noot Wampie:

Eens en te meer bleek

Dat uiterlijk zo weinig te bieden heeft

En dat het ernaar kijken

De honger slechts voor korte tijd stilt

De dorst echter groot is!

Samen met Willem vulde ik een stad vol leegte!

De stad maakt me soms heel verdrietig en dooft me. Daar waar ik dacht de sterkste te zijn verlies ik het tegen een stad als Praag lijkt het wel.

Of toch niet………..

De ober lacht een tweede maal als wij alweer koffie bestellen. Een paar dagen geleden kregen we nauwelijks reactie en nu een glimlach. En als we afscheid nemen en net de deur achter ons willen sluiten horen we zelfs een “goodbye”. Misschien hebben we dan toch wat gewonnen!

Om één uur zouden we weer door onze privé taxi opgehaald worden. Gelukkig maar dat we eerder in het hotel zijn want om half één staat de man al voor ons neus.

We halen dit keer nog vier passagiers op. en het valt me op dat ook zij ondergesneeuwd zijn door het Praagse want alleen een hallo kan eraf maar ervaringen delen over hun en onze week, zit er niet in.

We rijden nog één keer door de drukke straten, rijden langs de achterkant van de burcht die wij een paar dagen geleden ook liepen, zien de laatste keer de trams voorbij tingelen en komen in het onbewoonde gedeelte. Lege vlaktes zonder huizen, zonder dieren zonder leven!

Tsjechie zal vast mooi zijn maar ons land zal het nooit worden!

Het uiteindelijk vormt de som der delen het geheel en het meest essentiële deel wordt hier gemist, de vriendelijkheid, gastvrijheid van de bevolking waardoor een wisselwerking ontstaat die de vonk doet overschieten!

Dan zie ik met grote letters Praha op een gebouw staan en weet dat we het vliegveld naderen.

We geven de vriendelijk ogende chauffeur ons laatste kleingeld en checken ons, al bijna immuun voor alweer een vlakke nietszeggende dame van het grondpersoneel, in.

Ook de douane laat me koud en de ober van het restaurant die strak voor zich uit kijkend de bestelling opneemt. We nemen leuke foto’s met de selftimer. Wij vermaken onszelf wel! We kijken de koffers na en ik verbaas me over de mannen die de koffers het vliegtuig in moeten sjorren en een spel met de lopende band spelen terwijl een van de collega’s erop zit. Hier kennen ze dus toch nog wel tijd voor dollen. Ik mis alleen de lach op de gezichten. Dan moeten we naar de gate en zelfs de mensen bij de gate interesseren me niet meer als zonder wat te zeggen de instapkaarten innemen en ons niet eens een goede vlucht wensen. Maar wat ben ik blij als we het vliegtuig instappen en een luid en vriendelijk “goedemorgen” horen van een van de stewardessen. Ik kan haar wel om de nek vliegen!

Dit keer gaat alles van een leien dakje. We zitten nog niet of de deuren sluiten, de gezagvoerder heet ons welkom en we zetten de vlucht in. Willem de handen weer op de stoel voor zich is inmiddels een vertrouwd beeld aan het worden voor mij. Zijn oerkreun als we omhoog evenzo!

Ondanks dat we KLM vliegen zitten we nu in een Transavia vliegtuig. Heerlijk die luxe van Transavia altijd. De televisieschermpjes klappen open. De heerlijk Bertolli broodjes komen uit de cateringkarren en de verse koffie komt je tegemoet!

Maar voor we het tweede kopje koffie op hebben wordt de daling alweer ingezet. We cirkelen even boven Amsterdam en zoals we later horen boven Robberts auto en mogen dan landen op de Zwanenbaan in plaats van de Polderbaan die veel verder weg ligt! Joepie, nog eerder eigen voet op Hollands bodem.

Met een flinke klap komen de wielen neer en zucht ik een zucht van verlichting. We zijn in ons eigen land vol mopperaars, doemdenkers en critici maar ook van de lach op je hand en de traan. Het kan me niet schelen wat ze doen maar ze doen tenminste iets…ze staan midden in het leven!

Ze worden boos en bang en zijn lief en stout en aardig en teder, ze kijken nors, of vriendelijk en ze zijn gastvrij…alles behalve afgevlakt!

We lopen door de gangen van Schiphol, gaan alweer door twee keer bewaking heen en komen dan bij de koffers, ze liggen naast elkaar op de lopende band. Zoals het hoort! Wij lopen hand in hand naast elkaar de deuren van de aankomsthal tegemoet. En daar staat een ware verrassing te wachten. Ik sla mijn hand voor mijn mond als ik al mijn kinderen met een grote glimlach bij het hek zie staan, Isa voorop in haar buggy heel hard “oma weer” roepend!

De brok in mijn keel is haast niet weg te slikken en ik weet niet hoe gauw ik deze warmte tot me moet laten komen. Willem zie ik met een grote dankbare glimlach staan. Zou hij zijn kids missen nu? Vast wel! Maar wij zijn in ieder geval zonder kleerscheuren samen terug op vertrouwde bodem en kunnen weer bij onszelf komen zonder dat een stad ons in de weg zit!

Ik neem de kids mee naar een barretje en trakteer de meute op grote bakken koffie. WE kletsen honderduit. Het kan me niet schelen waarover al is het de shit van het verleden dat zich nog steeds wreekt of op mij of zoals nu op de kinderen! Alles goed als het maar niet vlak is!

En als we elkaar “tot morgen” gewenst hebben omdat we morgen een dag gaan skiën en steengrillen, stappen Willem en ik in de pendelbus die ons naar de auto zal brengen. Onderweg besluiten we toch maar niet in Amsterdam te overnachten maar gewoon heerlijk ouderwets chinees te halen en die bij Willem huis op te eten. Dan morgen maar wat vroeger op!

Praag, je liet me alles voelen wat ik niet meer voelen wil.

Praag, Praag wat hebben wij ons letterlijk en figuurlijk verloren gevoeld!

Noot Willem:

Wij lopen

Wij klimmen

Wij zoeken

Wij steken over

Naar elkaar

Het is goed

 

Noot Wampie:

Over de brug

Van emoties

Vol emoties

Belandde ik

Aan de overkant

 

Aan de overkant

Over de brug

Blijvend vinden

En ik blijf

Klimmen

Tot hoogte

 

Hoogte

De diepte niet ziend

Om te vallen

Maar genietend van

Het uitzicht

 

Uitzicht

Overzicht

Inzicht

 

admin

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *