View: 4

‘Believe’ in luisteren

Mijn familie uit Canada is over. Mijn nichtjes heb ik al zo’n twee en dertig jaar niet gezien. De laatste…
Columns

luiMijn familie uit Canada is over.
Mijn nichtjes heb ik al zo’n twee en dertig jaar niet gezien.
De laatste keer dat we elkaar zagen en ze bij ons logeerden waren we achttien of zo en woonde ik nog in ons ouderlijk huis.
Mijn oom en tante zag ik ietsje vaker omdat we vroeger om de vijf jaar een familie reünie hadden met de hele familie; de Hollanders en de Canadezen.


Mijn oom is in mei overleden en zijn twee dochter, mijn nichtjes, en zijn vrouw, mijn tante, zochten zijn roots in Nederland op.
Het zijn niet helemaal zijn roots omdat de familie van mijn moeder jaren en jaren in Nederlands-Indië hebben gewoond en gewerkt en daar na het Jappenkamp pas weer vertrokken naar Nederland.
Mijn nichten zochten hun vader in hun hier wonende ooms en zochten hun ikjes in hun familie hier.
Vanaf het moment dat we elkaar zagen was er de herkenning. Ow you look like that Smit family member…and ow you look like that member of the family!
Mensen schijnen daar behoefte aan te hebben. Ze willen, ondanks dat de mens zich altijd wil blijven onderscheiden, ook ergens bijhoren!
Het individuele kuddedier dus!
Uniciteit is mooi, maar uniformiteit is ook belangrijk. Je wilt immers ook weer niet zo uniek zijn dat je bij niemand hoort en in geen enkele groep past.

> Wist je overigens dat er een minderheid van slechts vijf procent nodig is om een groep van meer dan 200 personen naar een bepaalde locatie te leiden.<

Enfin, een deeltje van mijn familie komt van Canada over. Sinds we Facebook hebben (ja sorry hyvers) kan je al je vrienden en familie over de hele wereld terugvinden.
We Facebooken sinds kort wat af, hebben een familie pagina aangemaakt en delen daar onze belevenissen in woord en beeld (foto’s).
We willen bij elkaar horen, we willen weten waar we vandaan komen en waar we vanaf stammen.
Door de verdeeldheid van het streng christelijk gereformeerd gezin (vader, moeder en negen kinderen) die ontstond in en na de Jappenkampen; vader/opa die werkte aan de Birma spoorlijn, de jongens in andere kampen dan moeder/oma en de meisjes en de hereniging waarbij sommige kinderen (de allerjongsten) hun eigen vader niet eens kende, hun ervaringen en eenmaal terug in Nederland niet direct in één huis wonend en dus kinderen onderverdeeld bij andere familieleden, konden een aantal niet meer aarden. School was een probleem, het land was een probleem, het klimaat klopte niet meer, ze hoorden niet hier en niet daar, en dus zochten een aantal het land van toen ook melk en honing op; Canada.
De melk bleek echter op en ook de honing was ver te zoeken maar ze bleven volharden en kregen het uiteindelijk goed daar in Canada.
Eén ding sleepte ze door de ellende heen en dat was hun Geloof. God was en bleef goed. En dus bleven zijn God trouw.

Nu ben ikzelf niet door mijn ouders christelijk opgevoed, mijn grootouders hadden een grote invloed op onze christelijke opvoeding. Zo ging ik wel nar een christelijke school waar tucht hoogtij vierde, ging ik naar zondagschool waar ik het best naar mijn zin had en werd ik lid van de christelijke jongerenvereniging. Mijn opa en het hoofd der lagere school leerden mij vooral God te vrezen.
Gut wat was ik bang voor die God. Ik durfde nog geen snoepje te pikken of dacht in de hel te belanden. En een lelijk woord hoorde je mijn lippen niet overkomen.
Mijn vader echter, vloekte de hele wereld van ziektes en aandoening of godslasteringen door het huis (en ons huis was groot….erg groot….dus er vielen nogal eens van die woorden en verwensingen). Volgens mijn opa zou mijn vader dan ook regelrecht de hel bereiken zonder elke vorm van genade. Ik heb mijzelf mijn hele jeugd dan ook verantwoordelijk gevoeld voor het welzijn van mijn vader hier op aarde want ik wist wel dat ik klein en nietig was en dus niet in staat om de hel verre van mijn vader te houden.
Alles wat God was betekende angst voor mij en beïnvloedde mijn leven best wel.

Ik werd echter groter/ouder, de angst is altijd ergens diep in mij verborgen blijven hangen (ik durfde op latere leeftijd ondanks een zwaar huwelijk niet eens te scheiden omdat God dat vast niet goed vond) maar ik ging verder kijken dan alleen die angstaanjagende hel. Ik ging boeken lezen, ik praatte met mensen en langzaam aan liet ik de hel los en begon de ‘hemel’ op aarde te leren kennen. Ik ben blijven zoeken …. Een zoektocht tussen geloof en ongeloof…..
Dat er meer moest zijn was me duidelijk. Ik had er ook behoefte aan. Ik wilde troost kunnen vinden in geloof…in iets dat meer was dan ik…dan dat wat ik heus wel zelf kon bereiken….
Als ik altijd alles zelf maar kan bereiken geeft uiteindelijk niet de totale voldoening. Als ik écht écht even niet meer verder kon dan had ik behoefte aan iets dat meer was, iets spiritueels misschien ook wel en noem het God of noem het hoe je wilt…ik noemde het ‘het alles’. Maar ik bleef zoeken en blijf zoeken…………..
Alles wat met de vaste regels te maken had uit de bijbel liet ik los. De kerk liet ik los. Bidden was voor mij gewoon mijmeren, dagdromen geworden. Men noemt het tegenwoordig ook wel mediteren…en ook dat mag van mij!

Terug naar mijn familie……
Ik genoot van het weerzien. Zij genoten er ook zichtbaar van!
Het was even aftasten want ik had op Facebook al vernomen dat ze niet een klein beetje christelijk waren maar een klein beetje heel verschrikkelijk, in mijn ogen, zelfs overdreven christelijk. En aangezien diep in mij toch nog steeds die familie gerelateerde Godvrezende angst geworteld zit en dus in mijn allergie zittend ‘vroeger’, hield ik stiekem ook een beetje mijn hart vast!
Maar ach wat hadden we elkaar veel te vertellen. En wat gingen de verhalen direct de diepte in!
Uitwisselen en delen van ervaringen, zoeken naar aanknopingspunten en ontdekken van de hiaten.
Het werd later en later en we vergaten bijna te eten. Maar toen we dan uiteindelijk aan de rijk gevulde Indische rijsttafel zaten kwam automatisch het gebed.
De volgende ochtend aan de ontbijttafel kwam automatisch het gebed.
Ik huiverde beide keren bij het begin. De rillingen kropen over mijn rug en mijn armen. Het was alsof ik mijn opa weer zag zitten, de bijbel op tafel zag liggen en de streng vrome angstaanjagende woorden weer hoorde bonken en bonzen.
Maar toen………….. toen liet ik het los………. Dat gevoel van vroeger liet ik los……….gelukkig maar…..want op het moment dat ik het losliet was ik in staat te luisteren naar wat mijn tante en nichtjes werkelijk te vertellen hadden in hun gebeden.
Ik liet het los en was ineens in staat het mooi te vinden wat ik hoorde.
Want eigenlijk was het niet meer en zeker niet minder dan het delen van gevoel en van wat wij voor elkaar en de dingen in het leven voor ons betekenen.
Het is héérlijk te horen uitspreken dat je geliefd bent en wat het doet dat mensen je na zoveel jaar weer tegenkomen. Het is mooi de angst die je hebt om te reizen met elkaar te delen en dan troost in te vinden in elkaars woorden daarna. Het is lachen om elkaar de ervaringen te horen vertellen.
Want…mensen luisteren eigenlijk heel slecht naar elkaar. Terwijl anderen vertellen ben je vaak zelf al met je gedachten mijlen verder over wat je zelf vindt en denkt en wil zeggen. Jouw mening over die andere mening heen! Jouw woorden belangrijker dan die van de ander? Het resultaat…….. elkaar niet meer begrijpen……
Vreemd dat als je dan je ogen dicht (of open) hebt en je handen gevouwen, dat je dan wel in staat bent naar elkaar te luisteren en elkaar laat uitspreken omdat het woord niet aan jou gericht is (en toch eigenlijk ook wel) maar aan God. En dat na het ‘amen’ de discussies op gang komen en de gesprekken op een geheel anderen manier loskomen.
Niet luisteren is de ziekte van deze tijd terwijl luisteren bestaat uit: belangstelling tonen, iemand de ruimte geven zijn verhaal te doen, laten merken dat je luistert, vragen stellen en feedback geven, en wat is mooier dan dat!?
Soms ben je een gesprek aan het voeren en bekruipt je het gevoel dat de ander niet naar je luistert. Vaak kan je echter niet aangeven waar op die gevoelens gebaseerd zijn. Na afloop van het gesprek blijft er een vervelend, knagend gevoel bij je achter. Maar als je je verhaal doet aan een druk bezette tafel in een gebed, en dan niet het gebed van Here zegen deze spijzen amen, maar je uit de betekenis van wat mensen en ervaringen voor je hebben betekent die dag en je toont je dankbaar, niet alleen aan Hem maar vooral aan die anderen die ook bij je aan tafel zitten (je deelt immers het eten, dus ook het gebed maar je laat die ander aan het woord en de volgende keer ben jij aan de beurt) dan komt er een gesprek. Een wérkelijk gesprek omdat je GELUISTERD hebt.
Zou wil ik niet gaan prediken. Dat ligt mij niet. Want ik zoek me suf naar van alles en vooral dat nog wat meer….. en ik wil dus ook niet zeggen dat het gebed aan God gericht moet zijn om je dankbaarheid te tonen want in mijn ogen (als er een God of een allesomvattend iets is) dan hoort hij/zij/het dat dan toch wel, maar allemensen wat zou het een verademing zijn als we het gebed weer wat meer zouden invoeren. En laten we het dan geen gebed noemen maar het luistermoment.
En laten we dan inderdaad maar eens beginnen aan tafel voor het eten. En laten we dan vooral weer invoeren dat we met z’n allen aan tafel eten en niet voor de buis en achter de pc of met je I-phone/ mobieltje in de hand of allemaal apart.
Dan kun je altijd later nog wat meer momenten invoeren!!
Voor het slapen gaan of zo!
Al is het dan heerlijk om zo’n moment in te lassen om heerlijk in je bed naar jezelf te luisteren. Wat heb je jezelf te vertellen. En die gedachten mee je dromen in te nemen.

Tja….een familiebezoekje…wat dat al niet teweeg bracht….!

admin

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *