View: 4

Divide et impera oftewel ‘schipperen’

Dat eeuwige schipperen. Als ik schipper had willen worden had ik wel een boot gekocht. Nou ja, ik woon al…
Columns

devide-et-emperaDat eeuwige schipperen. Als ik schipper had willen worden had ik wel een boot gekocht. Nou ja, ik woon al aan het water dus, de stap zou logisch zijn.
Neem ik één dag uit mijn leven. Eén dag van de 17885 en nog wat die mijn leven al telt.
(Als ik het getal zo zie staan valt het eigenlijk nog wel mee en als ik het uitspreek; zeventienduizendachthonderdvijfentachtigennogwat, dan al helemaal)
Eén dag vol schipperen en koers houden. Geluk is geen doel maar een richting. En die richting ben ik nou mijn hele leven al aan het opgaan ware het niet dat ik zo nu en dan en dan weer wat vaker van richting verander of verdwaal.
De wekker gaat.

Zal ik hem uitzetten met het gevolg dat ik weer inslaap of zal ik hem even laten gaan tot ik écht in staat ben om op te staan. Zal ik één oog open doen of meteen maar allebei? Ik sta op.

Wordt het beneden plassen of boven? Als ik beneden ga dan moet ik meteen aan de slag van mezelf en als ik het boven doe loop ik de kans dat mijn partner, die zich ook toe aan het zetten is om op te staan, in de weg loop met zijn ochtendrituelen.

Zal ik gauw het nachtzweet van de zwoele lentenacht van me afwassen of zal ik ontbijt gaan maken? Als ik ga douchen moet ik straks haasten en vliegen om brood te maken omdat mijn partner nu eenmaal langer werk heeft dan ik. (Verbazend dat wel, want bekend staat dat vrouwen langer werk hebben). Ik kan natuurlijk ook beslissen hem zelf zijn brood te laten smeren maar dan voel ik me weer schuldig in de zin dat ik hem tekort doe. En daarbij; wie schrijft dan zijn dagelijks broodbriefje dat ik standaard in zijn boterhammenzakje tussen de doormidden gesneden en luxe belegde sneden of bruine kadetten placht te leggen.
Eén dag geen briefje dan krijg ik ’s middags een smsje met de vraag waar de dagelijkse woorden tussen zijn dagelijks brood zijn gebleven en of er iets mis is.
Zal ik nu eerst een kop koffie nemen met die fel begeerde eerste sigaret of zal ik me dan toch maar eerst aankleden?

Als ik nu eerst die sigaret neem kan ik straks mijn tanden nog poetsen en is die kus smakelijker dan wanneer die vermengd is met nicotine. Maar als ik me eerst aankleed, wat op zich al een heel gedoe is want ik weet eigenlijk nooit van te voren wat ik aan zal trekken omdat ik dat van mijn stemming af laat hangen, dan weet ik precies hoeveel tijd ik overheb voor ik vertrekken moet.

Zal ik wijde tuniek aantrekken omdat ik me vandaag wat meer opgeblazen voel of voel ik me een pittige tante en zal ik dat korte rokje met dat strakke blouseje aandoen? Wordt het onopvallend zwart of lekker in het oog vallend rood? Als een razende traceer ik, met ook een blik op de lucht buiten werpend (wat voor weer kan ik verwachten), mijn eigen gevoel van die dag.

Zal ik nou die mooie schoentjes aandoen of die lekkere makkelijke. Het eerste deel van zo’n dag vind ik het altijd heerlijk om te paraderen maar als de kids in de klas de kolder krijgen en willen wandelen, (zit er dik in als ik zo de lucht buiten bekijk) dan krijg ik weer spijt als haren op mijn hoofd. (Of zal ik toch die makkelijke slippertjes gewoon in mijn tas kiepen voor het geval dat?)

