Al sinds jaar en dag vertel ik de eerste meidagen in de klas het verhaal van Anne Frank.
De kinderen hangen aan je lippen als ik het vertel zoals ik aan de lippen van het boek hing toen ik het las. Pas laat in mijn leven ben ik eens naar het huis gegaan. En ik weet nog dat toen ik de boekenkast zag, de deur zag, de trap opliep ik een vreselijke huilbui kreeg van al het angstzweet dat nog in de muren en op de traptreden hing welke me aanvlogen. Nooit meer heb ik een boek gelezen dat zo duidelijk vertolkte hoe het leven, de omgeving, het huis, de mensen en het gevoel dat ze hadden, het leven dat ze niet meer leefden, eruit zag, hoe het was, hoe het voelde.
De oorlog trekt aan me. De oorlog laat niet los. Het is dan ook daarom waarom ik 4 mei altijd de vlag half stok hang en soms zelfs de Dam bezoek. Zo ook dit jaar 2008.
Meer dan de helft van de kinderen in mijn klas die ik het verhaal over Anne vertel niet waar het werkelijk over gaat. Ze kennen oorlog niet, ze kennen alleen de ruzies bij hen thuis of op straat. Alleen het feit dat je het spannend en verdrietig met gelaten stem vertelt boeit ze. Een aantal leerlingen heeft daadwerkelijk in een oorlog gezeten. Sommigen begonnen bij mij in de klas zelfs onder hun tafel en als je ze dan zover had dat je ze eronder vandaan kreeg hoefde er nog maar een feestballon te knallen of ze zaten er alweer onder.
Zelf zweef ik tussen de wal en het schip in het water. Ik heb geen oorlogen meegemaakt. Toch noemen ze mij een tweede generatie oorlogsslachtoffer.
Pas later, veel veel later, heb ik beseft wat men daarmee bedoelde.
Voor mij was het zo normaal dat mijn vader black outs kreeg, teveel aan alcohol dronk om te vergeten (wat dan ook te vergeten), dat deuren bij ons open moesten, er ’s nachts soms angstkreten uit het bed van mijn ouders kwamen omdat ze naar gedroomd hadden of dat ze helemaal niet konden slapen, dat ik tekenpapier aan twee kanten moest gebruiken, er potten en blikken vol koffie en suiker in de grote kelder stonden, dat mijn moeder altijd bang was dat er geen eten zou zijn, dat mijn vader soms angstaanvallen had, dat de kerstkaarten gekregen uit het vorig jaar het nieuwe jaar hergebruikt werden (alleen de tekst werd eraf geknipt), dat er continu geroepen werd ‘jij hebt de oorlog niet meegemaakt’. Voor mij was het normaal dat ik met mijn vader de vlag half stok hing aan de grote scheepsvlaggenmast in de tuin en dat ik om een paar minuten voor acht naar binnen werd gehaald om precies om acht uur twee minuten stilte in acht te nemen.
Nooit heb ik gevraagd waar mijn ouders dan aan dachten in die twee minuten. Ja, aan de eerste en tweede wereldoorlog, aan zijn vrienden en mama aan de wroeging dat haar herdenking pas 15 augustus zou plaatsvinden (jappenkampen en bevrijding Nederlands Indië). Oorlog was een mysterie! Een hel akelig nar mysterie. Er waren bij ons thuis geen wilde verhalen. Er was bij ons thuis alleen die stilte. Stilte in alle opzichten. Het was erg was het enige dat ik wist. En wat ik verder wist had ik uit boeken in plaats van uit hun monden. Het was erg en wees maar blij dat jullie het nooit meer mee hoeven te maken. Wij zorgen nu voor jullie toekomst. Wij bouwen het voor jullie ‘weder op’. Laat jullie dit nooit mee te hoeven maken!
Nee, ze vertelden niets, maar ik voelde de frustratie, het verdriet, de angst, de wroeging. Meer nog dat voelde ik dan het gevoel van de bevrijding die volgende dag!
Ik voelde het dubbele van alles. Mijn vader die reageerde ‘ik heb genoeg ellende meegemaakt, smijt het geld over de balk’, mijn moeder die reageerde ‘ik heb genoeg meegemaakt, dit gebeurt me nooit meer doe maar heel zuinig dan heb je nog altijd wat!
De een zei ‘koop maar nieuwe kleurpotloden’ van de ander moest ik de punten slijpen tot mijn vingers nog amper het stompje kleurpotlood konden vaasthouden.
Nee, ze vertelden niets! En al ging de vlag op 5 mei voluit de lucht in, de bevrijding werd nooit een werkelijke bevrijding. Ze leefden in de vrijheid van het in hun zelf gevangen zittende oorlogsverleden. En mijn zusje en ik leefden daarin mee!
Nu, veel veel later, ben ik me bewust wat die tweespalt met ons gedaan heeft. Wij boegbeeld van hun nooit bevrijdde vrijheid. Wij waarin ze hun vrijheid zagen. Wij die dit nooit mochten meemaken. Ze bleven vechten! Voor ons! En wij……wij voldeden en voldoen aan de door hen gestelde verwachtingen. Wij klaagden nooit want wij hadden de oorlog niet meegemaakt! Wij hadden geen honger, wij hadden trek! We zouden het niet eens over honger durven hebben. Wij moeten dapper zijn en moedig maar zouden nooit kunnen bereiken wat een verzetsheld (de ware moedige, de ware dappere) had getoond in de oorlog!
En steeds als wij dachten dat ons iets naars was overkomen viel het altijd wel mee want we hadden de oorlog niet meegemaakt. Dat was pas erg!
Hoe erg??? Ik weet het niet. Natuurlijk weet ik dat niet!
Tot op de dag van vandaag (mijn ouders zijn allang gestorven en mijn grootouders nog veel langer) heb ik nauwelijks verhalen gehoord. Werkelijke verhalen gehoord. Weet ik alleen dat het gruwelijk was en dat ik blij was dat ik het niet mee heb gemaakt. Heb ik het uit boeken en films en een mega geweldig dagboek van Anne!
Maar ook zie ik tot op de dag van vandaag de beelden op televisie met alles wat na al mijn herdenken nog niet over is!
En nu, veel vele herdenkingen op 4 mei en 15 augustus later, weet ik soms nog steeds niet wat ik moet denken in die twee minuten stilte.
Moet ik denken aan mijn vader die in de eerste en tweede wereldoorlog ????????? en moet ik denken aan mijn moeder die in de jappenkampen ???????? Moet ik misschien denken aan hun vrienden die ik niet ken. Moet ik denken aan de soldaten die een land bevrijdden terwijl ik ook denk aan de soldaten die mijn ouders eeuwig gevangen hebben laten blijven in een nooit verlaten gevoel.
Moet ik denken aan mijn leerlingen die in hun oorlog ????????
En wat helpt dat herdenken dan als ik straks thuiskom en die beelden weer helder en duidelijk mijn huiskamer zie binnenvliegen? Niet alleen ver weg maar ook hier in mijn eigen land waar nodeloos mensen vermoord worden, gediscrimineerd worden.
Ik zie de commandant der strijdkrachten de Dam opkomen. Hij verloor zijn zoon een paar weken geleden in een strijd om vrijheid. Welke vrijheid????
Waar zal ooit de vrijheid van die moeder van die zoon zijn?
En toch herdenk ik!!
Twee minuten stilte!!
En weer krijg ik kippenvel als ik de massale stilte voel! Duizenden mensen verzameld op een plein. Miljoenen mensen verzameld voor beeldbuizen. Allemaal twee minuten stil. Massale stilte!
En weer denk ik….wat moet ik nou denken, wat moet ik nou denken. En ik kijk naar de veteraan die voor me op een bankje zit en aan wie ik aan zijn ogen zie dat alle beelden aan hem voorbijgaan en zijn verhalen aan mij……voorbij gaan…… Maar wat is voorbij…wat moet ik denken, wat moet ik denken…..En ik kijk naar de koningin en naar haar zoon en schoondochter. Wat zouden zij denken? Denken zij aan Claus hun man en vader of aan Bernhard hun vader en opa? Misschien denkt Beatrix wel aan Engeland waar ze veilig zat en veel plezier maakte met haar zusjes. Of misschien denken zij niet?
Wat moet ik denken, wat moet ik denken?
Nee ik wil geen oorlog, ook al weet ik niet wat het is, ik wil het niet. Ja ik ben heel blij dat ik in vrijheid leef. De vrijheid die ik herken als vrijheid! Ja ik wil verdraagzaamheid onder alle mensen. Ik wel!
En in het wilde weg denk ik ineens ‘dank je wel’. Maar ik weet niet aan wie ik dan moet denken!
En als ik om me heen kijk denk ik ‘wat denken al die andere mensen dan’? Zouden die allemaal denken ‘het mag nooit meer gebeuren”? Of denkt de vrouw achter me waarvan de zoon met de rode baret, die nu vooraan op de Dam staat, alleen maar ‘als hij maar veilig terugkomt straks uit Uruzgan’?
En denkt die mevrouw in die gouden jurk die stoned op een betonnen bankje staat op zilveren plateauzolen, wat een stuk is die Willem Alexander en denkt de macho achter mij alleen maar aan wie hij vanavond zal denken als hij zich ligt af te trekken na het zien van Maxima!
En wat denkt die padvinder die reikhalzend een glimp probeert op te vangen van de leden van het koninklijk huis. Zal hij denken ‘rot eens op stomme marechaussee, je staat voor mijn neus met je grote geweer’?!
En denkt het meisje in zwart gekleed dat net haar gedicht zo mooi heeft voorgedragen? Denkt ze werkelijk aan de oorlog of is ze alleen maar blij dat haar gedeelte erop zit en is blij dat het allemaal goed gegaan is en vraagt ze zich af of de koningin wel trots op haar is?
En de commandant der strijdkrachten? Denkt hij nu aan zijn zoon?
Zouden de kinderen van Willem en mij nu niet alleen bezig zijn met het turen op televisie of ze Willem en mij ergens zien staan? Of denken ze echt aan hun opa’s en oma’s?
En al die militairen die hier verzameld staan, met voor elke afdeling een ander pakkie aan. Blauw en groen en grijs, met blauwe of rode of groene baret of glad gesteven pet met gouden biezen. Denken die aan de vrijheid die ze elders moeten bevechten? Aan hun kameraden die omgekomen zijn en of hen dat alsjeblieft niet al overkomen!
Ik kijk naar de vele allochtonen en autochtonen die hier staan. Zij die het dichtst bij mijn gevoel, daar waar het om de jodenhaat ging, staan. Denken zij aan de onderdrukking in hun moederland, de onderdrukking die ze hier nog vaak genoeg ook ondervinden?
En met dat ik dat denk voel ik me betrapt dat ik niet denk aan de doden uit de tweede wereldoorlog, dat ik niet denk aan de helden, dat ik niet denk aan dat het nooit meer mag gebeuren. Dat ik me de psychologische kracht probeer af te vragen van deze stilte-energie!
Als werkelijk al deze mensen zouden denken aan dat het nooit meer mag gebeuren en bij al die duizenden andere monumenten hier en in andere landen, waar slachtoffers van welke orde dan ook herdacht worden, ook….waarom is er dan nog oorlog????!!!!
Dan zijn de twee minuten om en het volkslied schalt. Wat kan een mens in twee minuten veel bij elkaar denken!
Mijn kinderen hebben wel vrijheid en dat moet zo blijven. Ze moeten kunnen blijven studeren en werken en genieten in hun leven en in vrijheid hun problemen overwinnen, leven in verdraagzaamheid en als het even kan zorgSaamheid.
In vrijheid!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Tja en dat laatste komt binnen!
Opdat het nooit meer zal gebeuren en wij onze vrijheid bewaken en eren (en nooit hoeven te bevechten!). Niet in twee minuten maar iedere minuut van elke dag!