Ik sta grieperig aan mijn waterkant op de steiger. Eigenlijk had ik nou met Willem, Anneke en de kleintjes bij opa en oma moeten zijn maar de griep zit in mijn lijf. Ik zou dus in bed moeten gaan liggen maar…. Misschien verschaft de lentezon mij de nodige D-vitamines. En….. De lente bekoort mij. De lente boeit mij! Ik zie de oude, uit elkaar vallende lisdoddes in het rimpelige water waar de zon en de wolken zich in spiegelen.
En kijk aan, zowaar zie ik ook het groene van de verjongde versie weer bovenkomen.
Boeiende natuur. Leven en dood gaan hand in hand! Sterker nog; hier betekent dood, nieuw leven! Het genieten is echter van korte duur. Meneer meerkoet vindt dat ik te dicht zijn terratorium nader. Hij maakt dit kenbaar met het voor mij inmiddels zo afstotelijke geluid! Krengen vind ik ze soms! Toch wijd ik hier een stukje aan ze! Wie weet ga ik ze nog waarderen.
De meerkoet behoort tot de familie van de ‘rallen’. Dit zijn kleine tot middelgrote moerasbewoners, die vaak heel verborgen leven . Rallen zijn vooral ’s nachts actief, en let wel; vooral luidruchtig aanwezig! Veruit de bekendste rallen zijn de meerkoet en het waterhoen. Deze twee vormen eigenlijk een uitzondering in de rallenfamilie, want ze zijn uitstekend overdag waar te nemen.
Het geluid van de meerkoet bestaat uit scherpe kreten. Het meeste is een luid herhaald en variabel ‘koet’, en een explosief, scherp, soms erg hoog ‘pieks’. Dit laatste geluid doet denken aan iemand die in het riet een gloeilamp op de stenen laat vallen. Op het water kun je het verschil horen tussen mannetje en vrouwtje, die overigens als twee druppels water op elkaar lijken. Het mannetje roept een hoog ’pieks’, het vrouwtje een keffend ’koet’ of ’kaw’. Tijdens nachtelijke vluchten is ook een trompetterend, een beetje hol klinkend ‘pee-au’ te horen.
En dat geluid heb ik dus bijna de gehele dag aan mijn nu toch al zere griephoofd en doorboort mijn geluidsbarrière.
Nu zeker want meneer is aan het bouwen!
Mevrouw zit al pontificaal met haar koetenbillen tussen het riet en aanschouwt het
zenuwachtig heen en weer gestuntel van haar eega. Eega die met veel te grote takken in zijn toch al niet zo grote snavel onhandig door het water manouvreert. Hij zoekt zich de blubbers maar hij herkent de kwaliteit van de bouwmaterialen natuurlijk als geen ander! Redelijk selectief is Bob de Meerkoet dus!
Al vroeg in het voorjaar bezet de meerkoet dit territorium en verdedigt dit vaak (heel!) agressief tegen indringers. En alhoewel ik helemaal die indringer niet wil zijn maar juist een medebewoner ben kan ik hun koetenbloed wel drinken! Hun bloed ja, want zowel meneer als mevrouw zijn van agressieve aard!
Straks als er jongen zullen zijn, wordt het nog erger. Een meerkoeten gezin doet niet aan kraamvisite!! Je hoeft die onogelijke jongen dan ook niet te bewonderen.
Maar voorlopig zit men nog in de bouwfase van de nieuwe woning (vrij op naam!).
Meneer draagt aan, mevrouw regelt de rest!
Maar wat ze dan straks wel weer samen regelen…. Ze zitten na de bouw allebei op de bleekbruine, zwartbruin gevlekte en gestippelde eieren; het vrouwtje weliswaar het meest en dat is geen peuleschil, want in de regel liggen er zo’n twaalf eieren in de ondiepe nestkom waar ze met haar kleine koetenbips overheen moet wiebelen om alles warm te houden. Het mannetje voornamelijk, zogenaamde, indringers verjagend en af en toe zijn eigen gat over het broedsel heen draperend!
Het zal me benieuwen. Het broeden zal zo’n drie weken in beslag gaan nemen! Op kraamvisite ga ik zeker niet. Ik zou niet durven! En of hun nest dan ’te koop’ wordt aangeboden….. ??????