De koers is bepaald….de koffie en ontbijt staan klaar, het boterhammenzakje met fruit ernaast (Shit geen fruit voor mezelf meer in de schaal. Zal ik hem een keer overslaan want ik ben toch al zo op dieet of zal ik het hem maar geven want anders dan lijdt hij weer trek)
Even aftasten waar het ochtendgesprek aan tafel heenloopt. Stuur ik het zo dat het luchtig blijft of zullen we de discussie aangaan? Zelf heb ik wel zin in luchtig, het wordt al zwaar genoeg vandaag maar ja moet hij daaronder lijden? Misschien scherpt een goede ochtenddiscussie mij wel zo dat ik vandaag er ook beter tegen kan.
Dag schat, dag lieverd, fijne dag! En weg ben ik!

Ik moet nog tanken. Als ik eerst ga tanken dan kan ik mijn collega daarna ophalen. Alleen treuzelt ze altijd zo en dan lopen we de kans nog later te komen. Zal ik dan toch maar straks tanken dan kan ik misschien als ze treuzelt wat tijd bezuinigen met het voltanken. Met een halve tank kom ik ook wel waar ik zijn moet vandaag)

Op school. Zal ik nou eerst koffie zetten voor iedereen of zal ik eerst die laptop aanzetten. Als ik eerst de laptop aansluit dan kan de beamer van het smartboard alvast opwarmen terwijl ik koffie zet. Maar ja, stel dat de collega’s nu komen dan staat de koffie niet klaar. Kan ik natuurlijk ervoor kiezen om de collega’s zelf eens koffie te laten zetten maar ja vinden ze me dan nog wel aardig? (Dit laatste is wat overdreven merk ik als ik het schrijf maar misschien zit er toch een klein kerntje van waarheid in)

Dan komt het uur der waarheid van schipperen tussen belangen. Veel gehoord gisteren op een bovenschoolse bijeenkomst. Wat vertel ik en wat niet?
Wat is van geschikt en wat van ondergeschikt belang?
Er wordt een spervuur van vragen op me afgevuurd. En in de chaos van vragen wik en weeg ik de belangen af. Wie hoort wat te weten en voor wie is het niet bestemd? Zal ik nu juist wakker en alert blijven of doe ik alsof alles langs me heen gaat en geef ik cliché antwoorden die wellicht heel wat lijken doch geen inhoud hebben. En waar mensen dan toch weer tevreden mee verder gaan alsof ze alle ins en outs te weten zijn gekomen en heel wat wijzer zijn dan toen ze vanmorgen hun voordeur achter zich lieten.

De sollicitatiebrieven en Emails neem ik door. Wat heeft ons team nodig? Gaan we voor het watje met ballen of de bal op watten? Wordt het die heer met militaire achtergronden die de boel met strakke hand in zijn gareel weet te houden en ons niet bezwaaid maar besalueerd. Die uit de zorgsector klinkt wel heel begripvol voor de situatie. Kan geen kwaad als we het systeem niet direct omver willen gooien. Een vrouw is in het kader van gelijke rechten een mooie zet maar een man zou voor het evenwicht van de groep wel beter zijn!

In de klas wordt het te druk voor die ene autisitsche leerling maar de anderen hebben zo’n schik in waar ze mee bezig zijn. Ga ik voor één of ga ik voor velen? Ga ik voor één dan betekent dat, dat de anderen behoorlijk wat minder aandacht krijgen maar wel de rust uiteindelijk terugkeert. Ga ik voor allen dan laat ik die ene ‘stikken’ wat weer van invloed is op de vertrouwensband tussen hem en mij en de chaos in hemzelf.

Mijn collega en ik voeren een mooi gesprek. Het gesprek gaat ‘to the bones’. Zal ik het ook mijn probleem maken het is tenslotte de directe werkvloer, of laat ik het daar waar het vandaan kwam en bereik ik met wat afstand meer dan dat ik het heel dichtbij laat komen?
Valkuil is dat ik erin mee ga, kwaliteit is dat een luisterend oor en wat begrip voor de situatie vaak al genoeg kan zijn.

Zal ik straks nou wel of niet die lijsten zelf aanvullen. De anderen hebben het nog niet gedaan? Doe ik dat dan om de leerlingen die er wat aan hebben of doe ik het dan omdat de anderen het hebben laten liggen en ik mij daaraan erger? Leren de anderen daarvan het later toch zelf te doen? Leer ik ervan los te laten en eens iets uit handen te leren geven? Hou ik er effectief tijd aan over of kost het me juist meer tijd?

Ik kom thuis. Nog één dag werken. Alleen morgen nog aan de bak en dan zes dagen vrij! Zes hele dagen vrij. Wat heb ik veel aan mijn hoofd en wat moet er nog veel gebeuren. Afscheid van de schoolverlaters en dus overdracht, bezoeken nieuwe school, rapporten, schoolreisje, bruiloft collega, afscheid collega en afscheid directeur, spelmiddag, musical, uitnodigingen, etiketten, leerlingvolgsystemen aanvullen, doelen schrijven, de bruiloft van mijn zoon en aanstaande schoondochter, de zorgen om een te vroeg geboren kleinkind die het wellicht heel goed doet maar door de afstand heb je er geen zicht op, het verdriet om het feit dat ik er niks mee opbouw door alleen maar naar foto’s te kijken, en nog zoveel meer……
Ga ik die zes dagen wijden aan het complete lijstje ‘nog te doen’ of verzet ik mijn zinnen en ga ik iets totaal anders doen en skip ik er tussenuit?
Als ik er tussenuit ga dan moet ik of met mijn vriendin of alleen want mijn partner heeft geen vrij. Is dit een keuze of een vrije wil?
En hoe deel ik die dagen in zodat een ieder de aandacht krijgt die hij/zij verdiend en ik ook geen aandacht van mezelf tekort kom.
Ga ik die zondag nou wel of niet ’s avonds naar mijn partner en kids of ga ik zondag terug naar dat zo felbegeerde jazzfestival? Ga ik dan zondagavond al op vakantie met die vriendin of is maandagochtend toch beter?
Doe ik tekort? Doe ik teveel? Wat wil ik??!! Waar blijf ik?
Krijg ik de ruimte of neem ik de ruimte?
En waar gaat die korte vakantie dan heen? Want als ik naar plekken ga waar mijn partner liever samen met mij heen gaat dan doe ik hem en mij tekort. En dus de relatie!
Maar als ik mijn vriendin zeg dat ik liever niet met haar daarheen ga (een vriendin waar ik al twintig jaar lief en leed mee deel) dan voelen zij en ik ons tekort gedaan. En doe ik dus de vriendschap tekort!
Hoeveel plaatsen blijven erover als vriendschap juist naar die plaats wil die de liefde verkiest?
En als ik nou verdeel, heers ik dan? (Divide et impera –verdeel en heers-zei Philippus van Macedonie ooit).
Of luidde deze tactisch strategische betekenis nou juist dat als je de één een beetje minder rechten geeft dan de ander dat er tussenbeide dan geen vriendschap kan ontstaan en de derde (in dit geval ik dus) niet hoeft te verwachten dat de anderen samen zullen spannen. Alsof dat al ooit zal gebeuren!)
Als ik nou dat beetje water bij de wijn van één en de ander doe en eerlijk verdeel dan heers ik immers ook! En voel ik me dan zelf ook niet beter?
Ik mom thuis. Afgemat ben ik! Zal ik nou nog wel of niet even een blog schrijven?
Als ik het niet doe dan kan ik vroeg naar bed. Maar dan wel met de kans dat ik nog uren lig te tollen en morgen geradbraakt opsta. Als ik wel schrijf dan ga ik voldaan maar veel te laat naar bed met het gevoel dat ik ook onuitgeslapen opsta.

Welke beslissingen zou ik vandaag genomen hebben? ( de laatste is de enige die de lezer zal kennen want ik schrijf momenteel)
Het doet er niet toe! Ik schipperde over boven en onderstromen van zeeën en mijn eigen oceaan. En toch bepaalde ik uiteindelijk de koers zelf. Geluk is slechts een richting! Geluk is de koers die ik vaar! De wind in de zeilen!
En al ben ik wel eens onduidelijk in mijn scheepsjournalen, ik vind mijzelf daarom nog geen slecht kapitein van mijn eigen schip! (al varen er nog zoveel mee!- Wanneer zal ik eens leren dat roer af en toe eens over te geven)

admin

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *